Bijzondere Collecties ontvangt zes incunabelen

Het gebeurt lang niet elke dag: een anonieme schenking verdubbelt de collectie incunabelen Universiteit Antwerpen. 

In de zomer van 2025 ontving het Departement Bibliotheek & Archief van de Universiteit Antwerpen een zeer bijzondere schenking. De bibliotheekcollectie wordt in één klap aangevuld met vijf incunabelen of ‘wiegendrukken’, werken die gedrukt zijn vóór het jaar 1501 en dus dateren uit de beginperiode van de Westerse boekdrukkunst. In november 2025 mochten we zelfs nog een zesde werk in ontvangst nemen. 

Uitgezonderd het laatst verworven boek – dat in het Italiaans is geschreven – zijn de nieuwe aanwinsten in het Latijn gedrukt. Vijf werken zijn vervaardigd in Italië, meer bepaald in Venetië en Brescia, en één van de werken is gedrukt door Johannes van Westfalen in Leuven.

Praktisch

  • De fysieke expo loopt van 12 februari tot 18 april 2026 in de Universiteitsbibliotheek op de Stadscampus, vlak bij de algemene balie op het gelijkvloers. 
    Te bezichtigen tijdens de openingsuren van de bibliotheek. Alle boeken zijn gedigitaliseerd en kunnen op het digitaal platform van de Universiteitsbibliotheek worden bekeken.
  • Op deze website kun je meer lezen over de verschillende incunabelen. Je vindt er links om de stukken te doorbladeren en om interviews met meters en peters te bekijken. 
  • Dit project werd gerealiseerd door medewerkers van Bijzondere Collecties en Publieksdiensten Stadscampus: Jolien Cuyvers, Jef De Ridder, Maartje De Wilde, Björn Rzoska, Victorine Van Mieghem en Jana Wabbes.
  • Grote dank gaat uit naar de anonieme schenker, de meters en peters van de boeken (John Arblaster, Pierre Delsaerdt, Lisa Demets, Christian Laes, Sanne Mouha, Herman Van Goethem), collega Ali Riza Demirdalic, de Vervoersdienst en de dienst Infrastructuur van de UAntwerpen en de medewerkers van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience.

Wat is er zo bijzonder aan incunabelen?

Er zijn redenen te over om weg te dromen bij incunabelen. Hun vorm, hun inhoud én het momentum waarin ze zijn ontstaan zijn alvast belangrijke kenmerken van deze vroege boeken.

Incunabelen bieden een unieke blik op procesinnovatie in de late middeleeuwen

Het Latijnse woord 'incunabula' verwijst naar de doeken waarin baby's werden ingebakerd. In boekterminologie verwijst de term (of het synoniem 'wiegendruk') naar die welbepaalde boeken die dateren uit de babyjaren - of beter: de beginjaren - van de boekdrukkunst. Het gaat om de periode tussen 1450 en 1500, een halve eeuw waarin er volop werd geëxperimenteerd met de nieuwe druktechniek. Ook in de tijd vóór Johannes Gutenberg werden er al boeken gedrukt, maar toen werd elke pagina in zijn geheel uit een houtblok gesneden en zo gedrukt. Dit is niet efficiënt met het oog op hergebruik. Je kan elke mal maar voor één boek gebruiken. De grote vernieuwing ligt in het feit dat men vanaf de tweede helft van de vijftiende eeuw telkens nieuwe pagina's gaat samenstellen met los en herbruikbaar zetsel, wat eindeloos veel combinaties mogelijk maakt. En waar de blokboeken eertijds uit hout werden gesneden, werden de losse letters nu in lood gegoten - een veel duurzamere oplossing.

Het colofon in deze kroniek uit 1483 staat helemaal achteraan in het boek. Later zal dit soort informatie naar het titelblad verschuiven.

De eerste vernieuwing was die van het boekdrukproces zelf, de vorm van het boek zelf was nog diep verankerd in een handschriftentraditie die teerde op eeuwenoude geplogenheden. Het is de natuurlijke gang van zaken bij grote uitvindingen. Eerst krijg je procesinnovatie (de manier van drukken verandert) en daarna productinnovatie (het gedrukte werk zoekt zijn eigen vorm). Zo waren de eerste auto's ook zelfrijdende koetsen en de oudste modellen van gsm's lijken ook niet meer op onze moderne smartphones. Gaandeweg vindt het nieuwe product zijn eigen vorm, zo ook het boek in de tweede helft van de vijftiende eeuw. De oudste incunabelen hebben net zoals de handschriften nog geen titelbladen en een tekst begint gewoon bij het begin of het 'incipit'. De titel, auteurs- en drukgegevens vind je helemaal achteraan het boek, in het colofon. 

Hoofdletters konden achteraf met de hand worden toegevoegd aan de gedrukte tekst (MAG-P 14.1083)

Net als bij handschriften werd ruimte vrijgehouden om de eerste hoofdletters van een pagina of een alinea nog met de hand te verluchten. Het gebruik van ligaturen en afkortingen - die logisch zijn binnen een context van handgeschreven teksten - zien we gaandeweg in de eerste vijftig jaren van de boekdrukkunst afnemen ten voordele van afzonderlijke losse letters. 

Ook in de vijftiende eeuw werden er nog boeken met de hand overgeschreven (vooral voor rijkere, traditioneel ingestelde klanten met een meer exclusieve smaak) of werd er nog gedrukt met houtblokken. De datum van 1 januari 1501 is daarom geen strikte scheidslijn. Ook daarna waren er nog evoluties te onderscheiden. We noemen de boeken die gedrukt zijn in de periode van ca. 1501 tot ca. 1540 post-incunabelen.

Incunabelen zijn vernieuwend

Incunabelen zijn unieke getuigen van een scharniermoment in de tijd, van de kennisrevolutie die zich in de late middeleeuwen voltrok en werpen een blik op de vijftiende-eeuwse maatschappij en de toen heersende ideeën. Byzantium viel in 1453 en veel wetenschappers uit het Oosten vluchtten naar het Westen en namen daarbij hun (Griekse) boeken mee. De wereld werd groter, de renaissance klopte aan de deur en tussen de eerst gedrukte boeken zie je - naast de godsdienstige werken - ook veel drukken van de populaire klassieke auteurs. Nieuwe ideeën stroomden Europa binnen en die informatie werd toegankelijk voor een steeds breder publiek. Waar een succesvolle tekst voorheen telkens één voor één met de hand diende gekopieerd te worden, kon men nu in één drukbeweging honderden exemplaren maken en verdelen onder het publiek. De steden in Europa zagen de opkomst van steeds meer universiteiten, die op hun beurt ook drukkers aantrokken en een ecosysteem van kennis creëerden. De moderne wetenschap stond in de startblokken om een hoge vlucht te nemen.

De zes incunabelen die hier worden getoond zijn niet zozeer letterkundig, maar wel historisch en wetenschappelijk van aard. Wat opvalt, is dat ze allemaal deel uitmaken van een lange (tekstuele) traditie, maar dat elk boek op zich ook van vernieuwing getuigt. Meer daarover in de rubrieken hieronder, maar hier alvast in het kort. Rimbertinus' boek getuigt van de vigerende mode in de preken in de kerk, de kronieken van Eusebius en Jacobus Philippus de Bergamo brengen vormelijke structuur aan in grote tekstdocumenten met verticale en horizontale lijnen. Het boek van Livius is uit het Latijn vertaald in het Florentijnse dialect en toont de zoektocht naar een nieuwe standaardtaal. Het boekenvak als industrie moest ook vanaf de grond worden opgebouwd: de functies van letterzetter, corrector of drukker waren nog niet zo strikt gescheiden. Het businessmodel werd bovendien volledig op zijn kop gezet: voorheen wist men op voorhand aan wie het boek verkocht zou worden, nu moest er op voorhand een marktonderzoek worden gevoerd om de oplage en de prijs te bepalen. De prijszetting, de manieren om de boeken aan de man te brengen, samenwerkingsverbanden - iedereen zocht naar wat het beste werkte in een industrie op weg naar volwassenheid.

Ze zijn gegeerd

Onderzoek leert dat er naar schatting wereldwijd nog 30.000 incunabeledities bestaan. Veel incunabelen worden bewaard in publiek toegankelijke bibliotheken. Toch is het ook zo dat incunabelen al vanaf de achttiende eeuw gegeerd waren door privéverzamelaars. Bekende voorbeelden hiervan in de Lage Landen zijn Karel Van Hulthem (1764-1832), Johan Meerman (1753-1815) en Willem van Westreenen van Tiellandt (1783-1848). De collectie van die laatste twee ligt aan de basis van de incunabelverzameling van het Huis van het Boek in Den Haag. Maar vooral in Frankrijk, Duitsland en Engeland zijn er voorbeelden bekend van deze vroege verzamelcultuur. 

Ook vandaag zijn deze boeken gegeerde verzamelobjecten, in Europa maar ook in de Verenigde Staten. Drie van onze zes exemplaren zijn dan ook afkomstig van een veiling waar de Amerikaanse boekverzamelaar Eugene Somer Flamm een aantal werken uit zijn collectie incunabelen te koop aanbood. Op hoge leeftijd deed hij zijn collectie van de hand om ook andere verzamelaars de kans te geven om hun collectie op te bouwen. 

Meer lezen? ​​

  • Kristian Jensen [ed.], Incunabula and Their Readers. Printing, Selling and Using Books in the Fifteenth Century. London: The British Library, 2003.
  • Marieke van Delft & Jan Willem Klein, 'Nieuwe lezers, nieuwe hardware. Het boek in de vijftiende eeuw', in: Kopij en druk revisited. Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 17 (2010), 53-91.

Ab Urbe Condita - Over de geschiedenis van Rome

Titus Livius, Ab Urbe Condita. Vertaald door Giovanni Boccaccio en met een traktaat van Leonardo Bruni over de Punische oorlogen.
Venetië: Giovanni Rosso in opdracht van Lucantonio Giunta, 11 februari 1493. 
Universiteit Antwerpen, UB, Bijzondere Collecties: MAG-P 14.1084.
Klik hier om het volledige boek digitaal te doorbladeren. 
Trotse peter: classicus en oudhistoricus Christian Laes - Bekijk het interview hier

"Titus Livius is de creator van hét verhaal van Rome, van de canon van Rome." (Christian Laes)

Over het boek 

Rome werd niet alleen gebouwd op zeven heuvels, maar ook op mythen. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 voor Chr. - 17 na Chr.) had bij het schrijven van zijn monumentale Ab Urbe Condita ('Sinds de stichting van de Stad') geen zuiver historisch relaas voor ogen, maar wel een literair verhaal over het glorieuze Romeinse volk, heersers van Mare Nostrum. De Romeinen komen niet uit het niets, ze stammen af van de uit de Homerische sagen ontsnapte Trojaan Aeneas die naar Italië kwam. Zo gaat het verhaal verder tot aan de tweeling Romulus en Remus, die gezoogd werden door de wolvin en later Rome zouden stichten. Daarna komen de verhalen van de zeven koningen van Rome, de oprichting van de republiek, de grote Punische oorlogen, de burgeroorlogen die via de opkomst en val van Julius Caesar zullen uitmonden in de alleenheerschappij van Augustus. Livius schreef het werk in opdracht van die laatste en was dus niet onpartijdig. De geschiedenis werd ondubbelzinnig ingezet als propaganda en vele verhalen die wij als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen, hebben pas bij Livius hun canonieke vorm gevonden. Livius' doel was om het gezag van Augustus te consolideren als de logische vervolmaking van de geschiedenis. 

Jammer genoeg heeft hij zijn werk niet kunnen volbrengen. Livius schreef in totaal 142 boeken, die het verhaal vertellen tot het jaar 9 na Christus. Let wel, een 'boek' betekent hier niet hetzelfde als wat wij er vandaag onder begrijpen. Zo'n 'boek' is de hoeveelheid tekst die paste op een 'boekrol', waarop men in de Oudheid schreef, en komt ongeveer overeen met een dertigtal pagina's. Waarschijnlijk was het doel om 150 boeken te schrijven, en tot aan de dood van Augustus te komen, maar daar is Livius niet aan toe gekomen. Bovendien is zijn Ab Urbe Condita slechts gedeeltelijk bewaard gebleven. Livius' werk werd ingedeeld in telkens verzamelingen van tien zulke boeken, die men decades noemt. Enkel de boeken 1-10 en 21-45 (decades 1, 3, 4 en de helft van 5 dus) hebben de geschiedenis overleefd.

Over de drukker

Het zijn deze boeken die je terugvindt in deze editie uit 1493. Deze werd gedrukt in Venetië door Zouane Vercellese (of Giovanni Rosso) in opdracht van Lucantonio Giunta, een van de vroegste vertegenwoordigers van de uitgeversdynastie met dezelfde naam die na verloop van tijd vestigingen had over heel Europa. Het was niet de eerste keer dat het werk van Livius werd gedrukt. Dit is al de vierde editie – een bewijs van hoe populair en autoritair deze Romein was. Het boek is verzorgd gedrukt in twee kolommen van telkens 63 lijnen en bevat talrijke houtsneden als illustraties, waarvan sommigen reeds verschenen waren in de Malermibijbel van 1490 – en dat was ook een uitgave van Giunta. Een slim hergebruik van materialen om de kosten te drukken.

Uniek in België

Het exemplaar dat nu bij de Bijzondere Collecties berust, is het enige van deze editie in België. Het is jammer genoeg niet volledig. Het boek telt 347 van de 382 folio’s - maar dit is toch voldoende om te beschikken over Livius’ volledige tekst. Enkel het voorwerk en het bijgevoegde werk over de Punische oorlog ontbreken. 

"Je zou me gerust een dag mogen opsluiten met dit boek." (Christian Laes)

Wist je dat?

Het werk is als enige van de zes geschonken wiegendrukken gesteld in de volkstaal, het Italiaans en niet in het Latijn. De vertaler zou niemand minder zijn geweest dan Giovanni Boccaccio, de humanist die de meesten vooral kennen als auteur van de Decamerone. Er is veel discussie over of de man nu werkelijk de vertaler is of niet, maar zeker is wel dat hij alvast niet het gehele werk heeft vertaald (er is immers geen enkele integrale vertaling van Livius van dezelfde hand gekend). Op basis van stilistische kenmerken komt de vierde decade nog het meest in aanmerking om door de Italiaan te zijn omgezet. Indien dat waar is, zou het ook een ander licht werpen op de intellectuele activiteiten van Boccaccio.

Meer lezen? 

  • Lorenzo dell'Oso, 'Reopening a Question of Attribution: Programmatic Notes on Boccaccio and the Translation of Livy', in: Heliotropia: Forum for Boccaccio Research and Interpretation. 10:1-2 (2013), 1-16.
  • William A. Pettas, The Giunti of Florence: A Renaissance Printing and Publishing Family: a History of the Florentine Firm and a Catalogue of the Editions. New Castle, Del.: Oak Knoll Press, 2013, 1-9.
  • Massimo Ceresa, "Giunti, Lucantonio, il Vecchio", in: Dizionario Biografico degli Italiani - Volume 57 (2001). Online geraadpleegd op 4 februari 2026.

Bekijk het interview met Christian Laes

De civitate Dei - Geschiedenis, filosofie en theologie

Aurelius Augustinus, De civitate Dei. Met een commentaar van Thomas Waleys en Nicolaus Trivet.
Leuven: Jan van Westfalen, 14 oktober 1488. 
Universiteit Antwerpen, UB, Bijzondere Collecties: MAG-P 15.544.
Klik hier om het volledige boek digitaal te doorbladeren. 
Trotse peter: John Arblaster, directeur en hoofddocent bij het Ruusbroecgenootschap - Bekijk het interview hier

"Het belang van Augustinus kan onmogelijk overschat worden." (John Arblaster)

Bijschrift: Joe Biden citeerde deze passage uit boek 19, hoofdstuk 24, waarin Augustinus zegt dat het volk verenigd is rond een aantal objecten die het liefheeft.

Over het boek 

Kerkvader Augustinus beschrijft in De civitate Dei, wat een van zijn bekendste teksten zou worden, de strijd tussen de vergankelijke, aardse stad en de eeuwige stad van God. Hij schreef het 22-delige handschrift tussen 413 en 426; de val van Rome in 410 vormde het uitgangspunt. Het werk was zeer bepalend voor de ontwikkeling van de theologie. Gedurende de middeleeuwen werd het veelvuldig gekopieerd. De tekst is zowel in handschrift als in druk overgeleverd. 

Deze specifieke editie dateert uit 1488 en is gedrukt in de Lage Landen, meer bepaald in de universiteitsstad Leuven.

Over de drukker

Johannes Van Westfalen was een van de eerste drukkers in de Nederlanden en werkte in zijn begindagen samen met die andere bekende grondlegger van de boekdrukkunst in de Lage Landen, Dirk Martens. Vanaf 1474 werkte Van Westfalen als zelfstandig drukker en boekhandelaar in Leuven. De incunabel die nu in Antwerpen berust, is een editie die werd becommentarieerd door de 13de-eeuwse theologen Nicholas Trivet en Thomas Waleys. Van Westfalen was afkomstig uit Duitsland en zou eerst actief zijn geweest in Italië, om daarna in de Lage Landen als drukker te starten. Het is boeiend om die internationale dimensie in incunabelen (en hun drukkers) te zien. 

Overlevering

Het betreft de enige Leuvense uitgave van Augustinus’ tekst én er zijn in België slechts 3 van de in totaal 24 exemplaren bewaard.  

Wist je dat?

In de eerste halve eeuw na de uitvinding van de boekdrukkunst werd er volop geëxperimenteerd met deze nieuwe druktechniek. Enerzijds stonden de eerste boeken nog met één been in de handschriftentraditie; zo zijn er bijvoorbeeld nog geen titelbladen en begint een tekst gewoon bij het begin of het 'incipit'. Anderzijds werd er druk geëxperimenteerd met inhoud en vorm. Incunabelen zijn dan ook unieke getuigen van de kennisrevolutie die zich in de late middeleeuwen voltrok. Informatie werd toegankelijk voor een steeds breder publiek. 

Inzicht op het gebied van van typografie, vormgeving, book design was ook vijfhonderd jaar geleden al van groot belang bij het ordenen van informatie. Onderstaande afbeelding toont links een deel van de inhoudstafel, met een verwijzing naar de verschillende hoofdstukken. Gedrukte folio- of paginanummers ontbreken nog in deze editie. Rechts zou je, in de vierkante witruimte voor het begin van een nieuw tekstonderdeel een zogenaamde wachtletter verwachten. Dat is een voorlopig gedrukte letter, waarover een rubricator in een latere fase met de hand een sierinitiaal kon toevoegen, maar die ontbreken hier. Een mogelijke verklaring kan zijn dat de beoogde lezers van dit werk eigenlijk wel wisten welke letter er moest staan. 

Typisch voor teksten die becommentarieerd werden, is de vormgeving die je hier ziet. Centraal staat de brontekst, daaromheen wordt het commentaar gedrukt. Merk op dat de puntgrootte van de letters varieert: de brontekst is een beetje groter dan het commentaar.

Meer lezen? 

  • Fr. David Vincent Meconi, S.J. (ed.), The Cambridge Companion to Augustine's City of God. Cambridge: Cambridge University Press, 2021.
  • Severin Corsten, "Johann von Westfalen", in: Neue Deutsche Biographie, Bd. 10 (1974), Berlin, Duncker und Humblot, pp. 575-576. Online geraadpleegd op 4 februari 2026.

Bekijk het interview met John Arblaster

Temporum breviarium - Een samenvatting van de tijd

Eusebius Caesariensis (e.a.), Chronicon id est temporum breviarium. 
Venetië: Erhard Ratdolt, 1483.
Universiteit Antwerpen, UB, Bijzondere Collecties: MAG-P 13.2091.
Klik hier om het volledige boek digitaal te doorbladeren.
Trotse peter: boekhistoricus Pierre Delsaerdt - Bekijk het interview hier

"Bij het tabellaire gedeelte toont zich de meester van de boekdrukkunst die Erhard Ratdolt was." (Pierre Delsaerdt)

Bij de nieuwe aanwinsten horen drie geschiedkundige werken, waaronder een werk over de geschiedenis van Rome en twee kronieken of historische overzichtswerken. Die werken zijn interessant om te zien welke gebeurtenissen en onderwerpen de kroniek halen, en hoe men - letterlijk dan - geschiedenis schreef. Zo bevatten beide werken, amper dertig jaar na Gutenberg, reeds een speciale verwijzing naar de uitvinding van de boekdrukkunst. Hoewel de kronieken ons ver terugvoeren in de tijd, proberen ze ook de meer recente geschiedenis vast te leggen. Beide boeken illustreren bovendien de inventiviteit van de drukkers en laten zien hoe vroegere eigenaars van de boeken zelf ook zinvolle aantekeningen maakten. 

Over het boek Chronicon

Het eerste werk, getiteld Chronicon id est temporum breviarium, werd aan het begin van de vierde eeuw geschreven door Eusebius, de bisschop van Caesarea (in Palestina) die tevens raadsman was van de Romeinse keizer Constantijn de Grote. Oorspronkelijk verscheen dit werk in het Grieks, in twee delen. Het eerste deel bevatte een wereldkroniek vanaf de tijd van Abraham tot keizer Constantijn I (325). Het tweede deel bevatte een lijst met data en informatie in de vorm van tabellen. Het incunabel dat in 1483 (2de druk) door Ratdoldt werd uitgegeven, betreft een Latijnse vertaling en werd aangevuld met werk van andere samenstellers. Zodoende bevat deze kroniek een overzicht van de geboorte van Abraham tot aan de gebeurtenissen van het jaar 1481, amper drie jaar voor het boek gedrukt werd dus. 

"Het Chronicon is geen doorlopend verhaal. Vandaag zouden we zeggen, het is een Excel-bestand, met kolommen en rijen en op elke rij worden er gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis vermeld." (Pierre Delsaerdt) 

Over de drukker

Erhard Ratdoldt was afkomstig uit Beieren en nam de boekdrukkunst vanuit Duitsland mee naar Noord-Italië, en meer specifiek naar Venetië. Die stad werd een echt centrum voor de boekdrukkunst om verschillende redenen. Ze was uitstekend gelegen tussen Italië (waar de Renaissance al volop aan het opkomen was) en het meer noordelijke Europa. Daarnaast was het ook een rijke stad, wat belangrijk is voor de afzetmarkt van het nieuw gedrukte boek - wat toch een duur product moet zijn geweest. Ratdoldt was een echte vernieuwer in het boekdrukken en experimenteerde met verschillende druktechnieken. Hij was onder meer gespecialiseerd in het drukken van wetenschappelijke werken - zo verzorgde hij de editio princeps van Euclides' Elementa geometriae waarvan hij de marge reeds voorzag van gedrukte geometrische figuren. Ook Eusebius' Chronicon vormde voor de stoutmoedige drukker een oefening in het weergeven van tijdsnotatie en gebeurtenissen. Ratholdt plaatst de tekst in verschillende kolommen naast elkaar, met verschillende datumnotaties. Het drukken van die lijnen en het gebruik van tweekleurendruk (doorgaans zwart, aangevuld met rode accenten om structuur aan te brengen in de tekst of om speciale gebeurtenissen, zoals de geboorte van Christus, in de verf te zetten) moet enorm tijdrovend zijn geweest en veel expertise hebben gevraagd. 

Het exemplaar van de Bijzondere Collecties is duidelijk veel gebruikt geweest doorheen de geschiedenis. Verschillende vroegere eigenaars hebben er hun naam in geschreven of in de marge bepaalde belangwekkende gebeurtenissen aangestipt om ze later sneller terug te vinden. Zo vind je hier een handmatige toevoeging over de dood van de profeet Mohammed, wat laat zien dat dergelijke boeken effectief werden gebruikt voor persoonlijke studie of lectuur. 

Wist je dat? 

"Van de verschillende overgeleverde en gedigitaliseerde exemplaren die ik gezien heb, blijkt dit exemplaar veruit een van de mooiste te zijn." (Pierre Delsaerdt)

Overlevering 

Deze specifieke editie is goed bewaard gebleven. De ISTC of Incunubula Short Title Catalogue maakt melding van exemplaren in 256 instellingen, waaronder 1 in België, namelijk in Louvain-la-Neuve. Nu is er dus een tweede Belgische bibliotheek die zich de eigenaar van een exemplaar van deze druk mag noemen. 

Meer lezen?

  • ​"Erhard Ratdolt, 1486-1524", in: Christoph Reske (ed.), Die Buchdrucker des 16. und 17. Jahrhundert im deutschen Sprachgebiet : auf der Grundlage des gleichnamigen Werkes von Josef Benzing. Wiesbaden: Harrasowitz Verlag, 2015, 29-30.
  • Ch. Reske, "De Venise à Augsbourg: Erhardt Ratdolt, un imprimeur d'exception", in: Alain Mercier (ed.), Les trois révolutions du livre: catalogue de l'exposition du Musée des arts et métiers, 8 octobre - 5 janvier 2003. Paris: Imprimerie nationale, 2002, 188-195.

Bekijk het interview met Pierre Delsaerdt

Supplementum chronicarum - De wereld in een boek

Jacobus Philippus de Bergamo [of Giacomo Filippo Forèsti], Supplementum chronicarum. 
Brescia: Boninus de Boninis, 1 december 1485.
Universiteit Antwerpen, UB, Bijzondere Collecties: MAG-P 14.1083.
Klik hier om het volledige boek digitaal te doorbladeren. 
Trotse meter: historica Lisa Demets - Bekijk het interview hier

"Deze kroniek is een universele kroniek en eigenlijk is die manier van aan geschiedenis doen vandaag ook wel weer heel hip. Denk aan Harari bijvoorbeeld die ook Sapiens schrijft." (Lisa Demets) 

Over het boek Supplementum 

Dit boek is een combinatie van een encyclopedie, een vaak lijvig werk met toelichting over bepaalde onderwerpen, en een kroniek, waarbij een chronologische tijdslijn wordt gevolgd. Het Supplementum chronicarum uit 1485, dat is de tweede druk, was een zeer populaire wereldkroniek. De eerste editie van het werk dateert uit 1483 en in uitgaven vanaf 1486 werden er illustraties toegevoegd. Vanaf 1503 verscheen het onder de titel Novissimae hystoriarum omnium repercussiones. Het zou meermaals worden uitgegeven, zowel in het Latijn als in Italiaanse vertaling. Qua opzet is het vergelijkbaar met Werner Rolevincks Fasciculus Temporum, waarvan Bijzondere Collecties ook een exemplaar bezit (MAG-P 14.184).  

De samensteller van dit werk, Jacobus Philippus Forèsti (1434-1520) was een Augustijner monnik die een groot deel van zijn leven in het klooster van Bergamo doorbracht. In dit werk is hij schatplichtig aan vele andere schrijvers zoals Vincent van Beauvais (ca. 1184-1264), Giovanni Boccaccio (1313-1375) en Antonio Pierozzi (of Antonius van Firenze, 1389-1459). Een kroniek schreef je immers niet alleen, je maakte gebruik van het werk van voorgangers. Dit werk begint met verschillende registers van bijvoorbeeld Bijbelse, mythologische, historische personen. Bijzonder is dat het werk ook Arabische geleerden opneemt en dat een afzonderlijke index bevat op belangrijke vrouwen - iets wat Forèsti mogelijk overnam van Boccaccio. De verschillende registers bij aanvang van het werk zijn een handig hulpmiddel om door het boek te navigeren. 

Over de drukker

In deze editie voorzag de drukker de teksten van een gedrukte chronologische, verticale tijdlijn in de marges, gemarkeerd met jaartallen die tellen vanaf de schepping van de wereld en de geboorte van Christus. Dit grafische hulpmiddel maakt het gemakkelijk om informatie snel terug te vinden. Deze editie verscheen in Brescia bij Bonino de Boninis (1454-1528), een pionier in de boekdrukkunst, afkomstig uit het huidige Kroatië. Merk op dat het boek handgeschreven wachtletters bevat die met gekleurde initialen (lombarden) werden aangevuld. Hierbij werd afwisselend van blauwe en rode inkt gemaakt, wat een zeer elegant resultaat oplevert.  

Overlevering

Wereldwijd zijn er ongeveer honderd exemplaren van deze editie bekend, waaronder nu drie exemplaren in België. 

Wist je dat? 

Dit exemplaar zou hebben toebehoord aan Julius Echter von Mespelbrunn (1545-1617), prins-bisschop van Würzburg. Zijn naam wordt vermeld in een handgeschreven notitie op het laatste blad. Hij zou betrokken geweest zijn bij de heksenvervolgingen in Würzburg in de zeventiende eeuw, wat uiteraard in contrast staat met Forèsti's (positieve) aandacht voor beroemde vrouwen. Naar de verdere provenance van het boek is trouwens meer onderzoek nodig. 

De medewerkers van Bijzondere Collecties registreerden alle incunabelen overigens in MEI (Material Evidence in Incunabula), een databank van het Consortium of European Research Libraries. Hiermee hopen we internationaal onderzoek te stimuleren en op termijn meer duidelijkheid te krijgen over de vroegere bezitters van de zes incunabelen die hier op de expo centraal staan. 

Meer lezen? 

  • Wim François, 'Foresti's World Chronicle' in: Manuscripts & Precious Books in the Maurits Sabbe Library – KU Leuven. Leuven: Peeters, 2019, 38-39.


Bekijk het interview met Lisa Demets

Antonius Gazius' bloemenkrans - Tips voor een gezond leven

Antonius Gazius, Corona florida medicinae, sive De conservatione sanitatis.
Venetië: Giovanni en Gregorio di Gregori, 20 juni 1491. 
Universiteit Antwerpen, UB, Bijzondere Collecties: MAG-P 14.1082.
Klik hier om het volledige boek digitaal te doorbladeren.
Trotse meter: diëtiste Sanne Mouha - Bekijk het interview hier

"Ik heb dit boek de titel bloemenkrans meegegeven omdat ik het met veel zorg heb samengesteld uit oudere bloemlezingen." (Antonius Gazius)

Zo schrijft Antonius Gazius vooraan in zijn geneeskundig werk Corona florida medicinae, sive De conservatione sanitatis, gedrukt in Venetië in 1491 door de gebroeders Johannes en Gregorius de Gregoriis uit Forli in Noord-Italië. 

Over het boek 

Over Antonius Gazius (of Gadius, of Antonio Gazio) is niet veel met zekerheid geweten. Hij was van Noord-Italiaanse afkomst - zowel Padua als Cremona worden als geboortestad genoemd - en ook de geboortedatum varieert afhankelijk van de bron van 1449 tot 1461. Hij studeerde geneeskunde aan de universiteit van Padua en trok daarna als geneesheer door Europa, wat hem zelfs tot aan het hof van Hongarije en Polen bracht. Gazius stierf in 1528. 

Gazius schreef verschillende medische traktaten, maar zijn hoofdwerk was Corona florida medicinae, een populair-wetenschappelijke gids tot een gezonde levensstijl. In meer dan driehonderd hoofdstukken behandelt hij onderwerpen die gaan van voldoende slaap en lichaamsbeweging tot aanbevelingen over seks en hygiëne. Bovenal spreekt hij over voeding: welke kwaliteiten bevatten verschillende levensmiddelen en hoe moet je ze bereiden, of hoeveel mag je ervan eten en drinken? De effecten van saffraan, verschillende soorten melk of wijn en de bereidingswijzen van verschillende soorten vlees worden vermeld.

Er wordt aangenomen dat het werk een samenvatting en vermenging is van minder bekende joodse en Arabische teksten met meer gangbare westerse medische teksten. Gazius vermeldt zijn bronnen in het voorwerk. Hij deelt ze op in vier categorieën: 

  • artsen, zoals Galenus en Hippocrates, maar ook minder bekende namen van Petrus de Abano, een Italiaanse arts uit de dertiende eeuw en Haliabas, een Spaanse arts van Moorse afkomst; 
  • filosofen of denkers, zoals Maimonides, Plato, Aristoteles, Augustinus en Boëthius; 
  • dichters, zoals Ovidius en Vergilius; 
  • geestelijken, zoals apostelen Paulus en Johannes, en kerkvaders zoals Ambrosius en Augustinus.

Overlevering

Corona florida medicinae kende in latere jaren verschillende herdrukken, maar deze editie is de enige incunbeluitgave van het werk. Van de 121 nog bekende exemplaren berust er één in de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) en nu ook een tweede aan de Universiteit Antwerpen. 

Wist je dat? 

Boeken legden in de vroegmoderne periode (en ook later) vaak grote reizen af. Ze wisselden van eigenaar en vaak lieten die verschillende eigenaars ook sporen in de boeken achter. Zo zien we in dit boek een wapenschild van een groen-zilver gestreepte leeuw op een rode achtergrond. Het hoort bij de familie van de Feroldi – een van de oudste families van Brescia die in de tweede helft van de vijftiende eeuw ook banden hadden met Venetië. Het wapenschild zelf zou volgens onderzoek uit de achttiende eeuw stammen, terwijl de boekband uit de vijftiende eeuw stamt is en gesitueerd wordt in Frankrijk (vermoedelijk Parijs). Andere etappes van de reis zijn minder duidelijk, maar we zijn vereerd dat dit boek nu halt houdt bij de Bijzondere Collecties van UAntwerpen.

Meer lezen? 

  • ​Wina Born, Eten door de eeuwen: de geschiedenis van de culinaire cultuur. Baarn: Bosch en Keuning, 1989.

Bekijk het interview met Sanne Mouha

De deliciis sensibilibus Paradisi - Een sensuele hemel

Bartholomaeus Rimbertinus (1402–1466). De deliciis sensibilibus Paradisi. [Samen met:] HENRICUS DE FRIMARIA (ca. 1245–1340). De quattuor instinctibus. 
Venetië: Jacobus Pentius de Leuco, voor Lazarus de Soardis, 25 oktober 1498.
Universiteit Antwerpen, UB, Bijzondere Collecties: MAG-P 12.2762.​
Klik hier om het volledige boek digitaal te doorbladeren.
Trotse peter: historicus en jurist Herman Van Goethem - Bekijk het interview hier

"In het katholieke geloof is het hiernamaals cruciaal. Rimbertinus gaat na hoe de zintuigen zouden kunnen zijn in de hemel, in het Aards Paradijs. De geur van het Aards Paradijs is de meest verheven geur die men zich kan voorstellen." (Herman Van Goethem)

Over het boek 

In de tweede helft van het vijftiende eeuw ging men anders denken over het leven na de dood. Mensen die in de kerken naar preken luisterden, hadden weinig voeling met een zuiver geestelijke invulling van het idee van de hemel. De betere predikers speelden in op het échte, tastbare leven van de gelovigen dat doordrongen is van geuren, smaken, beelden, muziek en aanrakingen. Zo was ook de Florentijn Bartolomeo de' Rimbertini (1402-1466) zeer succesvol en wist hij grote groepen toehoorders geboeid te houden met zijn uitvoerige preken waarin hij ook vaak sprak over hoe het hiernamaals nu écht zou aanvoelen. Het prikkelde de verbeelding. Rimbertinus deed de mensen dromen. De houtsnede op de eerste folio is dan ook heel toepasselijk, ze brengt een predikant en zijn toehoorders in beeld. 

Zijn De deliciis sensibilibus Paradisi ('Over de zintuiglijke genoegens van het Paradijs') past in dit kader. Het werk houdt de lezer voor dat het genoegen dat de zintuigen ons in dit wereldse bestaan schenken, verbleken in vergelijking met de geuren, kleuren en muziek die we na onze dood mogen aanschouwen. Dit gaat allerminst in tegen de opvattingen van de katholieke kerk. Ook in andere kunstvormen uit die periode worden de zintuigen meer geprikkeld: muziek werd meer polyfonisch, schilderijen werden uitbundiger.

"Het is onwaarschijnlijk dat het de heiligen in de hemel ontbreekt aan het uiterst aangename gezang van de nachtegaal en andere vogels uit het Aards Paradijs, zoals Adam ze ook gehoord heeft voor de zondeval." (Bartholomaeus Rimbertinus)

Over de drukker en de overlevering

Het exemplaar dat nu bij Bijzondere Collecties berust, is de editio princeps uit 1498, gedrukt in Venetië door Giacomo Penzio en Lazzaro de Soardi, zo'n dertig jaar na het overlijden van de auteur. Vóór het werk in druk ging, circuleerde de tekst al in verschillende handschriften, maar een gedrukte uitgave zou deze ideeën een bredere verspreiding kunnen geven. Dat is ook gelukt, want er zijn gevallen van navolging bekend. Rimbertinus kwam waarschijnlijk met deze ideeën in contact wanneer hij tijdens een van zijn buitenlandse reizen een handschrift van Johannes van Dambach (een Dominicaanse theoloog uit de veertiende eeuw, uit de Elzas) onder ogen kreeg. Daarin werd reeds de theorie van een sensueel Paradijs beschreven. Rimbertinus geeft dit alles ook ruiterlijk toe in zijn aanhef: "extractus [...] ex tractatu fratris Johannis de Tambaco" ("Het werd samengesteld [...] op basis van een verhandeling van broeder Johannes von Dambach"). Via die weg kwamen deze ideeën vervolgens terecht in het renaissancistische Italië. 

De bundel bevat ook het thematisch verwante De quattuor instinctibus, een populair werk van de Augustijn Henricus van Freimar over het onderscheidingsvermogen van geesten.

Voor zover we weten, is er slechts één andere editie bekend, gedrukt in Parijs in 1514. De incunabeleditie is eerder zeldzaam te noemen. Volgens de Gesamtkatalog der Wiegendrucke zijn er nog 49 exemplaren gekend. Het exemplaar bij de Bijzondere Collecties is het enige exemplaar in België. Bijzonder is het drukkersmerk aan het einde van het boek.  

rimbertinus-drukkersmerk.jpg

Wist je dat? 

Verzamelaars van incunabelen lieten de oude teksten vaak opnieuw binden in een moderne, modieuze band. In dit geval koos een eerdere eigenaar voor een uitvoering in groen marokijn (geitenleer), afgewerkt met goudstempeling. Deze band dateert uit de negentiende eeuw, uit de bekende Londense binderij van Rivière & Son. 

Meer lezen?

  • Laura Ștefănescu, '"De voluptate aurium": The sounds of heaven in a 1501 sensory treatise on the afterlife,' in: Renaissance Studies : Journal of the Society for Renaissance Studies. 38:4 (2023), 595-629.

Bekijk het interview met Herman van Goethem

Van privé-collectie naar bibliotheek

Drie van de boeken uit deze tentoonstelling komen uit de collectie van de Amerikaan Eugene Somer Flamm:

  • Eusebii Caesariensis episcopi Chronicon id est temporum breviarium 

  • Supplementum chronicarum 

  • Corona florida medicinae, sive: De conservatione sanitatis 

Flamm is een neurochirurg met een grote voorliefde voor oude boeken en vooral incunabelen. Hoe zou je anders iemand omschrijven die volgens het verhaal zijn Porsche 365B van de hand deed om met dat geld een editie van Vesalius aan te kopen? Als inwoner van New York had hij die auto toch niet nodig om zich te verplaatsen; boeken daarentegen zijn altijd noodzakelijk.

MAGP_14_1082_FLAMM.jpg

Alle drie de werken dragen het ex libris van Flamm, een wit rechthoekig etiket, met hiërogliefen in een rode cartouche en Latijnse spreuk eromheen: “Vivitur ingenio, caetera mortis erunt” (“Het genie leeft voort, al het overige is sterfelijk” of “Het verstand leeft voort, de rest behoort toe aan de dood”.) Die uitdrukking wordt geassocieerd met Andreas Vesalius, die het gebruikte in zijn anatomische atlas De humani corporis fabrica. Een zeer toepasselijke spreuk, want Flamm concentreerde zich in zijn collectie-opbouw op medisch-historische werken. Inhoudelijk zijn deze uiteraard allemaal niet meer relevant, maar ze zijn wel een mooie reminder over de beperkingen van de medische wetenschap – ook die van de hedendaagse. Wat op een bepaald moment immers cutting edge wetenschap en techniek is, zal ooit medische geschiedenis worden. Een mooie en bescheiden gedachte van een vooraanstaand medicus.

Dankwoord

De Universiteit Antwerpen is zeer dankbaar voor deze schenking. De boeken worden ondergebracht bij Bijzondere Collecties, de dienst die de historische collectie bibliothecair erfgoed van de Universiteit Antwerpen beheert. Deze collectie bestaat uit ruim 20.000 ‘oude drukken’, werken gedrukt tussen circa 1450 en 1850, die in een afzonderlijk depot worden bewaard. De incunabelen werden verwerkt in de bibliotheekcatalogus en zijn, na afloop van de tentoonstelling, op te vragen en raadpleegbaar in de leeszaal van Bijzondere Collecties. 

Het collectieprofiel van Bijzondere Collecties spitst zich in hoofdzaak toe op Antwerpse drukken die inhoudelijk verwant zijn met de geschiedenis van de universiteit en haar voorlopers, of met lopend onderwijs en onderzoek. Vóór de schenking telde Bijzondere Collecties vijf incunabelen, nu staat de teller op elf.

Bijzondere Collecties maakt deze schenking bekend via een tentoonstelling, maar besteedt ook aandacht aan de werken in gastcolleges en rondleidingen. We doen ons best om verder onderzoek naar de incunabelen te stimuleren.