1. Aanvangscompetenties *

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

kunnen lezen en begrijpen van:

  • Frans
  • Engels

specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingsonderdeel

Persoonlijk kunnen formuleren van een architectonisch concept dat getuigt van inzicht in de diepe betekenis van “bouwcultuur” zoals beeld en vorm, structuur en materie, bouwobject en context in een coherente ruimtelijke interactie.

Een grondige kennis hebben van de analoge en digitale voorstellingstechnieken, die in de bachelorjaren aan bod kwamen.

Studenten kennen de veiligheidsvoorschriften van de campusomgeving en passen die correct toe.

2. Eindcompetenties *

  • De student kan een (eigen) methode uitwerken en deze toepassen voor ontwerp / onderzoek. [i.v.m. kerncompetenties M1, M2, M3, M4]
  • De student kan een (eigen) referentiekader opbouwen en implementeren voor ontwerp / onderzoek. [i.v.m. kerncompetenties M4, M5, M8]
  • De student kan het onderzoeks/ontwerpvraagstuk en de uitwerking ervan integreren binnen een multidisciplinair kader. [i.v.m. kerncompetenties M4, M5, M6, M10]
  • De student kan een onderzoeksvraag of projectdefinitie formuleren en het onderzoek/ontwerp origineel en oorspronkelijk en creatief benaderen. [i.v.m. kerncompetenties M1, M3]
  • De student kan eigen ontwerp/onderzoeksactiviteit ontwikkelen en plannen. [i.v.m. kerncompetenties M1, M2, M3]
  • De student kan met de middelen eigen aan de discipline een zelfstandig discours opbouwen, en een architectuurontwerp en ‐ onderzoek doeltreffend verbeelden, rapporteren en presenteren aan leken en professionelen en er een debat over aangaan. [i.v.m. kerncompetenties M7, M9]
  • Studenten kennen de veiligheidsvoorschriften en passen die correct toe.

3. Inhoud *

De masterproef wordt geïnitieerd vanuit  verschillende onderzoeken en ontwerpstudio's. De autonomie van de student staat centraal. De masterproef stoelt op de ontwerp- en onderzoekscompetenties die studenten hebben ontwikkeld in het eerste masterjaar.  Studenten zetten zelfstandig de opzet en planning uit van de masterproef en voeren die uit, rekening houdend met flankerende ondersteuning en begeleiding vanuit een onderzoekszwaartepunt en door een promotor - en eventueel een copromotor. De procedure wordt geregeld via een masterproefreglement. Dit reglement stelt criteria en regelt de organisatie van tussenbesprekingen (feedback) en evaluaties. Door de diversiteit van de onderzoekszwaartepunten zal de masterproef soms meer ontwerpmatig dan wel meer onderzoeksmatig - of een mengvorm , ontwerpend onderzoek - georiënteerd zijn.

Bij het materialiseren van ontwerpen, analyses, …. onder de vorm van schaalmodellen, modellen, werkstukken, …. kunnen de studenten dit werk realiseren in de studio’s en de modelbouwlabo’s van de Universiteit Antwerpen. Als de student een werktuig, een machine, … wenst te gebruiken, kan dit enkel met toestemming van de laboverantwoordelijke. In sommige gevallen zal de student pas een toestel kunnen gebruiken na het volgen van een opleiding. De student dient de geldende afspraken en veiligheidsvoorschriften op te volgen.

              

4. Internationale dimensie *

  • Dit opleidingsonderdeel stimuleert geen internationale en interculturele competenties.

5. Werkvormen, planning van onderwijs- en leeractiviteiten

5.1 Gebruikte werkvormen *

Contactmomenten:

Eigen Werk

Project

  • Individueel

Ontwerpatelier

  • Individueel
  • In groep

5.2 Planning van onderwijs- en leeractiviteiten

De procedure wordt geregeld via het facultair masterproefreglement AJ 2020-2021 (zie 6.4).

5.3 Faciliteiten voor werkstudenten *

6. Evaluatievormen *

6.1 Gebruikte evaluatievormen *

Permanente Evaluatie

  • Medewerking tijdens de contactmomenten

Andere evaluatievormen

  • Schriftelijk werkstuk zonder mondelinge verdediging
  • Portfolio
  • Jury

6.2 Evaluatiecriteria *

Onderzoeks-ontwerpvraagstuk

De student formuleert een eigen onderzoeksvraag of projectdefinitie. Deze is origineel, relevant, helder en multidisciplinair onderbouwd.

Methode

De student kiest relevante onderzoeks- of ontwerpmethoden en implementeert deze met behulp van relevante referenties.

Resultaat

De student biedt antwoord op het vooropgestelde onderzoeks- of ontwerpvraagstuk met diepgang en complexiteit.

Documentatie & presentatie

De student verbeeldt, presenteert en debateert het project doeltreffend.

Proces

De student plant en ontwikkelt ontwerp- of onderzoeksactiviteiten zelfstandig, consistent, proactief en reflectief. De student houdt rekening met gegeven feedback


Studenten voeren voor de start van het praktisch werk/labo, een gepaste risicoanalyse uit in functie van de uit te voeren acties. Ze nemen de gepaste veiligheidsmaatregelen voor zichzelf en de omgeving volgens de methode die werd aangeleerd. 


Studenten mogen generatieve AI-tools gebruiken als hulpmiddel tijdens hun opdracht, vergelijkbaar met initiële zoekmachines zoals Google en voor de controle van grammatica en spelling, maar dienen dit te vermelden. 


De procedure wordt geregeld via het facultair masterproefreglement.

Dit reglement stelt zowel generieke als specifieke criteria en regelt de organisatie van tussenbesprekingen (feedback) en evaluaties.

Wat de timing betreft: conform het Masterproefreglement.

Wat het indienen van de aanmeldingsnota betreft;
2c. indienen van definitieve aanmeldingsnota in Blackboard is voldoende [indiening op papier is enkel van toepassing bij externe promotors].

De beoordeling van de masterproef is drieledig.
Enerzijds vindt een beoordeling plaats als procestoets (op basis van de Ontwikkelingsportfolio), anderzijds als jurybeoordeling (bestaande uit 1) beoordeling van het eindproduct en 2) de beoordeling van de presentatie en verdediging ervan).
Verhouding procestoets – jurybeoordeling; gewichtsverdeling 30% (procestoets – begeleiders) 70% (jurybeoordeling – lezers).

Het proces van de student zal beoordeeld worden aan de hand van de Ontwikkelingsportfolio en het ontwerp/presentatie van de student voor de jury.

7. Studiemateriaal

7.1 Studiemateriaal *

  • Andere:

per studio-thema wordt studiemateriaal voorzien via het studentenportaal. 

aanvullend materiaal voor presentaties wordt steeds in overleg met docent bepaald.

7.2 Facultatief studiemateriaal

Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden:

Separate informatieve en vrijblijvende literatuurlijst zal door de promotor worden meedegedeeld.

8. Contactgegevens *

Lara Schrijver                 Lara.Schrijver@uantwerpen.be

Tine Segers                    Tine.Segers@uantwerpen.be

Erik Wiëers                     Erik.Wieers@uantwerpen.be

Juliane Greb                   Juliane.Greb@uantwerpen.be

Bart Hollanders              Bart.Hollanders@uantwerpen.be

Koen Heyvaert               Koen.Heyvaert@uantwerpen.be

Nicolas Petillon              Nicolas.Petillon@uantwerpen.be

Maximiliaan Royakkers  Maximiliaan.Royakkers@uantwerpen.be

Jan Degeeter                 Jan.Degeeter@uantwerpen.be

Wannes Peeters             Wannes.Peeters@uantwerpen.be

Nathan De Feyter           Nathan.Defeyter@uantwerpen.be

Mari Moura                     Mariana.Moura@uantwerpen.be

Els De Vos                       Els.Devos@uantwerpen.be

 

 

9. Adviezen en tips voor het verwerken van de leerinhoud