1. Aanvangscompetenties *

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

kunnen spreken en schrijven van:

  • Engels

andere:

We verwachten een uitstekende beheersing van het Nederlands (mondeling en schriftelijk). Indien dit nog niet het geval is kan de student hiervoor gratis individuele ondersteuning krijgen via Monitoraat op Maat.

Het is zeer waarschijnlijk dat buitenlandse docenten of gastdocenten, die het Nederlands niet beheersen, eenmalig zullen deelnemen aan de begeleiding van de Masterproef. In dat geval zal de communicatie tijdens de begeleiding in het Engels plaatsvinden. Daarnaast wordt van de studenten verwacht dat ze de benodigde vakliteratuur, wetenschappelijke artikelen en beschrijvingen in het Engels kunnen begrijpen als onderbouwing voor hun ontwerp.

kunnen lezen en begrijpen van:

  • Frans
  • Engels

toelichting:

Toelichting: Als theoretische onderbouwing voor hun ontwerp dienen studenten in staat te zijn de relevante vakliteratuur, wetenschappelijke artikelen en beschrijvingen in het Frans en Engels te begrijpen.

2. Eindcompetenties *

  • 1 Onderzoek: je kan een origineel en relevant onderwerp kiezen en daarvoor een persoonlijke en gefundeerde onderzoekvraag formuleren
  • 2 Onderzoek: Je kan de vereiste kwaliteitsvolle data verzamelen, analyseren en interpreteren welke relevant zijn voor je onderzoek.
  • 3 Onderzoek: Je kan je onderzoek en de resultaten ervan op een wetenschappelijk correcte en grafisch heldere wijze documenteren en rapporteren.
  • 4 Proces: Je kan vanuit je onderzoek een duidelijke ontwerpvisie ontwikkelen en die voorstellen in een goed ruimtelijk concept dat trouw is aan deze visie.
  • 5 Proces: Je kan over je ontwerpproces, visie en concepten via beeldende technieken en media en woord communiceren.
  • 6 Product: Je kan voor je ontwerp een goede organisatie bekomen en deze innovatief, duurzaam en technisch verantwoord detailleren.
  • 7 Product: Je kan in je ontwerpoplossingen een goede ruimtelijke beleving en atmosfeer creëren en deze op creatieve wijze materialiseren.
  • 8 Product: Je kan het finale ontwerp in beeld en/of taal helder en efficiënt en op overtuigende en creatieve wijze communiceren.
  • 9 Reflectie: Je kan de eigen onderzoeks- en ontwerpmethode en het eindresultaat op kritische wijze evalueren.

3. Inhoud *

De studio Morfologie van het Interieur (MVHI) werkt met het concept van 'responsieve interieurs' waarin de relatie tussen mens en ruimte wordt onderzocht.

In de studio Reuse of Modernist Buildings (RMB) verkennen we het thema van het herbestemmen van  modernistische erfgoed na de Tweede Wereldoorlog. In beide studio’s werk je individueel. Je bepaalt zelf de locatie en het onderwerp.


4. Internationale dimensie *

  • Het OO stimuleert internationale en interculturele competenties
  • Studenten gebruiken studiemateriaal in een andere taal dan het Nederlands.
  • De docent nodigt internationale gastdocenten uit.
  • Studenten presenteren in een andere taal dan het Nederlands.
  • Studenten schrijven papers in een andere taal dan het Nederlands.
  • Studenten vergelijken de leerstof in een internationale context.
  • Studenten reflecteren over het eigen culturele referentiekader t.o.v. andere zienswijzen.

5. Werkvormen, planning van onderwijs- en leeractiviteiten

5.1 Gebruikte werkvormen *

Contactmomenten:

  • Hoorcolleges
  • Oefeningensessies
  • Gastcolleges

Eigen Werk

Opdrachten

  • Individueel
  • In Groep

Ontwerpatelier

  • Individueel
  • In groep

5.2 Planning van onderwijs- en leeractiviteiten

Naargelang het doel, de output en de methodiek van de opdracht/onderzoek werk je op eigen initiatief, individueel of samen in een onderzoeksteam. Inhoudelijk en methodisch stuur je zelf het onderzoeksproces. De promotor en copromotor bewaakt mee dit proces en de gekozen onderzoeksmethodiek. 



5.3 Faciliteiten voor werkstudenten *

Contactmomenten

  • geen specifieke faciliteiten
  • Practica: groepsindeling vrij te kiezen

Andere

Bij het materialiseren van ontwerpen en analyses in de vorm van schaalmodellen, maquettes en werkstukken, kunnen studenten dit werk uitvoeren in de studio’s en modelleerlaboratoria van de Universiteit Antwerpen. Indien een student gebruik wil maken van een gereedschap of machine, is dit enkel toegestaan met toestemming van de labverantwoordelijke. In sommige gevallen mag de student een toestel pas gebruiken na het volgen van de vereiste opleiding. De student moet zich houden aan de geldende regels en veiligheidsvoorschriften.  Het gebruik van snijmessen dient steeds veilig en correct te gebeuren zoals beschreven in de veiligheidsinstructiekaart  'werken met afbreekmes' (met informatie over o.a. degelijke messen, veiligheidslat, snijhandschoenen, snijtechniek,…).

6. Evaluatievormen *

6.1 Gebruikte evaluatievormen *

Permanente Evaluatie

  • Procesevaluatie (geen 2de examenkans mogelijk)

Andere evaluatievormen

  • Portfolio
  • Jury

6.2 Evaluatiecriteria *

Evaluatie:

  • Procesevaluatie: 30%
  • Rapportering: 10%
  • Jury evaluatie: 60%

  • Als de jurybeoordeling lager is dan 10, moet de student deelnemen aan de tweede zittijd. 
Studenten slagen met een score van 10/20.


Voor de tweede termijn zijn de criteria als volgt:

  • Jury evaluatie: 80%
  • Rapportering: 20%

Als de beoordeling door de jury lager is dan 10, zakt de student. Studenten slagen met een score van 10/20.

Raadpleeg het Masterproefreglement ("Studentenportaal > mijn opleiding > bachelor- of masterproef > masterproef > faculteit Ontwerpwetenschappen > Facultair masterproefreglement" of via deze link: https://student.uantwerpen.be/UA_SP_MIJN-OPLEIDING/3420087)


Studenten hoeven geen gebruik te maken van generatieve AI. Beperkt gebruik van generatieve AI is alleen toegestaan voor:

Taalondersteuning: spelling- en grammaticacontrole
Eerste verkenning via zoekmachines: het formuleren van zoektermen, het verduidelijken van concepten of definities, een eerste oriëntatie op een onderwerp.

AI moet functioneren als een ontwerpassistent in plaats van een ontwerpauteur. Studenten blijven volledig verantwoordelijk voor alle conceptuele, ruimtelijke, technische en esthetische beslissingen. AI mag worden gebruikt om door studenten gegenereerde ontwerpen te versterken, visualiseren, verfijnen en communiceren, maar niet om het creatieve en kritische ontwerpproces van de student te vervangen.

AI-tools mogen niet worden gebruikt om inhoudelijke input te genereren voor de opdracht (bijv. concepten, ontwerpbeslissingen, volledige afbeeldingen, conclusies, prototypevoorstellen of substantiële tekst). AI ondersteunt alleen, maar draagt niet bij aan de inhoudelijke uitwerking. De student is verantwoordelijk voor de inhoud, betekenis, nauwkeurigheid en kwaliteit van het ingediende werk en houdt rekening met mogelijke fouten, bias en beperkingen in AI-uitvoer. Wanneer AI-tools worden gebruikt, vermeldt de student welke tool is gebruikt en voor welk doel. AI-uitvoer geldt niet als primaire bron; gebruikte informatie moet worden gecontroleerd en correct worden gerefereerd volgens de richtlijnen van het vak of de opleiding. Ongeautoriseerd, misleidend of bronverhullend gebruik van AI wordt beschouwd als een schending van de academische integriteit, volgens de geldende Onderwijs- en Examenregeling (OER), inclusief fraude, zoals bedoeld in OER art. 15.2.1.c.



7. Studiemateriaal

7.1 Studiemateriaal *

  • Artikels/teksten:

​Studio Reuse of Modernist Buildings:

_ Robinson, L. B. (2023). Interior Design Research Methods. Bloomsbury Publishing.

_ Vaux, D. E., & Wang, D. (2021). Research Methods for Interior Design Applying Interiority. Routledge.

_ Plevoets, B., & Cleempoel, K. Van (Eds.). (2019). Adaptive Reuse of the Built Heritage: Concepts and Cases of an Emerging Discipline. Routledge.

  • Powerpoint-presentaties:

Studio Reuse of Modernist Buildings:

The PowerPoint presentation of the lectures will be made available through BlackBoard. 

Studio Morphology of Interiors:

The PowerPoint presentation of the lectures will be made available through BlackBoard. 

7.2 Facultatief studiemateriaal

Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden:

Studio Reuse of Modernist Buildings:

More literature will be advised depending on the design repurpose.

Studio Morphology of Interiors:

More literature will be advised depending on the design repurpose.

8. Contactgegevens *

Titularis:

Sara Eloy: sara.eloy@uantwerpen.be


Studio RMB tutors:

Sara Eloy: sara.eloy@uantwerpen.be

Aude Schuermans: Aude.Schuermans@uantwerpen.be

Iris Van Der Schueren: iris.vanderschueren@uantwerpen.be 


Studio MVHI:

Marjan Michels: marjan.michels@uantwerpen.be

Eva Storgaard: eva.storgaard@uantwerpen.be

Axelle Vertommen: axelle.vertommmen@uantwerpen.be



9. Adviezen en tips voor het verwerken van de leerinhoud