1. Aanvangscompetenties *

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

kunnen spreken en schrijven van:

  • Engels

toelichting:

Met uitzondering voor niet-Nederlandstaligen: een actieve kennis van het Engels is vereist.

specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingsonderdeel

de competenties die corresponderen met de eindtermen van het opleidingsonderdeel: Onderzoeks- en Productdefinitie

2. Eindcompetenties *

  • De master in de productontwikkeling 1.    kan op basis van visie en onderzoek van de productcontext een innovatief productidee definiëren en concretiseren tot een productoplossing met integratie van vorm-, gebruiks- en technische aspecten, rekening houdend met de economische randvoorwaarden;
  • 2.    kan via de toepassing van een integrale ontwerpmethodiek zelfstandig een coherent ontwerpplan opstellen en de uitvoering ervan beheren en bijsturen, en daarbij zijn keuzes verantwoorden met oog voor de veranderlijkheid en uitvoerbaarheid van het productontwikkelingsproces;
  • 3. kan zijn werk kritisch positioneren ten opzichte van de actuele en internationale trends in de productontwikkeling en kan expertise in de eigen (productontwikkeling) en de drie flankerende disciplines - de economische, de menskundige en de technologische – creatief combineren en geïntegreerd toepassen tijdens de verschillende fasen van het ontwerpproces;
  • 4. kan wetenschappelijke modellen en onderzoeksresultaten uit de eigen en flankerende disciplines naar waarde schatten, selecteren, gebruiken en implementeren binnen het eigen onderzoek/proces in de productontwikkeling en wetenschappelijk onderzoek uitvoeren voor het genereren van nieuwe kennis gerelateerd tot het ontwerp of de eigen discipline;
  • 5. kan op basis van de aangeleerde onderzoeksmethodes en –principes zelfstandig een ontwerpgerelateerd onderzoek (analyse, simulatie en verificatie) opzetten, uitvoeren en inzetten om kritische aspecten van het productontwikkelingsproces te verifiëren en de haalbaarheid van de ontwerpresultaten te toetsen;
  • 7. kan optreden als autonoom bruggenbouwer tussen de stakeholders van een productontwikkelingsproces;
  • 8. beschikt over vaardigheden om in diverse professionele situaties het ontwerp en ontwerpproces te visualiseren en te communiceren naar alle betrokkenen (zowel specialisten als leken) van het productontwikkelingsproces;
  • 9. heeft inzicht in de veranderende maatschappelijke en temporele context in een internationaal perspectief, waaronder duurzaamheid (m.b.t. economische, ecologische, sociale , culturele, humane en ethische aspecten) en kan deze expliciteren en zelfstandig integreren in het eigen werk;
  • 11. kan kritisch reflecteren over het eigen leerproces, de eigen ontwerpresultaten en -methoden en ook die van anderen, en deze bij zichzelf gepast bijsturen (waaronder het zelfstandig detecteren en opvullen van kennishiaten).

3. Inhoud *

De masterproef bestaat uit 3 onderdelen.
  • Het ontwerp- of onderzoekstraject (IPD of DR)
  • Het toegepast onderzoek 4 (TO4)
  • Het business plan


1.Integrated Product Design / Design Research:
De student kan opteren voor een integraal ontwerp traject (IPD) of voor een Design Research traject (DR). Voor IPD wordt binnen dit vak de productdefinitie uit het voorgaande vak (onderzoeks -en productdefinitie) omgezet naar een geverifieerd principe-ontwerp en concept-oplossing. Voor studenten die opteren voor een design research (DR) traject wordt in deze fase de onderzoeksopzet uit het voorgaande vak (onderzoeks -en productdefinitie) uitgevoerd (data verzameling), en worden de resultaten en conclusies omschreven (analyse en conclusies).

2.Toegepast Onderzoek 4:
Het Toegepast Onderzoek (TO4) hoort bij de masterproef en omvat die verificaties die relevant zijn voor de gekozen ontwerpfocus. Dit kunnen menskundige, technische, economische, en/of vormgerelateerde verificaties zijn. Duurzaamheid wordt verplicht procesmatig geadresseerd.

3.Ondernemingsplan (Business Concept):
Binnen dit luik wordt voor de masterproef een operationeel ondernemingsplan opgesteld op basis van eerder gemaakte strategische keuzes. Dit onderdeel heeft een eigen docent.


4. Internationale dimensie *

  • Het OO stimuleert internationale en interculturele competenties
  • Studenten presenteren in een andere taal dan het Nederlands.
  • Studenten schrijven papers in een andere taal dan het Nederlands.
  • andere

Studenten hebben de optie (indien beargumenteerd) om hun thesis in het Engels te schrijven en/of in het Engels te presenteren.

Studenten kunnen een buitenlandse stage te doen in het kader van hun thesis.

5. Werkvormen, planning van onderwijs- en leeractiviteiten

5.1 Gebruikte werkvormen *

Contactmomenten:

  • Hoorcolleges

Eigen Werk

Ontwerpatelier

  • Individueel

5.2 Planning van onderwijs- en leeractiviteiten

De student heeft een wekelijks consult bij de interne promotor.
Het staat de student vrij om interne of externe specialisten te consulteren.

5.3 Faciliteiten voor werkstudenten *

Contactmomenten

  • geen specifieke faciliteiten

6. Evaluatievormen *

6.1 Gebruikte evaluatievormen *

Permanente Evaluatie

  • Procesevaluatie

Andere evaluatievormen

  • Schriftelijk werkstuk met mondelinge verdediging
  • Jury

6.2 Evaluatiecriteria *

De evaluatie wordt als volgt opgebouwd:

21 studiepunten op het project

  • de jury en de thesis (masterproef - 90%)
  • een managementscore op de manier waarop de studenten hun traject beheerst hebben (gegeven door de promotor, 10%)

5 studiepunten op toegepast onderzoek

  • de verificaties doorheen het ontwerptraject
  • de formele aspecten van de thesis (refereren, academisch taalgebruik)


6 studiepunten op het business plan


Belangrijk:

  • Voor elk van deze delen geldt een rode vlag van 10/20. Een onvoldoende op één onderdeel geeft een onvoldoende op het volledige opleidingsonderdeel.
  • Doorheen het semester wordt een voortgangsevaluatie gepland over het project. Bij een onvoldoende op deze evaluatie moet deze voortgangsevaluatie hernomen worden op een later tijdstip. Daardoor kan het zijn dat de eindjury niet meer in dezelfde zittijd gehaald kan worden.
  • Indien de student de thesis te laat indient, zal een sanctie toegepast worden op de volledige score van dit opleidingsonderdeel. De sanctie bedraagt minus 2 punten op 20 bij inlevering na de deadline en binnen de 24u, met 1 punt surplus voor iedere bijkomende dag.
  • Alle evaluatiecriteria en praktische afspraken hieromtrent zijn terug te vinden in het document 'Richtlijnen bij de masterproef' en 'Richtlijnen bij het afstuderen' op het studentenportaal voor dit opleidingsonderdeel.


 Gebruik van AI

  • AI mag in deze opdracht actief worden gebruikt in het proces én bij de uitwerking van het eindproduct.
  • AI-output mag worden opgenomen in het eindproduct, op voorwaarde dat je de output kritisch beoordeelt, controleert, verantwoord integreert en kunt toelichten.
  • Je mag AI gebruiken om inhoud, tekst, beelden, code, concepten, ontwerpvoorstellen, prototypevoorstellen, mappings of andere onderdelen van het werk te genereren, te bewerken of te verbeteren, voor zover dit past binnen de afspraken van deze opdracht.
  • Je blijft verantwoordelijk voor de inhoud, betekenis, juistheid, kwaliteit en integratie van alle AI-output die je gebruikt.
  • Je moet kunnen aantonen welke AI-tool je gebruikte, waarvoor AI werd ingezet, welke output relevant was, hoe je die output hebt beoordeeld en verwerkt, en welke keuzes je zelf hebt gemaakt.
  • AI-output geldt niet als bron. Informatie die via AI wordt gevonden of gesuggereerd, moet je controleren aan de hand van betrouwbare en raadpleegbare bronnen.
  • Wanneer AI-output zichtbaar of inhoudelijk deel uitmaakt van het eindproduct, moet duidelijk zijn welke rol AI speelde en welke bijdrage, selectie, aanpassing of integratie van jou afkomstig is.
  • De manier waarop je je AI-gebruik, eigen bijdrage en gemaakte keuzes moet aantonen, wordt verduidelijkt in de opdrachtomschrijving of op Blackboard.

 

7. Studiemateriaal

7.1 Studiemateriaal *

  • Artikels/teksten:

Document 'Richtlijnen bij de masterproef' op het studentenportaal

  • Powerpoint-presentaties:

Presentatie 'introductie masterproef' op het studentenportaal

7.2 Facultatief studiemateriaal

8. Contactgegevens *

alexis.jacoby@uantwerpen.be

johan.neyrinck@uantwerpen.be

kristof.vaes@uantwerpen.be

els.dubois@uantwerpen.be

lukas.vancampenhout@uantwerpen.be

regan.watts@uantwerpen.be

jouke.verlinden@uantwerpen.be

stijn.verwulgen@uantwerpen.be

guido.debruyne@uantwerpen.be

jelle.saldien@uantwerpen.be

filiep.dewitte@uantwerpen.be

bruno.vanson@uantwerpen.be

francis.dams@uantwerpen.be (docent businessplan en intellectuele eigendom/freedom to operate)

tom.vanhoutte@uantwerpen.be (docent Mechanical Design en organisatie Masterproef)

9. Adviezen en tips voor het verwerken van de leerinhoud

Iedere student wordt verwacht zich wekelijks aan te dienen op het consultmoment bij zijn begeleidende promotor. De eventuele copromotor wordt op initiatief van de student minimaal 3 keer per ontwerpfase geconsulteerd.