Inleiding

1.1 Situering van de probleemstelling

Wat hebben de stoomtrein, de grammofoon en de telefoon gemeenschappelijk? Het zijn drie uitvindingen uit de 18een 19e eeuw die, destijds, met scepsis en angst ontvangen werden door een deel van de bevolking. Boeren dachten dat dankzij de stoomtrein die door hun velden raasde hun koeien zure melk zouden geven, de grammofoon zou veroorzaken dat kinderen niet meer zouden leren lezen en dat zou leiden tot het sluiten van bibliotheken en door de telefoon zou niemand meer een concert of kerk bezoeken (Bilton, 2011). We weten dat de drie uitvindingen uiteindelijk wijdverspreid en gebruikt zijn, en dat de toenmalige angsten geen waarheid bleken. Echter, de vraag waar de burgers van destijds mee geconfronteerd werden, is vandaag nog steeds relevant. De burger moet zich verhouden tot nieuwe technologieën die aanwezig zijn in de maatschappij en het vraagstuk van acceptatie door burgers van nieuwe technologieën doemt steeds weer op.

De samenleving gebruikt steeds meer complexe technologieën. De toename van het gebruik en de toepassing van complexe technologieën is een realiteit die zich afspeelt in verschillende sferen en domeinen van de huidige kennissamenleving (Hasna, 2009). De burger wordt meer en meer geconfronteerd met technologieën gebaseerd op artificiële intelligentie of ‘big data’, maar denk ook aan ‘bio-engineering’ technologieën zoals genetische manipulatie en andere vormen van complexe technologie. Zo maken bedrijven in de informatietechnologie-industrie, zoals ‘Facebook’ en ‘Google’, gebruik van deze complexe technologieën die onder andere de vorm aannemen van algoritmes. De inzet van zulke technologieën beperkt zich niet tot de private sector, maar deze worden ook toegepast in de publieke sector. Het toenemend gebruik van complexe technologieën speelt zich af binnen een sociale en regulerende context waarin de overheid de complexe technologieën gebruikt, reguleert en oplegt (Macoubrie, 2004).De burger moet zich verhouden tegenover de complexe technologieën waarmee hij al dan niet vrijwillig geconfronteerd wordt. Het succes van complexe technologieën steunt op de aanwezigheid van gebruikersacceptatie, dus dringt de vraag naar de acceptatie van de technologie zich steeds meer op (Mellouli et al., 2016). Binnen dit onderzoek gaan we in op deze kwestie door ons volgende onderzoeksvraag te stellen: “Welke factoren beïnvloeden de acceptatie van complexe technologieën door burgers en welke rol spelen vertrouwen in de overheid, vertrouwen in wetenschapen en vertrouwen in technologie hierin?”.

De literatuur rond het thema van acceptatie van technologie is uitgebreid en reikt tal van verklaringstheorieën en theoretische raamwerken aan zoals het wijdverspreide ‘Technology Acceptance Model’ (TAM). Echter, binnen de literatuur wordt de rol van de overheid vaak over het hoofd gezien. Zoals hierboven vermeld, kan een overheid complexe technologieën gebruiken, reguleren en opleggen en heeft zij dus een duidelijke rol te spelen. Blind (2007)schrijft dat vertrouwen in de overheid een belangrijke factor is in de steun van overheidsbeleid met betrekking tot complexe technologieën. Toch wordt aan de rol van het vertrouwen in de overheid als gebruiker, regulator en oplegger van complexe technologieën door burgers als niet-directe gebruikers, weinig aandacht besteed in bestaand onderzoek (Kleizen et al., forthcoming).  

Onderzoek heeft uitgewezen dat vertrouwen in de wetenschap een rol speelt bij de aanvaarding van complexe technologieën (Resnik, 2011). Wetenschappers en experts ontwikkelen, ontwerpen, testen en evalueren immers deze complexe technologieën. Verder blijkt uit eerdere studies dat vertrouwen in een specifieke technologie, bijvoorbeeld artificiële intelligentie, een effect heeft op de acceptatie ervan (Glikson & Woolley, 2020).  

Naast vertrouwen in overheid, wetenschap en technologie poogt deze studie ook factoren op te nemen die reeds bekend zijn in de literatuur rond acceptatie van complexe technologieën zoals de complexiteit van technologie(Thompson et al., 1991; Venkatesh et al., 2003), kennis van technologie (Connor & Siegrist, 2010; Ho et al., 2017), risico’s, voor- en nadelen van technologie (Huijts et al., 2012) en attitude tegenover de technologie (Dwivedi et al., 2017; Verma et al., 2018; Zhou et al., 2010).  

Wij willen een geïntegreerde verklaring van acceptatie van complexe technologieën aanbieden, waarin enerzijds aandacht wordt besteed aan factoren die binnen de literatuur al gekend zijn en waarin anderzijds de factoren: vertrouwen in de overheid, vertrouwen in de wetenschap en vertrouwen in de technologie worden geïntroduceerd en hierdoor een leemte in de literatuur opvullen.  Dit doen we in onze studie door een ‘mixed methods’ benadering te gebruiken waarin twee cases van complexe technologieën worden bestudeerd: het ‘Covid Safe Ticket’, welke gebruik maakt van ‘big data’ technologie, en slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur, welke fungeert als AI-technologie.  

1.2 Wetenschappelijke en Maatschappelijke Relevantie

Dit onderzoek draagt op verschillende manieren bij aan de literatuur. Ten eerste levert dit onderzoek een bijdrage aan de literatuur door haar ‘mixed methods’ onderzoeksopzet. ‘Mixed methods’ studies zijn schaars in de literatuur rond acceptatie van complexe technologieën. Door de combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve data kan dit onderzoek een completer beeld geven van de verschillende factoren die invloed hebben op de aanvaarding van complexe technologieën. Daarnaast levert deze studie een theoretische bijdrage aan de literatuur door de factor vertrouwen in de overheid op te nemen in de theorie en de impact hiervan op aanvaarding van complexe technologieën zowel kwalitatief als kwantitatief te testen. De afwezigheid van deze factor in bestaand onderzoek maakt dat deze studie een belangrijke leegte opvult in de literatuur. Ook de invloed van de factoren vertrouwen in de wetenschap en technologieop de aanvaarding van complexe technologieën door burgers wordt getest. 

De maatschappelijke relevantie van dit onderzoek bestaat erin dat dit onderzoek ingaat op twee actuele cases: Covid Safe Ticket (CST) en slimme camera’s in het verkeer tegen gsm-gebruik. Het Covid Safe Ticket was niet weg te denken tijdens de Sars-Cov-2- pandemie. Menig onderzoek naar contact-tracing apps is recentelijk uitgevoerd (Garrett et al., 2022; Garrett et al., 2021; Walrave et al., 2022), maar een studie naar het Covid Safe Ticket kan nieuwe inzichten bieden in de acceptatie van complexe technologieën tijdens een pandemie. Slimme camera’s in het verkeer tegen gsm-gebruik is een vorm van een AI-technologie. De Belgische Federale overheid ziet in de slimme camera’s een instrument dat een bijdrage kan leveren aan verkeersveiligheid (Kustermans & Horemans, 2021). Recentelijk zijn er positieve testprojecten uitgevoerd met de technologie (Vias-Institute, 2020).  

1.3 Overzicht van het rapport

In de literatuurstudie verkennen we de verschillende literatuurstromingen en leggen het fundament voor het conceptueel-theoretische kader van dit onderzoek. De studie verdiept zich in de literatuur rondom technologie acceptatie, vertrouwen in de overheid, vertrouwen in de wetenschap, digitale complexe technologieën en niet-digitale complexe technologieën. In het hoofdstuk “conceptueel-theoretisch kader” wordt het conceptueel-theoretisch kader gepresenteerd en beargumenteerd. De onderzoeksopzet en methodologie van het onderzoek wordt besproken in het hoofdstuk “algemene onderzoeksopzet”. In dat hoofdstuk wordt de ‘mixed methods’ benadering verder besproken, als mede ook de kwalitatieve methode en kwantitatieve methode van dit onderzoek. Daaropvolgend betreft een beschrijving van de twee cases waarop dit onderzoek zich toespitst: het Covid Safe Ticket en slimme camera’s tegen het gebruik van gsm’s achter het stuur. Na de resultaten van het kwalitatieve en kwantitatieve deel van ons onderzoek bespreken wij de te voeren discussie en trekken wij een conclusie. Een sectie met de discussie van resultaten volgt en dit onderzoeksrapport sluit af met een conclusie en eventuele aanbevelingen.