Algemeen onderzoeksopzet

In dit hoofdstuk wordt de opzet en de methodiek van deze studie behandeld. We gaan hierbij in op de mixed methodsbenadering van het onderzoek en methodiek voor het kwalitatieve en kwantitatieve deel. Allereerst wordt de motivatie om voor een mixed methods benadering te kiezen beschreven. Verder wordt er uitgeweid over de selectie van respondenten, het interviewprotocol en de enquête, als mede de manier van datavergaring en -analyse en de ethiek van de respectievelijk kwalitatieve en kwantitatieve delen van ons onderzoek. In dit hoofdstuk stellen we de twee cases, het Covid Safe Ticket en slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur voor en motiveren wij waarom deze worden behandeld in het onderzoek.

4.1 Mixed methods

In dit onderzoek wordt getracht acceptatie van complexe technologieën door burgers te beschrijven en verklaren. Aan de hand van de mixed methods onderzoeksmethoden worden de complexe technologieën, zijnde het Covid Safe Ticket en slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur, bestudeerd. Door gebruik te maken van deze methode, combineren we de context-specifieke inzichten van kwalitatieve methoden met de generaliseerbaarheid van kwantitatief onderzoek. 

Naast een mixed methods benadering, spreken we ook van methodische triangulatie. Zo vindt een kwalitatief onderzoek plaats met diepte-interviews. Dit geeft ons de mogelijkheid te begrijpen hoe respondenten bepaalde concepten verstaan en zorgen voor relevante inzichten, die we verder kunnen meenemen naar het kwantitatieve aspect van dit onderzoek. Voor de kwantitatieve methode is geopteerd voor een survey waardoor wij door middel van statistische analyse de relaties tussen verschillende variabelen hebben kunnen onderzoeken. Ons kwalitatief onderzoek daarentegen is van beschrijvende aard en gaat dieper in op context en beweegredenen (O'Dwyer & Bernauer, 2013). 

Allereerst heeft kwalitatief onderzoek als voordeel dat het de mogelijkheid biedt om complexe fenomenen en contexten beter te begrijpen. Zo krijgen we meer informatie over en meningen van de respondenten inzake het Covid Safe Ticket en slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur. Anderzijds is het nadeel van enkel kwalitatief onderzoek dat kwantitatieve data nodig blijft om de inzichten uit het kwalitatieve onderzoek te kunnen veralgemenen naar de populatie. Zo kunnen we bij een representatieve steekproef generaliseren naar de totale populatie. Verder biedt kwantitatief onderzoek ook de mogelijkheid vergelijkingen te maken tussen groepen en algemene trends en zo patronen numeriek weer te geven. Het nadeel hierbij is wel dat de flexibiliteit van de kwalitatieve methode ontbreekt. Bij de vragen in de survey is het niet mogelijk om door te vragen bij interessante antwoorden.  Ten slotte is bias een gevaar dat zowel bij de diepte-interviews als bij de survey voor kan komen.  Dit in de vorm van interviewer-bias waarbij de respondent kan, wil of durft de vragen niet naar eer en geweten te beantwoorden tegenover een echt persoon en er daarvoor kiest om sociaal wenselijke antwoorden te geven (Ahmad et al., 2019; Choy, 2014; O'Dwyer & Bernauer, 2013; Punch, 2013; Rutberg & Bouikidis, 2018).  

In de navolgende paragrafen wordt voor beide delen van het onderzoek dieper ingegaan op de onderzoekspopulatie, steekproefmethoden, dataverzamelingsmethoden, data-verzameling en tot slot de data-analyse. 

4.2 De methodologische aanpak van het kwalitatieve onderzoek

4.2.1 Selectie respondenten

Zoals in het onderzoekopzet reeds uitgebreid is besproken hebben we voor ons onderzoek gekozen voor een mixed methods methode.  De eerste fase is een kwalitatieve aanpak, bestaande uit diepte-interviews die ons meer inzicht zouden kunnen geven over de aanvaarding en gebruik van complexe technologieën door burgers. We hebben voor onze diepte-interviews 36 respondenten geselecteerd omdat we drie respondenten per categorie wensten. Deze categorieën werden samengesteld op basis van een combinatie van drie selectiecriteria: leeftijd, geslacht en opleidingsniveau. Voor de selectie van de respondenten hebben wij besloten dat elke onderzoeker drie respondenten moest aanbrengen, juist om eventuele bias te voorkomen. De respondenten werden geselecteerd op basis van drie selectiecriteria namelijk: leeftijd, opgedeeld in jong (18j-30j), midden (30j-65j), oud (65 of meer), geslacht (man of vrouw) en opleidingsniveau (laag=secundair en hoog= bachelor, master of gelijkaardige opleidingen die al voltooid zijn of waar men mee bezig is).  

Een combinatie van de drie selectiecriteria maakt dat wij 12 categorieën hebben met elk drie respondenten. Wij hebben getracht in onze groep respondenten zoveel mogelijk spreiding aan te brengen over alle categorieën, maar moeten constateren dat we relatief meer hoogopgeleide respondenten hebben en iets meer respondenten die in de categorie ‘jong’ vallen. Wij hebben 18 respondenten geïnterviewd over het Covid Safe Ticket en 18 over de slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur. De respondenten zijn pas tijdens het interview geïnformeerd over de door ons gekozen technologie, teneinde spontane beantwoording door de respondenten te verzekeren. Er zijn door ons enkel respondenten geselecteerd die wonen in Vlaanderen en meerderjarig zijn. Wij hebben ervoor gezorgd dat onze respondenten niet geïnterviewd zijn door mensen die zij persoonlijk kennen, zodat er een zekere afstand is tussen de interviewer en respondent. Bovendien hebben de respondenten op vrijwillige basis deelgenomen nadat via email aan alle respondenten de vraag tot deelname aan het onderzoek is gesteld. Door de toenmalige maatregelen omtrent SARS-CoV-2 zijn sommige interviews online afgenomen en andere in persoon.  

4.2.2 Opbouw vragenlijst

Bij het afnemen van de diepte-interviews werd gewerkt met een door ons gestructureerde en uitgewerkte vragenlijst. Er zijn 12 hoofdvragen die gesteld zijn als open vragen waarop de respondenten mochten antwoorden. Op die manier konden de respondenten vrij antwoorden op de vraag en is sturing van de antwoorden door ons vermeden waar mogelijk. Elke vraag volgt een bepaald thema om de 36 interviews gelijkaardig te houden. We hebben dezelfde structuur gevolgd voor de interviews rond beiden technologieën. Er zijn door ons vooraf sub-vragen geformuleerd in het geval dat de respondent de algemene vraag niet begrepen heeft of de respondent de algemene vraag niet genoeg heeft toegelicht. 

De gebruikte vragenlijst is opgesteld aan de hand van onze literatuurstudie en ons conceptueel-theoretisch kader. Allereerst wordt in het interview gevraagd naar het vertrouwen in de overheid, wetenschap en technologie. Nadien wordt in het interview meer toegespitst op de kennis van, en vertrouwen in de specifieke technologieën en de voor- en nadelen van die technologieën. Tenslotte wordt er ook gesproken over de kosten, baten en risico’s van de verschillende technologieën en de concepten die besproken worden in het conceptueel-theoretisch kader. Praktische aanpak van de diepte-interviews.  

Wij hebben tijdens onze studie geleerd hoe wij wetenschappelijke interviews zo goed mogelijk kunnen afnemen. Voorafgaand aan de interviews hebben wij onze kennis hieromtrent opgefrist waarbij we vooral gefocust hebben op praktische interviewtechnieken, zoals de non-directieve doorvraagtechnieken om voldoende nuttige informatie uit de respondent te kunnen halen. Voorafgaand aan het interview hebben de respondenten ingestemd met het doel van het interview (zie Bijlage 2) en de wijze waarop wij omgaan met de bescherming van persoonlijke gegevens zoals beschreven is in een vooraf verstrekt informatieformulier (zie Bijlage 1). Vlak voor de interviews is nog eens de nadruk gelegd op de anonimiteit van de respondent, de wijze van opname van de interviews, de wijze van gebruik van de data en andere aspecten inzake onderzoeksethiek en databescherming. Alle respondenten hebben toestemming verleend voor de interviews en het verzamelen van de daaruit voortvloeiende data. 

4.2.3 Dataverzameling

Elke onderzoeker heeft één interview gedaan waarna het interview-protocol is geëvalueerd en aangepast waar nodig. Omwille van de SARS-CoV-2 pandemie hebben wij respondenten de mogelijkheid geboden om interviews online af te nemen. Bij het interviewen bleek het uitgebreide protocol een goede leidraad, hetgeen de interviewerbias beperkt heeft. Eens alle interviews waren afgenomen, zijn deze volledig getranscribeerd. Tijdens de verwerking werd steeds gewerkt met pseudoniemen om de anonimiteit van de respondenten maximaal te beschermen.  

4.2.4 Data-analyse

De analyse van onze kwalitatieve data is van start gegaan met het opstellen van een codeboek waarin de vergaarde data uit de interviews gecodeerd werd. Het codeboek is in stappen tot stand gekomen. Om te beginnen hebben wij per concept op basis van de literatuurstudie een hoofdcode gemaakt in het codeerprogramma NVivo. Vervolgens hebben wij de door de respondenten verstrekte informatie ingedeeld per hoofdcode of concept. Daarna heeft iedere onderzoeker een hoofdcode of concept uitgediept in subcodes. Wanneer de data als dusdanig gestructureerd was kon elk concept grondig geanalyseerd worden en aangezien alle relevante data bij een concept zijn geplaatst, volgen alle conclusies uit de analyse rechtstreeks uit de data. De analyse kan onderverdeeld worden in een horizontale analyse en een verticale analyse. Bij de horizontale analyse hebben wij geanalyseerd hoe een concept begrepen wordt, welke kenmerken benoemd zijn en hoe vaak een bepaald concept aan bod is gekomen tijdens de afgenomen interviews en werd er gekeken naar eventuele systematische verschillen in de antwoorden tussen de besproken technologie, geslacht, opleidingsniveau en leeftijd. Naast een horizontale analyse is er ook een verticale analyse van de data gemaakt. Bij de verticale analyse is een tabel opgesteld om verbanden tussen de verschillende concepten te kunnen blootleggen zowel per afzonderlijk interview als doorheen alle interviews. 

4.2.5 Ethiek en databescherming

Vooraleer de interviews zijn afgenomen hebben de respondenten een informatieformulier en een toestemmingsformulier getekend.  In het informatieformulier is het doel van de studie, de rol van de respondent in het onderzoek, de voordelen voor de respondent en het verwachte engagement toegelicht. Daarnaast geeft het informatieformulier aan dat de persoonlijke levenssfeer van de respondent steeds beschermd wordt. Door het informatieformulier te tekenen, erkennen de respondenten bovendien dat ze vrijwillig deelnemen aan het onderzoek en dat ze akkoord gaan met de dataverzameling en dataverwerking.  Bovendien erkennen de respondenten dat ze op elk moment kunnen stoppen met het onderzoek. De respondenten geven daarmee tevens aan dat de doelen van het onderzoek duidelijk zijn. Om de data van de respondenten te beschermen, zijn de gemaakte audio-opnames verwijderd nadat ze getranscribeerd zijn en heeft enkel de onderzoeker die het interview heeft afgenomen toegang gehad tot het audiobestand van het interview. Bij het transcriberen werd er steeds gebruik gemaakt van pseudoniemen om te verwijzen naar respondenten.

4.3 De methodologische aanpak van het kwantitatieve onderzoek

4.3.1 Opbouw van de survey 

Het kwantitatieve deel van dit onderzoek omvat de uitvoering en analyse van een survey bij Vlaamse burgers. De survey is ontworpen op basis van het conceptueel-theoretisch kader. Hierin worden elementen benoemd die een impact hebben op het aanvaarden van een technologie en deze elementen worden bevraagd in de survey. Daarnaast zijn er elementen die naar voren zijn gekomen in de diepte-interviews die belangrijk bleken voor bepaalde respondenten. Om die reden zijn items zoals gezinssituatie, om te vragen naar inwonende kinderen, en autorijdend opgenomen in de survey.  

De surveyvragen zijn door ons in een bepaalde volgorde gesteld. Eerst is aan de respondent gevraagd om enkele vragen over demografische factoren te beantwoorden, teneinde om de respondent eerst makkelijke vragen te laten beantwoorden. Vervolgens is eerst het algemeen vertrouwen van de respondent in mensen bevraagd. Daarna is het vertrouwen van de respondent in de overheid, de wetenschap en AI-technologie bevraagd. Vervolgens volgen een paar vragen over de kennis van de respondent over slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur en de voor- en nadelen van deze complexe technologie. Vervolgens is gevraagd hoe belangrijk de respondenten bepaalde voor- en nadelen van slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur vinden. Hierna worden er vragen gesteld specifiek over het vertrouwen in deze technologie, om bias te voorkomen. Vervolgens volgen er vragen over de attitude van de respondent tegenover de slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur en over de acceptatie van deze technologie. De survey sluit af met vragen aan de respondent of deze met de auto rijdt, een gsm gebruikt achter het stuur, in welke sector hij of zij actief is en als laatste of hij of zij nog op- of aanmerkingen heeft op onze survey.  

4.3.2 Survey

In tegenstelling tot het kwalitatief deel van dit onderzoek, wordt in de survey maar één van de twee technologieën die werden gebruikt in het kwalitatief deel opgenomen. In deze survey wordt het Covid Safe Ticket (CST) niet bevraagd. Deze overweging is gemaakt vanwege een aantal redenen. Ten eerste waren er tijdens de periode dat de survey ontworpen werd signalen dat het gebruik van het CST binnenkort zou worden afgeschaft. Hiermee neemt de relevantie van een survey naar het accepteren van het CST af. Ten tweede is in de diepte-interviews naar voren gekomen dat respondenten in hun antwoorden op vragen over het CST het al dan niet steunen van de geldende crisismaatregelen tegen de corona-19 pandemie betrekken hetgeen dat het moeilijk is om de acceptatie van het CST als technologie te bevragen. Immers ligt de nadruk van respondenten soms duidelijk meer bij de coronamaatregelen in het algemeen, waarvan het gebruik maken van het CST er slechts één van is. Hetgeen ons heeft doen concluderen dat een survey die de acceptatie van het CST bevraagd te veel ‘ruis’ zou bevatten. Ten derde zijn slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur een technologie die mogelijk ingezet gaat worden en een technologie waarvan de toepassingen in de toekomst nog uitgebreid zouden kunnen worden. Daarom is een survey die de acceptatie van slimme camera’s die controleren op gsm-gebruik achter het stuur bevraagt relevanter dan een survey die de acceptatie van het CST bevraagt. 

De concepten die aan bod komen in de survey zijn meetbaar gemaakt door gebruik te maken van wetenschappelijke literatuur over het accepteren van technologie. Ons onderzoek is te beperkt in de tijd om zelf een survey op te stellen en te valideren en daarom is gebruik gemaakt van bestaande surveys in de literatuur die al gevalideerd zijn. De vragen uit deze surveys zijn aangepast voor onze doeleinden. Voor het concept vertrouwen in de overheid hebben wij op basis van het onderzoek van Alessandro et al. (2021) negen vragen ontworpen voor onze survey. Deze vragen bevragen de subconcepten transparantie, competenties/bevoegdheid en eerlijkheid/welwillendheid. Voor het concept vertrouwen in de wetenschap zijn op basis van het onderzoek van Nadelson et al. (2014) negen vragen ontworpen voor onze survey. Deze vragen bevragen de subconcepten transparantie, competentie en eerlijkheid. Voor het concept vertrouwen in technologie zijn op basis van het onderzoek van Siau and Wang (2018) tien vragen ontworpen voor onze survey. Deze vragen bevragen de subconcepten betrouwbaarheid, veiligheid en privacybescherming, testbaarheid, transparantie en verklaarbaarheid. Ook de vragen voor het concept vertrouwen in slimme camera’s als technologie zijn op basis van dit onderzoek ontworpen. Voor de concepten complexiteit van de technologie en perceptie van de eigen kennis is geen literatuur gebruikt voor het ontwerpen van de vragen. De wetenschappelijke literatuur over deze concepten en acceptatie van de technologie veronderstellen dat de respondent de technologie zelf gebruikt en niet enkel ondergaat, zoals het geval is bij slimme camera’s. Voor het concept attitude tegenover de technologie zijn vier vragen ontworpen op basis van het onderzoek van Al-Jabri and Roztocki (2015),  Choi et al. (2007) en Nah et al. (2004) . Voor het concept acceptatie van de technologie zijn twee vragen ontworpen op basis van het onderzoek van Broman Toft et al. (2014). Deze twee vragen bevragen respectievelijk een algemene benadering en een persoonlijke benadering van de acceptatie van een technologie.  

4.3.3 Selectie respondenten, representativiteit & datavergaring en methode

De data uit dit onderzoek is afkomstig van een bevraging bij het burgerpanel van M²P (de onderzoeksgroep ‘Media, Movements en Politics’ verbonden aan de Universiteit Antwerpen). Voor de bevraging is gebruik gemaakt van een survey gecreëerd in het programma Qualtrics. 1925 leden van het burgerpanel van M²P zijn uitgenodigd om deel te nemen aan onze survey.

De uitnodiging om aan de bevraging deel te nemen is verstuurd via e-mail op 3 maart 2022, waarna het burgerpanel een week later op 10 maart 2022 nog een e-mail ter herinnering kreeg. De data zijn over een tijdspanne van twee weken verzameld. Het is belangrijk op te merken dat het burgerpanel van M²P niet representatief is voor de Vlaamse bevolking, omdat binnen de groep van leden van het burgerpanel een oververtegenwoordiging van mannen, hoger opgeleiden en ouderen bestaat. Daarom maken we gebruik van een weging op basis van de variabelen geslacht, opleiding en leeftijd. Toch nuanceren we deze weging, aangezien er ook variabelen zijn die we niet in rekening kunnen brengen. Zo is de groep leden van het burgerpanel van M²P die gereageerd hebben op onze survey wellicht over het algemeen ook meer politiek geïnteresseerd dan de modale Vlaming en zal de groep wellicht een iets hogere mate van vertrouwen in de wetenschap hebben.

Aanvankelijk betrof de steekproef 493 respondenten, waarin ‘missing cases’ aanwezig waren. Om praktische redenen is er in dit onderzoek voor gekozen om de ‘missing cases’ niet mee te nemen in de analyse. Hierdoor behouden we een consistente steekproef op basis waarvan analyses en eventuele conclusies kunnen worden gedaan. Na het filteren op ‘missing cases’ bleef een steekproef van 469 respondenten over en deze wordt meegenomen in de verdere analyse.  

4.3.4 Data-analyse

De data zijn geanalyseerd met behulp van het statistisch programma SPSS. Dit programma laat toe om verschillende statistische analyses uit te voeren. Door ons is een factor- en betrouwbaarheidsanalyse uitgevoerd van elk concept waar meerdere vragen in de survey verbonden aan zijn. Dit laat ons toe om te onderzoeken of met de vragen verbonden aan een concept meerdere dimensies worden bevraagd en of de interne consistentie van het onderwerp kan verhoogd worden door een vraag weg te laten. Om de interne consistentie van de concepten te verhogen, zijn er soms vragen weggelaten. Uit de door ons uitgevoerde factor- en betrouwbaarheidsanalyse bleek dat er geen reden was om aan te nemen dat vragen over een bepaald concept verschillende dimensies meten. Na de factor- en betrouwbaarheidsanalyse zijn door ons schaalgemiddelden gemaakt van de vragen met betrekking tot een concept.  

Met deze schaalgemiddelden zijn lineaire regressies uitgevoerd met controlevariabelen, onafhankelijke variabelen en afzonderlijk de afhankelijke variabelen ‘Accept1’ en ‘Accept 2’. Zowel de regressie van ‘Accept 1’ als de regressie van ‘Accept 2’ voldeden aan de assumpties van lineariteit, normaliteit, homoscedasticiteit en daarnaast hebben wij geen multicollineariteit tussen de verschillende verklarende variabelen kunnen vaststellen.

4.3.5 Ethiek en databescherming

Zoals hierboven beschreven, is de survey uitgevoerd met behulp van Qualtrics. De bevraging werd zodanig ingesteld dat het programma geen gegevens bijhoudt van de respondenten. Er is aan de respondenten niet gevraagd om een e-mailadres of andere gegevens op te geven die kunnen gebruikt kunnen worden om de respondent te identificeren Qualtrics heeft wel de mogelijkheid om IP-adressen en locatie-coördinaten van de respondenten te verzamelen, maar van deze mogelijkheid is voor deze survey geen gebruik gemaakt. Hierdoor kunnen we volledige anonimiteit garanderen. Voordat de respondent kon beginnen aan de survey, kreeg de respondent eerst een pagina te zien met informatie over het onderzoek. Op die pagina wordt de aanzet van het onderzoek en de rechten van de respondent toegelicht. Op deze pagina stond vermeld dat de respondent die ‘zich akkoord’ zou verklaren in zou stemmen met het volgende: 

"Alle informatie die respondent ons heeft gegeven, zal enkel gebruikt worden voor wetenschappelijke doeleinden. Onder geen omstandigheid wordt informatie van de respondent gedeeld met derde partijen. Hun deelname aan deze studie is vrijwillig. Ze kunnen op elk moment ervoor kiezen om uw deelname stop te zetten zonder negatieve gevolgen. Hun gegevens worden dan verwijderd. Tot 1 maand na het afsluiten van de bevraging kunnen hun antwoorden op de vragen herbekijken, aanpassen en verwijderen indien gewenst. Ze kunnen op elk moment het invullen van de vragenlijst staken om op een later moment verder te gaan. De antwoorden die ze geven, zullen vertrouwelijk worden behandeld. Over de resultaten van dit onderzoek zal enkel op een geanonimiseerde en geaggregeerde wijze worden gerapporteerd. Alle gegevens zullen automatisch verwijderd worden in 2032, tien jaar na het einde van deze studie."

 Als de respondent niet wenst deel te nemen, is hen gevraagd het venster te sluiten. Door ons werd aangegeven dat respondenten die vragen hebben over ons onderzoek via e-mail contact kunnen opnemen met onze begeleiders. Hiermee voldoen we aan de principes van een geïnformeerde toestemming: de respondent voldoende inlichten over de aanzet van het onderzoek en wat er met hun gegevens wordt gedaan.  

De uitvoerders van de survey zijn verbonden aan de Universiteit Antwerpen, waarbij ze hun eigen ethische gedragscode en principes hebben voor wetenschappelijk onderzoek. Van hen wordt verwacht dat ze de wetenschappelijke integriteit en de wetenschappelijke ethische verantwoordelijkheid vooropstellen. Universiteit Antwerpen onderschrijft daarnaast ‘The European Code of Conduct for Research Integrity’ (de ALLEa-code) zoals die gepubliceerd werd in 2017 door de European Science Foundation en alle Europese Academies. Van onderzoekers wordt verwacht dat ze onderzoek uitvoeren in overeenstemming met de principes van wetenschappelijke integriteit zoals uitgedragen door de Universiteit Antwerpen (cf. het charter van de doctorandus en de ethische gedragscode voor het wetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Antwerpen). ​

4.4 Beschrijving case-selectie: twee technologieën 

In deze paragraaf worden de twee technologieën besproken die we als onderwerp hebben gekozen voor dit onderzoek. Zowel het Covid Safe Ticket (CST) als slimme camera’s die controleren op gsm-gebruik achter het stuur zijn actueel in het nieuws gekomen. Zo kwam het CST in opspraak door problemen omtrent privacy en discriminatie op basis van de keuze om zich als individu niet te laten vaccineren. Slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur zijn omstreden vanwege een mogelijk gebrek aan bescherming van de privacy. In deze paragraaf bespreken we eerst de evolutie, complexiteit en discussiepunten inzake het CST om daarna dezelfde elementen te bespreken in verband met slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur. Zoals eerder aangegeven worden beide technologieën bevraagd in de diepte-interviews, maar de survey in het kwantitatieve onderzoek focust enkel op de slimme camera’s die controleren op gsm-gebruik achter het stuur.

4.4.1 Covid Safe Ticket

Voorafgaand aan de introductie van het Covid Safe Ticket (CST) werd het COVID-certificaat in maart 2021 gelanceerd om in eerste instantie inwoners van lidstaten van de Europese Unie opnieuw vrij te kunnen laten reizen binnen de Europese Unie. Niet veel later kondigde de Belgische federale regering aan dat dit certificaat ook wordt ingezet als toegangsvoorwaarde voor evenementen in België. Na een naamsverandering in oktober 2021 naar het Covid Safe Ticket wordt het ook breed ingezet in Vlaanderen als toegangsvoorwaarde in de horeca en fitnesscentra. Om het CST zo toegankelijk mogelijk te maken, ook voor mensen die niet in het bezit zijn van een smartphone, is er ook een papieren versie van het CST voorzien (Vlaanderen, 2021). Het CST maakt gebruik van Big Data, verkregen door medische gegevens te koppelen aan databanken van gezondheidsautoriteit Sciensano. Deze gegevens worden vervolgens verbonden met een applicatie op mobiele telefoons. Momenteel wordt het CST enkel gebruikt wanneer de coronabarometer op code oranje of rood staat (Coronavirus Covid-19, 2022). 

Omtrent de introductie van het Covid Safe Ticket (CST) vond maatschappelijke en politieke discussie plaats. Het grootste discussiepunt betreft de schending van privacy van de houder van het CST. Daarnaast krijgt het ook de kritiek dat de invoering en handhaving van het CST een verkapte vorm van drang om te vaccineren tegen SARS-CoV-2 zou zijn. Het doel van het gebruik van het CST was dat alleen gevaccineerde, of op het virus geteste personen, toegang zouden krijgen tot openbare gelegenheden. Dit moet het risico op besmetting voor andere bezoekers beperken. De mate waarin een vaccinatie tegen SARS-CoV-2 ook beschermd tegen overdracht van het virus is ook een punt van discussie. Tegenstanders van het gebruik van het CST stellen dat het vaccin een overdracht van het virus niet kan voorkomen, waardoor het CST een vals gevoel van veiligheid geeft. Voorstanders van het gebruik van het CST benadrukken dat het wel degelijk een effectieve maatregel ter voorkoming van besmetting met Sars-Cov-2, naast het dragen van een mondmasker en het houden van voldoende afstand tussen mensen. Als een individu die gevaccineerd is toch besmet geraakt zal zijn of haar CST elf dagen lang een rood scherm vertonen. Eigenaren van openbare gelegenheden moeten vervolgens voorkomen dat deze persoon kan deelnemen aan evenementen of op restaurant kan gaan. Echter zorgt deze kleurverandering voor privacyschending volgens tegenstaanders van het certificaat (Lamote, 2021).

4.4.2 Slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur

Kort nadat het Covid Safe Ticket werd gelanceerd maakte de federale politie van België op 13 november 2021 bekend dat ze slimme camera’s willen gaan inzetten om gsm gebruik achter het stuur op te sporen en te beboeten. Volgens het verkeersinstituut VIAS sterven er elk jaar 30 mensen en geraken er 2500 personen gewond in een verkeersongeval dat wordt veroorzaakt door gsm gebruik tijdens het rijden. De federale politie stelt dat zij middels het gebruik van slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur dit efficiënter kan bestrijden en zo het aantal verkeersongevallen doen dalen (Beeckman, 2021). 

Momenteel telt het Belgisch verkeersnetwerk 1900 slimme camera’s die dienen om voertuigen op te sporen, snelheden van voertuigen te registreren middels trajectcontroles en overtredingen bij verkeerslicht-installaties op te sporen (HAA, 2020). Verder worden slimme camera’s ook ingezet om bijvoorbeeld het tellen van het verkeer op een kruispunt met een fietssnelweg te verzorgen (Van Den Hoof, 2022) of om vrachtwagenchauffeurs op te sporen die illegaal hun katalysator uitschakelen om goedkoper te kunnen rijden  (Marien, 2022). De federale politie wil de inzet van slimme camera’s in het verkeer uitbreiden en deze inzetten tegen gsm gebruik achter het stuur. Voordat de federale politie slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur mag inzetten moet eerst een wetswijziging worden doorgevoerd omdat de wegcode enkel spreekt over mobiele telefoons en niet over andere elektronische apparaten, welke een slimme camera tegen GSM-gebruik achter het stuur ook zal detecteren (Willems, 2020). In 2021 werd het wetsvoorstel van Joris Vandenbroucke (Vooruit) en volksvertegenwoordiger Jef Van den Bergh (CD&V), om slimme camera’s in te zetten om gsm gebruik achter het stuur te controleren, verworpen door de Kamer. Binnen de federale regering heerst er geen consensus om dit wetsvoorstel te steunen doordat de MR en PS dit zien als een te vergaande inbreuk op de privacy van burgers (Dujardin, 2021).  

Slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur maken verschillende foto’s van de nummerplaat van het vervoersmiddel om daarna op basis van artificiële intelligentie het genomen beeldmateriaal te filteren op basis van een inbreuk op de wegcode. Op basis van deze fotoselectie moet een daartoe bevoegd ambtenaar controleren of daadwerkelijk een overtreding heeft plaatsgevonden. De eindbeslissing om iemand te bekeuren is nog steeds aan een bevoegd ambtenaar, vaak iemand die werkzaam is bij de politie. Door deze controle door een bevoegd persoon blijft een uitgeschreven boete legitiem (Willems, 2020). Het blijft wel nog altijd mogelijk om een boete aan te vechten. 

Buiten het gebruik van AI om overtreders van de wegcode te beboeten krijgt het gebruik van slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur kritiek op vlak van privacy. Het maken van beelden van burgers in hun voertuig terwijl ze een elektronisch toestel gebruiken is een inbreuk op hun privacy volgens privacy-activisten (Beeckman, 2021). Volgens VIAS vormt het gebruik van slimme camera's die controleren op gsm-gebruik achter het stuur geen inbreuk op de privacy van burgers omdat de beelden die zijn gemaakt enkel door bevoegde ambtenaren gebruikt kunnen worden. Bovendien verwijdert het systeem direct alle beelden waarop geen inbreuk van de wegcode is vastgesteld. Ook de gezichten van alle passagiers in het voertuig worden door het systeem onherkenbaar gemaakt (Willems, 2020).