De Antwerpse Arabica

De bibliotheek van de Universiteit Antwerpen heeft recent haar collectie uitgebreid met zesentwintig titels van Arabische boeken. Het gaat om edities van werken die geschreven werden tussen de 13de en de 16de eeuw. De meeste zijn het resultaat van het vergelijken van verschillende versies van een tekst met als doel hem te bewaren, net als gebruikelijk is in de editiewetenschap in andere talen. Voor deze periode in de Arabische wereld zijn de bronteksten altijd manuscripten, aangezien de drukpers pas in het begin van de 19de eeuw, na de bezetting van Egypte onder Napoleon (1798-1801), er ingang vond. Er zijn wel aanwijzingen dat blokdrukken voordien gekend, maar niet wijdverbreid, was en er werden ook reeds in de 15de eeuw in Europa en in de 18de eeuw in Constantinopel en Aleppo Arabische boeken gedrukt.

Historische edities zijn vandaag het voornaamste middel waardoor onderzoekers en een groter publiek toegang hebben tot Arabische teksten uit het verleden. De digitalisatie van zowel manuscripten als gedrukte teksten staat immers nog in haar kinderschoenen. Maar ook de aanschaf van moderne uitgaves is geen sinecure: ze zijn vaak niet te koop in boekenwinkels in Europa of op het internet. PoHis-lid en professor islamitische geschiedenis Malika Dekkiche reisde dan ook speciaal af naar Egypte om daar de Cairo International Book Fair te bezoeken. Een overzicht van het resultaat:

       Op de Cairo International Book Fair, 27 januari 2018 - 10 februari 2018. ​Foto's: Malika Dekkiche.

In de bibliotheek op de Stadscampus zijn nu eerst en vooral enkele klassiekers van de Arabische historiografie te vinden. Van de Damasceense geschiedschrijver en theoloog al-Dhahabī (1274-1348) is er een editie van Kitāb duwal al-islām. Het werk is een verkorte versie van al-Dhahabī’s magnum opus Tārīkh al-islām dat 700 jaar islamitische geschiedenis beslaat, van de profeet Muḥammad tot het jaar 1300. Een ander voorbeeld is de Tārīkh Ibn Khaldūn of geschiedenis van Ibn Khaldūn (1332-1406): een universeel overzicht bekend voor de – wat we vandaag zouden noemen – sociologische benadering die de auteur uiteenzet in de inleiding. Beide schrijvers vonden een vruchtbaar klimaat voor hun intellectuele activiteiten in het Sultanaat van de Mamlukken in Egypte en Syrië (1250-1517), dat vermaard is voor het relatief grote aantal literair-historische geschriften dat er werd geproduceerd.

Zo zijn er uit deze regio en periode heel wat kronieken bewaard. De bibliotheek van de Universiteit Antwerpen kocht bijvoorbeeld twee annalen aan die over de regeertijd van sultan al-Malik al-Manṣūr Qalāwūn (r.1279-1290) en zijn dynastieke opvolgers handelen: Tadhkirat al-nabīh fī ayyām al-Manṣūr wa-banīh van Ibn Ḥabīb al-Ḥalabī (1310-1377) en Tashrīf al-ayyām wa-al-ʿuṣūr fī sīrat al-Malik al-Manṣūr van Muḥyī al-Dīn ibn ʿAbd al-Ẓāhir (1223-1293). Beide werken kwamen dus tot stand in de vroege periode van het Mamlukkensultanaat. Voor de overgang naar de latere periode is Muḥammad ibn Muḥammad ibn Ṣaṣrā’s (ca. eind 14e eeuw) werk Al-durra al-muḍīʾa fī al-dawla al-Ẓāhiriyya interessant, waarvan een uitgave te vinden is onder de titel A chronicle of Damascus, 1389-1397.

De historiografische output van de latere Mamlukse periode is in de bibliotheek vertegenwoordigd door het werk van de rivaliserende ambtsdragers al-Maqrīzī (1364-1442) en al-ʿAynī (1361-1451), met respectievelijk de titels Ittiʿāẓ al-ḥunafāʾ bi-akhbār al-aʾimma al-Fāṭimīyīn al-khulafāʾ en ʿIqd al-jumān fī tārīkh ahl al-zamān. Na hun dood was Ibn Taghrībirdī (1409-1470) de voornaamste geschiedschrijver van het Mamlukkensultanaat. Zijn Ḥawādith al-duhūr fī madā al-ayyām wa-al-shuhūr is een kroniek van de jaren 1441 tot 1469. Ongeveer dezelfde periode behandelt al-Sakhāwī (1427-1497) in Kitāb al-tibr al-masbūk (1441-1453), net als ʿAbd al-Bāsiṭ ibn Khalīl (1440-1515) in Kitāb al-rawḍ al-bāsim (1440-1469). Het werk Nayl al-amal fī dhayl al-duwal van deze laatste auteur heeft een ambitieuzere tijdsspanne (1343-1491). De kroniek van de gebeurtenissen in Egypte en Syrië tussen de jaren 1479 en 1520 van Ibn Ṭūlūn (1473-1546), Mufākahat al-khillān fī ḥawādith al-zamān, tot slot is belangrijk voor onze kennis van de overgang naar het Ottomaanse bestuur van de regio.

In de nieuwe collectie bevinden zich verder enkele werken die ons een blik gunnen op de relaties tussen het Mamlukkensultanaat en andere gebieden. Zo beschrijft al-Fāsī (1373-1429) de stad Mekka, die een speciale religieuze en politieke positie had, en haar geschiedenis in Shifāʾ al-gharām bi-akhbār al-Balad al-Ḥarām en in Al-zuhūr al-muqtaṭafa min tārīkh Makka al-musharrifa. De literaire invloed van andere streken is merkbaar in Kitāb fākihat al-khulafāʾ wa-mufākahat al-ẓurafāʾ van Ibn ʿArabshāh (1392-1450), dat gebaseerd is op Perzische didactische verhalen en fabels. De auteur werd geboren in het Damascus van de Mamlukken en schreef op het einde van zijn leven in de hoofdstad Cairo, maar haalde zijn inspiratie waarschijnlijk uit zijn verblijven in Samarkand, Mongolië en het Ottomaanse Rijk. De “administratieve handboeken”, met werken zoals Ibn Faḍl Allāh al-ʿUmarī’s (1301-1349) Masālik al-abṣār fī mamālik al-amṣār, al-Qalqashandī’s (1356-1418) Subḥ al-aʿshā fī ṣināʿat al-inshāʾ en al-Saḥmāwī’s (…-1464) Al-thaghr al-bāsim fī ṣināʿat al-kātib wa-al-kātim, geven dan weer een waardevolle inkijk in het functioneren van de Mamlukse kanselarij, die onder andere verantwoordelijk was voor het opstellen van officiële correspondentie naar andere heersers.

Een bijzonder genre binnen de premoderne Arabische literatuur is dat van de biografische woordenboeken: naslagwerken met doorgaans alfabetisch gerangschikte lemmata over belangrijke personen. Voor eminente persoonlijkheden gestorven in de 14e eeuw is Ibn Ḥajar al-ʿAsqalānī’s (1372-1449) Al-durar al-kāmina fī aʿyān al-miʾa al-thāmina nu het go to werk in de bibliotheek. Het vervolg op dit boek, Dhayl al-durar al-kāmina, behandelt de biografieën van individuen die leefden in de jaren 1399 tot 1429. Van de hand van de prosopograaf al-Sakhāwī is er daarnaast het encyclopedische Al-ḍawʾ al-lāmiʿ li-ahl al-qarn al-tāsiʿ dat een indrukwekkend aantal levensbeschrijvingen van 15de-eeuwse prominenten bevat. Ook het biografisch werk van al-Sakhāwī’s studiegenoot al-Biqāʿī (1407-1480) is in de bibliotheek te vinden, namelijk ʿInwān al-zamān bi-tarājim al-shuyūkh wa-al-aqrān en ʿUnwān al-ʿunwān. Variaties op het genre zijn al-Fāsī’s Īḍāḥ bughyat ahl al-Baṣāra fī dhayl al-ishāra en al-Ḥalabī’s (1266-1335) Al-muntaqā min tārīkh Miṣr, die de overleden personen per jaar geven. 

Tot slot is er nog Kitāb al-tibr al-masbūk fī tawārīkh al-mulūk van Abū al-Fidāʾ (1273-1331) dat korte beschrijvingen verschaft van islamitische heersers vanaf de rechtgeleide kaliefen tot de auteurs eigen tijd, met bijzondere aandacht voor de dynastie der Ayyubieden (1171-1260). Dit boek is samen met de eerder vermelde titels Tashrīf al-ayyāmKitāb al-rawḍ al-bāsimʿUnwān al-ʿunwān, Īḍāḥ bughyat ahl al-Baṣāra en Al-muntaqā min tārīkh Miṣr een mooie aanvulling op het aanbod van de bibliotheken van andere Vlaamse universiteiten, waar ze voorlopig niet tot de collecties behoren. De Arabische collectie in de bibliotheek van de Universiteit Antwerpen zal in de loop van dit jaar bovendien verder uitgebreid worden met edities van middeleeuwse werken uit en over de Maghreb.

Voor de onderzoeksprojecten rond diplomatie in de premoderne islamitische wereld van PoHis-leden Lassad Ben Brahim en Meia Walravens, onder supervisie van Malika Dekkiche, komen deze nieuwe aanwinsten in elk geval goed van pas. Zij gebruiken de kronieken en biografische woordenboeken om gebeurtenissen en personen die vermeld worden in diplomatieke correspondentie te contextualiseren en te identificeren. De administratieve handleidingen helpen hen daarnaast om de conventies van diplomatiek schrijven te doorgronden en hun bronnen te toetsen. Zo willen ze een beter inzicht krijgen in de contacten tussen premoderne islamitische rijken en onderliggende politieke processen, zoals legitimering en staatsuitbouw. Maar de Arabische collectie aan de Universiteit Antwerpen is uiteraard ook toegankelijk en ongetwijfeld nuttig voor alle andere geïnteresseerde studenten en onderzoekers.

 

- Meia Walravens is arabiste en werkt als FWO-aspirant aan het Centrum voor Politieke Geschiedenis aan een onderzoek in het domein van de islamitische diplomatieke geschiedenis.

 

Gepubliceerd: maandag 13 mei 2019