Aflevering 4: Verheerlijking en verwaarlozing. Tito in Mostar

De Partizanen zijn verdwenen uit de publieke herinnering in Bosnië-Herzegovina – of toch minstens in Mostar – zo leek de vorige blog te suggereren. Alle Partizanen? Nee, één van hen blijft hardnekkig tot de verbeelding spreken, en wel hun opperleider, maarschalk Tito. Dat zou ons tijdens het verdere verloop van onze excursie nog vaak duidelijk worden. 

 

De maarschalk als gadget (1)

Een eerste keer gebeurde het toen we van de Bulevar koers zetten naar de iconische zestiende-eeuwse brug die midden in het nog sterk Osmaans aandoende centrum van de stad beide oevers van de Neretva met elkaar verbindt. De grauwe, kapotgeschoten straten maakten plaats voor gezellige kasseistraatjes, omzoomd door toeristische kraampjes. Eén ervan trok onze bijzondere aandacht. Zoals dat meestal in dergelijke kraampjes gaat, werden er zowel internationaal herkenbare snuisterijen verkocht als gadgets met een meer nationale of lokale kleur.  Tot die eerste categorie behoorde de onvermijdelijke merchandisingvan de grote Europese voetbalploegen: shirts en koffiekoppen van Barcelona, Manchester United, Juventus, en – we ontmoetten ze al eerder in deze blog – Paris-Saint-Germain en Arsenal. Terwijl op het shirt van PSG de weinig verrassende naam van Neymar prijkte, stond op dat van Arsenal de internationaal minder gekende (Seád) Kolašinac. Dat uitgerekend deze speler in Bosnië-Herzegovina op de voorgrond wordt geplaatst, mag niet verbazen. Hij werd in 1993 in het Duitse Karlsruhe geboren als zoon van voor de oorlog gevluchte Bosniërs. Al woonde hij nooit in het land van zijn ouders, toch speelt hij sinds 2013 in het Bosnische nationale elftal. Nationale trots werd in datzelfde kraampje ook uitgestald door middel van kopjes, mutsen en vlaggetjes met de nationale kleuren en het nationale logo (witte sterren en een gele driehoek of de vorm van het land op een blauwe achtergrond). Ook lokale referenties bleken er ten overvloede te vinden: een T-shirt met “I  love Mostar”, een kopje van de lokale voetbalploeg (met de rode partizanenster als logo) en natuurlijk voorstellingen van de oude brug op kopjes en T-shirts. 

Te midden van al die relatief voorspelbare spulletjes kijkt ook Maarschalk Tito de toerist indringend aan – en dat zelfs in tweevoud. Op twee verschillende T-shirts staat een portretfoto van hem afgedrukt, waarop hij zijn kenmerkende partizanenmuts – met de communistische insignes: ster, hamer en sikkel – draagt. De leuze die op het bovenste, zwart T-shirt staat afgedrukt, spreekt duidelijke taal: “Josip Broz/ Dobar Skroz”. Terwijl Josip Broz de oorspronkelijke naam van Tito is, betekent “dobar skroz” zoveel als “goed over de hele lijn”. Vanzelfsprekend is deze tekst niet alleen gekozen omdat hij door het metrum en het rijm zo goed in de mond ligt. Hij lijkt ook te wijzen op een verering voor de figuur Tito, die deel uitmaakt van wat in de literatuur vaak ‘Joego-nostalgie’ wordt genoemd. Helemaal verrassend is dat niet. Als leider van de enige Europese verzetsbeweging die zonder geallieerde steun grote delen van het land bevrijdde en zich vervolgens wist op te werken tot de centrale politieke kracht van het land, blijft Tito niet in alleen in ex-Joegoslavië maar ook ver daarbuiten een voorwerp van fascinatie en bewondering. Dat positieve imago wordt nog versterkt door verschillende eigenzinnige keuzes die hij na de oorlog maakte: zijn conflict met Stalin, zijn samenwerking met de ‘ongebonden’ landen uit the global south, en het gedecentraliseerde systeem van zelfbestuur door arbeidsraden dat hij vanaf de late jaren 1950 introduceerde. Specifiek onder de moslimbevolking van Bosnië-Herzegovina kon men hem dankbaar zijn voor het feit dat hij in 1974 de moslims als een aparte nationaliteit binnen de Joegoslavische republiek erkende – een beslissing die deel uitmaakte van zijn ruimere politiek om de macht van de twee grootste bevolkingsgroepen, de Serviërs en de Kroaten, in te perken. Bij dat alles kon men gemakshalve vergeten dat door de lange politieke carrière van Tito ook een spoor van repressie en geweld tegen politieke tegenstanders loopt, en dat hij tijdens de eerste decennia van zijn bewind elke vorm van geopenbaarde religie hardhandig onderdrukte. 

 

Verwaarlozing van een icoon

De villa van Tito (links) en het Hotel Neretva alias 'het paleis van Tito' (rechts) naast elkaar, respectievelijk in 1958 en 2017 (foto's overgenomen uit de blog "The Haunting Ruins of Mostar: Before and After", door Luke Spencer, 22 augustus 2017: https://www.messynessychic.com/2017/08/22/the-haunting-ruins-of-mostar-before-after/)

Uit de combinatie van T-shirts gewijd aan de Osmaanse brug en aan Tito zou men de conclusie kunnen trekken dat in het bewuste kraampje twee verbindende symbolen elkaar versterkten: de brug die sinds haar sterk gemediatiseerde restauratie in het begin van de eenentwintigste eeuw de verzoening tussen de strijdende bevolkingsgroepen moet verbeelden, en Tito die de bevolking van ex-Joegoslavië aan de leuze ‘Eenheid in broederschap’ moet herinneren. Deze interpretatie valt echter moeilijk te rijmen met wat we helemaal aan het einde van onze wandeling door de stad zagen. Het imposante Hotel Neretva uit de Habsburgse tijd waar Tito vaak verbleef en dat daarom in de volksmond 'het Paleis van Tito' heette, bleek er immers nog in de volstrekt verwoeste toestand bij te liggen waar de oorlog het in 1995 had achtergelaten. De villa die hij er in de jaren vijftig vlak naast voor zichzelf had laten bouwen, werd heropgebouwd tot een shoppingcentrum waarin niets nog aan de maarschalk herinnert. Ondanks een zekere nostalgie die onmiskenbaar voor Tito bestaat, is blijkbaar toch de politieke wil niet aanwezig om dit stuk aan hem herinnerende erfgoed te restaureren. Vermoedelijk is de politieke impasse waarin de stad al vele jaren verkeert daar niet vreemd aan. De twee toonaangevende partijen raken het niet eens over het kiessysteem dat dient gehanteerd te worden, en daardoor werden er sinds 2012 geen gemeenteraadsverkiezingen gehouden. De overwegend bosniakische Partij voor Democratische Actie wil de stad indelen in kiesdistricten zodat de verschillende bevolkingsgroepen een gegarandeerde vertegenwoordiging in de gemeenteraad krijgen. Voor de Kroatische Democratie Unie moet daarentegen het principe “één persoon-één stem” gelden, een principe waarmee ze de Kroatische demografische meerderheid in de stad ook politiek kan verzilveren. In die bestuurlijke context voert iedere bevolkingsgroep, al dan niet met buitenlandse steun, wel een eigen bouwpolitiek, die vooral zichtbaar wordt in de restauratie of bouw van moskeeën en katholieke en orthodoxe kerken en kathedralen. Voor de heropbouw van seculiere bouwwerken en het onderhoud van de stadsdiensten blijkt veel minder geld voorhanden. Tenzij dat geld massaal door de internationale gemeenschap wordt aangereikt, zoals in het geval van de oude brug. 

De orthodoxe kathedraal van de Heilige Drievuldigheid in aanbouw (maart 2018)

 

De maarschalk als gadget (2)

De materiële sporen die nog herinnerden aan de concrete aanwezigheid in de stad van de man die volgens het t-shirt “goed over de hele lijn" was, worden dus verwaarloosd of uitgewist. Hoe kunnen verheerlijking en verwaarlozing zo dicht bij elkaar liggen? Ongetwijfeld moet een belangrijk deel van de verklaring worden gezocht in het feit dat onder de Kroatische meerderheid van de bevolking weinig animo voor de figuur Tito bestaat. Josip Broz was weliswaar in Zagreb geboren als zoon van een Kroatische vader en een Sloveense moeder, maar door zijn genadeloos verzet tegen de Ustaša-beweging tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt hij door vele Kroaten nog als een verrader gezien. Of wordt het antwoord op de vraag toch vooral geboden door het rode T-shirt dat vlak onder het eerder beschreven zwarte hing? Op dat rode t-shirt stond dezelfde foto van Tito veel kleiner afgebeeld, maar met een uitgebreider onderschrift. In Nederlandse vertaling luidt dat onderschrift als volgt: “Kameraad Tito, je komt terug naar ons. Moslims, Serviërs en Kroaten houden van jou. Jij stal van ons en gaf ons. Zij stelen van ons en geven ons niets.” Die sarcastische vorm van idolatrie vormt geen basis voor de piëteitsvolle bewaring van megalomaan erfgoed, laat staan voor de actieve bouw van nieuwe monumenten. Maar zij verbindt veel burgers misschien wel in een gedeelde ontnuchtering over de actuele politieke toestand van de stad en bij uitbreiding van het hele land. 

 

- Marnix Beyen

 

Gepubliceerd op 29 april 2019.