Doctoral programme Power in History

Doctoraatstraject

  • Het doel van dit doctoraatstraject is tweeledig:
    1) een betere, structurele begeleiding te bieden van doctoraten en zo het aantal binnen de gangbare termijn verdedigde proefschriften te verhogen
    2) een publicatiestrategie te bieden voor de onderzoeksgroep in haar geheel.
  • De bedoeling van dit document is niet bijkomende administratieve taken te creëren waaraan op puur formele wijze voldaan moet worden, maar wel actief bij te dragen tot de succesvolle afronding van het doctoraat. In die zin dient benadrukt te worden dat alle in dit traject genoemde stappen logisch dienen te passen in de voortgang van het doctoraatsonderzoek. Met het oog daarop moet elke doctorandus/a in samenspraak met zijn/haar DOCOP-commissie dit stappenplan individualiseren. Het doel is om alle stappen te doorlopen, maar de deadlines en de inhoudelijke en vormelijke kenmerken van de rapportering af te stellen op de deadlines en de vereisten van de rapportering naar financierende overheden (zoals FWO en BOF) of de onderzoeksscholen Politieke Geschiedenis, Posthumus en Huizinga.

 

1. tijdens de eerste drie maanden:  

bespreking van het doctoraatsproject met de DOCOP-commissie + vastlegging doctoraatstraject

  • Om misverstanden te vermijden wordt het bijeenroepen van de DOCOP-commissie de verantwoordelijkheid van de promotor (niet van de voorzitter).
  • Tijdens deze eerste bespreking worden niet alleen de inhoudelijke, conceptuele en methodologische keuzes van het project besproken, maar wordt ook een individueel traject uitgetekend voor het verloop van de volgende vier jaren. Dat traject is zo specifiek mogelijk en bevat concrete data voor de volgende stappen. Bij het uittekenen van dit traject wordt flexibel ingespeeld op een aantal contextfactoren (bv. de instapdatum, de vraag of de doctorandus/a al dan niet kan aansluiten bij een bestaande onderzoeksschool, eventuele onderzoeksverblijven in het buitenland), maar wordt zoveel mogelijk getracht de hierna genoemde stappen te volgen.
  • Het traject wordt na de bespreking door de voorzitter van de DOCOP-commissie aan de doctorandus/a , aan alle leden van de begeleidingscommissie en aan de departements-DOCOP-coördinator rondgestuurd.
  • De jaarlijkse bijeenkomst van de DOCOP-commissie is verplicht. Het officiële verslag moet uitgebreider de voortgang en de eventuele remediëring bespreken. Basis hiervoor is een uitgebreid informeel verslag dat de doctorandus/a zelf van deze bijeenkomst opstelt.

 

2. Tijdens het eerste jaar (voor zover dit nog niet gebeurd is):

publicatie van een academisch artikel op basis van de masterscriptie in een publicatie uit het VABB-bestand (www.vlir.be/vabb-shw) of Web of Science

 

3. Aan het einde van het eerste jaar:
bespreking van een uitgebreid voortgangsrapport (max. 15 pagina’s) in de onderzoeksgroep, in aanwezigheid van de DOCOP-commissie.

  • Wie ingeschreven is bij een onderzoeksschool (Politieke Geschiedenis, Posthumus of Huizinga), kan de minor paper die hij/zij daarvoor heeft gemaakt opnieuw in deze context gebruiken. Het format  van beide rapporten is immers nagenoeg hetzelfde.
  • Na de collectieve bespreking volgt een nabespreking met de DOCOP-commissie.

 

4. Aan het einde van het tweede jaar:
presentatie van een publicatieklaar academisch artikel voor de onderzoeksgroep + bespreking van een voortgangsrapport voor de doctoraatscommissie (max. 5 pagina’s)

  • De doctorandus/a kan daarbij zelf beslissen bij welk academisch tijdschrift of in welke bundel hij/zij dit artikel wil indienen (op voorwaarde dat het tijdschrift of de bundel is opgenomen in het VABB-bestand (www.vlir.be/vabb-shw ) of Web of Science).
  • Het artikel moet over het thema van het doctoraat handelen. Wie al eerder een artikel over de thematiek van zijn/haar doctoraat heeft gepubliceerd, kan dit eventueel ook laten bespreken.
  • Naast het artikel dient de doctorandus/a ook een voortgangsrapport in (ca. 5 pagina’s). De leden van de doctoraatscommissie zijn aanwezig op de bespreking van het artikel, en houden nadien ook een nabespreking met de doctorandus/a (zowel over het artikel als over het voortgangsrapport).

 

5. Aan het einde van het derde jaar:
presentatie van het onderzoek voor de onderzoeksgroep op basis van een uitgebreid voortgangsrapport (max. 15 pagina’s)

  • Deze sessie duurt anderhalf uur. Het voortgangsrapport omvat de inhoudelijke uitwerking van het proefschrift met een voorlopige inhoudsopgave en voorlopige onderzoeksresultaten.
  • Aansluitend hierbij volgt een besloten nabespreking met de DOCOP-commissie.

 

6. Op een moment tijdens de eerste drie jaar door de doctorandus/a zelf uit te kiezen: 
presentatie van het onderzoek tijdens een intern ‘PhD-colloquium’:

  • voor een publiek dat bestaat uit de begeleidingscommissie en andere doctorandi/ae (en daarnaast alle geïnteresseerden van het departement), lichten de doctorandi/ae eerst kort de stand van zaken van hun onderzoek toe, vervolgens gaan ze in op het werk dat nog moet gebeuren, eventuele struikelblokken etc. , en geven ze een voorproefje van de uiteindelijke structuur van het proefschrift.

 

7. Een van de eerste drie jaar door de doctorandus/a zelf uit te kiezen:
substantiële bijdrage aan het onderwijs (doorgaans begeleiding van de Ba3-scriptie), collectief onderzoek of dienstverlening.

  • De OZG waakt erover dat de belasting niet te hoog is en dat de bijdrage het curriculum van de doctorandus/a ten goede komt.

 

8. Aan het einde van het laatste jaar:
doctoraatsverdediging