Tip 23: Evalueren van het eigen onderwijs via peerobservatie

Het evalueren en verbeteren van het eigen onderwijs wordt een steeds belangrijker aspect van het takenpakket van een docent en is een gevolg van de grotere focus op onderwijs(kwaliteit) in het hoger onderwijs. Eén van de mogelijke manieren om het eigen onderwijs te evalueren is peerobservatie. In deze tip gaan we dieper in op het wat en waarom van peerobservatie en reiken we een aantal aandachtspunten aan voor de lesgever die met peerobservatie wil starten.

Wat is peerobservatie?

Peerobservatie is een proces waarbij een peer een of meerdere lessen gaat observeren. Een peer is een gelijke. Meestal gaat het om een collega-lesgever. Deze peer komt u observeren tijdens een les en vervolgens kunt u de peer ook gaan observeren. Het feit dat u een peergaat observeren en dat u geobserveerd wordt door een peer, stimuleert een veilig leerklimaat. Peerobservatie is in eerste instantie ondersteunend bedoeld eerder dan beoordelend. Het is gericht op de reflectie over en verbetering van de onderwijskwaliteit.

Waarom kan peerobservatie nuttig zijn?

Kwam mijn les wel over? Wat kan ik nog verbeteren? Hoe doe ik dat dan? Dit zijn vragen waar een (beginnende) docent soms mee worstelt. Docenten zijn immers vaak nog op zoek naar nieuwe of andere manieren om leerinhoud over te brengen, of naar methoden om hun lesgeefgedrag te verbeteren. Peerobservaties kunnen een antwoord bieden op bovenstaande vragen en bieden handvaten om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Bovendien biedt peerobservatie niet enkel voordelen aan de geobserveerde maar ook aan de observator. Men leert immers veel door het observeren en analyseren van de lessen van anderen. Daarnaast kan peerobservatie ook nuttig zijn voor meer ervaren docenten die hun lessen verder willen optimaliseren of die ondersteuning willen voor bepaalde aspecten van hun onderwijs.

Fases van de peerobservatie

Als u met peerobservatie aan de slag wil, vindt u hieronder een mogelijk overzicht van de fases waarin peerobservatie onderverdeeld kan worden. Voor uitgebreidere informatie verwijzen we naar een uitgebreide handleiding (zie ‘meer weten’).

Fase 1: Pre-observatie

Fase 2: Observatie

Fase 3: Post-observatie

Verkennend gesprek tussen de observator en geobserveerde

Observatie van de les

Reflectie- en feedbackmoment

Docenten doorlopen deze fases dan zowel als observator als geobserveerde:

Fase 1: Pre-observatie

Voorafgaand aan het lesmoment kunnen de concrete context van de les meegegeven worden en worden een aantal praktische afspraken gemaakt om het observatiemoment zo optimaal mogelijk te benutten:

  • Het uitleggen van de inhoud en randvoorwaarden van de observatieles (bv. het onderwerp van de les, hoeveel studenten er verwacht worden, binnen welk opleidingsonderdeel de les opgenomen is etc.).
  • Het overlopen van aandachtspunten van de les. Bij het overlopen van de specifieke aandachtspunten geeft de geobserveerde aan op welke punten hij of zij specifiek geobserveerd wil worden (bv. strategieën om aandacht te winnen en te houden, gestructureerd les geven etc.). Dit impliceert dat de geobserveerde eerst moet reflecteren over de sterke en minder sterke punten van zijn/haar lesgeefgedrag. De observator zal tijdens de observatie aan deze punten extra aandacht schenken en zo gerichter observeren.

Fase 2: Observatie

Onder deze fase valt de eigenlijke observatie van de les. De te bereiken doelen liggen dan ook voornamelijk bij de observator. Deze zijn:

  • Het formuleren van de sterke punten en aandachtspunten van de observatieles (zie ook de handleiding onder ‘meer weten?’ voor een voorbeeld van een observatieleidraad ter ondersteuning en voor een gerichte observatie).
  • Het formuleren van suggesties ter verbetering.

Het kan ook waardevol zijn om het lesmoment te filmen. Zo kan de geobserveerde docent nadien de les herbekijken.

Fase 3: Post-observatie

Na de observatie wordt een tijdens een post-observatiemoment ruimte gemaakt om bevindingen te delen:

  • Het  formuleren, bespreken en uitleggen van sterke en minder sterke punten. De geobserveerde docent kan beginnen met zijn of haar sterke en minder sterke punten te bespreken. Vervolgens vult de peer aan waarbij deze punten zo goed mogelijk aan de hand van concrete voorbeelden toegelicht worden. Het gaat dus om een feedbackmoment, waarin de geobserveerde punten verder besproken worden.
  • Het identificeren van mogelijke verbeteringen. Naast terugblikken, is het belangrijk dat er ook vooruitgekeken wordt (feed forward) in functie van mogelijke en realistische verbeterpunten voor de geobserveerde docent.

Meer weten?

Leidraad (pdf-1,14Mb) die gebruikt kan worden tijdens het observeren. 

 

(Onderwijstip februari 2014)