Tip 36: Projectonderwijs in de praktijk

i.s.m. prof. dr. Serge Demeyer, UAntwerpen, Informatica

In projectonderwijs werken studenten aan een opdracht of praktijkprobleem van een zekere omvang en dit:

  • gedurende een langere periode
  • onder begeleiding
  • en meestal in groep

Een belangrijk voordeel van projectonderwijs is dan ook dat de uiteindelijke eindproducten van hoge kwaliteit (kunnen) zijn. Studenten werken immers geruime tijd en onder begeleiding aan een omvangrijke opdracht. Een eerste goede reden om projectwerking in te voeren in een opleiding(sonderdeel) is dan ook de potentiële kwaliteit van het eindwerk. Andere redenen kunnen zijn:

  • de studietijd (meer) spreiden over het semester (in plaats van deze te concentreren tijdens de examentijd)
  • de studenten laten leren in een context die de realiteit in het beroep weerspiegelt, namelijk een context waarin behalve inhoudelijke aspecten ook elementen zoals jezelf organiseren, plannen, samenwerken of leiding geven belangrijk zijn en een invloed hebben op het uiteindelijke resultaat
  • theorie en praktijk (eventueel zelfs uit verschillende opleidingsonderdelen) laten integreren
  • studenten stimuleren om zelfstandig na te denken en problemen op te lossen
  • de motivatie van studenten verhogen door hen te confronteren met ‘real-life’ praktijk- en beroepservaring

Hieronder vijf tips voor wie projectwerking wilt introduceren:

1. Zorg voor een geleidelijke introductie

In de opleiding Informatica van de Universiteit Antwerpen is ervoor gekozen om in elk van de drie bachelor jaren telkens één ‘groot’ project te voorzien (in één welbepaald opleidingsonderdeel). Daarnaast lopen er meerdere ‘kleinere’ projecten per jaar in andere opleidingsonderdelen. Het aantal en de omvang hiervan vergroot naarmate men verder in de opleiding komt. Op die manier geraken studenten doorheen de bachelor jaren gaandeweg vertrouwd met de eigenheid van projectwerking. Dit bereidt hen voor op de grote zelfstandigheid die van hen verwacht wordt bij het projectwerk in de masterjaren.

2. Anticipeer op ‘meelifters’

Groepswerk nodigt (sommige studenten) uit tot meeliftgedrag: soms leveren enkele studenten in de groep het meeste (kwaliteitsvolle) werk en alle groepsleden worden hiervoor beloond. Eventueel kan je anticiperen op meeliftgedrag door studenten zelf de groepsindeling te laten bepalen: wie bij een eerdere opdracht meeliftte zal geweerd worden. Hierdoor ontstaat er een resterend groepje van studenten die allemaal wel zouden willen meeliften. Omdat dit niet kan (of leidt tot een ondermaatse kwaliteit van het groepswerk waarvoor elk groepslid zal worden afgestraft), wordt meeliftgedrag voorkomen. Aan de opleiding Informatica van de Universiteit Antwerpen zijn de ervaringen met dergelijke vrijwillige groepssamenstelling alvast positief. Alternatieve manieren om studenten in te delen bij groepswerk vind je terug in de onderwijstip: Hoe studenten indelen bij groepswerk. Met het oog op het (verder) ontmoedigen van meeliftgedrag -én omdat studenten het best op de hoogte zijn van wat ieders bijdrage aan het projectwerk is geweest- is het ook zinvol om gebruik te maken van peer assessment. Meer informatie hierover vindt u in onze eerdere onderwijstip: Peer assessment: studenten beoordelen elkaar.

3. Maak studenten attent op het verbod tot plagiaat en ga er actief naar op zoek

De werkdruk tijdens een project ligt hoog, waardoor studenten wel eens werk durven te kopiëren van het internet of van collega-studenten. Als dit gebeurt zonder bronvermelding is dit een duidelijk geval van examenfraude. Het is belangrijk om studenten hierop voldoende attent te maken. Aan de opleiding Informatica van de UAntwerpen wordt alle code die studenten voor een project moeten schrijven, systematisch vergeleken om potentiële gevallen van plagiaat te identificeren (aan de hand van tool ‘Moss’ van de universiteit van Stanford).

4. Maak ruimte voor het projectwerk in de lessenrooster

Projectwerk maakt volwaardig deel uit van het opleidingscurriculum en verdient dus ook de reservatie van de nodige les-/begeleidings- en studietijd. Ook het beschikbaar stellen van lokalen waarin studenten samen kunnen werken is belangrijk (eventueel aangepast aan de specificiteit van het projectwerk: denk aan computerlokalen of labo’s).

5. Organiseer een studietijdmeting

Bij projectwerk wordt de studietijd van studenten (meer) gespreid over het semester. Studenten zijn vaak gewend om enkel tijdens de examenperiode hard te werken. Hierdoor wordt projectwerk al snel als sterk belastend ervaren. Een studietijdmeting helpt om zicht te krijgen op de daadwerkelijke studiebelasting van het projectwerk in verhouding tot het voorziene aantal studiepunten. In de opleiding Informatica bracht dergelijke meting (uitgaande van de invulling van logboeken door verschillende projectgroepen) aan het licht dat studenten onterecht aangaven dat de werkdruk te hoog lag.

Meer weten?

Blackboard: Handleidingen en Richtlijnen (na login op startpagina): Peer assessment bij groepen afnemen via Blackboard

ExpertiseCentrum Hoger Onderwijs (2013). Vijftig onderwijstips. Antwerpen-Apeldoorn: Garant. (Voor personeelsleden UAntwerpen hier online raadpleegbaar):

  • tip 20: Plagiaatpreventie
  • tip 24: Voorkomen van meeliftende studenten bij groepswerk
  • tip 25: Kenmerken van een kwaliteitsvolle groepsopdracht

Van Petegem, P. (Red.) (2010). Praktijkboek Activerend Hoger Onderwijs. Tielt: LannooCampus.

  • hoofdstuk 7: Ontwerpen, begeleiden en evalueren van taken (scoring van groepstaken)

BV databank:

Website Departement Onderwijs: Interne kwaliteitszorg: Studietijdmetingen (na login) 

 

(Onderwijstip april 2015)