Geregeld laat de Studentenraad haar mening horen met betrekking op allerlei actuele kwesties en dossiers of als reactie op bepaalde artikels. Eerdere advies- en opiniestukken hebben we voor jullie gerangschikt per jaar, dus klik vooral verder en lees wat wij in het verleden te zeggen hadden!

Academiejaar 2020-2021

Hier lees je de adviezen en toespraken van dit academiejaar!

Studentenvertegenwoordiging buiten spel gezet bij nieuwe coronamaatregelen - 16/9/2020

Academiejaar 2019-2020

Hier lees je onze adviezen en toespraken van academiejaar 2019-2020!

Gelegenheidstoespraak academische opening 2019 - Les(s) stress: prestatiedruk in het hoger onderwijs

Geachte aanwezigen,

Kwalitatief onderwijs is een speerpunt van onze associatie. Toch moeten we oppassen voor wat de sociologen onder ons de perverse effecten zouden noemen van dat kwaliteitsstreven. Prestatiedruk is hier een voorbeeld van. Dat komt in allerlei situaties voor; in je professionele leven, in je sociale leven, bij het geven van een speech in deze imposante zaal. Ook in het hoger onderwijs komt prestatiedruk in allerlei soorten en maten voor, zowel bij het personeel, als bij de studenten.  

Zonder te willen stellen dat dat een fenomeen is van de laatste jaren of dat het er altijd al is geweest, is het niettemin een actueel probleem dat onze aandacht verdient. Als je bijvoorbeeld tijdens de blokperiode op de welbekende confessions-pagina’s op Facebook kijkt, kom je regelmatig berichten tegen van studenten die met hun handen in het haar zitten en een noodkreet slaken om hulp.  Ook onderzoek van een Brabantse universiteit wees recent uit dat 1 op de 3 van hun eerstejaars kampt met psychische klachten. Bovendien komt het nog te vaak voor dat dat soort problemen wordt afgedaan als iets onbenulligs of iets wat vooral in het hoofd van de studenten bestaat, terwijl het juist een onderwerp is waar studenten over zouden moeten kunnen praten. Enkel zo kunnen we ze helpen bij hun klachten.

Waar komen deze psychische klachten dan eigenlijk vandaan? Prestatiedruk is dus ongetwijfeld één van de voornaamste oorzaken. Er wordt van je verwacht dat je goede resultaten haalt zodat je meer kans maakt op je droomjob, dat je druk aan de slag bent met extracurriculaire activiteiten zoals het bestuur van een studentenvereniging, dat je in je welverdiende vakantie al wat werkervaring opdoet met een studentenjob, dat je er een bruisend sociaal leven op na houdt én dat je een gezonde levensstijl hebt met genoeg nachtrust en lichaamsbeweging.

Zijn dat geen irreële verwachtingen? Volwassen worden gaat al gepaard met heel veel onzekerheden en veranderingen waardoor jonge mensen sowieso kwetsbaarder zijn. Naast de ‘fear of missing out’, worden studenten door sociale media bovendien constant geconfronteerd met perfecte plaatjes en hoge standaarden. Ook de verwachtingen van familie, vrienden en de maatschappij, inclusief het hoger onderwijs, dragen hieraan bij.

Zonder de tien-is-genoeg-cultuur te willen verheerlijken of afbreuk te doen aan het belang van academisch excelleren, zou ik willen benadrukken dat academische excellentie (waar bijvoorbeeld voor wordt gepleit in de Startnota voor de Vlaamse Formatie) niet het enige is dat telt. Persoonlijke ontwikkeling is minstens even waardevol en niet in cijfers uit te drukken, en juist door een té hoge druk kunnen de prestaties van de student uiteindelijk slechter uitvallen. Door een leeromgeving te creëren waarbij ook persoonlijke ontwikkeling centraal staat, zullen de prestaties en de wijze waarop ze behaald worden flink verbeteren.     

De Universiteit Antwerpen zet daarbij al een stap in de goede richting. Ondanks dat de wegen naar professionele hulp meestal niet onbekend zijn, blijft er een drempel bestaan om daar ook werkelijk beroep op te doen. De Universiteit Antwerpen start daarom dit academiejaar met de uitrol van een project rond peer support. Een aantal studenten gaat een training volgen tot peer coach, waarbij ze de vaardigheden krijgen aangeleerd om vervolgens zelf medestudenten te kunnen ondersteunen.

Door de oprichting van Psy-net, het samenwerkingsverband tussen studentenbegeleiders, psychologen en externen, heeft ook de associatie al actie ondernomen. Al mogen we gerust nog wat proactiever zijn. Laat ons zelf een voortrekkersrol opnemen in Vlaanderen om de mentale gezondheid van onze studenten te verbeteren. Bestaande initiatieven verdienen bijvoorbeeld veel meer aandacht en een onderzoek naar de precieze schaal van het probleem zou in het belang van zowel de studenten als de associatie zijn.

De prestatiedruk waar veel studenten last van ondervinden is met andere woorden een uitdaging voor het hoger onderwijs, die juist een kans kan zijn om meer uit studenten te halen. Graag zou ik daarom willen afsluiten met de volgende oproep: laat ons niet vergeten dat goed het tegendeel is van slecht en niet van perfect.

 

Angela Brinkman

Coördinator onderwijs

Academiejaar 2018-2019

Hier lees je onze adviezen en toespraken van academiejaar 2018-2019!

Gelegenheidstoespraak Academische Opening 2018 - De kracht van verwondering

Gelegenheidstoespraak Academische Opening 2018
De kracht van verwondering 

Anthony Longo 
Voorzitter Studentenraad Universiteit Antwerpen 

Geachte aanwezigen, 

Op deze feestelijke dag wil ik jullie graag het nieuwe academiejaar insturen met een reflectie over een onderwerp dat menig student, maar ook mij nauw aan het hart ligt. Bijna een jaar geleden werd in de Senaat op Koningsdag een debat georganiseerd rond laagdrempelig hoger onderwijs. De centrale vraag was: ‘Welke drempels ervaren leerlingen bij het kiezen voor hoger onderwijs?’. Drempels die het debat beheersten waren voornamelijk van financiële en sociale aard, overigens heel terecht: we mo- gen niémand in de kou laten staan als het op onderwijs aankomt. Eén drempel verloor men echter uit het oog, een drempel die ik vandaag de ‘utilitaristische drempel’ wil noemen. Deze drempel heb ik een aantal jaren geleden ook zelf ervaren toen ik een studie wijsbegeerte overwoog en die drempel luidde als volgt: ‘Wat ben je daar eigenlijk mee?’. Ik heb lang naar een antwoord op deze vraag gezocht tot ik besefte dat het eigenlijk de foute vraag was. Telkens ik deze vraag voorgeschoteld kreeg, werd mij duidelijk dat men steeds meer op zoek is naar rendement dan naar kennis. En dat is jammer. 

We zijn op een moment gekomen dat er zich een reflectie opdringt over de betekenis van de universi- teit en haar rol in de maatschappij en daaraan gekoppeld: wat de betekenis nog is van een zoge- naamde ‘academische’ opleiding. Martin Heidegger, misschien wel de meest invloedrijke filosoof van de twintigste eeuw, zei ooit: ‘Iets overdenken wil zeggen: het zijn waardigheid teruggeven’. Wanneer we nu het ongelooflijk boeiende onderzoek dat aan de universiteit gebeurt, laten leiden door de nuts- vraag, dreigen we het object van onderzoek zijn waardigheid af te nemen. Mij lijkt dat het concept ‘nut’ niet problematisch is an sich, maar wel een te beperkte opvatting ervan. Misschien wordt het dan ook tijd om in navolging van de Russische schrijver Leo Tolstoy ‘nut’ te begrijpen als gewoonweg datgene wat de mens beter maakt, want ook zogenaamde ‘niet-nuttige’ opleidingen dragen bij aan een ge- slaagd leven. 

Al enkele jaren pakt de Universiteit Antwerpen uit met de inspirerende slogan ‘Bepaal mee de toe- komst!’. Laat ons niet vergeten dat de grootste denkers uit de geschiedenis – denk aan Descartes, Newton, Einstein – mee de toekomst bepaalden, niet vanuit de overweging: ‘wat levert dit op?’, maar vanuit de kracht van hun verwondering. Laten we deze verwondering hoog in het vaandel dragen, want ze is een van mooiste giften die we als mens gekregen hebben. Laten we van onze associatie een ruimte maken waarin studenten deze verwondering kunnen cultiveren, en dit zonder ze te laten onderdrukken door wat dan ook. 

De echte vijand is degene die de menselijke geest probeert te knechten zodat hij zijn vleugels niet durft uit te slaan. Met dit in gedachte wil ik de volgende oproep doen:
- Aan de studenten: laten we onze vleugels uitslaan. Laat je niet belemmeren door deze utilitaristi- sche drempel, laat je leiden door je verwondering en geniet vooral van de boeiende studieperiode die vandaag weer aanvangt.
- En aan de instellingen en de overheden: geef ons, studenten, de mogelijkheid om onze vleugels uit te slaan. Verlaag ook deze drempel: geef ons én de universiteiten de mogelijkheid deze verwondering hoog in het vaandel te dragen. De vraag is immers niet wat je met een opleiding wordt, maar wie je ermee wordt.

Bureaunota Studentenraad betreffende Beleidsplan SCS 2019-2023

Bureaunota Studentenraad betreffende Beleidsplan SCS 2019-2023

Werkveld Voeding

Het is positief das SCS nadenkt over de innovatie van het concept studentenrestaurant gepaard met een toenemende aandacht voor duurzaamheid in voeding en al haar aspecten. Hierbij zou nog een breder kader geschetst mogen worden van hoe de student dit alles zal beleven. Zoals Christine Ongenae op het SOC al aanhaalde is er ook een toenemende aandacht voor de flow van studenten en gelegenheid op welke zij kunnen pauzeren en de hierbij horende voorzieningen. De idee van de campus als geheel te zien met meerdere ontmoetingsplaatsen en punten waar studenten maaltijden kunnen bekomen is zeker een mooi doel om komende 5 jaar voor ogen te houden en hoe dit werkveld te bekijken. Ook moet er rekening gehouden worden met de stijging van de diversiteit op de campussen en het aanbod dat hierbij aansluit. Ook zijn de allergenen hierbij een probleem. Dit kan eventueel opgenomen worden in het etiquetteersysteem zodat studenten online bestanddelen kunnen opzoeken in een databank die regelmatig centraal geupdatet wordt.

Hiernaast is ook nog een visie nodig om de huidige capaciteitsproblemen aan te pakken, een richting welke SCS wil uitgaan. Het idee dat de capaciteit verhoogd zal worden door simpelweg meer plaatsen te voorzien of infrastructuur bij te bouwen lijkt fout wanneer men de restaurants holistisch gaat bekijken. Een spreiding van drukke momenten en verdeling van bezoekers lijkt de enige juiste richting om uit te gaan. Dit moet nagestreeft worden zowel in functie van de student die nu moeite heeft op sommige campussen een pauzeplaats te vinden, maar ook van de druk op personeel op elke campus cfr. de situatie die Koenraad op de extra bespreking schetste.

Werkveld huisvesting

Een eerste opmerking gaat over het beleid voor de toekomst. Bij de inleidende paragrafen staat dat de homes CDE en TPC eenzelfde lot dreigen te ondergaan dat deze op CMI en CST. Bij het onderdeel ‘plannen’ wordt dit niet meer besproken dus er zal verder gebouwd worden op de vermelding in de inleiding. Eenzelfde lot voor deze homes zou net als het home CST verregaande gevolgen hebben voor de bewoners. De prijzen in deze homes liggen erg laag en hoewel deze gealloceerd zijn op basis van sociale dossiers zal slechts een klein percentage aan de vereisten voldoen sociale bijpassingen te krijgen en dus niet blootgesteld worden aan de actuele marktprijzen. De meerderheid van de bewoners zal een financiele realitycheck ondergaan en er dus in één klap op achteruitgaan. Het dossier van home CST lag heel gevoelig bij de studentenpopuatie, maar door de structurele problemen was er geen andere uitweg dan deze te sluiten en studenten op de private markt onder te brengen wat gezien de situatie en op basis van gesprekken met medewerkers van de sociale diensten goed verlopen is. Dit dossier zou een minder dwingend beleid impliceren en dus eerder een beleidskeuze zijn, een keuze waar vanuit de studentenvertegenwoordiging in die hoedanigheid pricipieel niet mee akkoord gegaan kan worden.

Een tweede opmerking maakt een weg naar een mogelijke oplossing. De abruptheid van het wegvallen van verworven rechten ligt zeer gevoelig bij studenten. Daarom kan het een oplossing zijn de overgang van universiteitsbeheer naar de private markt vlotter te laten verlopen door financiële correcties door te voeren. Een overgang van louter locatie van huisvesting zal makkelijker te verteren zijn indien de universiteit zich sterk kan maken dat geen enkele student een euro erop achteruit zal gaan, zonder rekening te houden met kleine indexeringen. Op termijn kan dan jaarlijks de bijpassing aangepast worden om naar een financieel beleid te gaan dat strookt met de realiteit. Dit geeft SCS ook de ruimte en tijd om te zoeken naar een lange termijn oplossing waar de studenten kunnen huren tegen de meest optimale voorwaarden.

Een derde opmerking gaat uit naar de huidige situatie van het dossier en de lastige beleidskeuze die nu op tafel ligt. Het feit dat budgetair gezien een exploitatie op lange termijn van huisvesting in eigen beheer onmogelijk is heeft zijn oorsprong niet in het nabije verleden. In de homes zijn gedurende de voorbije decenia te weinig structurele veranderingen en vervangingsinvesteringen gebeurd die er nu voor zorgen dat men op korte termijn tegen een gigantische investeringskost kijkt. Daarnaast is de prijssetting losgebleven van de reëele prijzen op de markt waardoor de kloof tussen huren in een studentenhome en huren op de private markt gigantisch is.

Een laatste opmerking kijkt naar huisvesting van een nationale concurrent namelijk de KUL. De KUL heeft verschillende residenties in eigen beheer, zowel met huurpijzen op maat als residenties gebaseerd op samenwerkingsovereenkomsten met private partners met een maximumprijs. Dit geeft hen een ruim aanbod waaruit studenten op basis van hun financiën kunnen beslissen welke huisvesting zij willen. De KUL slaagt erin meerdere residenties zelf uit te baten tegen een aantrekkelijk tarief zonder dat deze deel uitmaken van het aanbod gesubsidieerde koten. Een groot verschil is dat KUL in het uitgebreide aanbod, los van de private markt, maarliefst 10 000 studenten huisvest. Zij profiteren van een enorm financieel voordeel voortvloeiend uit de grote schaalvoordelen die zij hieruit halen waardoor zij een heel scherpe prijs kunnen nastreven zonder tussenkomst van grote budgetten uit eigen gelden. De universiteit Antwerpen heeft deze luxe niet. Wel moet gezegd worden dat de UAntwerpen in het verleden wel degelijk beschikte over een studentenhome in eigen beheer per campus rekeninghoudend dat de huisvesting op CGB een speciaal karakter heeft. Beleidsmakers hebben het jammer genoeg nagelaten sinds de jaren 1970 deze opportuniteiten met oog op de toekomst te exploiteren en uit te bouwen zoals de KUL dit heeft gedaan en die de sluitingskeuzes van afgelopen jaren en de toekomst hadden kunnen vermijden. Wanneer ook de laatste homes in eigen beheer sluiten wordt dit huisvestingsmodel onheroepelijk afgesloten.

Werkveld Sociale dienstverlening

Moest er een eventuele SWOT analyse ter beschikking zijn zou dit zeker nuttige info geven over welke zaken aangepakt moeten worden. Verder is het belangrijk dat er een focus is op de bereikbaarheid voor mensen die het Nederlands of Engels niet beheersen. Het percentage aan kinderen waarbij thuis geen moderne taal gesproken wordt stijgt in een stad als Antwerpen heel sterk. Een goed communicatiebeleid is hier belangrijk.

Werkveld Psychologische en medische dienstverlening

Studenten vinden helaas op dit moment nog niet altijd de weg naar de faciliteiten die op dit gebied worden aangeboden, dus het zou misschien goed zijn na te denken over hoe de studenten beter bereikt kunnen worden, zodat ze beter op de hoogte raken van de mogelijkheden die er zijn. In het verlengde hiervan ligt misschien meer inspelen op recente geluiden rond de mentale gezondheid van studenten en de bezorgdheden hieromheen. Het zou ook zeer interessant zijn om te bekijken hoe een beter beeld kan worden verkregen van hoe het met de UA-studenten in het bijzonder gesteld staat, zodat gericht gekeken kan worden hoe dit verbeterd kan worden.

Werkveld Vervoer

In de eerste plaats zou het beleid gebaseerd moeten zijn op concrete cijfers over welke campus met welke soorten problemen geconfronteerd wordt. Het gebruik van stadsfietsen is zeker een te verkiezen oplossing en het blokhuren bij private partners is een goed initiatief. Toch zou er op Antwerps niveau een politieke wil nodig zijn om te investeren in de Vélostations. Er rijden nu al chauffeurs rond voor de fietsen te heralloceren. Deze zouden op de cruciale uren ook bij de buitencampussen moeten worden ingezet. Hier studeren duizenden studenten en het is tenslotte wel hun grote universiteit. Ook de veiligheid van drukke verkeerspunten rond de campussen moet in het oog gehouden worden.

Hiernaast moet een afradend effect komen voor studenten die de auto nemen. Toch zou door het openbaarvervoer dat momenteel beschikbaar is de mogelijkheid tot parkeren op lastige uren mogelijk moeten blijven. Het afradende effect zou ook voor het personeel moeten zijn en parkeergelegenheid zou billijk verdeeld moeten worden tussen studenten en personeel.

Tenslotte kan men vervoer bij de buitencampussen niet zien zonder De Lijn. In donkere periodes en met slecht weer is een goed bus/tram vervoer brood nodig. Op middellange termijn moet de universiteit blijvend druk zetten. De donkere periodes kunnen ook mee opgelost worden door voldoende verlichting rond de campussen te plaatsen waar de universiteit verantwoordelijk voor is.

Werkveld Studentenwerking

Er is veel aandacht uitgegaan naar de samenwerking tussen VUAS en De Studentenraad en de vertegenwoordiging in dit laatste. Het is daarnaast ook belangrijk dat De Studentenraad optimaal op de hoogte is van het reilen en zeilen van VUAS. Studentenvertegenwoordigers zijn op de hoogte van universiteitsdossiers door hun mandaten en van overkoepelende dossiers op universiteitsoverschrijdend niveau als de externe mandaten in het ASO. Een leemte in de informatiestroom is een vertegenwoordiging en informatiedoorstroom vanuit de leefwereld van de studentenorganisaties terwijl deze toch heel belangrijk is om een rigide beleid te voeren op de twee andere niveaus. Dit kan alleen maar samenwerking versterken en zou enkel waarnemend zijn, de Studentenraad wil in geen geval haar beleid en werking opdringen tegenover de clubs, maar op de hoogte zijn van hun werking stel dat er punten aangehaald worden of er zich situaties kunnen voordoen die de Studentenraad ook kan oppikken.

Advies Studentenhuisvesting door de Algemene Vergadering van de Studentenraad van 14 februari 2019

Advies Studentenhuisvesting
door de Algemene Vergadering van de Studentenraad van 14 februari 2019

In het "Beleidsplan 2019-2023" vanuit het Departement Sociale, Culturele en Studentgerichte Diensten wordt gewezen op de waarschijnlijkheid van de sluiting van het laatste studentenhome in handen van de UAntwerpen, vanwege een gebrek aan investeringsmiddelen. Als reactie hierop formuleert de Studentenraad Universiteit Antwerpen een schriftelijk advies betreffende het belang van huisvesting als opdracht van een universiteit.

Zij doet dat door te beargumenteren dat huisvesting wel degelijk tot de core business van een universiteit behoort op drie niveaus: vanuit een studentenperspectief, vanuit het perspectief van de instelling en vanuit een maatschappelijk perspectief. Daarbij uit zij een ernstige bezorgdheid ten aanzien van de volledige privatisering van huisvesting.

Vanuit een studentenperspectief

Het belang van een door de universiteit georganiseerde huisvesting voor studenten ligt in de financiële en sociale zekerheid. In tegenstelling tot de eerder fluctuerende marktdynamiek, kan de universiteit een stabiel aanbod bieden. Daarnaast is het van belang dat een universiteit in tijden van individualisering het behoren tot een gemeenschap faciliteert. Deze gemeenschapsvorming draagt bij aan het psychologisch welzijn van studenten. Het is bekend dat meer dan de helft van de Vlaamse jongeren zich eenzaam voelen. Terwijl privé-koten minder faciliteerbaar is, blijkt dat studentenhomes studenten aanzetten om samen te komen, zoals in een TV-zaal. Dit is gunstig voor studenten in het algemeen, maar in het bijzonder voor studenten uit kansengroepen die een studentenhome als drempelverlagend ervaren. Tot slot blijkt dat sociale, peer feedback vaak een significantere invloed heeft op de onderwijsprestaties van studenten dan feedback vanuit docenten.

Vanuit het perspectief van de instelling

De UAntwerpen specifieert haar identiteit rond actief pluralisme en inclusiviteit. Voor de geloofwaardigheid van deze identiteit is het noodzakelijk de mogelijkheidsvoorwaarden van deze zo veel mogelijk te stimuleren. Dat gebeurt door drempels die de toegang tot het hoger onderwijs verhinderen te verlagen. Bij studenten uit kansengroepen, maar ook bij buitenlandse studenten of studenten die willen deelnemen aan de Antwerp Summer University kan een gebrek aan een georganiseerde huisvesting als drempel optreden, omwille van administratieve redenen, maar ook omwille van het gebrek aan gemeenschapsvorming. Aangezien de UAntwerpen enkele unieke opleidingen heeft in Vlaanderen dreigt een gebrek aan huisvesting het recht op onderwijs in het gedrang te brengen. Ook draagt dit bij tot de perceptie dat UAntwerpen geen sociale universiteit is wat in een grootstedelijke context met daarbij horende sociaal-economische problemen nefast is om lokaal het aanwezige talent te oogsten. Studentenhomes dragen met andere woorden sterk bij aan de aantrekkelijkheid van de instelling. Dit is van belang vanuit een concurrentieel opzicht, maar ook voor de betrokkenheid van studenten bij de instelling tijdens en na hun studies. Ook voor de instelling biedt een investering in huisvesting een zekerheid die de markteconomie waarvan huursubsidies afhankelijk zijn niet kan bieden. Daarbij staat de universiteit ook rechtstreeks garant voor de kwaliteit van de koten en indien een onregelmatigheid voordoet kan zij hier rechtsreeks iets aandoen.

Vanuit een maatschappelijk perspectief

In tijden van individualisering, vluchtigheid en digitalisering wordt collectieve identiteit en gemeenschapsvorming ernstig bedreigd. Daarmee gaat een verschuiving gepaard van een offline naar een online, (pseudo-)verbondenheid. Zoals reeds aangegeven kan een studentenhome het probleem van eenzaamheid tegengaan en vormt daarmee een belangrijke bijdrage aan het psychisch welzijn van studenten. Dit welzijn heeft een significante impact op de onderwijsprestaties, waardoor de instelling sterkere afgestudeerden de maatschappij in kan sturen. Door daarnaast gemeenschapsvorming te stimuleren, wat van uitermate belang is als reactie op de hedendaagse manier van leven, kan huisvesting deel uitmaken van de maatschappelijke opdracht die een universiteit heeft. In het bijzonder geldt dit voor de UAntwerpen in de stedelijke en sociaal-economische context van de stad waarin zij gevestigd is.

Advies roostering examens

De cijfers

De Studentenraad heeft op vraag van de rector een universiteitsbrede bevraging gedaan betreffende de roostering van examens. Dit is een onderwerp wat zeer sterk leeft onder de studenten, omdat we maar liefst 3970 reacties (stand 16 maart om 12.45) hebben mogen ontvangen. Alle faculteiten zijn hierbij goed vertegenwoordigd. Van de respondenten doet 64% een bacheloropleiding, 29.8% doet een masteropleiding en 6.2% doet een andere soort opleiding, zoals een schakelprogramma.

Op de vraag of dat een vast examenrooster of een flexibel examenrooster wordt geprefereerd kwam niet echt een eenduidig antwoord. 51.5% van de studenten kiest voor een vast examenrooster, waar 48.5% kiest voor een flexibel examenrooster. Dit geeft aan dat beiden voor studenten heel erg belangrijk zijn, en dat er binnen de studentenpopulatie niet specifiek de voorkeur wordt gegeven aan één van beide opties.

Wat betreft de keuze tussen betere spreiding of eerdere bekendmaking was het antwoord duidelijker. 63.8% van de studenten kiest voor een betere spreiding, terwijl 36.2% kiest voor een eerdere bekendmaking. Hierbij moet wel de kanttekening geplaatst worden dat veel studenten aangeven dat alhoewel er nu gewerkt wordt met het flexibele systeem, wat in theorie betere examenroosters zou moeten opleveren, de spreiding vaak erg slecht is en dat er daarom dan net zo goed met vaste roosters gewerkt zou kunnen worden, waarbij je als student eerder weet waar je aan toe bent.

Het antwoord op de vraag of dat studenten liever een rooster zien wat eerder bekend wordt gemaakt en nog enigszins kan veranderen, of een rooster wat later bekend wordt gemaakt en vast is, was nog duidelijker. 73.4% kiest voor een eerder rooster wat nog kan veranderen, terwijl 26.6% kiest voor een later en vast rooster. Hierbij werd wel vaak gezegd dat deze wijzigingen niet te groot zouden mogen zijn, en het liefst enkel in het voordeel van de studenten, omdat het anders weinig nut heeft. 

De opmerkingen

De studenten hadden bij deze bevraging ook de ruimte om zelf opmerkingen achter te laten, en van deze mogelijkheid is veelvuldig gebruik gemaakt. Een aantal punten kwam zeer vaak naar voren. Wat betreft de indeling van mondelinge examens en praktijkgroepen waren er specifiek vanuit een aantal faculteiten veel klachten, omdat de indeling hiervan (die vaak op basis van achternaam gebeurt) als oneerlijk wordt ervaren. Studenten zouden liever een systeem zien waarbij ze zichzelf kunnen inschrijven op basis van een ‘first come, first served’ principe, of een systeem waarbij er wordt afgewisseld bij de indeling van examenmomenten, zodat niet telkens dezelfde studenten erg weinig of erg veel studeertijd hebben voor een aantal examens.

Ook vragen veel studenten om de mogelijkheid tot het geven van input bij de samenstelling van het examenrooster, hetzij via de studentenvertegenwoordiging, hetzij via een soort bevraging. Verder werd aangegeven dat er bij de roostering meer rekening moet worden gehouden met zware en minder zware examens, zodat deze beter over de examenperiode gespreid zijn. Dit kan gedaan worden door bijvoorbeeld studenten te bevragen naar de gemiddelde studeertijd of zwaarte van de opleidingsonderdelen, of door te kijken naar wat de slaagkansen voor een bepaald opleidingsonderdeel gemiddeld zijn.

Verder hebben veel studenten de wens geuit voor een blokverlof in juni. Ook was er bijzonder veel vraag naar een eerdere bekendmaking van specifiek het herexamenrooster, omdat dat nu zeer laat pas bekend wordt gemaakt, wat zeer onhandig is. Deze late bekendmaking is niet alleen lastig in verband met het plannen vakanties, maar ook voor studenten die op Erasmus vertrekken of een Summerschool willen doen, en bij de zoektocht naar een vakantiejob of stage. Bovendien was er kritiek op deadlines net voor of tijdens de examenperiode, omdat deze de studeertijd voor de examens inperken.

Er waren een aantal categorieën studenten die vrij specifieke problemen aanhaalden. Werkstudenten zouden een vast rooster wensen in verband met het vastleggen van hun werkrooster. Schakelstudenten vragen dan weer om een haalbaarder examenrooster, omdat door het combineren van opleidingsonderdelen van verschillende bachelorjaren het examenrooster vaak erg slecht is voor deze categorie studenten. Studenten van de bachelor SEW haalden vaak aan dat hun rooster meestal extreem slecht is, doordat ze opleidingsonderdelen volgen bij twee aparte faculteiten, die geen rekening met elkaar houden bij de roostering van de examens. Binnen de faculteit OW werd vaak aangehaald dat de planning rond jury’s beter moet, omdat deze nu voor lastige situaties kunnen zorgen met de examens voor theoretische vakken.  

Ons advies

Een groot aantal studenten haalde aan dat het mogelijk zou moeten zijn om, op basis van gemiddelde studentenaantallen en door te kijken naar de typische buisvakken, een vast examenrooster op te stellen voor de schriftelijke examens. Hierbij is goede spreiding voor de meeste studenten belangrijker dan snel klaar zijn, omdat betere spreiding de slaagkansen vaak verhoog.

Een eerdere bekendmaking van het examenrooster zou, zeker voor de 2e zit, ook wenselijk zijn. 

Nota studieplekken en bibliotheek

Nota studieplekken en bibliotheek
Collectief studeren geen trend maar een evolutie, en een goede!

Ongeveer tien jaar geleden kreeg de bibliotheekdienst van UAntwerpen voor het eerst te kampen met een nieuwe trend in het studeergedrag van haar studenten, het collectief studeren. Gedurende tien jaar steeg het aantal studenten dat gebruik wilde maken van de bibliotheek als plek om te werken en studeren. De hele hype ontpopte zich tot een evolutie waarbij studenten massaal verkozen samen te studeren tijdens de piekperiodes in het academiejaar die afgelopen jaren steeds vervroegden. In deze nota wordt de kijk van de studenten zelf vermeld samen met de vraag naar ambitie die de universiteit in de toekomst aan de dag moet leggen.

Waarom samen studeren wanneer dit ook alleen op kot kan?

Tegenover het collectief studeren staan heel wat sceptici. De digitale wereld staat niet stil en de toenemende prikkels onder invloed van sociale media hebben een invloed op het studiegedrag van studenten waardoor dit totaal anders evolueert tegenover vroeger. Het is daarom best gek dat in een wereld die sterk individueler wordt studenten dit counteren door op vlak van studie voor meer sociale cohesie kiezen

Studeren is flexibeler dan ooit tevoren. Studenten kunnen volgens een sterk geïndividualiseerd traject studeren wat de vraag hoe ver een student in zijn traject gevorderd is erg complex kan maken. Dit kan in sommige gevallen de prestatiedruk wat doen afnemen en ervoor zorgen dat ouders en omgeving niet helemaal de studievoortgang van hun student begrijpen, wat de sociale druk langs die kant mogelijks doet afnemen. Door samen te studeren zijn studenten als het ware overgestapt op een systeem van zelfregulatie. De gigantische informatiestroom van de media en de hierbij horende hoeveelheid aan prikkels is eigen aan de moderne samenleving. Het is ook geen uitzondering dat wanneer een student moeite heeft met geconcentreerd in de bib te studeren, hij of zij blikken krijgt van medestudenten bij overmatig smartphonegebruik, bijvoorbeeld. Studenten motiveren zo elkaar om door te bijten wanneer het eens een dag wat minder gaat.

Daarnaast heeft collectief studeren ook een ontspannende en sociale functie. Studenten kunnen samen pauzeren en delen met welke leerstof ze moeite hebben. Dit voorkomt dat studenten bij een complex stuk leerstof overstelpt worden door paniek en de strijd opgeven, gedeelde smart is trouwens halve smart. Het is ook een voordeel de vrije uren door te brengen met mensen die in dezelfde bubbel tegen de komende examens vechten. In het bedrijfsleven speelt ook het feit dat bij werknemers die fysiek in een bedrijf werken de sociale functie hiervan tegenover de thuiswerkers niet te onderschatten is, waarom zou dit bij studenten niet zo zijn?

Ten slotte zorgt in groep studeren ook voor een bepaalde structuur. In de blokperiode komen studenten mooi op het openingsuur van de bibliotheek samen om een nieuwe studiedag aan te vatten. Er is bij deze dus geen verleiding een extra keer te snoozen. Je kan zo ook samen op tijd pauzeren en eten. Elkaar motiveren om door te zetten is zeker van toepassing, maar daarnaast is er ook de motivatie eventjes te stoppen en eens buiten te komen. Opstaan, pauzeren, eten en slapen worden zo in een vast en gezond dagritme opgenomen.

Wat verwachten we nu van de universiteit?

De universiteitsbibliotheek is niet enkel een plaats waar studenten boeken kunnen raadplegen. Het is geëvolueerd tot een echte werk- en studieplek waar studenten aan taken kunnen werken en geziene leerstof verwerken. De plekken worden steeds schaarser, enerzijds door het toenemend aantal studenten die voordeel zien in collectief studeren, anderzijds door de stijgende studentenpopulatie zowel op de stads- als buitencampus. Wanneer er in de toekomst infrastructurele uitbreidingen plaatsvinden is het ondenkbaar dat er geen rekening gehouden zou worden met het voorzien van extra studie- en werkplekken. Meer studenten vraagt meer lokalen voor onderwijsaangelegenheden, maar ook plaats voor de verwerking hiervan.

Ten tweede zou het nuttig zijn de evolutie in studeergedrag te blijven opvolgen. Tijdens de examenperiode van januari 2019 vond een eerste grootschalig proefproject plaats voor een uitbreiding van de openingsuren van de bibliotheek dat met succes werd onthaald. Enkele beleidsmakers van de universiteit erkende deze goede resultaten en spraken hun ambitie uit om hiermee verder te gaan en zo nodig uit te breiden. Het is een goede houding te blijven zoeken en evolueren wanneer en hoe de bibliotheek aan de wensen van de student kan blijven voldoen. Het is onverantwoord grote kosten op te nemen voor initiatieven of aanpassingen die nauwelijks een meerwaarde bieden. Voor momenten dat dit wel een significante impact heeft zou er in de mate van het mogelijke gezocht moeten worden om deze leemte in de dienstverlening op te vangen.

Ten slotte is het zinnig een blik te werpen op de verdere toekomst. Op basis van afgelopen decennia kan er besloten worden dat het belang van de bibliotheek als studie- en werkplek niet zal afnemen, en mogelijks zelfs toenemen. Deze evolutie blijven inschatten als een overwaaiende trend zou getuigen van een sterk vertroebeld beeld. Daarom is het belangrijk dat er gedacht kan worden aan de bib van de toekomst. Proefprojecten van vandaag zouden best standaarddienstverlening worden in de toekomst. Deze vragen duurzame oplossingen dus zaken als elektronische toegang en compartimentering van de gebouwen zijn zaken die in de toekomst aan belang zullen inwinnen om tot een dienstverlening te komen die op maat van de student is en tegelijk op lange termijn werkbaar is voor bibliotheekpersoneel en infrastructurele instandhouding van de gebouwen.

Academiejaar 2017-2018

Herbekijk hier onze opiniestukken en adviezen van academiejaar 2017-2018!

Opiniestuk Herindeling Academiejaar - 9/5/2018

Gisteren ontsproot er een protest door de studentenraad van KU Leuven uit de kritiek die zij hebben op de plannen van hun rector om het academiejaar anders in te delen. Gelijkaardige plannen van het Gentse universiteitsbestuur botsen eveneens op weerstand van hun studentenvertegenwoordigers. De Studentenraad Universiteit Antwerpen deelt deze kritiek en heeft ernstige bemerkingen bij de plannen tot wijziging van het academiejaar.

Onze Studentenraad volgt dit dossier namelijk al een tijdje en deed dit met een onbevooroordeelde blik. Echter, bleek al snel na afweging van alle elementen in het dossier, dat de herindeling van het academiejaar uitermate nadelig zou uitvallen voor studenten. Deze maandag nog hebben we onze opmerkingen voorgelegd aan onze rector op het Studentenoverlegcomité. Dit is het overleg dat georganiseerd wordt door de Studentenraad en de koepel van studentenclubs tussen de rector en de studenten. De voorlopige antwoorden die we kregen op onze opmerkingen stelden ons niet gerust. De voorstellen gaan namelijk uit van een aantal hypotheses die niet wetenschappelijk onderbouwd zijn, waardoor er dus geen geloofwaardige basis is dat deze voorstellen aanzienlijke verbetering met zich mee zouden brengen voor de studenten.

Integendeel, er bestaat een groot risico op een te hoge werklast die het nekschot zou kunnen zijn voor studentenparticipatie en ander studentenengagement. De maatregelen die deze werklast zouden moeten beperken overtuigen simpelweg niet. Het is namelijk onmogelijk om dezelfde hoeveelheid kennis die gedoceerd wordt in de klassieke indeling van het academiejaar, gedoceerd te krijgen in een gecomprimeerd academiejaar met bovendien meer aandacht voor permanente evaluatie zonder de werklast bovenmatig te verhogen.

Ook staat het als een paal boven water dat een tweede zittijd die snel volgt op de examenperiode van het tweede semester, studenten niet de tijd geeft om te recupereren en op een ordentelijke manier hun herexamens aan te vatten. Misschien wel de grootste (en enige?) merite van de voorstellen is de langere periode die studenten na de tweede zittijd zullen hebben om na te denken over heroriëntering. Volgens ons is dit een element dat zeker voldoende aandacht verdient, maar dat niet per se afhankelijk is van een eventuele herindeling van het academiejaar. Het verdient aanbeveling om na te denken over andere manieren om dit te bereiken. Een mogelijke piste, die nog verder onderzocht dient te worden, is misschien het vervroegen van de tweede zittijd met één of twee weken. Hierdoor zou de tweede zittijd volledig in augustus vallen, hetgeen bovendien als voordeel heeft dat september volledig examenvrij is. In tijden waar studenten voldoende werkervaring moeten opdoen via stages die gewoonlijk een maand duren, is dit toch een interessante denkpiste.

We treden het standpunt van de Gentse Studentenraad en de Studentenraad KU Leuven bij dat de elementen over activerend leren niet vastgekoppeld hoeven te worden aan de herindeling van het academiejaar. Activerend leren kan inderdaad een positief verhaal zijn. Echter, als men dezelfde actieve werkvormen voor werkstudenten wil hanteren, dan dient hiervoor aanzienlijk geïnvesteerd te worden. Met de huidige middelen voor werkstudenten valt ook dit niet te realiseren.

Kortom vrezen wij dat dit prestigeproject waarin studentenvertegenwoordigers veel te weinig betrokken zijn geweest, alleen maar nadelig kan zijn voor studenten. De Studentenraad Universiteit Antwerpen blijft zich echter constructief opstellen en wil mee nadenken over andere, minder drastische manieren om de voordelen uit de voorstellen te implementeren.

Geert de Hoon

Voorzitter Studentenraad Universiteit Antwerpen

Korf verbredende opleidingsonderdelen in de bachelor - Advies van de Studentenraad

Op de Raad van Bestuur van 26 september 2017 werd beslist dat de Onderwijsraad in samenspraak met het Centrum Pieter Gillis een korf verbredende interdisciplinaire vakken zal uitwerken die invulling geeft aan het actief pluralisme en waarvan de cursus ‘Levensbeschouwing’ een keuzevak zal uitmaken. Het idee is dat er op meer dan een manier een invulling wordt gegeven aan het actief pluralisme dat de Universiteit Antwerpen wil uitdragen. De Studentenraad formuleert enkele bedenkingen bij het voorstel.

Als eerste stellen we vast dat door het aanbieden van een korf met keuzevakken in plaats van één verplicht vak ‘Levensbeschouwing’ niet alle studenten dergelijke, actief pluralistische, eindcompetenties zullen verwerven. Meer bepaald gaat het om inzicht in de historische evolutie en de geografische spreiding van levensbeschouwingen, haar verhouding tot de wetenschappen die aan bod komen in de opleidingen en de maatschappelijke uitdagingen die deze evoluties met zich meebrengen. De alumni zullen minder geïnformeerd de samenleving worden ingestuurd. Levensbeschouwing is namelijk een belangrijk onderdeel van de identiteit van vele mensen. Een gebrek aan kennis over die identiteit in een maatschappij waarin het identiteitsdebat overheerst, achten wij tegenstrijdig met het doel van de korf om de studenten beter voor te bereiden op het leven in de samenleving.

Daarnaast is het nu zo dat de inhoud van het vak ‘Levensbeschouwing’ in elke faculteit afgestemd is op de opleidingen. Zo krijgen de studenten van de Faculteit L&W het vak ‘Levensbeschouwing en cultuur’, de studenten van de Faculteit BE ‘Levensbeschouwing, mens en markt’ en de studenten van de Faculteit GGW ‘Levensbeschouwing, wetenschap en gezondheidszorg’. De Studentenraad stelt zich de vraag of deze afstemming op de opleidingen zal blijven bestaan of dat deze verdwijnt. Het zou jammer zijn moest deze eigenheid verdwijnen, omdat het voor studenten net interessant is te zien hoe een discussie over levensbeschouwingen relevant kan zijn voor het wetenschapsgebied van hun studie. Door dit element weg te nemen, zal de vakinhoud nog verder af staan van de studenten, waardoor het inzicht waarover gesproken wordt in de eindcompetenties wellicht moeilijker te bereiken is.

Ten derde merken we op dat het voorstel niet lijkt te stroken met de eigenheid van de Universiteit Antwerpen, dat een actief pluralisme wil uitdragen en stimuleren. We mogen niet vergeten dat een universiteit een grote maatschappelijke rol speelt. Het feit dat we een verplicht levensbeschouwelijk vak zouden wegnemen uit de curricula, lijkt het signaal te geven aan de samenleving dat het belang aan discussies over levensbeschouwingen aan belang inboet, terwijl het duidelijk is dat het tegendeel waar is. Dat geldt des te meer in een stad als Antwerpen. Wanneer gesteld wordt dat men naast een discussie over levensbeschouwing ook op andere manieren invulling wil geven aan ‘actief pluralisme’, is het niet duidelijk hoe dat mogelijk is. Het Centrum Pieter Gillis omschrijft het begrip nu net als een kritische dialoog tussen levensbeschouwingen. Het lijkt daarom niet mogelijk om een thema als ‘duurzaamheid’ onder die noemer te plaatsen. Als men dan beslist om het thema van het vakoverschrijdende opleidingsonderdeel dat nu elke bachelorstudent moet volgen te verbreden naar een korf met verschillende thema’s, kan men dan nog stellen dat de Universiteit Antwerpen actief pluralisme uitdraagt in haar curriculum? Het is immers niet genoeg om zich als universiteit passief pluralistisch op te stellen, wil men dialoog stimuleren.

De Studentenraad erkent echter wel het belang van andere thema’s dan levensbeschouwing. Thema’s als duurzaamheid, digitalisering, Global Health, enz. zijn eveneens belangrijk, maar dat mag geen reden zijn om de belangstelling voor levensbeschouwing af te bouwen. Daarom acht de Studentenraad het wenselijk (en op lange termijn noodzakelijk) dat er een uitbreiding van 3 naar 6 studiepunten aan maatschappelijk verbredende vormingsvakken plaatsvindt, naast het verplichte vak Levensbeschouwing. Dit blijft, in een totaal van 180 studiepunten in de bachelor, nog altijd zeer summier. We begrijpen dat het voor sommige opleidingen moeilijker is om deze 6 studiepunten in te bouwen in het curriculum als andere, maar gezien het enorme belang van een brede vorming vandaag de dag, kan en mag het niet onoverkomelijk zijn. Als dit niet mogelijk is, stelt de Studentenraad voor om het vak ‘Levensbeschouwing’ verplicht te behouden, maar om in het kader van de andere thema’s enkele gastcolleges of seminaries te organiseren binnen Levensbeschouwing.

Namens de Algemene Vergadering

Geert de Hoon
Voorzitter Studentenraad Universiteit Antwerpen