Side header image

Master in de veiligheidswetenschappen

Kerncompetenties

De algemene doelstellingen van de opleiding tot master in de Veiligheidswetenschappen bestaan erin om zowel voor veiligheid/welzijn, beveiliging, milieu, kwaliteit en sociale veiligheid:
- studenten te brengen tot een gevorderd niveau van wetenschappelijke kennis, vaardigheden en inzichten omtrent veiligheid; 
- hen hierdoor in staat te stellen om in de beschouwde domeinen op een deskundige en waardenbewuste manier te functioneren in de verschillende sectoren van de arbeidsmarkt waartoe de opleiding toegang verleent; 
- hen in staat te stellen om uitgaande van bestaande kennis gegenereerd via wetenschappelijk onderzoek en mits de nodige kritische ingesteldheid nieuwe, originele en innovatieve bijdragen en verbeteringen te leveren aan de kennismaatschappij.

De beoogde leerresultaten vertalen zich voor de studenten in competenties inzake kennis, vaardigheden en attitudes. De competenties hebben een sterke affiniteit met het wetenschappelijk onderzoek in de beschouwde domeinen van veiligheid.
De master in de Veiligheidswetenschappen zal de volgende leerresultaten beheersen:

1. De master kent de verschillende veiligheidstheorieën, waaronder de – op de schadetheorie geënte - interdisciplinaire veiligheidstheorie van Viaene. Hij/zij kan deze theorieën situeren, kaderen en toepassen op de vijf domeinen van veiligheid. 

2. De master heeft een fundamentele kennis van de basisbegrippen, theorieën en methoden voor de juridische, medische, economische, technologische, psychologische, organisatorische, criminologische en sociologische wetenschappen die relevant zijn voor de vijf domeinen in veiligheid. Hij/zij is in staat om de kennis uit de verschillende disciplines samen te brengen.

3. De master heeft inzicht in recente ontwikkelingen (juridisch, medisch, economisch, technologisch, psychologisch, organisatorisch, criminologisch en sociologisch) aangaande veiligheidsvraagstukken en weet die te plaatsen in de hedendaagse, nationale, Europese en internationale beleidscontext. 

4. De master is in staat om zijn verworven kennis en inzichten te ontwikkelen en toe te passen op een concreet nationaal, Europees en internationaal veiligheidsvraagstuk. 

5. De master is in staat om vlot wetenschappelijke informatie (literatuur en ander bronnenmateriaal) inzake veiligheidsvraagstukken te verzamelen, kritisch te verwerken en erover te reflecteren, met de bedoeling deze te gebruiken om veiligheidsproblemen op te lossen en de oplossing(en) te communiceren. 

6. De master kan zelfstandig een wetenschappelijk onderzoek over een veiligheidsvraagstuk opzetten en uitvoeren. Hij/zij kan een probleemstelling formuleren, een onderzoeksplan opstellen, het onderzoek projectmatig uitvoeren en ontwikkelen, de resultaten synthetiseren en kritisch evalueren, en hierover rapporteren. 

7. De master heeft het vermogen interdisciplinair, integraal en toekomstgericht te denken en te handelen. Hij/zij kan nieuwe ideeën en inzichten inzake veiligheid ontwikkelen uit bestaande, door wetenschappelijk onderzoek gegenereerde kennis, en is in staat duurzame oplossingsrichtingen te ontwikkelen, aan te reiken en te bediscussiëren. 

8. De master kan zelfstandig en in een multidisciplinair team werken. Hij/zij beschikt over de vereiste sociale en communicatieve vaardigheden om een leidinggevende veiligheidsfunctie op te nemen in het bedrijfsleven of bij de overheid en zijn/ haar kennis inzake veiligheid door te geven. 

9. De master is communicatief ingesteld, zowel mondeling als schriftelijk. Hij/zij is in staat actief te luisteren. Hij/zij is in staat om zijn/ haar bevindingen, kennis en ervaring over zijn/ haar veiligheidsonderzoek duidelijk en bevattelijk te rapporteren aan een wetenschappelijk publiek van vakgenoten, maar ook aan een ruimer publiek van beleidsmakers, opdrachtgevers en personen op de werkvloer en hierover in debat te kunnen treden. 

10. De master heeft een gedreven en dynamische houding en is in staat om proactief te denken en te handelen. Hij/zij toont dat hij/ zij te allen tijde verantwoordelijkheid kan opnemen. 

11. De master heeft een open, creatieve en kritische geest en attitude die gericht is op een professionele benadering en toepassing van zijn kennis en inzicht in veiligheid. Hij/zij kan leren van anderen om zo tot de beste oplossing (best practice) te komen. 

12. De master staat open voor nieuwe ideeën. Hij/zij kan reflecteren over het eigen denken en werken met als doel tot vernieuwing, alternatief handelen en/of adequate oplossingen inzake veiligheidsvraagstukken te komen. 

13. De master staat open voor een culturele context, wetenschappelijke bevindingen en discussies, levenslang en levensbreed leren, maatschappelijke signalen en veranderingen.

14. De master heeft het vermogen zijn kennis en inzichten te integreren en ethisch verantwoord toe te passen in de context van duurzame ontwikkeling en het maatschappelijk verantwoord en betrokken ondernemen.