Een pool van zes inleiders verzorgt de inleidingen op de Spectrumlezingen

Georges Wildemeersch

Georges Wildemeersch was tot 2013 als gewoon hoogleraar Nederlandstalige Letterkunde verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Zijn belangstelling ging vooral uit naar de geschiedenis van de moderne literatuur van de 20ste eeuw, naar de analyse en interpretatie van poëzie en naar het werk van gecanoniseerde auteurs als Gerard Reve en Hugo Claus. Hij stichtte in 1994 de periodieke publicatie van de Clausstudie Het teken van de ram en richtte in 1996 aan de universiteit het Studie- en Documentatiecentrum Hugo Claus op. De tot nog toe laatste publicatie van zijn hand verscheen in 2015; Hugo Claus. De jonge jaren biedt een staalkaart van zijn jarenlang vergaarde kennis.

Diane Van Strydonck

Diane Van Strydonck  studeerde Biologie (Zoölogie) aan de Universiteit Gent. Als assistente aan de Veeartsenijschool legde ze haar Ph.D in de Parasitologische Wetenschappen af. Aan het toenmalige RUCA werkte ze aan projecten verband houdend met Fasciolosis en Trypanosomiasis. Ze deed een specialisatie voor Elektronenmicroscopie en behaalde het getuigschrift voor Menselijke Ecologie. Ze doceerde Algemene Biologie, Genetica, Vergelijkende Embryonale Anatomie en Parasitologie. De Mariene Biologie met meer specifiek de getijdenproblematiek werden later aan haar curriculum toegevoegd. Tot haar pensionering bleef zij aan het RUCA, nu geïncorporeerd in de Universiteit Antwerpen, actief. Ook na haar emeritaat werkt zij nog mee aan programma’s van de WHO – IPMB (Interuniversity Programm on Molecular Biology)  waarvoor zij in Brussel Parasitologie doceert. Voor de stage mariene biologie voor de studenten Biologie verzorgt zij nog steeds het gedeelte Morfologie – Systematiek van getijdenorganismen (zoölogisch).

Eric Spruyt

Eric Spruyt studeerde af als master in de Plantkunde en verwierf nadien een doctoraat in de Wetenschappen (1986), beide aan de Universiteit Antwerpen. Na deze periode van actief wetenschappelijk onderzoek, en een zijsprong naar de Federale Overheidsadministratie, gaf hij achtereenvolgens leiding aan het onderzoeksbeleid van de toenmalige Universitaire Instelling Antwerpen, de Confederale Universiteit Antwerpen en de Universiteit Antwerpen, waarna zijn actieve loopbaan aldaar in 2015 eindigde als departementshoofd Onderzoek & Innovatie. Tussendoor nam hij kortere opdrachten op als beleidsmedewerker Universiteit Antwerpen, en als raadgever bij de Vlaamse Minister van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek. Zowel in eigen naam als namens de Universiteit Antwerpen, nam hij intern en extern meerdere bestuursmandaten en vertegenwoordigingen op, zo onder meer als ondervoorzitter van ActUA vzw, en als bestuurder van het Instituut Joodse Studies, het Centrum Pieter Gillis en het Instituut Born Bunge, maar ook als lid van de Federale Raad Wetenschapsbeleid, van de Vlaamse Interuniversitaire Raad, van het Expertisecentrum Onderzoeks- en Ontwikkelingsindicatoren...

Joseph Merregaert

Joseph Merregaert studeerde Scheikunde aan de UGent en specialiseerde zich in de Moleculaire Biologie. Zijn doctoraal proefschrift (1976) was een belangrijke bijdrage tot de opheldering van de chemische structuur van de bacteriofaag MS2. Een wereldprimeur aangezien voor het eerst de genetische kaart van een virus werd ontrafeld. Als post-doctoraal onderzoeker aan het National Institute of Health (Bethesda, USA) heeft hij zich verder toegelegd op de studie van 'kankervirussen'. Na zijn terugkeer in België bestudeerde hij in de sectie Pathologie van het departement Radiobiologie van het Studiecentrum voor Kernenergie (S.C.K/C.E.N.) te Mol de rol van virussen in stralingsgeïnduceerde leukemieën en - botkankers. Als docent en gewoon hoogleraar doceerde hij Microbiologie en Virologie aan de UAntwerpen in het curriculum Biochemie en Biotechnologie. Zijn onderzoek situeerde zich aanvankelijk in het domein van de Moleculaire Virologie en evolueerde naar Extracellulaire Matrix Biologie. Dit heeft o.m. aanleiding gegeven tot de ontdekking van het extracellulaire matrix eiwit ECM1, de identificatie van mutaties in het ECM1-gen als de oorzaak van een zeldzame humane huidziekte (lipoïd proteïnosis) en de rol van ECM1 in de biologie van de huid en gedurende het ossificatieproces.

Renaat Gijbels

Aan de RUG werd Renaat Gijbels licentiaat en doctor in de Chemische Wetenschappen (1965). Als onderzoeker bij het Interuniversitair Instituut voor Kernwetenschappen ontwikkelde hij er nucleaire analysemethoden. In 1972 verscheen een standaardwerk over neutron activation analysis, later vertaald in het Chinees. Hij was als postdoc verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology en de US Geological Survey in Denver, Colorado.  Hij werd ook lector Geochemie aan de RUG. In 1973 werd hij benoemd aan de toenmalige UIA. Hij is medeoprichter van het Centrum voor Micro- en Sporenanalyse, dat later overging in onderzoeksgroepen als Plasmant. Hij deed onderzoek naar geochemische toepassingen van micro- en oppervlakte analysemethoden, en werkte aan langlopende industriële samenwerkingen met Umicore, Agfa-Gevaert en IMEC. Meer en meer besteedde hij ook aandacht aan de fysische grondslagen en wiskundige simulaties van op elektronen-, ionen- en laser-bombardement gebaseerde technieken, en aan kwantumchemisch werk. Hij was lid en bestuurder van de Klasse Natuurwetenschappen van de Koninklijke Vlaamse Academie van België (KVAB). Voor de (ActUA) Spectrumlezingen is hij ca. 15 jaar inleider geweest.

Walter Geerts

Walter Geerts studeerde Romaanse Talen in Antwerpen, Gent, Bologna en Parijs. Hij promoveerde tot doctor in de letteren en wijsbegeerte in 1979. Eind jaren ’80 presenteerde hij ‘Pronto’, een tv-cursus Italiaans voor beginners. Tot 1993 was hij hoogleraar en hoofd van de afdeling Italiaanse Cultuur aan de Universiteit Utrecht. Daarna was hij hoogleraar Italiaanse en Vergelijkende Literatuur aan de Universiteit Antwerpen. Hij is wetenschappelijk actief op het gebied van de Romaanse literaturen van de Renaissance en van de periode gaande van de 19e eeuw tot heden, vnl. in het Italiaanse en Franse taalgebied. Hij was voor langere periodes gasthoogleraar aan de Université de Montréal, de University of Texas, Dallas, de University of Pennsylvania, Philadelphia, en aan talrijke Italiaanse universiteiten. Wat universitair management betreft was hij voorzitter, resp. lid, van Vlaamse, Belgische en Europese commissies betreffende kwaliteitsevaluatie van wetenschappelijk onderzoek. Van 2003 tot 2012 was hij directeur van de Academia Belgica te Rome. In de periode 2007-2011 was hij voorzitter van de Internationale Unie van Romeinse Academiën.