Gemengde koppels scheiden niet sneller als ze eerst samenwoonden

Layla Van den Berg (UAntwerpen) onderzocht echtscheidingen bij gemengde koppels

De kans dat het huwelijk van een gemengd koppel op de klippen loopt, is niet groter dan bij koppels met dezelfde achtergrond, op voorwaarde dat ze eerst samengewoond hebben vooraleer ze in het huwelijksbootje stapten. Dat blijkt uit onderzoek van sociologe Layla Van den Berg (UAntwerpen).

Net als in andere landen neemt het aandeel van de bevolking met een migratieachtergrond gestaag toe in België. Ook het aantal relaties en huwelijken tussen mensen met een verschillende culturele achtergrond zit dus logischerwijs in de lift. Uit eerder onderzoek bleek reeds dat huwelijken van gemengde koppels vaker uitlopen op een scheiding dan bij koppels die uit dezelfde gemeenschap komen.

“Steeds vaker wonen mensen eerst een periode samen, vooraleer ze – eventueel – in het huwelijk treden”, zegt Layla Van den Berg, verbonden aan de onderzoeksgroep Centrum voor Demografie, Familie en Gezondheid (CPFH) op de Universiteit Antwerpen. “Wij hebben onderzocht of de verschillende herkomst van partners dezelfde rol speelt bij samenwonende koppels als bij koppels die getrouwd zijn.”

Uitgebreide steekproef

Onder leiding van prof. Dimitri Mortelmans deed Van den Berg een steekproef bij meer dan 30 000 koppels uit de registers van de Belgische Sociale Zekerheid. Het ging om koppels die gevormd werden tussen 1999 en 2001. Zij werden opgevolgd tot 2013.

De sociologe analyseerde drie soorten koppels: stellen waarvan beide partners dezelfde herkomst hebben, gemengde koppels waarvan een van de partners Belg is en gemengde koppels waarvan een van de partners een andere, niet-Belgische herkomst heeft. Specifiek keek ze naar koppels bestaande uit partners met Belgische, Zuid-Europese (Italië, Spanje, Portugal, Griekenland), Turkse, Marokkaanse en Congolese/Burundese/Rwandese achtergrond.

Minder kans op scheiden

Het onderzoek van Van den Berg bevestigt allereerst de resultaten van eerdere studies: koppels die meteen huwden zonder eerst samen te wonen, gaan sneller en vaker uit elkaar wanneer de partners niet dezelfde herkomst hebben.

“Maar als we de koppels die eerst samengewoond hebben, onder de loep nemen, zien we – eerder verrassend toch – heel andere resultaten. Voor koppels waar een van de partners van Zuid-Europese, Marokkaanse, Congolese, Burundese, Rwandese afkomst is, zien we dat de verschillen verdwijnen. Voor koppels met een Turkse partner zien we zelfs dat gemengde koppels in vergelijking met niet-gemengde koppels veel lagere ontbindingskansen hebben wanneer ze eerst samengewoond hebben.”

Minder zichtbaar

Samenwonen kan dus gezien worden als een soort ‘proefhuwelijk’: partners kunnen nagaan of ze bij elkaar passen, en dat zonder noodzakelijk langetermijninvesteringen te moeten doen.

Van den Berg: “Van stellen die uiteindelijk huwen, kunnen we zeggen dat het om de sterkste koppels gaat. Ook voor samenwonende koppels die (nog) niet huwden, zien we dat gemengde koppels geen hogere scheidingskansen hebben. Voor gemengde koppels kan ongehuwd samenwonen een minder zichtbaar alternatief vormen vergeleken met het huwelijk. Daardoor kan het zijn dat deze koppels minder druk van familie of vrienden ondervinden of afkeurende reacties op de relatie geminimaliseerd worden, waardoor ze niet noodzakelijk vaker uit elkaar gaan dan niet-gemengde koppels.”

Het volledige rapport is online te lezen.