Lopende projecten

Ontrafelen van elektrische ecosystemen: inzicht in microbiële gemeenschappen aangedreven door elektrische stromen. 01/11/2021 - 31/10/2024

Abstract

Tien jaar geleden werd een uniek elektrisch microbieel metabolisme ontdekt in de zeebodem, dat een revolutie teweegbrengt in onze traditionele opvattingen over biogeochemie en microbiële ecosystemen. Deze meercellige microben worden "kabelbacteriën" genoemd, omdat ze -net als elektriciteitskabels- elektrische stromen over grote afstanden transporteren. Kabelbacteriën vormen dichte netwerken in het milieu die de geochemische samenstelling van de zeebodem drastisch veranderen. Dit nieuwe, op elektriciteit gebaseerde, metabolisme omzeilt de traditionele cascade van redox-reacties en stelt zo de huidige kennis in twijfel over hoe oxidatie-reductiereacties plaatsvinden in natuurlijke systemen. Interessant is dat kabelbacteriën niet alleen lijken te werken, maar elektrische interacties aangaan met andere microben. De hypothese is dat de bijbehorende microben elektronen wisselen met de kabelbacteriën en het geleidende netwerk gebruiken als een "elektronensnelweg". Door een dergelijke samenwerking krijgen microben toegang tot elektronenbronnen (en –afgiftepunten) op centimeters afstand, via de kabelbacterie-filamenten. Dit onderzoeksvoorstel heeft tot doel inzicht te verschaffen in deze nieuwe vorm van microbiële samenwerking en de onderliggende mechanismen die dit "elektrische ecosysteem" aandrijven, door middel van een multidisciplinaire benadering die moleculaire biologie, geochemie en nieuwe microbiële kweektechnieken samenbrengt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het elektrische ecosysteem: kabelbacteriën en geassocieerde partner microorganismen 01/11/2021 - 31/10/2023

Abstract

Kabelbacteriën zijn in staat elektriciteit om te geleiden over een afstand van centimeters, wat drie orden van grootte verder is dan alle bekende vormen van biologisch transport. Tot nu toe heeft onderzoek zich voornamelijk geconcentreerd op de kabelbacteriën zelf, maar recente gegevens leveren aanwijzingen voor een nauwe koppeling tussen kabelbacteriën en geassocieerde micro-organismen. Mogelijke interacties omvatten een mutualistische uitwisseling van metabolische substraten (klassieke syntrofie) of, meer intrigerend, directe uitwisseling van elektronen met de partner organismen. In dit project zullen we het bestaan en de aard van dergelijke interacties onderzoeken. Onze hypothese is dat lange-afstand elektronentransport in aquatische sedimenten niet enkel gemedieerd wordt door kabelbacteriën alleen, maar dat er een consortium van kabelbacteriën en geassocieerde partnermicroben er bij betrokken zijn. Veldbemonstering in mariene en brakke milieus zal gecombineerd worden met gerichte incubatie-experimenten in het laboratorium. Next generation sequencing methodes en microscopie zullen toegepast worden, en via correlatieanalyse zal ik associaties tussen kabelbacteriën en andere microben ontrafelen. Metatranscriptomen zullen licht werpen op potentiële elektrische of metabole interacties. Het project zal ons inzicht geven in elektrogene sedimenten, met mogelijk belangrijke implicaties voor de biogeochemie van sedimenten en microbiële ecologie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Real-time en ruimtelijk gedistribueerde monitoring van microklimaat. 01/11/2021 - 31/10/2022

Abstract

De gevolgen van de klimaatverandering worden opvallend tastbaar, met perioden van langdurige droogte en temperatuurrecords. Deze weersextremen beïnvloeden sterk de ecosysteemdiensten van bodems, met belangrijke economische gevolgen voor landbouw, natuurbehoud, tuinonderhoud en andere sectoren. Het besef dat we als samenleving deze gevolgen moeten opvangen, zorgt ervoor dat nieuwe economische activiteiten ontstaan, die nood hebben aan grootschalige monitoring van hitte en droogte. In dit project zal ik onderzoek verrichten naar kosteneffectieve microklimaatnetwerken die 1000-en monitoringlocaties omvatten. Deze netwerken maken het mogelijk om de kwetsbaarheid van bodemecosystemen voor hitte en droogte in te schatten, en na te gaan of geïmplementeerde maatregelen effectief zijn (bv. waterinfiltratie en buffering van bodemvocht). Als proof-of-concept zullen uitgebreide microklimaatnetwerken worden opgezet in tuinen en natuurreservaten over heel Vlaanderen, waarbij we de nieuwe TMS-NB sensor inzetten, die goedkope en real-time metingen van bodemtemperatuur en -vochtigheid mogelijk maakt via het Internet of Things. Deze nieuwe data zal toelaten om de spatiotemporele variabiliteit in microklimaat langsheen de stad-platteland gradiënt te analyseren. Nieuwe softwaretools worden ontwikkeld voor de datastromen uit deze sensornetwerken, zodat gegevens en inzichten makkelijk doorstromen naar relevante maatschappelijke actoren (bv. landbouwers, tuinonderhoud, natuurbeheerders).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Innovatieve meettechnieken voor het meten van stromingen, sedimentconcentraties en sedimenttransport. Perceel 2 : satelliet- en luchtbeelden voor het meten van sedimentconcentraties. 01/06/2021 - 31/08/2023

Abstract

Voor een groot deel van het Schelde-estuarium is het in principe mogelijk SPM te bepalen op basis van satellietbeelden. Toch stellen zich voor de Zeeschelde en de Boven-Zeeschelde in het bijzonder een aantal uitdagingen. De rivier is op sommige plekken maar 1 of enkele pixels breed (Spatiale resolutie Sentinel 2: 10m-20m). Verder zorgt de getijdenwerking continu voor opwerveling en bezinking. De SPM-concentratie aan het oppervlak vertoont daardoor een sterke temporele variabiliteit wat het interpreteren van een snapshot op basis van satellietbeeld bemoeilijkt. Drones bieden een mogelijke oplossing voor beide problemen, maar hebben hun eigen moeilijkheden (vluchtplanning, weersomstandigheden). In deze studie worden methoden ontwikkeld om SPM in het estuarium te bepalen op basis van satelliet en drone-beelden, gebruik makend van continue data ter kalibratie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verkenning van het technologisch potentieel van kabelbacteriën voor bio-electronica. 01/06/2021 - 31/05/2023

Abstract

Onlangs is een geheel nieuw type bacterie ontdekt dat hoge elektrische stromen over centimeters lange afstanden kan geleiden via lange, dunne vezels die in het celomhulsel zijn ingebed. Recente studies tonen aan dat deze vezels buitengewone elektrische eigenschappen bezitten, waaronder een elektrisch geleidingsvermogen dat dat van alle bekende biologische materialen met ordes van grootte overtreft. De ambitie van dit project is om het technologische potentieel van dit nieuw ontdekte biomateriaal te onderzoeken. Daartoe zullen we onderzoeken of en hoe de vezelstructuren van kabelbacteriën kunnen worden gebruikt als componenten in een nieuwe generatie van biocompatibele en biologisch afbreekbare elektronische apparaten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de gevolgen van het aansluiten van pilootmeanders in de Demervallei. 01/06/2021 - 31/08/2022

Abstract

In veel valleigebieden in Vlaanderen zijn rivieren rechtgetrokken ten behoeve van scheepvaart, om een snelle afvoer van piekdebieten te bevorderen en drainage te verbeteren in functie van landbouw. Hierdoor ging de ecologie van deze rivieren achteruit en daarmee gepaard de levering van belangrijke ecosysteemdiensten. Door klimaatverandering neemt de vraag naar bepaalde ecosysteemdiensten echter gestaag toe. Vele valleigebieden hebben nu reeds vaak te kampen met periodes van droogte in de zomer, en scenario's voor klimaatverandering voorspellen meer problemen in de toekomst. In dit project zullen we onderzoeken of en hoe het opnieuw aansluiten van voormalige meanders in de Demervallei (Vlaanderen, België) klimaatveranderingsproblemen kan verminderen en het functioneren van ecosystemen kan herstellen, met focus op droogtepreventie, nutriëntenkringloop en koolstofvastlegging. Onderzoek en monitoring van de eerste fase van dit herstelproject moet meer inzicht geven in de efficiëntie van deze maatregelen en leiden tot adviezen om toekomstige projecten te verbeteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het potentieel van bodemmicroben als indicator voor de impact van klimaatverandering en landbeheer op ecosysteemgezondheid. 01/04/2021 - 31/03/2022

Abstract

Klimaatverandering uit zich ook in onze regio steeds vaker in weersextremen, met toenemende periodes van droogte, langere hittegolven en intensere regenval. Om de impact van klimaatverandering in kaart te brengen, gebruiken onderzoekers klimaatgegevens van weerstationsnetwerken. Ecosysteemprocessen, zoals nutriënten- en koolstofcycli, worden echter bepaald door het lokale klimaat dat zich dicht aan de grond bevindt. Dit microklimaat wordt voornamelijk tot stand gebracht door de bodem, de vegetatie en de topografie, maar kan ook sterk beïnvloed worden door landgebruik en –beheer, vooral in stedelijke en antropogene omgevingen. In tegenstelling tot bij gebruik van de huidige weerstationsnetwerken, kunnen we dankzij het meten van het microklimaat ecologisch relevante klimaatgegevens voor het modelleren van biodiversiteit en ecosysteemfuncties bekomen. De microbiële gemeenschappen in de bodem spelen een cruciale rol in het functioneren van ecosystemen. Zowel klimaatverandering als veranderingen in het landgebruik kunnen de microbiële diversiteit en abundanties echter negatief beïnvloeden, en zijn dus gelinkt aan een lagere stabiliteit van ecosysteemfuncties. Pogingen om de impact van de klimaatverandering en het antropogene landgebruik op microbiële gemeenschappen te kwantificeren worden echter belemmerd door het ontbreken van nauwkeurige gegevens, zowel over de lokale klimaatomstandigheden (bijv. de lokale ernst van hittegolven en droogte) als over de bijbehorende microbiële gemeenschappen (bijv. praktische kwesties die de metingen op privé terreinen beperken). Met dit voorstel willen we 250 zorgvuldig geselecteerde privé-beheerde bodems onderzoeken op de diversiteit, samenstelling en abundantie van de aanwezige micro-organismen. Door dit projectvoorstel te kaderen binnen het grootschalige burgerwetenschapsproject "CurieuzeNeuzen In De Tuin", hebben we toegang tot een wijdverspreid netwerk van 5000 potentiële meetlocaties in Vlaanderen, die de bodemtemperatuur en de bodemvochtigheid in situ kwantificeren aan de hand van een miniatuur bodemweerstation. Daarnaast verkrijgen we dankzij dit project informatie over een breed scala aan andere bodemcondities, zoals pH, bodemtextuur, bulkdichtheid en organisch koolstofgehalte, evenals informatie over lokaal landgebruik en -beheer. Door deze datasets te combineren met de DNA-analyse van de microbiële gemeenschappen in de bodem, kunnen we de factoren identificeren die de microbiële diversiteit, samenstelling en abundantie bepalen (of verstoren) en zelfs de belangrijkste soorten voor een gezonde bodem identificeren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

CurieuzeNeuzen BXL. Een burgerwetenschapsproject voor luchtkwaliteit in Brussel. 01/02/2021 - 30/04/2022

Abstract

CurieuzeNeuzen' (CN) is een grootschalig citizen science-project met metingen van luchtkwaliteit (NO2) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. CN zal een antwoord geven een fundamentele vraag over de blootstelling van de bevolking aan verkeersgerelateerde luchtverontreiniging: "Hoeveel inwoners van Brussel wonen op plaatsen waar de luchtkwaliteit de EU- en WHO-normen voor de NO2-concentraties in de lucht overschrijdt?". Om deze vraag te beantwoorden zal CN een groot aantal burgers mobiliseren en mobiliseren om gedurende één maand de NO2-concentraties te meten op 3000 plaatsen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dit zal de nodige "Big Data" opleveren om de onderzoeksvraag op een wetenschappelijke manier te beantwoorden. Tijdens de uitvoering van het project richt CN zich op drie doelen: (1) het streeft naar een significante maatschappelijke impact (het creëren van bewustzijn over de gezondheidseffecten van vervuiling, en de waarde en het belang van schone lucht), (2) het maakt innovatieve dataverzameling mogelijk die het mogelijk maakt om belangrijke wetenschappelijke vooruitgang te boeken (door massale dataverzameling met hulp van burgers) en (3) het draagt bij aan de publieke agenda voor beleidsvorming (het leveren van betrouwbare gegevens voor wetenschappelijk onderbouwd luchtkwaliteitsbeleid).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwantitatief modelleren van negatieve emissies door versnelde silicaat verwering in kustgebieden. 01/11/2020 - 31/10/2022

Abstract

De huidige maatschappelijke uitdaging om de globale opwarming te beperken tot <2°C tegen 2100, kan enkel bereikt worden door de uitstoot van fossiele brandstoffen te vermijden (d.w.z traditionele mitigatie) én actieve CO2 captatie uit de atmosfeer (d.w.z. negatieve emissie technologieën, NET). Eén van de veelbelovende NETs is Versnelde Silicaat Verwering (VSV), waarbij het natuurlijk proces van CO2 opname door silicaat verwering wordt versneld. CO2 kan zo afgevangen worden in de kustzone door snel verwerende silicaat mineralen toe te voegen. VSV heeft een aantal voordelen ten opzichte van andere NETs: het werkt oceaanverzuring tegen en het is technologisch-klaar om toegepast en geïntegreerd te worden in kustbeheerplanning. De toepassing van VSV wordt nog voornamelijk tegengehouden door onzekerheden in de CO2 sekwestratie snelheid en de mogelijke vrijgave van spoormetalen aan de omgeving. Om aan deze vraag te voldoen, gaan we in dit project een kwantitatief biogeochemisch sediment model ontwikkelen welke de versnelde verwering van silicaat mineralen in mariene sedimenten beschrijft. Het model zal worden gevalideerd met experimentele data afkomstig van een recent opgestarte internationale VSV mesocosm faciliteit in Oostende. Vanuit het model zullen twee cruciale tools worden afgeleid die de CO2 sekwestratie efficiëntie en de vrijgave van spoormetalen van een VSV toepassing kunnen voorspellen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effecten van El Niño en ontbossing van mangroves op extreme waterpeilen in een tropische delta 01/11/2020 - 31/10/2022

Abstract

Rivierdelta's zijn hotspots van menselijke activiteit die steeds meer blootgesteld worden aan overstromingsrisico's omwille van klimaatopwarming en omzetting van natuurlijke overstromingsgebieden naar antropogeen bodemgebruik. Studies op kleine schaal (1 – 10 km²) hebben reeds aangetoond dat die natuurlijke overstromingsgebieden een sleutelrol kunnen spelen in het reduceren van extreme hoogwaterpeilen. Desondanks, op de schaal van volledige delta's (10² – 10³ km²) is er weinig kennis over de impact van het verdwijnen van natuurlijke overstromingsgebieden op de voortplanting en versterking van hoogwaterpeilen. Vooral voor tropische delta's, waar mangrovebossen op grote schaal zijn omgezet naar aquacultuur en waar specifieke klimaatfluctuaties zoals El Niño extreme hoogwaterpeilen veroorzaken, ontbreekt een grondige wetenschappelijke kennis. Dit project heeft als doel om zulke fundamentele kennis te vergaren over hoe de ruimtelijke configuratie van mangroves vs. aquacultuur de distributie van hoogwaterpeilen beïnvloedt in de Guayas delta (Ecuador), waar El Niño de belangrijkste oorzaak is van extreme hoogwaterpeilen. In deze studie word een combinatie van veldobservaties, analyse van bestaande data en hydrodynamische modellering gebruikt om tot nieuwe wetenschappelijke inzichten te komen over de effecten van klimaatfluctuaties en ontbossing van mangroves op extreme waterpeilen in een tropische delta.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het functioneren van aquatisch ecosystemen en globale verandering. 01/10/2020 - 30/09/2025

Abstract

Het is algemeen bekend dat natuurlijke ecosystemen wereldwijd worden bedreigd. Dit komt grotendeels door menselijke activiteiten. Door het land te misbruiken, rivieren en meren te vervuilen met chemicaliën en landbouwmeststoffen, het loslaten van uitheemse soorten van over de hele wereld en het veranderen van klimatologische omstandigheden, zijn we de wereld waarin we leven aan het veranderen. Wetenschappelijk onderzoek om manieren te vinden om op deze uitdagingen te reageren, kan oplossingen bieden om de achteruitgang een halt toe te roepen en de werking van ons waardevolle zoetwaterecosystemen te herstellen. In mijn onderzoek zal ik proberen om beter te begrijpen hoe ecosystemen werken met het doel om te ontdekken wat we kunnen doen om ze te verlossen van de druk waar ze onder staan. In plaats van elke drukbron onafhankelijk te bestuderen, ben ik van plan me te concentreren op de combinatie van verschillende drukelementen die samenwerken, wat dichter bij de realiteit van de situatie staat.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Impact van de invasieve Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis) op rivierecosystemen 01/10/2020 - 30/09/2024

Abstract

De impact van invasieve soorten op het ecosysteem kan leiden tot de achteruitgang of zelfs het verlies van habitat. Dit kan resulteren in fundamentele veranderingen in het functioneren van het ecosysteem. Dit onderzoeksproject focust op de Chinese wolhandkrab (CWK). Dit is een nieuwe soort en overigens de enige zoetwater krabbensoort in Vlaanderen. Als grootste vertegenwoordiger van de aquatische macroinvertebraten neemt het wellicht een zeer dominante plaats in de verwerking van organisch materiaal. Dit kan een sterk effect hebben op de nutriëntcyclering en waterkwaliteit in het algemeen. Door bioturbatie, graafgedrag en hun destructief effect op waterplanten beïnvloedt de CWK mogelijk ook de stabiliteit van rivierecosystemen, wat kan leiden tot een toegenomen erosiegevoeligheid. Dit project zal fundamenteel inzicht geven in de impact van invasieve zoetwaterkrabben op aquatische habitatten binnen het rivier continuüm.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoe wederzijdse interacties tussen schorplanten, golven en sediment, de beschermende capaciteit van natuurlijke oevers bepalen. 01/10/2020 - 30/09/2022

Abstract

Schorren zijn begroeide oeverzones langs kusten en getijdenrivieren, die regelmatig overstromen en weer droogvallen onder invloed van de getijdenwerking. Recente studies hebben aangetoond dat schorren een belangrijke rol spelen in natuurlijke bescherming van kust- en rivieroevers tegen de impact van golven, een nieuw concept dat men 'nature-based shoreline protection' noemt. Planten vormen een barrière voor golven, doordat ze de energie van golven afzwakken en erosie van de bodem verminderen. Maar hoe efficiënt zijn schorplanten voor bescherming van kust- en rivieroevers? Belangrijke vragen zijn: (1) is de efficiëntie voor reductie van golven en bodemerosie wel voldoende in de winter, wanneer de bovengrondse biomassa van schorplanten grotendeels is afgestorven? (2) zijn sommige plantensoorten efficiënter dan andere voor reductie van golven en erosie? (3) zijn sommige soorten beter bestand tegen de stress die ze ondervinden van golven, en resulteert dit in de ruimtelijke vegetatiezonering die we zien in het veld, met bepaalde soorten die dichtbij de oever groeien en anderen verder landinwaarts? Dit project onderzoekt deze vragen op een geïntegreerde manier, door de wederzijdse interacties tussen golven en planten te bestuderen, hoe dit resulteert in ruimtelijke vegetatiezonering, en hoe die zonering bepalend is voor de efficiëntie van schorren om kust- en rivieroevers te beschermen tegen golven en erosie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

CurieuzeNeuzen in de tuin. 23/09/2020 - 22/03/2023

Abstract

Het citizen science project CURIEUZENEUZEN VLAANDEREN rond luchtkwaliteit uit 2018 krijgt een opvolger : "CURIEUZENEUZEN IN DE TUIN". In het voorjaar van 2021 krijgen 5000 gezinnen de kans hun tuin uit te rusten met een bodem-weerstationnetje. Dit weerstationnetje komt op een centrale plek in de gazon, en zal de temperatuur en bodemvochtigheid een half jaar lang (01 april tot 30 september) online monitoren. Met dit onderzoek willen we een grootschalige beeld krijgen van de droogtestress in Vlaanderen. De 5000 deelnemers zullen ook bodemstalen verzamelen in hun tuinen, wat een getailleerd beeld van de koolstofinhoud in de tuinbodems in Vlaanderen zal geven. Dankzij dit onderzoek bekomen we belangrijke wetenschappelijke inzichten rond weerbaarheid tegen weersextremen, en kunnen we het brede publiek sensibiliseren rond klimaatadaptatie

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

SUMES 01/09/2020 - 31/08/2023

Abstract

Het SUMES project beoogt een volledig model dat beoordeling toelaat van de impact van menselijke activiteiten in het mariene ecosysteem en daarbuiten. Het model onderzoekt de structuur (vb. biodiversiteit) en de functie (vb. in voedselketen, biogeochemie) van het mariene ecosysteem, de capaciteit om goederen en diensten te leveren (vb. koolstofsequestratie) en de effecten van de menselijke activiteiten daarop. Het model integreert ecosysteem diensten-, risk assessment- en life cycle assessment-methodes en -indicatoren, die dienen geaggregeerd te worden tot 'endpoint' niveau of 'Areas of Protection', dit als basis voor beslissingsondersteuning. Het objectief is om inzichten te verwerven in cause-effect chains, met menselijke activiteiten als stressor of oorzaak, en met effecten op het locale (mariene ecosysteem), het regionale (vb. Noordzee) en het globale niveau. Een goed begrip en kwantificering van de mechanismes is op dit moment ontbrekend in de wetenschappelijke literatuur, i.h.b. voor mariene milieus. Validatie van het model is gebaseerd op case studies gerelateerd aan het Belgisch Continentaal Plateau.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

CuriousNoses Europe – Opschalen van burger-gebaseerde luchtkwaliteit monitoring. 01/05/2020 - 30/04/2022

Abstract

Deze SEP grant wordt aangewend om het Curious Noses Europe project in te dienen en op te starten. Het Curious Noses Europe-project zal aantonen hoe grootschalige burgerwetenschap een unieke bijdrage kan leveren aan een betere luchtkwaliteit in Europa. De ambitie is om te profiteren van het transformatieve potentieel van citizen science voor het genereren van uitgebreide, hoogwaardige en open NO2-datasets, waardoor nieuwe onderzoeksvragen kunnen worden aangepakt en beleidsrelevante inzichten kunnen worden behaald. Door duizenden burgers in staat te stellen de luchtkwaliteit te monitoren, kunnen onderzoek en beleid op het gebied van luchtkwaliteit in de hele EU worden ondersteund. Vertrekkend van het zeer succesvolle CurieuzeNeuzen-project, is het doel van Curious Noses Europe deze benadering op te schalen naar andere EU-steden, en daarmee een van de belangrijkste uitdagingen van de burgerwetenschap aan te pakken: schaalbaarheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Microbiële Systeem Technologie (MST). 01/01/2020 - 31/12/2025

Abstract

Microorganismen worden al sinds de vroegste tijden gebruikt voor brood bakken, bier brouwen, wijn maken en voedselconservering. De enorme biochemische en fysiologische verscheidenheid van microorganismen wordt vandaag steeds meer benut om chemicaliën en nanomaterialen te produceren, en ook voor de ontwikkeling van nieuwe bio-electrische systemen en nieuwe methoden voor afvalwaterzuivering. Bovendien is het duidelijk dat mensen, dieren en planten sterk beïnvloed worden door hun microbioom, wat heeft geleid tot nieuwe medische behandelingen en landbouwkundige toepassingen. Recente vooruitgang in de moleculaire biologie en genetische manipulatie bieden ongekende mogelijkheden voor de ontwikkeling van nieuwe microbiologie-gebaseerde technologieën. Net zoals de natuurkunde en techniek het leven in de 20e eeuw hebben getransformeerd, zo kan de snelle ontwikkeling van (micro)biologie de wereld in de komende decennia veranderen. Het Excellentie Centrum "Microbiële Systeem Technologie" (MST) zal de expertise in microbiële ecologie en technologie aan de UAntwerpen bundelen en consolideren. MST zal de meest recente technologieën en interdisciplinaire systeembiologie benaderingen toepassen om microorganismen en hun omgeving beter te leren kennen en zo de ontwikkeling van nieuwe technologieën en toepassingen te bevorderen. MST verbindt recent ontwikkelde onderzoekslijnen binnen UAntwerpen in de onderzoeksgebieden microbiële ecologie, medische microbiële ecologie, plantenfysiologie, biomaterialen en nanotechnologie met essentiële expertise in nieuwe sequencing-technieken en bioinformatica. Door de krachten te bundelen kunnen nieuwe en interessante ontwikkelingen sneller worden geïntegreerd in het onderzoek, wat zal leiden tot een stimulering van de ontwikkeling van nieuwe microbiële producten en processen, zoals functionele voeding, diervoeder en meststoffen, probiotica, en nieuwe biosensoren en bio-electronica toepassingen. Hierdoor kan MST een belangrijke bijdrage leveren aan een duurzame verbetering van humane gezondheid en van de leefomgeving.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar microbieel lange-afstand electron transport via spectroscopie en electrochemie. 01/01/2020 - 31/12/2023

Abstract

Onlangs zijn lange filamenteuze bacteriën ontdekt in mariene sedimenten, die in staat zijn om elektriciteit te genereren. Deze zogenaamde "kabelbacteriën" hebben een nieuw mechanisme ontwikkeld voor het genereren van elektrische stromen, en transporteren electronen over een lengte van centimeters, wat duizend maal verder is dan tot nu toe bekend voor bacteriën. Kabelbacteriën zijn multicellulair en bezitten een uniek energiemetabolisme, waarbij elektronen van cel naar cel worden doorgegeven langs een keten van 10.000 cellen. Deze biologische innovatie biedt hen een concurrentievoordeel om te overleven in de zeebodemomgeving. Microbieel lange-afstands-elektron-transport is een disruptieve ontdekking, zowel in termen van nieuwe biologie als potentiële nieuwe technologie. Het vermogen van kabelbacteriën om elektronen over centimeters afstanden te transporteren, impliceert dat biologische evolutie op de een of andere manier een sterk geleidende, organische structuur moet hebben ontwikkeld. Als deze geleidende structuur op een of andere manier op een of andere manier technologisch kan worden aangewend, kan dit de weg banen voor geheel nieuwe materialen en toepassingen in bio-elektronica. Om de verstrekkende gevolgen van lange-afstands-elektron-transport beter te begrijpen, moeten we beter begrijpen hoe het fenomeen werkt. Hier staat de wetenschap voor een belangrijke uitdaging: het blijft een raadsel hoe elektronen worden getransporteerd door een kabelbacterie. Daarom zijn de belangrijkste doelstellingen van dit project (1) het bepalen van de geleidende structuren alsook het mechanisme verantwoordelijk voor lange-afstands-elektron-transport en (2) het karakteriseren van hun fysieke structuur, chemische samenstelling en elektrische eigenschappen van de geleidende structuur. De fundamentele pijler van dit project zijn recent verworven gegevens waaruit blijkt dat kabelbacteriën op elektroden kunnen worden aangesloten en waaruit blijkt dat de celwand van kabelbacteriën sterk geleidende structuren bevat.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kunnen kustmoerassen meegroeien met de stijgende zeespiegel?: een veld-, stroomgoot- en modellering-studie van de rol van bio-geomorfologische zelf-organisatie. 01/01/2020 - 31/12/2023

Abstract

Schorren zijn waardevolle kustecosystemen die worden bedreigd door de wereldwijde klimaatopwarming en resulterende zeespiegelstijging. Of ze verdrinken of blijven bestaan terwijl het zeeniveau stijgt, hangt af van bodemophoging door het invangen van sedimenten (zand en modder). Die sedimentatie wordt lokaal bepaald door zogenaamde bio-geomorfologische interacties tussen planten, stromend water en reliëfveranderingen. Op grotere schaal treedt er zogenaamde zelforganisatie van het landschap op, door vorming van geulen tussen de vegetatie en sedimentaanvoer via die geulen naar de schorren. We zullen onderzoeken hoe de kleinschalige (m²) bio-geomorfologische interacties de grootschalige (km²) zelforganisatie van schorrenlandschappen bepalen en hoe dit hun aanpassingsvermogen aan zeespiegelstijging beïnvloedt. Het doel van dit project is om voor het eerst de impact te onderzoeken van specifieke plantensoorten op de zelforganisatie en het aanpassingsvermogen van schorren. We testen de hypothesen dat (1) verschillende plantensoorten resulteren in vorming van verschillende zelfgeorganiseerde geulnetwerken; en (2) de resulterende geulnetwerken bepalend zijn voor de efficiëntie waarmee sedimenten worden verspreid en afgezet in reactie op de zeespiegelstijging. Dit zal onderzocht worden door een unieke combinatie van veldmetingen, geschaalde lab-experimenten en computersimulaties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Curieuzeneuzen duikt onder. 01/01/2020 - 15/03/2023

Abstract

CurieuzeNeuzen is terug, maar nu met een focus op klimaatadaptatie. Waar het originele CurieuzeNeuzen citizen science project bakens verzet heeft met publieksparticipatie rond luchtkwaliteit, wil 'CurieuzeNeuzen duikt onder' op een grootschalige manier aan sensibilisatie werken rond klimaatadaptatie. Daartoe gaan we de impact van weersextremen en toenemende droogte monitoren, daar waar de burger dit zelf het eerste voelt: in zijn eigen tuin. Die tuin ligt de Vlaming nauw aan het hart, en dus vormen de tienduizenden gazons in Vlaanderen het ideale canvas voor een innovatief Citizen Science project rond klimaatadaptatie. Via een grootschalig netwerk van duizenden 'mini-weerstationnetjes' gaan we de bodemtemperatuur en bodemvochtigheid meten over heel Vlaanderen; zowel bij burgers thuis in tuinen, als in plantsoenen en parken van gemeenten. Deze meetcampagne heeft een specifiek wetenschappelijk doel: we beantwoorden de belangrijke vraag hoe weerbaar onze tuinen zijn tegen toekomstige klimaatverandering en extreme weersomstandigheden, en wat het effect is van ons tuin- en landschapsbeheer op die weerbaarheid. We brengen daarvoor het effect van stedelijke hitte-eilanden in rekening, maar ook de impact van kleine, lokale ingrepen, zoals het planten van bomen en de frequentie van het maaien. Het resultaat is een gedetailleerde droogtekaart voor Vlaanderen waarop risicogebieden in kaart worden gebracht en, voor de wetenschap, een uitgebreide en internationaal unieke database over de impact van toenemende weersextremen op het bodemklimaat. Maar bovenal mikken we op een grootschalige bewustwording rond de waterproblematiek in Vlaanderen, en wat we daar als individu en samenleving aan kunnen doen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwantificeren en modelleren van bodemkoolstofaccumulatie in mangrovebossen in respons op zeespiegelstijging. 01/11/2019 - 31/10/2023

Abstract

Mangroven zijn kustmoerassen met waardevolle functies, zoals klimaatregulatie door CO2 uit de lucht te halen en op te slaan als organische bodemkoolstof (OBK). Mangroven en hun OBK opslag functie dreigen gedeeltelijk verloren te gaan door de zeespiegelstijging (ZSS) tegen het eind van de 21ste eeuw. Het is bekend dat mangroven een zekere capaciteit hebben om mee te groeien met de ZSS door bodemophoging via sediment en OBK accumulatie Huidige inzichten en modellen, om de veranderingen in OBK accumulatiesnelheid in te schatten in respons op toekomstige ZZS scenario's, zijn erg beperkt. In dit project zal voor het eerst een geïntegreerde veld- en modelleringstudie uitgevoerd worden naar de feedbacks tussen snelheden van ZSS, sediment en OBK accumulatie in mangroven. Dit wordt onderzocht in de Guayas delta in Ecuador. De volgende hypothesen worden getest: (1) het aanpassingsvermogen van mangroven aan ZSS wordt bepaald door hoe sterk de feedback is tussen toenemende getijdenoverstroming, sediment en OBK accumulatiesnelheden; (2) de sterkte van deze feedback hangt af van de locatie langs de land-zee gradiënt binnen de delta: mangroven in rivier-gedomineerde delen van een delta hebben een hogere capaciteit om sediment en OBK te accumuleren in respons op ZSS; marien-gedomineerde delen van een delta zullen kwetsbaarder zijn voor overstroming door de ZSS. Dit project zal nieuwe inzichten genereren en zal resulteren in een innovatief model om de OBK accumulatie in mangroven.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Karakterisering van de geleidende structuren die elektronentransport op de centimeterschaal mogelijk maken in kabelbacteriën. 01/11/2019 - 31/10/2023

Abstract

Recentelijk zijn lange, draderige "kabelbacteriën" ontdekt, die grote elektrische stromen kunnen geleiden over enkele centimeters. Deze ontdekking verlengt de bekende afstanden van microbiële elektronentransport met drie ordes van grootte en impliceert dat tijdens de evolutie op een of andere manier een sterk geleidende, organische structuur is ontstaan. Dit is opmerkelijk, want de meeste bekende biologische materialen zijn slecht geleidend. Als we op een of andere manier deze geleidende structuren kunnen exploiteren, zou dit de weg vrij maken voor nieuwe materialen en applicaties in het gebied van de bio-elektronica. Maar voordat we de ver strekkende gevolgen hiervan kunnen bestuderen, moeten we eerst het fenomeen "elektronentransport over lange afstand" beter begrijpen. En op dit moment blijft het een raadsel hoe de elektronen getransporteerd worden in kabelbacteriën. Recente gegevens laten zien dat de cellen van kabel bacteriën sterk geleidende vezel structuren bevatten. Het hoofddoel van dit project is om de eiwitsamenstelling van deze geleidende vezelstructuren te onthullen. Dit ga ik doen door een combinatie "genomics" en " proteomics" te gebruiken. Ik wil erachter komen wat de eiwitten in de vezelstructuren geleidend maakt, waar ze evolutionair vandaan komen, en hoe ze werken. Als we kunnen bepalen welke eiwitten bepalend zijn voor de elektronentransport over lange afstand, kunnen we meer leren over hoe dit buitengewone mechanisme werkt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Belang van microphytobenthos in duurzaam ecosysteembeheer: de benthishe primaire productie en sediment stabilisaite van estuaria. 01/11/2019 - 31/10/2023

Abstract

Microfytobenthos (MFB), de algen die leven op de slikken van estuaria, zijn erg belangrijk voor het functioneren. De hoge productie zorgt voor zuurstof binnen het systeem en voor de voedselvoorziening voor de hogere trofische niveaus. Bovendien produceren ze een plakkerige substantie die helpt bij het verminderen van sediment resuspensie in het water, en verbeteren van het lichtklimaat voor primaire productie. De stabiliteit van slikken worden steeds meer bedreigd, onder andere door verhoogde hydrodynamische stress vanwege de verwachte zeespiegelstijging en beheersmaatregelen zoals het verdiepen van vaargeulen. In het Schelde estuarium is de troebelheid van de waterkolom de laatste jaren toegenomen, met een negatief effect op de primaire productie. Beleidsplannen dwingen een gezond ecosysteem af, waarvoor we kennis nodig hebben van dit soort biologische processen op het ecosysteem functioneren. De MFB is divers over de zout gradiënt van het estuarium, en over het uitscheiden van de plakkerige stoffen is van sommige algen groepen nog erg weinig bekend. Ook weten we niet goed hoe belangrijk de variatie op kleinere schaal is voor systeem brede inschatting van de bentische primaire productie (BPP). Daarom is de focus van dit project op: 1) Het kwantificeren van bentische primaire productie 2) dit te relateren aan de sediment stabiliteit en 3) deze functies implementeren in een rekentool voor ecosysteem functioneren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Versnelde verwering van silicaten als een CO2 sequestratie techniek in kustsystemen. 01/10/2019 - 30/09/2022

Abstract

Om de klimaatdoelen van Parijs te halen, zal enkel het beperken van CO2-uitstoot niet voldoende zijn en zal grootschalige inzet van negatieve emissietechnologieën (NET) nodig zijn om CO2 te sequestreren. Op dit moment is echter de haalbaarheid, efficiëntie en milieu-impact van de voorgestelde NETs beperkt. In dit voorstel willen wij deze vragen beantwoorden voor één van deze NETs, versnelde verwering van silicaten in kustsystemen (ESW). Het principe hier is dat de verwering van silicaten leidt tot alkaliniteit afgifte aan het water, en dus tot een verhoging van de CO2 opname door het water. Om een kwantitatief en mechanistisch inzicht te verkrijgen over ESW in realistische omstandigheden, zullen we experimentele-, veld- en model- aanpakken combineren. In een uitgebreide mesocosm-faciliteit kunnen we gedetailleerd de verweringssnelheid van de olivijn mineralen opvolgen, net als het effect op de lokale geochemie en de mogelijke afgifte van schadelijke spoormetalen (nikkel, chroom) kwantificeren. Op twee veldlocaties met natuurlijke olivijn-verwering, zullen we een gedetailleerde geochemische studie verrichten om ook lange termijn effecten te kwantificeren. Alle resultaten zullen worden geanalyseerd met behulp van een numerieke modelleeromgeving om de connectie tussen ESW en andere biogeochemische processen volledig te ontrafelen. De resultaten van dit project zullen, voor het eerst, een kwantitatief inzicht bieden in het potentieel van ESW in natuurlijke kustomgevingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Broeikasgasemissies uit vernatte en geëutrofieerde laagvenen: van koolstofopslag naar -vrijgave? 01/10/2019 - 30/09/2022

Abstract

Laagvenen zijn voedselarme moerassen met actieve accumulatie van organisch materiaal (veen), en vormen belangrijke reservoirs voor het broeikasgas koolstofdioxide (CO2). Veenvorming vereist een permanent waterverzadigde omgeving, wat gepaard gaat met een lage microbiële activiteit. Op dit moment bestaan er nog maar weinig ongerepte laagvenen, en de meerderheid is sterk gedraineerd. Drainage leidt tot de uitstoot van CO2 en het vrijkomen van voedingsstoffen door een versnelde veenafbraak, wat tevens gepaard gaat met veranderingen in vegetatie en in microbiële gemeenschappen. Daarbovenop worden venen in toenemende mate bedreigd door stikstofverrijking, wat eveneens actieve veenvorming kan belemmeren en mogelijk de productie van andere broeikasgassen zoals methaan (CH4) en distikstofoxide (N2O) kan stimuleren. Het is onwaarschijnlijk dat gedegradeerde laagvenen snel hersteld kunnen worden door de waterstanden opnieuw te verhogen: het lijkt er op dat vernatte venen omslaan naar voedselrijke moerassen zonder actieve veenaccumulatie. In dit project onderzoeken we de invloed van veranderingen in hydrologie, stikstofbeschikbaarheid, vegetatie en microbiële gemeenschappen op broeikasgasemissies uit laagvenen. We hypothetiseren dat drainage en stikstofverrijking leiden tot een versnelde uitstoot van broeikasgassen, en dat vernatting onvoldoende effectief is om deze veranderingen binnen een redelijk termijn om te keren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Schorren: bio-geomorfologische zelf-organisatie en implicaties voor respons op zeespiegelstijging en veranderende sedimentaanvoer (TIGER). 01/09/2019 - 31/08/2022

Abstract

Intertidal landscapes are complex environments located between the land and sea, and that are regularly flooded by tides. They provide highly valuable ecosystem services that are threatened by sea level rise and changing sediment supply. Previous studies showed that the small-scale (order of m2) interactions between vegetation dynamics, water flow and sediment transport (so-called bio-geomorphic feedbacks) have a great impact on channel network formation and evolution at the landscape-scale (order of km2). We call this process bio-geomorphic self-organization. The aim of this project is to investigate, for the first time, the impact of plant species traits on biogeomorphic self-organization of intertidal landscapes. More specifically, we hypothesize that (1) different plant species traits lead to the self-organization of different channel network patterns, and (2) the resulting self-organized landscape structures determine the efficiency to distribute and trap sediments on the intertidal floodplain, and hence the resilience (adaptability) of the landscape to sea level rise and decreasing sediment supply. By using a combination of computer model simulations and field observations, we aim at producing new fundamental knowledge on landscape selforganization by bio-geomorphic feedbacks, and its implications for the resilience of intertidal landscapes against environmental changes..

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Toepassingsmogelijkheden van inheemse vispopulaties als biologisch bestrijdingsmiddel tegen overlastsoorten in overstromingsgebieden. 01/01/2019 - 31/12/2023

Abstract

In dit project zullen de condities onderzocht worden waaronder uitbraken van tweevleugelige overlastsoorten kunnen plaatsvinden, alsook de mogelijkheid om populaties van lokaal aanwezige vissoorten te gebruiken als biologisch bestrijdingsmiddel tegen deze overlastsoorten. Verspreidings- en omgevingsdata zullen worden verzameld om een beeld te krijgen van de huidige distributie, populatiedynamiek en habitatpreferenties van zowel overlastsoorten als inheemse vissoorten. Hierbovenop zal een voedselwebanalyse worden uitgevoerd op basis van maaginhoud- en isotopenanalyse voor het bepalen van de voedselpreferenties van de verschillende soorten en levensstadia van aanwezige vissen. De data zal worden verzameld in de overstromingsgebieden Wijmeers en Bergenmeersen, aangrenzend aan het Schelde-estuarium. Deze gebieden omvatten een ontpolderd overstromingsgebied waar zich recent een uitbraak van een overlastsoort heeft voorgedaan, een gecontroleerd overstromingsgebied en een gecontroleerd overstromingsgebied met gereduceerd getij. De verzamelde informatie zal vervolgens worden gecombineerd met experimenten uitgevoerd in de mesocosm faciliteit gesitueerd op campus Drie Eiken van de Universiteit Antwerpen om te onderzoeken hoe omgevingsfactoren de predatie-efficiëntie van vissen beïnvloeden. Al deze informatie zal tenslotte gecombineerd worden in habitatgeschiktheidsmodellen. Deze modellen zullen gebruikt kunnen worden om het risico op problematische aantallen overlastsoorten te voorspellen en weer te geven welke factoren dit risico veroorzaken. Bovendien zullen ze kunnen worden gebruikt om een beeld te scheppen van de geschiktheid van overstromingsgebieden voor bepaalde vissoorten. De gecreëerde modellen zullen beschikbaar worden gesteld voor de evaluatie en verbetering van huidige alsook toekomstige overstromingsgebieden in Vlaanderen, zowel voor de controle van overlastsoorten als de optimalisatie van overstromingsgebieden voor inheemse vissoorten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Negatieve emissies via versnelde mineraalverwering in de kustzone. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Het recente klimaatakkoord van Parijs maakt een snelle transformatie naar een zero-emissie-economie noodzakelijk. Dit doel kan onmogelijk bereikt worden zonder negatieve emissies, waarbij CO2 actief wordt heropgenomen uit de atmosfeer. In dit project bestuderen wij de haalbaarheid van een nieuw, innovatief zakenmodel, dat klimaatmitigatie nastreeft door middel van negatieve emissies: versnelde verwering van silicaten in de kustzone (VVSK). De wetenschappelijke basis van VVSK staat al als een huis: door het snel verwerende silicaat olivijn in de kustzone te brengen, kunnen we de natuurlijke capaciteit van zeewater om CO2 te adsorberen verhogen en negatieve emissies bekomen. Een groot voordeel van VVSK is de directe, korte weg naar actieve implementatie: bestaande mijn- en baggertechnieken kunnen worden gebruikt. VVSK kan dus snel geïntegreerd worden in bestaande kustbeheersmaatregelen. Toch zijn er nog heel wat vragen bij de economische en ecologische leefbaarheid van VVSK. Het hoofddoel van dit SBO project is om precies deze vragen aan te pakken, en na te gaan of en hoe VVSK een duurzame en kostenefficiënte aanpak van klimaatmitigatie kan zijn. Om dit doel te bereiken, gaan we drie belangrijke wetenschappelijke uitdagingen aan: [1] de bepaling van de efficiëntie van CO2-sequestratie door VVSK onder reële veldcondities [2] de bepaling van de tijdsschaal waarbinnen silicaten oplossen onder reële veldcondities [3] de bepaling van de impact van de vrijstelling van sporen-metalen (voornamelijk Nikkel en Chroom) naar mariene biota door VVSK. Om deze doelstellingen te halen, zullen wij een grootschalige pilootopstelling starten, waarin we olivijnverwering kunnen simuleren onder reële veldcondities (uniek demo-opstelling, eerste realisatie wereldwijd).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het mechanisme van microbieel electronen transport over lange afstanden. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Recent zijn lange filamenteuze "kabel bacteriën" ontdekt, die elektrische stromen over centimeters afstand kunnen geleiden. Dit vergroot de afstand van microbieel elektron transport met drie grootte ordes, en impliceert dat biologische evolutie een zeer geleidende organische structuur heeft aangemaakt. Dit is opvallend daar alle bekende biologische materialen zeer slechte geleiders zijn. Een recente doorbraak zorgt ervoor dat kabelbacterien kunnen verbonden worden met elektrodes, zodat de elektrische stroom kan gemeten worden. Het belangrijke doel van dit project is om de structuur en chemische samenstelling van de geleidende structuren in kabelbacterien te beschrijven, en zodoende een beter inzicht te krijgen in het mechanisme van elektron transport en de elektrische eigenschappen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Biogeochemische cycli, redox transformaties en microbiele actoren in electrische sediment ecosystemen. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

In 2010 werd een verbazingwekkend ontdekking gedaan: mariene micro-organismen kunnen elektrische stromen geleiden in de zeebodem over centimeters afstand. Lange filamenteuze microben, genaamd "kabelbacterien", transporteren elektronen van cel tot cel langsheen een keten van meer dan 10.000 cellen. Dense populaties van deze kabelbacterien zorgen ervoor dat de zeebodem werkt als een natuurlijke batterij. Dit nieuw proces van lange-afstands microbiele elektriciteit is fundamenteel verschillend van zenuwgeleiding en andere bekende geleidingsmechanismen in de biologie. Recente data over de microbiele diversiteit en de activiteit in sedimenten met lange-afstands microbiele elektriciteit suggereren dat de andere microbiele actoren en redox species betrokken zijn. De basis hypothese van dit project is dat lange-afstands elektron transport een veel sterkere impact heft op de biogeochemische cycli en de microbiele ecologie van natuurlijke sediment ecosystemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Herstellen van ruwwaterbronnen door landschapsherstel. 13/11/2018 - 12/11/2022

Abstract

Samenwerking tussen PIDPA en UAntwerpen voor de ondersteuning van onderzoek dat zich richt op het herstellen van ruwwaterbronnen door landschapsherstel. Dergelijk onderzoek kadert binnen de centrale missie van PIDPA om de toekomstige, potentiële drinkwatersites te beschermen. De steun beoogt het mogelijk maken van onderzoeksactiviteiten die synergetisch zijn met het Interreg project PROWATER, hetwelk staat voor 'protecting and restoring raw water sources through actions at the landscape scale', en een bijdrage levert aan klimaatadaptatie door de waterberging van het landschap te herstellen via 'ecosysteem gebaseerde adaptatiemaatregelen'. UAntwerpen vervult een cruciale rol vervult door de inhoudelijke coördinatie en wetenschappelijke onderbouwing van dit project op zich te nemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De elektrische biosfeer in de oceanbodem: microbiele actoren en interacties. 01/10/2018 - 30/09/2022

Abstract

Onlangs zijn lange filamenteuze bacterien ontdekt in mariene sedimenten, die elektrische stromen genereren en geleiden over centimeters afstand. Recent onderzoek toont aan dat deze zogenaamde kabelbacterien niet onafhankelijk handelen, maar dat er waarschijnlijk een uitwisseling van electronen gebeurt met andere micro-organismen in de oceaanbodem. Het lijkt erop dat andere bacterien gebruik maken van het elektrische netwerk dat aangeboden wordt door de kabelbacterien. In dit project gaan we onderzoeken welke andere micro-organismen hierbij betrokken zijn, en hoe deze interageren met de kabelbacterien. Op deze manier zal dit project bijdragen aan een beter inzicht in het ecosysteem functioneren van de oceaanbodem.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

PROWATER. 01/09/2018 - 31/12/2022

Abstract

Het grensoverschrijdende project PROWATER staat voor 'het beschermen en herstellen van ruwe waterbronnen door acties op landschapsschaal' en draagt ​​bij aan klimaatadaptatie door de waterberging van het landschap te herstellen via 'op ecosystemen gebaseerde aanpassingsmaatregelen'. Voorbeelden hiervan zijn bosconversie, natuurlijke waterretentie of herstel van bodemverdichting. Deze interventies vergroten de veerkracht tegen droogtes en overstromingen en zijn gunstig voor de waterkwaliteit en biodiversiteit. Tijdens de komende jaren zullen projectpartners in Vlaanderen, Nederland en het Verenigd Koninkrijk verschillende exemplarische projecten ter plaatse uitvoeren en deze aan het publiek presenteren.   De voordelen van de maatregelen worden geïdentificeerd, zodat een 'Payment for Ecosystem Services'-model kan worden ontwikkeld. Op basis van dit model kunnen organisaties die maatregelen nemen om waterschaarste te bestrijden compensatie ontvangen. In ruil daarvoor bieden ze diensten aan de samenleving door de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Tot slot wil het project de informatiekloof met beleid en de watergebruiker dichten door een visie te ontwikkelen om waterschaarste en droogteperioden op de lange termijn aan te pakken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opstellen van een draaiboek socio-economische impactanalyse, economische impactanalyses van ecosysteemherstel en toetsen van vijf gevalstudies. 01/06/2018 - 31/12/2021

Abstract

Deze opdracht heeft als doel: het ontwikkelen van een draaiboek voor de voorbereiding en uitvoering van geïntegreerde sociaaleconomische impactanalyses van natuurherstel- en -ontwikkelings-projecten. Deze analyses zijn toegespitst op de impact van natuurherstel- en -ontwikkelingsmaatregelen op de lokale economie (economische impact) en lokale samenleving (sociale impact) en op de maatschappelijk relevante ecosysteemdiensten. Meer specifiek omvat deze opdracht drie doelstellingen: ● Het ontwikkelen van een methodologie om op een pragmatische en kostenefficiënte wijze de hogervermelde geïntegreerde sociaaleconomische impactanalyses voor natuurherstel- en -ontwikkelingsprojecten uit te voeren en indicatoren te genereren voor verdere analyses op effectiviteit; ● Het toepassen van deze methodologie op vijf gevalstudies in Vlaanderen en Wallonië om de methodologie te testen en aan te scherpen enerzijds en de sociaaleconomische impact van het BNIP te illustreren anderzijds; ● Het uitwerken van de methodologie tot een breed inzetbaar draaiboek voor geïntegreerde sociaaleconomische impactanalyses in het kader van een waaier aan natuurherstel- en -ontwikkelingsprojecten, geschikt om toekomstige projecten te selecteren en te prioriteren, en specifieke maatregelen te laten beoordelen door beleidsmakers en stakeholders. Het beoogde draaiboek zal een projectleider van natuurontwikkelingsprojecten toelaten om: ● Een kosteneffectief en pragmatisch plan van aanpak op te maken voor een socio-economische impactevaluatie in het kader van Europese en andere subsidieaanvragen; ● Efficiënt een impactevaluatie uit te kunnen (laten) voeren; ● Snel en efficiënt een bestek

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwantificering en karakterisatie van de plastic flux in de Schelde, met het oog op een efficiënte remediëring van dit afvalprobleem. 01/02/2018 - 31/01/2022

Abstract

Dit onderzoek streeft in eerste instantie naar het kwantificeren van de plastic flux op de schaal van een volledige bekken, van de kleinere zijrivieren, effluenten van waterzuiveringsstations, dokken en kanalen tot in het estuarium en de zee. Waar zijn de grootste bronnen van plastic afval? Wat is de verblijftijd van dit afval? Zijn er sinks, zones met lange retentie van plastic afval in het riviersysteem? Kwantificering van de plastic flux door het hele continuüm van bekken tot monding is essentieel voor het uitwerken van een efficiënte remediëringsstrategie. Deze studie beperkt zich tot de macroplastics. Voor deze fractie kunnen immers nog relatief realistische verwijderingsstrategieën ontworpen worden, het uiteindelijke doel van dit project. Bovendien ontstaan een groot deel van de microplastics door desintegratie van macroplastics. Onder macroplastics verstaan we stukken kunststof zoals flessen, plastic zakken, touwen, … . Ook plastic pellets zullen extra aandacht krijgen, vermits deze specifiek in de Schelde en het havengebied soms prominent aanwezig zijn in het water en op de oever. De tweede doelstelling van dit onderzoeksproject is het zoeken naar een efficiënte remediëring. Waar kan ingegrepen worden, en op welke wijze? Dit project heeft niet als doel zelf technische constructies uit te werken, wel kan het effect van bestaande technologieën ingeschat worden. Bijvoorbeeld: Welk effect heeft een beperking van overstorten op de totale plastic flux naar de Noordzee? Welke fractie kan afgevangen met een drijvende opstelling in de haven? Als case wordt het Scheldebekken geselecteerd. Om de onderzoeksvragen te beantwoorden, wordt een monitoringsnetwerk uitgewerkt. Bij stuwen, sluizen, waterzuiveringsinstallaties, ... wordt plastic afval verzameld. Op deze manier kunnen plastic fluxen uit deelbekkens, dokken, … worden berekend en wordt een inschatting gemaakt van de totale flux richting het estuarium. In het estuarium wordt de stock aan plastic bepaald (via afvissing) en worden puntenmetingen (aan bv koelwaterinnamepunten) gebruikt om de flux te schatten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Respons van kustmoerassen op zeespiegelstijging: een geïntegreerde studie van de respons in bodemhoogte en bodemkoolstof in schorren en mangroves. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

Kustmoerassen, zoals mangrovebossen in tropische klimaten en schorren in gematigde klimaten, zijn unieke ecosystemen die dreigen verloren te gaan door de stijging van de zeespiegel. Ze kunnen zich echter tot op zeker niveau aanpassen aan de stijgende zeespiegel door bodemophoging als gevolg van sedimentatieprocessen, en ze kunnen bijdragen aan een vermindering van de klimaatopwarming door koolstof uit de atmosfeer op te slaan in hun bodems. De huidige inzichten in feedback mechanismen tussen de snelheden van zeespiegelstijging, bodemophoging en koolstofaccumulatie zijn vooral gebaseerd op studies in schorren in gematigde klimaten, terwijl er veel minder bekend is voor tropische mangrovebossen. In dit project zullen we voor het eerst deze feedbacks bestuderen op basis van een integratie van veldstudies en computermodellering zowel voor mangroves als schorren. Concreet onderzoeken we de hypotheses dat (1) de respons van mangroves en schorren op zeespiegelstijging verloopt volgens gelijkaardige feedback mechanismen tussen de mate van overstroming (frequentie, duur, diepte van getijdenoverstromingen), sediment- en koolstofaccumulatiesnelheden; (2) de sterkte van deze feedback mechanismen, en dus de capaciteit om bodemkoolstof op te slaan en de bodem op te hogen met de stijgende zeespiegel, verschilt tussen mangroves en schorren als gevolg van intrinsieke vegetatieverschillen. Dit project zal een unieke dataset genereren en resulteren in de ontwikkeling van een geïntegreerd computermodel dat zowel voor mangrovebossen als schorren kan simuleren wat de verwachte veranderingen zijn in snelheid van bodemophoging en koolstofaccumulatie als reactie op verschillende mogelijke scenario's van zeespiegelstijging die worden voorspeld voor de 21ste eeuw. Op basis van het model en wereldwijde datasets zullen we een nieuwe inschatting maken van de wereldwijde veranderingen die we kunnen verwachten in bodemkoolstofopslag en oppervlaktes van mangroves en schorren als gevolg van de zeespiegelstijging die ons te wachten staat in de 21ste eeuw.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

EcoCities: Groenwanden en -daken als bron voor ecosysteemdiensten in onze toekomstige steden 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

Groene daken en muren worden beschouwd als belangrijke leveranciers van ecosysteemdiensten en dragen bij tot een gezondere en meer biodiverse omgeving. Dit is echter nooit op een vergelijkende en geïntegreerde manier voor verschillende soorten groene muren en daken onderzocht, wat een optimale implementatie van deze systemen belemmert. In het kader van het EcoCities-project zullen we precies zo'n geïntegreerd en vergelijkend onderzoek uitvoeren. EcoCities zal benaderingen voor het gebruik van groene muren en daken ontwikkelen en beoordelen om (i) stedelijke vervuiling te verminderen, (ii) elementcycli te optimaliseren, (iii) water- en klimaatextremen te beperken, (iv) stedelijk natuurbehoud en bestuiving te verbeteren en (v) verbeteren zowel mentale als fysieke gezondheid van burgers. Het zal een degelijke onderbouwing vormen voor stedelijke groene planning en uitvoering, en onderzoekt het potentieel voor innovatie bij het beter koppelen van milieu-, sociale en economische ecosysteemdiensten (ES). Het onderzoek omvat een diepgaande vergelijking voor alle ES die hierboven zijn opgesomd tussen verschillende (met betrekking tot plantensoorten en substraatcompositie) systemen van zowel bestaande als experimentele groene wanden en daken. Dit zal leiden tot een schatting van de relatieve waarde van elk systeem in het kader van de ES die het biedt. Voor alle systemen worden de geldelijke voordelen en kosten berekend, waarbij ook rekening wordt gehouden met de ruimtelijke schaal waarop deze systemen worden toegepast. In de tweede helft van de duur van het project worden de (voorlopige) resultaten al toegepast in een aantal verschillende testgevallen in minstens vier Vlaamse steden. Uiteindelijk zal een scenariobeoordelingstool worden ontwikkeld door (UA ECOBE Jan Staes) en openbaar worden gemaakt, die kan worden gebruikt door belanghebbenden (lokale overheden, bedrijven, particulieren) om bewust te kiezen welk type systeem vereist is voor de ecosysteemdienst (en) die men beoogt voor een bepaald gebied. Dezelfde hulpmiddelen zullen beleidsmakers ondersteunen bij hun beslissingen met het oog op een duurzame en gezonde ontwikkeling van stedelijke gebieden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bio-terugkoppeling op sediment transport in estuaria en kustzones: de verwaarloosde rol van fytoplanktondynamiek. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

Het Schelde-estuarium verandert aanzienlijk door zowel klimaatverandering als menselijke ingrepen, zoals vaargeuldiepte, havenuitbreiding, etc. Recente monitoringresultaten laten een sterke toename van troebelheid zien en daarom ontstaat de angst dat het systeem zal evolueren naar een hyper troebel systeem. Omdat lichtbeschikbaarheid essentieel is voor algengroei, de basis van de voedselketen, kan de evolutie naar een hyperroos troebel systeem een ​​drastische impact hebben op al het leven in het estuarium. Deze zorgwekkende toename van troebelheid in combinatie met sterke (Europese) wetgeving met betrekking tot het (ecologisch) functioneren van het Schelde-estuarium resulteert in een dringende en sterke vraag naar inzicht en instrumenten om de impact van klimaatverandering en (toekomstige) menselijke interventies op troebelheid en algengroei. Feedbackprocessen tussen troebelheid en algen moeten expliciet in aanmerking worden genomen. Daarom is het doel van dit project tweërlei : 1. De impact van troebelheid en sedimenttransport op algengroei bestuderen 2. Omgekeerd, de impact van algengroei op troebelheid en sedimenttransport. De veronderstelling bestaat dat een kleverige substantie geproduceerd door algen kan leiden tot uitvlokken van het sediment, wat een significante impact kan hebben op troebelheidspatronen. Het project zal uiteindelijk resulteren in: 1. Verdere ontwikkeling van een recente techniek om in situ algengroei in te schatten naar een kostenefficiënte real tijdbewakingstool 2. Een state-of-the-art estuarienmodel dat sedimenttransport en hydrodynamica koppelt met algengroei

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Mariene biogeochemie. 01/09/2017 - 31/08/2022

Abstract

Kustzeeën zijn een hotspot van global change. The menselijke druk op de kustzone neemt snel toe, zowel in de poolgebieden, de gematigde als de tropische gebieden. Kustecosystemen zijn blootgesteld aan een verhoogde input van voedingsstoffen (eutrofiëring), een hoger risico voor zuurstofloosheid (hypoxie), en sterk veranderingen in de chemische samenstelling van zeewater (ocean verzuring). Deze processen kunnen leiden tot sterke en snelle veranderingen in de element cycli en voedselweb structuren. Om te begrijpen hoe kustecosystemen beïnvloed worden door deze aspecten van global change, moeten we onze kennis van de biogeochemie van kustecosystemen verbeteren. Dit project hanteert een multi-disciplinaire aanpak om een betere en kwantitatieve kennis op te bouwen over de interacties tussen fysische processen (e.g. stratificatie), chemische veranderingen (e.g. carbonaat thermodynamica) en biologische processen (e.g. fytoplankton productiviteit).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bepaling van fysieke systeemkenmerken van het Schelde-estuarium noodzakelijk voor een goed ecologisch functioneren. 01/12/2016 - 30/11/2022

Abstract

onderzoek de voorbije jaren heeft de complexe verwevenheid van hydrodynamiek, morfodynamiek en ecologisch functioneren van het Schelde estuarium aangetoond. Deze complexiteit samen met de grootschalige veranderingen (zowel land- en waterbeheer in het stroombekken als klimaatwijziging) stelt de beheerder voor steeds grotere problemen en uitdagingen. Daarom is het van cruciaal belang om een zo goed mogelijk inzicht te hebben in het functioneren van het systeem zodat die beheersmaatregelen kunnen genomen worden die het beoogde doel bereiken door maximaal in te spelen op het functioneren van het systeem of anders gezegd door zoveel mogelijk de natuurlijke processen te laten bijdragen aan het bereiken van de doelen. Dit onderzoek is gericht op zowel fysische systeemkenmerken als als het inschatten van de bentische primaire productie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Afgelopen projecten

Stabiliteit van een schorre onder zeer hoge stroomsnelheden. Een experiment in de getijdengoot van UAntwerpen nav. dijkbresproeven in de Hedwige-Prosperpolder in het kader van het INTERREG POLDER2C's project. 18/01/2021 - 30/09/2021

Abstract

Coasts and estuaries are increasingly exposed to flood risks due the global and local changes, resulting in sea level rise, increasing magnitude and frequency of storm surges. This increasing flood risk motivates a paradigm shift towards nature-based flood defense, where engineered flood defense structures (like dikes) are supplemented with conservation or creation of wetlands (like tidal marshes) in front of the dikes, which contribute to lower the flood risks. In this EU-INTERREG project, the combined protective function of dikes and natural wetland foreshores in front of dikes are tested under field and laboratory conditions. In the field, controlled dike breach experiments (in the Hedwige-Prosperpolder, Schelde estuary, Belgium & the Netherlands) are conducted to investigate the process of dike breach growth and the interaction with stability of the vegetated marsh foreshore. More specifically within this sub-project, the stability of the marsh soil and vegetation under extreme flow conditions that occur during dike breaches, is tested in a new tidal flume lab facility at the UAntwerp campus (the so-called Mesodrome). Marsh soil monoliths (0.8 m wide x 1.2 m long x 0.4 m deep) containing the marsh vegetation are excavated from the field and placed in the flume, and the responses of the vegetation and soil to extreme flow velocities (up to 2 m/s) are tested.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

The elektrische biosfeer in de oceaanbodem: microbiele actoren en interacties. 01/10/2020 - 31/10/2021

Abstract

Onlangs zijn lange filamenteuze bacterien ontdekt in mariene sedimenten, dewelke elektrische stromen genereren en geleiden over centimeter afstand. Recent ondezroek toont aan dat deze zogenaamde kabelbacterien niet alleen handelen, end at er waarschijnlijk een uitwisseling van electrnen geburt met andere micro-organismen in de oceaanbodem. Het lijkt erop dat ook andere bacterien gebruik maken van het elektrische netwerk dat aangeboden wordt door de kabelbacterien. In dit project gaan we onderzoeken welke andere micro-organismen hierbij betrokken zijn, en hoe deze interageren met de kabelbacterien. Op deze manier zal dit project bijdragen aan een veel beter inzicht in het ecosysteem functioneren van de oceaanbodem.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Graslandherstel door bodeminoculatie: interacties met omgevingsfilters en prioriteitseffecten. 01/04/2020 - 31/03/2021

Abstract

De meerderheid van de voorheen voedselarme graslanden in West-Europa is inmiddels geëutrofieerd en gedegradeerd door intensief menselijk landgebruik, wat heeft geleid tot een afname in biodiversiteit. Het herstel van de originele voedselarme omstandigheden is een eerste stap in ecologisch graslandherstel. Hoewel dergelijk abiotisch herstel vaak op termijn mogelijk is, blijven veel graslanden hangen in een schijnbaar stabiele en soortenarme toestand. Waarschijnlijk zijn dus niet alleen abiotische filters van belang voor de ontwikkeling van een ecosysteem: een beperkte verbreidingscapaciteit van flora en microbiota is mogelijk een bijkomend knelpunt. In dit project gebruiken wij de faciliteiten van een bestaand en grootschalig veldexperiment om te onderzoeken of graslandherstel gestuurd en versneld kan worden door maaiseloverdracht en door inoculatie van bodemfragmenten die zijn verzameld in een oud en soortenrijk donorgrasland (= "bodeminoculatie"). We combineren hierbij de nieuwste technieken uit de moleculaire, biogeochemische en vegetatiekundige wetenschappen. Centrale vragen zijn of bodeminoculatie een effect heeft op de ontwikkeling van de graslandvegetatie door het ontstaan van ondergrondse -potentieel cruciale- netwerken tussen schimmels en vegetatie, en of de uitkomst van bodeminoculatie afhankelijk is van bodemchemische eigenschappen en van experimentele behandelingen waaronder het afschrapen van de bestaande grasmat. Onze interdisciplinaire aanpak laat ons toe om te evalueren of, hoe, en via welke mechanismen de ontwikkeling van een ecosysteem gestuurd kan worden middels actieve manipulatie van de microbiële bodemgemeenschap.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkelingsmogelijkheden voor heischrale graslanden op geselecteerde percelen in Landschap de Liereman. 13/03/2020 - 31/12/2020

Abstract

De centrale vraagstelling in dit onderzoek is of de ontwikkeling van de microbiële gemeenschap in soortenarme graslanden in natuurreservaat "de Liereman" gestuurd kan worden door het inbrengen van plagsel dat verzameld is in soortenrijke en goed-ontwikkelde referentiegraslanden ("bodeminoculatie"). We maken hierbij gebruik van state-of-the-art moleculaire technieken zoals metabarcoding en qPCR.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bovenstroomse landschapsdepressies en regulering van waterstromen: hun voorkomen, status en functie. 01/02/2019 - 31/10/2019

Abstract

Projecties van klimaatverandering wijzen op drogere zomers. Dit zal leiden tot een hogere vraag naar waterproductie. Het doel van dit onderzoek is om de impact van drainage op de (water) regulerende functies van stroomopwaartse depressieve wetlands (UDW's) te onderzoeken. We veronderstellen dat ongedraineerde UDW's bijzonder belangrijk zijn voor het opladen van het grondwater. Doorgaans reageren ongedraineerde UDW's snel op zowel natte als droge perioden. Ze overspoelen alleen na periodes van neerslagoverschot, maar hun waterniveaus dalen ook geleidelijk als er een neerslagtekort is. Ik wil onderzoeken hoeveel water ze kunnen bufferen en waar dat water terechtkomt. Ten eerste zal ik geografische datasets gebruiken om de mogelijke occurrence en status UDW's in de Kempense regio in kaart te brengen. Na het uitvoeren van veldonderzoeken, selecteer ik twee goed doorlatende locaties en twee slecht gedraineerde locaties die gedurende twee jaar intensief worden gemonitord. Met deze monitoringgegevens kan ik een gedetailleerde en grondige beoordeling maken van de regulerende diensten die getroffen worden door drainagebeheer, zoals klimaatregulering en waterzuivering. Om dit zo tastbaar mogelijk te maken voor belanghebbenden, zal ik de modellen gebruiken om de 'uitgestelde infiltratie' te kwantificeren die plaatsvond op deze locaties voorafgaand aan grote droogteperioden. Om het strategisch belang van mijn onderzoek te evalueren, zal ik restauratiescenario's voor UDW's beoordelen op de schaal van de Kempen. Ten slotte zal ik mijn bevindingen verspreiden naar de watersector en follow-upprojecten opstarten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Microbieel geleidende nanovezels als een geheel nieuw type van organische geleiders. 01/01/2019 - 31/12/2019

Abstract

Recent zijn mariene filamenteuze bacteriën ontdekt die electrische stromen geleiden over een lengte van meerdere centimeters. De celwand van deze bacteriën bevat dunne vezelstructuren (nanovezels) die de electrische stroom geleiden. Nieuw onderzoek laat zien dat deze nanofibers een extreem hoge electrische geleidbaarheid hebben, die meerdere ordes van grootte hoger is dan van alle tot nu toe bekende biologische materialen. De ambitie van dit project is om het grote technologische potentieel van deze nieuw ontdekte, zeer goed geleidende, nanofibers te ontsluiten. Het vooruitzicht van een hooggeleidend biologisch materiaal biedt mogelijkheden voor geheel nieuwe toepassingen in de electronica. Door hun biologische oorsprong vertonen de nanofibers unieke eigenschappen zoals biocompatibiliteit, biologische afbreekbaarheid en zelf-assemblage. Deze combinatie van eigenschappen maakt biologische nanofibers fundamenteel anders dan de conventionele geleidende materialen die nu worden gebruikt. Zodoende is er een groot potentieel voor valorisatie in innovatieve toepassingen, zoals biosensoren en nieuwe electro-medische toepassingen. Het doel van dit project is om de chemische structuur van de geleidende nanofibers verder te ontrafelen, en de intellectuele-eigendomsrechtenpositie te versterken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Begeleiding en overdracht vegetatiemodellering Hedwige-Prosperpolder. 01/01/2019 - 31/12/2019

Abstract

This project represents a formal research agreement between UA and on the other hand the client. UA provides the client research results mentioned in the title of the project under the conditions as stipulated in this contract..

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het verfijnen van het ATMO-Street computermodel op basis van de CurieuzeNeuzen dataset. 01/11/2018 - 30/04/2019

Abstract

Het citizenscience-project "CurieuzeNeuzen Vlaanderen" heeft de luchtkwaliteit in Vlaanderen zeer fijnmazig in kaart gebracht. Twintigduizend deelnemers hebben via een meetpakket de luchtkwaliteit in hun straat gemeten, wat heeft geresulteerd in een ongezien grote en internationaal toonaangevende dataset. Deze data worden in dit project vergeleken met computer simulaties van de luchtkwaliteit in Vlaanderen, met als doel het onderliggende ATMOstreet computer model significant te verbeteren. Dit laat vervolgens toe om de blootstelling van de Vlaams bevolking en de resulterende gezondheidseffecten beter te kwantificeren, met een performantere beleidsondersteuning tot gevolg.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoe wederzijdse interacties tussen schorplanten, golven en sediment, de beschermende capaciteit van natuurlijke oevers bepalen. 01/10/2018 - 30/09/2020

Abstract

Schorren zijn begroeide oeverzones langs kusten en getijdenrivieren, die regelmatig overstromen en weer droogvallen onder invloed van de getijdenwerking. Recente studies hebben aangetoond dat schorren een belangrijke rol spelen in natuurlijke bescherming van kust- en rivieroevers tegen de impact van golven, een nieuw concept dat men 'nature-based shoreline protection' noemt. Planten vormen een barrière voor golven, doordat ze de energie van golven afzwakken en erosie van de bodem verminderen. Maar hoe efficiënt zijn schorplanten voor bescherming van kust- en rivieroevers? Belangrijke vragen zijn: (1) is de efficiëntie voor reductie van golven en bodemerosie wel voldoende in de winter, wanneer de bovengrondse biomassa van schorplanten grotendeels is afgestorven? (2) zijn sommige plantensoorten efficiënter dan andere voor reductie van golven en erosie? (3) zijn sommige soorten beter bestand tegen de stress die ze ondervinden van golven, en resulteert dit in de ruimtelijke vegetatiezonering die we zien in het veld, met bepaalde soorten die dichtbij de oever groeien en anderen verder landinwaarts? Dit project onderzoekt deze vragen op een geïntegreerde manier, door de wederzijdse interacties tussen golven en planten te bestuderen, hoe dit resulteert in ruimtelijke vegetatiezonering, en hoe die zonering bepalend is voor de efficiëntie van schorren om kust- en rivieroevers te beschermen tegen golven en erosie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

KPP Schelde-estuarium. 01/07/2018 - 31/12/2018

Abstract

Deltares heeft van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opdracht gekregen om werkzaamheden voor het project "KPP 2018 - WN01 Schelde-estuarium" met projectnummer 11202233 uit te voeren. Deltares wil een derde inschakelen om de uitvoering van een onderdeel van het betreffende hoofdproject ter hand te nemen: Expertondersteuning voor de discipline Waterkwaliteit en ecologie in het algemeen. De expert ondersteuning omvat het bijwonen en actief ondersteunen van kerngroep en werkgroep sessies. De ondersteuning kan volgende aspecten omvatten: het geven van presentaties op een werksessie, het leiden van workshop sessies over waterkwaliteit, revisie van werkteksten of feedback op specifieke vragen naar aanleiding van een werksessie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Schorren: bio-geomorfologische zelf-organisatie en implicaties voor respons op zeespiegelstijging en veranderende sedimentaanvoer (TIGER). 01/05/2018 - 30/04/2019

Abstract

Intertidal landscapes are complex environments located between the land and sea, and that are regularly flooded by tides. They provide highly valuable ecosystem services that are threatened by sea level rise and changing sediment supply. Previous studies showed that the small-scale (order of m2) interactions between vegetation dynamics, water flow and sediment transport (so-called bio-geomorphic feedbacks) have a great impact on channel network formation and evolution at the landscape-scale (order of km2). We call this process bio-geomorphic self-organization. The aim of this project is to investigate, for the first time, the impact of plant species traits on biogeomorphic self-organization of intertidal landscapes. More specifically, we hypothesize that (1) different plant species traits lead to the self-organization of different channel network patterns, and (2) the resulting self-organized landscape structures determine the efficiency to distribute and trap sediments on the intertidal floodplain, and hence the resilience (adaptability) of the landscape to sea level rise and decreasing sediment supply. By using a combination of computer model simulations and field observations, we aim at producing new fundamental knowledge on landscape selforganization by bio-geomorphic feedbacks, and its implications for the resilience of intertidal landscapes against environmental changes.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ondersteuning modellering HPP. 01/05/2018 - 31/10/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ondersteuning participatie in ESFRI AnaEE. 01/01/2018 - 30/06/2021

Abstract

De participatie in een ESFRI/ANAEE omvat als onze component de bouw van infrastructuur en faciliteiten voor aquatisch onderzoek op mesocosmos en ecosysteem niveau. Het betreft hier o.a. de constructie van een zgn Flume in de mesocosmosfaciliteit die eerder werd verworven met steun van het Herculesfonds. Voor de begeleiding van de bouw, de installatie van de meetapparatuur en de daarop volgende testfasen voorzien we een navorser en technicus.. Tijdens de bouw komen heel wat technische aspecten aan de orde en is een permanente opvolging nodig om te vermijden dat we nadien met problemen zitten. . Dit omvat zowel de puur technische aspecten als ook de inhoudelijke aspecten zoals het voorbereiden van de experimenten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek in het kader van het CurieuzeNeuzen project. 01/01/2018 - 31/12/2020

Abstract

Het citizen-science project "CurieuzeNeuzen Vlaanderen" is een initiatief om de luchtkwaliteit in Vlaanderen in kaart te brengen op hoge resolutie. Twintig duizend deelnemers krijgen een meetpakket om de luchtkwaliteit in hun straat te meten. De concentratie van het gas stikstofdioxide (NO2) wordt gemeten in de omgevingslucht door passieve samplers (Palmes diffusie buisjes). Het is internationaal de eerste keer dat op dergelijke grote schaal burgers actief betrokken worden bij een wetenschappelijke project rond luchtkwaliteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

INTERTIDE : onderlinge vergelijking van getijdengebieden in Noord West Europe 01/01/2018 - 31/12/2020

Abstract

INTERTIDE brings together scientists of North West European estuaries that are meso- to macrotidal and impacted by human activities, with a long-term data history. We will create a meta-data overview on available dataseries, coordinate data uniformization and data management that will result in a unique central repository on geomorphological, hydrodynamical and ecological parameters. We will organize multiple thematic meetings to tackle specific questions that are already identified as overarching crucial issues by the participants in this project.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Cofinanciering uitrol Curieuze Neuzen naar Vlaanderen. 01/01/2018 - 31/12/2019

Abstract

Het citizen-science project "CurieuzeNeuzen Vlaanderen" is een initiatief om de luchtkwaliteit in Vlaanderen in kaart te brengen op hoge resolutie. Het project is een samenwerking tussen de Universiteit Antwerpen, de Vlaamse Milieumaatschappij en de krant De Standaard, met ondersteuning van HIVA-KUleuven en het VITO. Twintig duizend deelnemers krijgen een meetpakket om de luchtkwaliteit in hun straat te meten. De concentratie van het gas stikstofdioxide (NO2) wordt gemeten in de omgevingslucht door passieve samplers (Palmes diffusie buisjes). Het is internationaal de eerste keer dat op dergelijke grote schaal burgers actief betrokken worden bij een wetenschappelijke project rond luchtkwaliteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Aangepast beheer en onderhoud en kleinschalige maatregelen in beken. 14/11/2017 - 31/12/2019

Abstract

Het doel is het opstellen van gedifferentieerde richtlijnen voor effectief en kostenefficiënt kleinschalig beheer en onderhoud van beeksystemen (beek en dal), gebruikmakend van of inspelend op natuurlijke processen, al dan niet ondersteund door aanvullende (kleinschalige) inrichtingsmaatregelen. Deze richtlijnen beschrijven de aard, omvang, spreiding over locaties, frequentie, timing en uitvoering van de benoemde handelingen. De subdoelen zijn: • Kennismontage natuurgerichte, lokale beheermaatregelen (gedifferentieerd maaien van beken en beekoevers en het gericht inbrengen van dood hout, bij voorkeur gekoppeld aan beschaduwen), die aansluiten op de natuurlijke processen in beken die zich afspelen op hogere schaal in het stroomgebied. Op die manier worden specifieke natuurwaarden in beek en beekdal versterkt of hersteld. • Ontwikkelen van nieuwe kennis d.m.v. experimenten over het herstellen en versterken van habitatvariatie en – stabiliteit door gedifferentieerd beheer van de beek en de oevers om de bestaande kennis op basis van empirische gegevens te vernieuwen en te versterken. • Uitdragen van bestaande en nieuwe kennis naar de beheerpraktijk.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Geleidende vezels uit mariene bacteriën: een geheel nieuw materiaal voor toepassingen in de organisch electronica. 15/10/2017 - 31/12/2019

Abstract

Recently, a novel type of filamentous bacteria has been discovered within the seafloor, which are capable of guiding electrical currents over centimeter-scale distances. Electrons are transported from cell-to-cell along the longitudinal axis of centimeter-long cable bacteria, but the actual physical mechanism of conduction remains elusive. The prime objective of this FWO project is (1) to identify the conductive structures responsible for microbial long-distance transport and (2) to characterize their electrical properties, and hence, their potential for technological applications. Based on recently acquired data, a model is advanced in which thin fibers within the cell envelope act as the conductive structures. Computer model analysis suggests that these nanofiber structures could possess the highest conductivity and charge mobility of any known biological material, making them a promising new source material for organic electronics. In this FWO project, which involves an interdisciplinary collaboration between marine microbiology and applied physics, we will examine whether these fibers are as conductive as projected, confirming their potential of for novel bio-electronic applications. This will be done by a detailed characterization of the physical structure and electronic properties of these nanofibers. When successful, the nanofibers will be integrated into a prototype of a micro-electronic device, demonstrating their potential for valorization.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkelen van meetbare indicatoren voor het afwegen van vraag en aanbod naar ecosysteemdiensten en het verbeteren van de evaluatie van ecosysteembeheer 01/10/2017 - 30/09/2018

Abstract

Wereldwijd verliezen ecosystemen hun ecologische waarde terwijl er steeds meer kennis is over het belang van robuste en weerbare ecosystemen om om te gaan met veranderingen (bv. klimaatverandering) en vanwege de vele maatschappelijke voordelen (bv. voedsel en bescherming). Het herstellen van ecosystemen is moeilijk vanwege een complexe biofysische en socio-economische realiteit. Het concept van ecosysteemdiensten (ES) biedt een raamwerk om de link te leggen tussen ecologie en socio-economie. Ondanks een snelle wetenschappelijke ontwikkeling in onderzoek naar ecosysteemdiensten, is er nog steeds geen consensus over hoe deze diensten gemeten kunnen worden en hoe natuurwetenschappelijke en menswetenschappelijke kennis kan geïntegreerd worden. Dit project onderzoekt hoe vraag en aanbod naar ecosysteemdiensten kan berekend worden. Dit vormt een belangrijke eerste stap naar meer accurate evaluatie van beheerstrategieën voor de case van estuaria.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De kustzeeën: een plek van intense globale verandering. 01/09/2017 - 31/08/2020

Abstract

Kustzeeën zijn een hotspot van global change. The menselijke druk op de kustzone neemt snel toe, zowel in de poolgebieden, de gematigde als de tropische gebieden. Kustecosystemen zijn blootgesteld aan een verhoogde input van voedingsstoffen (eutrofiëring), een hoger risico voor zuurstofloosheid (hypoxie), en sterk veranderingen in de chemische samenstelling van zeewater (ocean verzuring). Deze processen kunnen leiden tot sterke en snelle veranderingen in de element cycli en voedselweb structuren. Om te begrijpen hoe kustecosystemen beïnvloed worden door deze aspecten van global change, moeten we onze kennis van de biogeochemie van kustecosystemen verbeteren. Dit project hanteert een multi-disciplinaire aanpak om een betere en kwantitatieve kennis op te bouwen over de interacties tussen fysische processen (e.g. stratificatie), chemische veranderingen (e.g. carbonaat thermodynamica) en biologische processen (e.g. fytoplankton productiviteit).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De groeiende wetlands rond Lake Victoria als sinks voor nijlpaarden BSi: wat is hun impact op de eutrofiëring van het meer? 01/09/2017 - 31/08/2018

Abstract

De wetenschappelijke inzichten in de Si cyclus is geëvolueerd van een puur geologisch gedomineerde cyclus, naar een veel meer genuanceerd inzicht dat ook rekening houdt met biologische omzetting en cyclering. In een recente pionier studie wordt aangetoond dat in savannes nijlpaarden een sleutelrol vervullen in de lokale biogeochemische Si cyclus. Dit heeft potentieel een grote impact op de benedenstroomse meren waar het Si gebruikt wordt door de voornaamste primaire producenten –diatomeeën- welke aan de basis van het voedselweb liggen. Het doel van de huidige studie is om de filtercapaciteit voor (biogeen) Si te bepalen in draslanden langsheen een rivier op weg naar het Victoriameer. Om dit doel te bereiken wordt een expeditie ondernomen naar de Mara Wetlands, samen met de Sokoine University of Agriculture (SUA), Morogoro (Tanzania). Tijdens deze expeditie worden er water-, sediment- en plantstalen genomen om de silica stock en de flux naar het meer te berekenen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling van een ecosysteemdiensten-tool voor de optimalisatie van sedimentbeheer. 26/06/2017 - 31/12/2020

Abstract

Het doel van het project is het ontwikkelen van een ecosysteemdienstentool, die de relatie tussen sedimentbeheer en de geleverde ecosysteemdiensten blootlegt. Een beheer dat vertrekt vanuit een evenwichtige levering van ecosysteemdiensten draagt bij tot het herstel of behoud van een robuust, veerkrachtig ecosysteem. Zo'n ecosysteemdiensten management vereist integraal denken, zowel het complexe ecologische systeem als het socio-economische systeem omvattend.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Invasie van de Chinese wolhandkrabben: vormen zij een bedreiging voor onze zoetwater flora? 01/04/2017 - 31/03/2018

Abstract

De Chinese wolhandkrab is een invasieve exoot in onze zoetwater ecosystemen en de laatste jaren lijkt hun aantal toe te nemen, zeker in de bovenlopen van rivieren. In deze bovenlopen groeien waterplanten die een belangrijke ecologische rol hebben in het ecosysteem. Het effect van de wolhandkrabben op deze vegetatie is onvoldoende gekend. Een handvol laboproeven toont aan dat de krabben de planten op hun dieet hebben staan, maar dit is niet uitsluitend. Enkele case studies in het veld claimen dat wolhandkrabben verantwoordelijk zouden zijn voor een complete kaalslag in de vegetatie, maar ook hier was er geen eenduidig bewijs voor. Onze hypothese is dat de krabben daadwerkelijk een verwoestend effect op de watervegetatie kunnen hebben, maar alleen als deze vegetatie reeks verzwakt is of onder (abiotische) stress staat van andere oorzaken. In dit project wordt experimenteel onderzocht of de krabben een negatief effect kunnen hebben op de waterplanten door herbivorie en of dit effect groter is wanneer de planten reeds onder stress staan. De onderzochte abiotische stressen zijn EDTA-vervuiling en lichtstress, twee factoren gelinkt aan de eerder gemelde case studies. Een combinatie van densiteitsgegevens in literatuur en kennis over de herbivorie druk bij bepaalde krabdensiteiten, zal ons toestaan te voorspellen in welke mate de krabben een bedreiging zijn voor inheemse flora in zoetwater rivierecosystemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Restauratie en prognose van veenvorming in vennen - koppeling van diversiteit in plantfunctionele eigenschappen aan bodembiologische en biogeochemische processen (REPEAT-BE). 01/03/2017 - 29/02/2020

Abstract

Ondergrondse biodiversiteit wordt gevormd door schimmels, bacteriën, archaea, dieren en planten die samen het bodemfunctioneren beïnvloeden, met name door beheersing van productiesnelheden en afbraak van organisch materiaal. Veengronden, de meest geconcentreerde opslagplaatsen voor bodemkoolstof, worden gevormd door een netto overschrijding van de productie op lange termijn ten opzichte van de ontbinding. Het REPEAT-project richt zich op de mechanismen die bijdragen aan de veenvorming in moerasveengebieden om het herstelperspectief van deze bedreigde ecosystemen te verbeteren, die vitale ecosysteemdiensten leveren voor het mitigeren van klimaatverandering, regionale hydrologie, nutriëntenretentie en behoud van biodiversiteit (Bonn et al. 2016). In Europa zijn de meeste veengebieden ernstig aangetast door landgebruik. Drainage heeft de veengronden van koolstofputten veranderd in belangrijke bronnen van broeikasgassen (GHG) en heeft van Midden-Europa - na Indonesië - de op een na grootste hotspot van turf-uitstoot van broeikasgassen wereldwijd gemaakt (Joosten 2009). Veenvorming is een voorwaarde om de vitale ecosysteemdiensten van het fen ecosysteem opnieuw te installeren. Herstel van hoge grondwaterstanden alleen is echter vaak niet voldoende om turfvorming te herstellen (Grootjans et al. 2012). Ondanks decennia van proeven, blijven processen die turfaccumulatie beheersen (inclusief hun tarieven, routes en chauffeurs) onbekend. Eerder onderzoek naar veenkoolstofklimaat heeft zich bijna uitsluitend gericht op regenwater gevoede moerassen met omhoog groeiend veenmos (sphagnum) als de heersende veenvorming. Daarentegen groeien wortels en wortelstokken van grassen en grassen met grondwater in de oudere turfmatrix en vormen zo 'verplaatsingsveen'. Daarom zijn veenvormingsmodellen die zijn ontwikkeld voor moerassen (Clymo et al. 1998, Frolking et al. 2001) niet volledig van toepassing op fens. REPEAT heeft tot doel de mechanismen van veenvorming in vennen te verduidelijken door biogeochemische processen te koppelen aan bodemgemeenschapsstructuur en biodiversiteit, en om ondergrondse strooiselkwaliteit te planten, met speciale aandacht voor de vooruitzichten op herstel van veenvormingsmechanismen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Verbetering van de grondwaterdynamiek: een cruciale factor voor succesvol schorherstel? 01/01/2017 - 31/12/2020

Abstract

Schorren – dit zijn getijdenmoerassen langs kusten en estuaria (getijdenrivieren) – zijn in het verleden vaak omgezet in landbouwgebied, wat gepaard kan gaan met een verlies van waterkwaliteit van de aangrenzende rivier of kustzone. Om de waterkwaliteit van getijdenrivieren te verbeteren, investeren overheden over de hele wereld in het weer herstellen van landbouwgebied tot schorren. In NW-Europa zijn zo al meer dan 140 schorgebieden hersteld en en meerdere zullen volgen in de komende decennia. Desondanks zijn er toenemende aanwijzingen dat herstelde schorren niet in dezelfde mate bijdrage aan waterkwaliteitsregulatie dan natuurlijke schorren. Door het historische landbouwgebruik, is de bodem gecompacteerd, wat de grondwaterstroming belemmerd. De gereduceerde grondwaterstroming is waarschijnlijk de reden voor de waargenomen verschillen in waterkwaliteitsregulatie. De verschillen in grondwaterdynamiek tussen herstelde en natuurlijke schorren zijn echter niet goed bekend. In dit onderzoek wordt dit verder onderzocht. We bestuderen de bodemkenmerken, grondwater- en nutriëntenfluxen in herstelde en natuurlijke schorren langs het Schelde estuarium in België, en gebruiken de resultaten om een computermodel te ontwikkelen. Met dit model zullen we de bepalen wt de optimale bodemkenmerken zijn van herstelde schorren om de waterkwaliteitsfunctie te optimaliseren. In samenwerking met de waterbouwsector, zullen we dit vertalen in ontwerpcriteria voor herstel van schorren, zodanig dat hun functie voor waterkwaliteitsverbetering wordt geoptimaliseerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van waterplanten voor C-N-P-Si fluxen in rivieren op verschillende schaalniveaus – een geïntegreerde experimenteelmodelmatige benadering. 01/01/2017 - 31/12/2019

Abstract

Het is reeds gekend dat waterplanten een sterkte interactie hebben met waterstroming in rivieren en op die manier een significante invloed hebben op hydrologische en biogeochemische processen. Numerische modellen zijn wiskundige programma's die ons toelaten een grote hoeveelheid aan gegevens te integreren om zo complexe processen in rivier ecosystemen te begrijpen. Echter, de meeste bestaande modellen rond dit thema gaan voorbij aan het effect van waterplanten. In het huidige project, dat FLASMOB gedoopt werd (FLuxes Affected by Stream Hydrophytes: Modelling Of Biogeochemistry), combineren we de unieke expertise van een Belgisch-Oostenrijks team inzake numerische modellering, veldwerk en experimenten in het laboratorium. We stellen voorop dat de interactie tussen waterplanten (die groeien in de rivier) en de waterstroming zelf (hydrodynamische condities) bepalend zijn voor productie, benedenstrooms transport/retentie en transformatie van organisch materiaal en nutrienten. Een bestaand model (DELWAQ), aangepast voor enkele speficieke sub-stroomgebieden van de Donau, vormt de ideale basis om de rol van waterplanten in zo'n model te incroporeren. De productiviteit en dynamiek van de aquatische vegetatie zal gekoppeld worden aan dynamische uitwisselingen met het milieu. De eerste stap is het expliciet implementeren van de rol van aquatische vegetatie en de feedback processen op het milieu. Dit zal gerealiseerd worden door middel van een stapsgewijs en iteratief werkplan, waarin de specifieke effecten van elk aspect van plant-flow interatie apart bestudeerd wordt. Uiteindelijk, als alle stappen doorlopen en gecombineerd zijn, kan het netto effect van waterplanten op waterkwaliteit en -quantiteit berekend worden over grotere rivier secties (sub-stroomgebied schaal). Dit kan gebruikt worden om in de toekomst meer accurate voorspellingen te doen over de ontwikkeling van rivier ecosystemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie van de sedimentatie en geulvorming in een nieuw aangelegd getijdengebied. 01/01/2017 - 31/12/2018

Abstract

Het project omvat de studie van de geomorfologische dynamiek van het gereduceerd getijde gebied Bergenmeersen gelegen langs de Schelde. Dit gebied maakt samen met andere gebieden deel uit van het Sigmaplan dat door de Vlaamse overheid ontwikkeld werd als reactie op de overstromingen van 1976. Deze projectgebieden zijn waterbuffers die het Scheldewater moeten opvangen in het geval van een stormvloed. Door de creatie van een gereduceerd getijde gebied vormt het Sigmaplan eveneens een belangrijke schakel in de natuurontwikkeling in Vlaanderen. De geomorfologie van het nieuw aangelegde gereduceerde getijden gebied Bergenmeersen wordt opgemeten met een real time kinematic global navigation sateliet system. De hoogtemeting van de sliblagen en de bodem van de getijdegeulen wordt vastgelegd met een toestel voor digitale hoogtemeting. Dit laat toe om de positie van de meetpunten te bekomen met een nauwkeurigheid van enkele centimeters en een hoogtenauwkeurigheid van ongeveer één millimeter. Deze metingen worden digitaal uitgewerkt met gespecialiseerde software om een volledig drie dimensionale voorstelling van de getijdengeulen in het geheel van het project Bergenmeersen te verkrijgen. Dit drie dimensionaal beeld wordt vergeleken met de basismeting toen het project Bergenmeersen opnieuw opengesteld werd voor het getijde op 25 april 2013. Aan de hand van dit basismodel en de nieuwe opmeting zal bepaald worden hoeveel de sedimentatie en erosie van de getijdengeulen in het projectgebied bedragen. Deze resultaten zullen getoetst worden met eerdere metingen die uitgevoerd werden in het piloot project van het Sigmaplan, het Lippenbroek. De resultaten van de observaties zullen nieuwe inzichten leveren in de ontwikkeling van de getijdengeulen en de snelheden waarmee sedimentatie en erosie optreden in een nieuw gereduceerd getijden gebied. Deze informatie is belangrijk in de evaluatie van het succes van de natuurontwikkeling, ook in de andere getijdengebieden die langs de Schelde worden aangelegd in het kader van het Sigmaplan.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitwerking van de Sleutelfactor Context. 01/11/2016 - 01/09/2017

Abstract

Het doel van deze studie is het selecteren van ecosysteemdiensten gerelateerd aan het watersysteem en zijn omgeving. De identificatie van indicatoren voor ecosysteemdiensten op basis van een inventarisatie van beschikbare input en het ontwikkelen van rekenregels voor het kwantificeren van ecosysteemdiensten. Bovendien zal er een rekentool ontwikkeld worden waarmee de indicatoren van ecosysteemdiensten door lokale waterbeheerders berekend kunnen worden en infographics om de informatie duidelijk en visueel samen te vatten - Testen van het ontwikkelde instrument aan de hand van een test case - Rapportage van de uitgevoerde activiteiten

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Globale soortenstructuur, kolonisatie-extinctie dynamieken en adaptieve radiatie van de kosmopoliete diatomeeën clade Pinnularia borealis. 01/10/2016 - 30/09/2018

Abstract

Diatomeeën, eencellige algen met een kiezelhoudende celwand, vormen een ecologisch wijdverspreid een zeer diverse groep van algen. Tot voor kort dacht men dat de meeste diatomeeënsoorten een wereldwijde, ubiquiste verspreiding kenden. Echter, toenemend bewijs suggereert dat het tegendeel waar is voor veel soorten. Uit fylogenetische gegevens bleek dat ons model-soort Pinnularia borealis bestaat uit morfologisch gelijkaardige vormen, die in feite overeenkomen met verschillende soorten. Met dit project willen we een aantal hypotheses testen op basis van een diepgaande studie van dit soortcomplex. Ten eerste, zullen we een cultuur collectie van Pinnularia borealis stammen uit verschillende regio's opbouwen en karakteriseren met behulp van een combinatie van morfologie, genetica en ecofysiologie. Dit zal ons toelaten om na te gaan in welke mate ecofysiologisch specialisatie gecorreleerd is met de vorming van soorten en hun wereldwijde distributie tijdens de evolutie van het complex sinds zijn vermoedelijke oorsprong 30-47 mil. jaren geleden. Daarnaast zal het project gerichte sequencing van de monsters van het milieu en fylogeografische analyse gebruiken om patronen van de lokale en regionale verscheidenheid van dit complex in ijsvrije gebieden in Antarctica en de Arctis documenteren die een overzicht zullen geven van een hele reeks meer-types die verschillen in leeftijd en de mate van geografische isolatie . Dit zal ons toelaten om de relatieve rol van dispersie beperkingen en lokale adaptaties te testen om zo de verspreiding van deze soorten beter te begrijpen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

iFLUXProspector: ontwikkeling van een schaalbaar prototype. 01/10/2016 - 30/09/2017

Abstract

Het proof-of-concept project omvat de ontwikkeling van een schaalbaar prototype voor de iFLUXProspector, een geïntegreerde modulaire passieve flux sampler voor milieuonderzoek en milieumanagement, ontworpen voor rechtstreekse installatie in de bodem. Het project vloeit voort uit het IOF-SBO project 'IFLUX' en kadert in de valorisatie van de iFLUX-technologie als een spin-off opgericht door de Universiteit Antwerpen en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Naar een geïntegreerde beoordeling van estuarine restauratie. 01/10/2016 - 30/09/2017

Abstract

Het hoofddoel van dit sabbatsverlof is het maken van een synthese van de enorme hoeveelheden data die de afgelopen 20 jaar is verzameld. Een gedetailleerde analyse van de lange termijn trend zal wordt uitgevoerd en de complexe interacties tussen hydrodynamica, morfologie en ecologie zullen in detail worden bestudeerd. Vervolgens worden de waargenomen patronen voor de Schelde vergeleken met andere estuaria. Het is het algemene doel om deze inzichten te compileren en te vertalen in een brede visie op ecosysteemgebaseerde aanpassing en beheer van estuaria in antwoord op globale veranderingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Technologie voor geïntegreerd watermanagement. 26/09/2016 - 19/12/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van functionele diversiteit voor de levering van ecosysteemdiensten in Zuid-Afrikaanse Palmiet Wetlands. 15/07/2016 - 14/07/2017

Abstract

Ecosystemen vormen de kritische infrastuctuur die de mensheid van meerdere ecosysteemdiensten voorziet. Veranderingen in landgebruik (bijv. omvorming van palmiet wetlands naar landbouw) leiden tot belangrijke trade-offs maar ook win-win situaties tussen verschillende ecosysteemdiensten. Naarmate de beschikbaarheid aan land wereldwijd onder steeds grotere druk komt te staan, wordt het belang van een zo optimaal mogelijk gebruik van ecosystemen en hun diensten steeds groter. Een sterke theoretische en empirische kennis van de verschillende componenten van ecosystemen, hoe ze functioneren en hoe dit leidt tot het leveren van ecosysteemdiensten is essentieel om hun voordelen ten volle te kunnen benutten. Onderzoek toont aan dat functionele planteneigenschappen sterk gecorreleerd zijn met ecosysteemfuncties. Functionele diversiteit van planten kan dan ook als indicator gebruikt worden voor ecosysteemdiensten. Daanaast is ook aangetoond dat functionele groeperingen van plantensoorten via hyperspectrale remote sensing van elkaar te onderscheiden zijn. Dit betekent dat de ruimtelijke variatie in ecosysteemdiensten eveneens met behulp van remote sensing bestudeerd kan worden. Naast het begrijpen van het functioneren van ecosystemen hebben besluitvormers ook nood aan precieze informatie over hoeveel ecosysteemdiensten geleverd worden en hoe bestaande stocks evolueren. Van alle ecosystemen worden wetlands beschouwd als één van de rijkste in termen van ecosysteemdiensten. De complexiteit van wetland ecologie maakt echter dat dit het minst bestudeerde ecosysteem is. Weinig is bekend over het functioneren van Zuid-Afrikaanse wetlands waardoor veel van deze wetlands in verval zijn. Dit doctoraat richt zich specifiek op palmiet wetlands in de West- en Oostkaap van Zuid-Afrika. De doelstellingen van het doctoraat zijn het kwantificeren van ecosysteemdiensten en het in kaart brengen van de ruimtelijke patronen in deze diensten aan de hand van functionele plantenkenmerken. Volgende ecosysteemdiensten worden beschouwd: waterzuivering, waterhuishouding, bodemkwaliteit, erosiepreventie en de regulering van het klimaat.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

NI De Blankaart: monitoring van de visputten van Kempynck – abiotische en biotische situatie 5 jaar na uitvoering van de werken. 08/03/2016 - 07/03/2017

Abstract

De studie beoogt het vastleggen van de biotische (fytobenthos, Zoöplankton, fytoplankton en de vegetatie) en abiotische (vijvermorfologie en waterkwaliteit) situatie van de visputten van Kempynck ca. 5 jaar na de uitvoering van de werken (De grootste werken zijn uitgevoerd in het najaar van 2009, maar een aantal belangrijke aanpassingswerken zijn pas in 2011 uitgevoerd). Hiertoe zal de opdrachtnemer in elk van de 7 putten een aantal inventarisaties uitvoeren. Bovendien worden deze resultaten vergeleken met de uitgangsituatie en wordt er nagegaan of de gewenste ontwikkelingen ten gevolge van de inrichtingsmaatregelen zich voordoen en samenvattende adviezen naar verder beheer van de visputten toe geformuleerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

I flux sampler : ontwikkeling van een prototype 01/03/2016 - 28/02/2017

Abstract

De verdere ontwikkeling van het ontwerp voor het Iflux sampler-prototype op basis van het huidige Iflux-samplerontwerp. Het produceren, assembleren en onderzoeken en testen van de verschillende aspecten, zoals: bruikbaarheid, techniciteit, veiligheid, voorschriften, kwaliteit, etc. Voorbereiding van de I-fluxhandleiding

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Potenties voor een klimaatbestendig landschap en ecosysteemdiensten in de Maarkebeek-vallei. 25/02/2016 - 31/12/2016

Abstract

Doel van dit project is het uitwerken en implementeren van een methodiek om gebiedsgericht ecosysteemdiensten te gaan versterken in het uitbouwen van een klimaatgezond landschap en een robuuste groenblauwe dooradering van de Maarkebeekvallei.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

iFLUX - Geïntegreerde polluentflux metingen in grondwater. 01/02/2016 - 31/01/2018

Abstract

Een toenemende vraag van verschillende sectoren voor de gecombineerde bepaling van meervoudig parameter massafluxen, leidde tot de ontwikkeling van een geïntegreerd flux meetinstrument, de I flux sampler. De I flux technologie richt zich op de totale massa flux bepaling van meerdere types parameter. Dit project beoogt de voorbereiding te treffen voor de lancering van Iflux als een spin-off

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het opstellen van een ecosysteemdienstgericht framework voor de optimalisatie van peilbeheer in de Uitkerkse polders. 01/01/2016 - 31/12/2019

Abstract

Waterpeilbeheer in Vlaamse poldergebieden staat momenteel ter discussie door natuurbeschermingsbureaus en de agrarische industrie. Meestal volgt het huidige waterpeilbeheer een onnatuurlijk systeem met afvoer in de winter en het stuwen van water in de zomer. In ECOBE willen we de reikwijdte van dit debat verruimen door de kwantificatie en modellering van de levering van ecosysteemdiensten van Vlaamse poldergebieden in relatie tot alternatieve waterbeheerregimes. Deze studie zal dus een broodnodig hulpmiddel zijn om ecosysteemdiensten te beoordelen op basis van verschillende praktijken op het gebied van waterpeilbeheer, waardoor een uitgebreider beeld van het management ontstaat door objectieve en maatschappelijk relevante argumenten op te nemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Golfbelasting in de Beneden-Zeeschelde - thv Galgeschoor. 01/11/2015 - 31/10/2017

Abstract

Doel van dit project is om de impact van golven te bepalen op de stabiliteit van het bodemsediment in een slikken- en schorrengebied, het zogenaamde Galgenschoor, in het Schelde-estuarium, België. Dit gebeurt op basis van veldmetingen van golven, stroming, sedimentatie-erosie dynamiek en data analyse, met speciale aandacht voor de kwantificering van de relatieve impact van natuurlijke windgolven en antropogene scheepsgolven, en de relaties tussen golfbelasting en sedimentatie-erosiesnelheden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Waterplantengroei in een toekomstige wereld: het effect van Global Change op plantweerstand tegen hydrodynamische krachten, op de kwaliteit van het organisch materiaal en op de afbraakprocessen. 01/10/2015 - 30/09/2019

Abstract

Een verandering van het klimaat lijkt onafwendbaar in de komende decennia. Het RCP6.0 scenario van het IPCC voorspelt dat de atmosferische CO2 concentratie zal verdubbelen tegen het jaar 2100, en de daaruitvolgende klimaatsverandering zal verschillende ecosystemen treffen. Zoetwater ecosystemen werden in dat verband nog maar weinig onderzocht, zeker in vergelijking met terrestrische ecosystemen. Hierdoor weten we dus onvoldoende hoe deze systemen zullen reageren op een klimaatswijziging. Anderzijds staat het wel vast dat de voorspelde veranderingen in neerslag – langere perioden van droogte afgewisseld met kortere perioden met extreme regenval – drastisch zullen ingrijpen op rivieren en wetlands. Waterplanten zijn één van de belangrijkste primaire producenten in deze rivieren. Ze hebben een invloed op (i) het aquatische voedselweb (als voedsel), and (ii) op de biogeochemische processen (nutrient- en koolstofcyclering). Een verhoogde nutrient- en CO2 concentratie in het water kan leiden tot een verhoogde productiviteit van deze planten. Echter, de voorspelde extreme regenval kan leiden tot extreme debieten die een negatief effect kunnen hebben op het overleven van de planten en zo tot een verhoogde concentratie aan dood organisch materiaal in de rivier kan leiden. Klimaatsverandering kan de aquatische ecosystemen ook nog beïnvloeden door de nutrientstoichiometrie in de planten zelf te beïnvloeden. Zowel plantbiomassa (kwantiteit) als -samenstelling (kwaliteit) zijn belangrijke sturende factoren in voor afbraakprocessen van organisch materiaal, en kan belangrijke consequenties hebben voor het hele aquatische voedselweb. Wij onderzoeken of via de waterplanten een veranderend klimaat een effect kan hebben op de prestaties van macro-invertebraten en bacteriën. Dit kan dan weer kan leiden tot veranderende afbraaksnelheden van organisch materiaal hetgeen dan weer een invloed heeft op de nutrient- en koolstofcyclering in het aquatische ecosysteem

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwantificering en modellering van de rol van oeverbescherming van moerasvegetatie. 01/10/2015 - 28/02/2019

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Respons van schormoerassen op zeepiegelstijging: interacties tussen afsterven van vegetatie, waterstroming en sedimentatie. 01/10/2015 - 30/09/2017

Abstract

Schorren zijn kustmoerassen die momenteel worden bedreigd door de globale zeespiegelstijging, al hebben ze een zeker vermogen om zich hieraan aan te passen door sedimentatie. In verschillende schorrengebieden in de wereld is de sedimentatiesnelheid echter kleiner dan de snelheid van zeespiegelstijging, wat leidt tot toenemende overstroming van de schorren, bijgevolg een toenemende stress voor de schorrenvegetatie, wat uiteindelijk kan resulteren in grootschalige afsterfte van de vegetatie. In dit project onderzoeken we de impact van vegetatiesterfte op de getijdenstromingen en sedimentatiepatronen in een schorre, die op hun beurt bepalend zijn voor het (on)vermogen voor hervestiging van de vegetatie. De hypothese wordt onderzocht dat een kritisch kantelpunt bestaat, nl. dat er een kritisch niveau van vegetatiesterfte is waarbij stromings- en sedimentatiepatronen zo significant worden veranderd dat de condities voor hervestiging van de vegetatie slechter en slechter worden, mogelijks resulterend in het definitief verlies van de schorrenvegetatie. In dit project kwantificeren we de effecten van verschillende spatio-temporele patronen van vegetatiesterfte op de stromings- en sedimentatiesnelheden in een schorre, op basis van een combinatie van methoden, waaronder teledetectie, hydrodynamische modellering, en veldexperimenten. Het project zal resulteren in nieuwe kennis die kan bijdragen tot een betere voorspelling van de reactie van schorren op zeespiegelstijging.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

IJzer-gestuurde catastrofale omschakelingen in laagveen: positieve terugkoppelingen en fytotoxiciteit. 01/10/2015 - 30/09/2017

Abstract

Ondanks een toenemende vernatting van gedegradeerde laagvenen, in het kader van natuurherstel en koolstofvastlegging, blijven gewenste resultaten vaak achterwege. Dit project is gebaseerd op fundamenteel onderzoek naar terugkoppelingsmechanismen in veenbodems na degradatie, die voorkomen dat het systeem weer omslaat naar de initiële staat. De nadruk in dit onderzoek ligt op de rol van waterdynamiek, ijzerchemie en-toxiciteit, en vegetatie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

iFLUXsampler: ontwikkeling van een prototype. 01/09/2015 - 31/08/2016

Abstract

Het proof-of-concept project omvat de ontwikkeling van een prototype voor de iFLUXsampler, een geïntegreerde modulaire passieve flux sampler voor milieuonderzoek en milieumanagement, ontworpen voor toepassing in een peilbuis. Het project vloeit voort uit het IOF-SBO project 'IFLUX' en kadert in de valorisatie van de iFLUX-technologie als een spin-off opgericht door de Universiteit Antwerpen en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Technologie voor geïntegreerd watermanagement. 01/09/2015 - 31/12/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Landbeheer: evaluatie, onderzoek, kennisbasis (LANDMARK). 01/05/2015 - 31/10/2019

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Respons van de zooplankton gemeenschap op vebeterende waterkwaliteit in het Schelde estuarium. 01/04/2015 - 30/09/2015

Abstract

De waterkwaliteit en het ecologisch functioneren van het Schelde estuarium worden sinds 1996 opgevolgd door het OMES project, gecoördineerd door P. Meire, ECOBE, UA. Sinds het begin van de waarnemingen is een aanzienlijke verbetering van de waterkwaliteit geobserveerd (Van Damme et al., 1995); in de mate dat een regime-shift van een hypereutroof naar een eutroof, systeem is waargenomen (Cox et al., 2009). De gestimuleerde primaire productie, vooral van diatomeeën, bevordert de zuurstofvoorziening van het water, maar leidt ook tot silica- limitatie. Deze zou de ontwikkeling van andere fytoplanktongroepen (groenwieren) en ook cyanobacteriën kunnen bevorderen. Het zooplankton, dat binnen OMES onderzocht door EcoLab heeft duidelijke veranderingen ondergaan in parallel met de systeemwijzigingen. Zo is de zone van maximale abundantie van Calanoide Copepoden gewijzigd van het brakwater- naar het zoetwatertraject en is anderzijds een sterke afname van een andere copepoden-groep, de Cyclopoïden, alsook van Cladoceren waargenomen (Mialet et al., 2010; 2011). De thesis van S. Chambord onderzoekt aan welke physico-chemische factoren deze wijzigingen van de zooplankton gemeenschap gerelateerd zijn. Gezien het zooplankton de transfer van de primaire producenten naar de hogere trophische niveaus verzekert, wordt tevens via grazingexperimenten nagegaan in hoeverre de 'nieuwe' zooplankton gemeenschap in staat is om fytoplankton blooms te controleren en eventueel een rol speelt in de silica-recyclage. .

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek hydrologie beekdalvenen. 25/02/2015 - 01/07/2017

Abstract

Duurzaam herstel van grondwatergevoede beekdalveenvegetaties en bijbehorende fauna vereist vernatting door herstel van de waterhuishouding. Daarom is sinds de jaren 1 990 veel geld geïnvesteerd in vernattingsmaatregelen in en in de omgeving van gedegradeerde beekdalvenen (Aggenbach et al. 2009). Bij deze maatregelen lag veelal de nadruk op vermindering van de ontwatering binnen het natuurgebied. Dit heeft geresulteerd in herstelprojecten met vergaande tot minder sterke vernatting. Een belangrijke kennislacune is de vraag tot hoe ver de waterhuishouding moet worden hersteld voor de ontwikkeling van beekdalveenvegetaties en het op gang brengen van veenvorming. Een veelvoorkomend knelpunt is dat de waterstandsdynamiek in beekdalvenen na vernatting nog altijd te groot is om de ontwikkeling van de gewenste veenvormende laagveenvegetatie mogelijk te maken. De knelpunten achter onvoldoende herstel van de grondwaterstand zijn echter nog niet goed bekend, doordat onderzoek naar de ontwikkeling van de waterhuishouding van vernatte beekdalvenen nog weinig heeft plaats gevonden. Meer inzicht in deze knelpunten is noodzakelijk om de juiste inrichting- en beheermaatregelen in de juiste gebieden, en in de juiste volgorde te nemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evaluatie strategieën omgang met overmatige voedingsstoffen. 12/02/2015 - 31/12/2016

Abstract

The conversion of agricultural fields into nature is a demanding task for ecological restoration in the Netherlands. Such conversion is considered important to conserve and increase the surface of endangered habitats and to increase the connectivity between sites. Intensive agricultural use has lead to a very high nutrient content in such fields, making restoration of low-productive vegetation a difficult task. Several strategies to reach this goal have been applied during the last two decades: sod cutting c.q. removal of the complete nutrient rich top soil, mining of P through addition of a surplus of N and K, nutrient removal through mowing without fertilisation and/or grazing, stimulating P-binding, and not removing the nutrients but instead focus on different, more productive targets. Reasearch on the effectiveness of different techniques has been carried out both in the Netherlands and abroad but the results of the different studies seem to contradict each other. Such apparent controversies have also lead to controversies in the debate on the conversion of nutrient-rich agricultural fields including debates on the question whether or not to remove the entire top soil, how to handle the soil fauna, the question whether other strategies also allow for the restoration of low-productive habitats and how to best measure phosphate availability.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Biologische statusbepaling van Vlaamse polderwaterlopen: uitwerken van biologische beoordelingsmethodes op basis van gericht onderzoek. 01/02/2015 - 30/11/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opstellen en toetsing van een geïntegreerd beoordelingssysteem voor de risico-evaluatie van aquatische ecosystemen. 01/01/2015 - 31/12/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

ANPHEYCO-SEINE: Analyse van de hydrologische, morfologische, sedimentaire en ecologische aspecten van het Schelde-estuarium (in het kader van een onderzoek naar mogelijke maatregelen gericht op het algemeen ecologisch herstel van het estuarium). 01/01/2015 - 30/06/2017

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Data-analyse van relaties tussen scheepstrafiek, windcondities, golven en erosie in intertidale ecosystemen in het Schelde-estuarium. 01/01/2015 - 31/12/2016

Abstract

Uit analyse van reeds beschikbare data ivm golfhoogten in intertidale ecosystemen langs het Schelde-estuarium (Rilland, NL) worden golfkenmerken van antropogene scheepsgolven versus natuurlijke windgolven bepaald. De gemeten golfhoogtes worden in verband gebracht met scheepskenmerken en met windsnelheid en –richting, en met de stromingen die ze veroorzaken. De stroomsnelheden worden gerelateerd aan optredende erosie, om uiteindelijk de invloed van antropogene scheepstrafiek versus natuurlijke processen op erosie te bepalen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Voorbereidend onderzoek t.b.v. stortvergunningsaanvragen Beneden-Zeeschelde. 04/12/2014 - 28/02/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de effecten van brand op de ecologische potenties van heides. 01/11/2014 - 31/12/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwalitatieve en kwantitatieve waardering van regulerende ecosysteemdiensten. 27/10/2014 - 14/08/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Interacties tussen zeepiegelstijging, vegetatiesterfte, waterstroming en sedimentatie in schormoerassen: een experimentele studie. 01/10/2014 - 30/09/2018

Abstract

Schorren zijn kustmoerassen die momenteel worden bedreigd door de globale zeespiegelstijging, al hebben ze een zeker vermogen om zich hieraan aan te passen door sedimentatie. In verschillende schorrengebieden in de wereld is de sedimentatiesnelheid echter kleiner dan de snelheid van zeespiegelstijging, wat leidt tot toenemende overstroming van de schorren, bijgevolg een toenemende stress voor de schorrenvegetatie, wat uiteindelijk kan resulteren in grootschalige afsterfte van de vegetatie. In dit project onderzoeken we de impact van vegetatiesterfte op de getijdenstromingen en sedimentatiepatronen in een schorre, die op hun beurt bepalend zijn voor het (on)vermogen voor hervestiging van de vegetatie. De hypothese wordt onderzocht dat een kritisch kantelpunt bestaat, nl. dat er een kritisch niveau van vegetatiesterfte is waarbij stromings- en sedimentatiepatronen zo significant worden veranderd dat de condities voor hervestiging van de vegetatie slechter en slechter worden, mogelijks resulterend in het definitief verlies van de schorrenvegetatie. In dit project kwantificeren we de effecten van verschillende spatio-temporele patronen van vegetatiesterfte op de stromings- en sedimentatiesnelheden in een schorre. In het aangevraagde BOF/DOCPRO bonusproject wordt dit thema onderzocht op basis van veldexperimenten. Dit is complementair aan het oorspronkelijke BOF/DOCPRO project (waarvoor de doctoraatsbursaal een FWO beurs heeft verworven), waarbij dit thema wordt onderzocht op basis van teledetectie en hydrodynamische modellering. Het project zal resulteren in nieuwe kennis die kan bijdragen tot een betere voorspelling van de reactie van schorren op zeespiegelstijging.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoge-resolutie-modellering en -monitoring van water- en energietransfers in waterrijke ecosystemen (HIWET). 01/10/2014 - 30/09/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Globale soortenstructuur, kolonisatie-extinctie dynamieken en adaptieve radiatie van de kosmopoliete diatomeeën clade Pinnularia borealis. 01/10/2014 - 30/09/2016

Abstract

Diatomeeën, eencellige algen met een kiezelhoudende celwand, vormen een ecologisch wijdverspreid een zeer diverse groep van algen. Tot voor kort dacht men dat de meeste diatomeeënsoorten een wereldwijde, ubiquiste verspreiding kenden. Echter, toenemend bewijs suggereert dat het tegendeel waar is voor veel soorten. Uit fylogenetische gegevens bleek dat ons model-soort Pinnularia borealis bestaat uit morfologisch gelijkaardige vormen, die in feite overeenkomen met verschillende soorten. Met dit project willen we een aantal hypotheses testen op basis van een diepgaande studie van dit soortcomplex. Ten eerste, zullen we een cultuur collectie van Pinnularia borealis stammen uit verschillende regio's opbouwen en karakteriseren met behulp van een combinatie van morfologie, genetica en ecofysiologie. Dit zal ons toelaten om na te gaan in welke mate ecofysiologisch specialisatie gecorreleerd is met de vorming van soorten en hun wereldwijde distributie tijdens de evolutie van het complex sinds zijn vermoedelijke oorsprong 30-47 mil. jaren geleden. Daarnaast zal het project gerichte sequencing van de monsters van het milieu en fylogeografische analyse gebruiken om patronen van de lokale en regionale verscheidenheid van dit complex in ijsvrije gebieden in Antarctica en de Arctis documenteren die een overzicht zullen geven van een hele reeks meer-types die verschillen in leeftijd en de mate van geografische isolatie . Dit zal ons toelaten om de relatieve rol van dispersie beperkingen en lokale adaptaties te testen om zo de verspreiding van deze soorten beter te begrijpen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Technologie voor geïntegreerd watermanagement. 22/09/2014 - 18/12/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Analyse van bodemchemie in het regulier vegetatiemeetnet van de provincie Drenthe. 01/09/2014 - 01/05/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bemonsteren bodemmonsters vegetatieronde 2014. 26/06/2014 - 15/10/2014

Abstract

Het doel van het beschrijven van de chemische toestand van bodem en vegetatie samen met de soortensamenstelling van de spontaine vegetatie is het vastleggen van de huidige situatie. Hierdoor is het mogelijk om in de toekkomst de effectivitieit van gericht beleid van het vlak van de zogenaamde "ver"-thema's (verdroging, verzuring, vermesting) te evalueren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bijdrage update evaluatiemethodiek t.b.v. waterkwaliteit en ecologisch functioneren. 05/06/2014 - 15/12/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Deltares. UA levert aan Deltares de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De modellering van de geomorfologische en ecologische ontwikkeling van de Hertogin Hedwige- en Prosperpolder na ontpoldering. 13/05/2014 - 31/12/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Nadere uitwerking Abundance Intactness Index. 09/05/2014 - 01/05/2015

Abstract

Nadere uitwerking Abundance Intactness Index, als onderdeel bij de sleutelsoortenlijst Schelde-estuarium en Trefkansen, voor invoeging in Update Evaluatiemethodiek ten behoeve van de werkgroep Onderzoek en Monitoring van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen – partim Eisden-Mijn. 01/02/2014 - 30/11/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VMM. UA levert aan VMM de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opstellen van een triademethode voor classificatie van schorren en waterbodems in zout en brak milieu. 01/01/2014 - 31/12/2015

Abstract

Het doel van het huidige studieproject omvat de ontwikkeling van een methode voor risicobeoordeling van sedimenten in brakke en zoute wateren. Deze methode, die wordt opgesteld naar analogie van de huidige TRIADE beoordelingsmethode voor zoetwater en specifiek voor Vlaamse waterbodems wordt uitgewerkt, bevat een analyse van een reeks fysicochemische parameters, een biologische in-situ beoordeling van de benthische macro-invertebraat levensgemeenschap en bioassays die worden uitgevoerd onder gecontroleerde laboratoriumcondities.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Geïntegreerde fluxmetingen in het kader van milieuonderzoek en -management. 01/01/2014 - 31/12/2015

Abstract

Het IFLUX onderzoeksproject vloeit voort uit een intense samenwerking tussen de Universiteit Antwerpen en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, en beoogt de ontwikkeling van een geïntegreerde flux sampler voor milieuonderzoek en milieumanagement, IFLUX. Tevens wordt de valorisatie van IFLUX voorbereid, als een spin-off met een dienstverlenend karakter, gericht op het aanbieden van geïntegreerde flux metingen voor verschillende soorten milieuonderzoek en - management.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Mapping en modellering van ecosysteemdiensten en hun wisselwerking. 20/12/2013 - 14/07/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Erasmus Mundus. UA levert aan Erasmus Mundus de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Beoordeling van milieuopties en het beheer van de Abu Nakhla rioleringvijver. 10/11/2013 - 10/05/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Qatar University. UA levert aan Qatar University de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Fundamenteel wetenschappelijke bijstand bij onderzoeksprogramma's O&M. 01/11/2013 - 31/10/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Identificatie, kwantificering en monetaire waardering van de ecosysteemdiensten die worden geleverd door de natuurdomeinen van ANB. 15/10/2013 - 31/12/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VITO. UA levert aan VITO de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Respons van schormoerassen op zeepiegelstijging: interacties tussen afsterven van vegetatie, waterstroming en sedimentatie. 01/10/2013 - 30/09/2015

Abstract

Schorren zijn kustmoerassen die momenteel worden bedreigd door de globale zeespiegelstijging, al hebben ze een zeker vermogen om zich hieraan aan te passen door sedimentatie. In verschillende schorrengebieden in de wereld is de sedimentatiesnelheid echter kleiner dan de snelheid van zeespiegelstijging, wat leidt tot toenemende overstroming van de schorren, bijgevolg een toenemende stress voor de schorrenvegetatie, wat uiteindelijk kan resulteren in grootschalige afsterfte van de vegetatie. In dit project onderzoeken we de impact van vegetatiesterfte op de getijdenstromingen en sedimentatiepatronen in een schorre, die op hun beurt bepalend zijn voor het (on)vermogen voor hervestiging van de vegetatie. De hypothese wordt onderzocht dat een kritisch kantelpunt bestaat, nl. dat er een kritisch niveau van vegetatiesterfte is waarbij stromings- en sedimentatiepatronen zo significant worden veranderd dat de condities voor hervestiging van de vegetatie slechter en slechter worden, mogelijks resulterend in het definitief verlies van de schorrenvegetatie. In dit project kwantificeren we de effecten van verschillende spatio-temporele patronen van vegetatiesterfte op de stromings- en sedimentatiesnelheden in een schorre, op basis van een combinatie van methoden, waaronder teledetectie, hydrodynamische modellering, en veldexperimenten. Het project zal resulteren in nieuwe kennis die kan bijdragen tot een betere voorspelling van de reactie van schorren op zeespiegelstijging.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwantificering van drempelvoorwaarden voor landwaartse erosie en zeewaartse aangroei van schoroevers. 01/10/2013 - 30/09/2015

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

IJzer-gestuurde catastrofale veranderingen in venen: terugkoppelingsmechanismen en toxiciteit. 01/10/2013 - 30/09/2015

Abstract

Ondanks een toenemende vernatting van gedegradeerde laagvenen, in het kader van natuurherstel en koolstofvastlegging, blijven gewenste resultaten vaak achterwege. Dit project is gebaseerd op fundamenteel onderzoek naar terugkoppelingsmechanismen in veenbodems na degradatie, die voorkomen dat het systeem weer omslaat naar de initiële staat. De nadruk in dit onderzoek ligt op de rol van waterdynamiek, ijzerchemie en-toxiciteit, en vegetatie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Nieuwe perspectieven op de wereld: signaalverwerking voor het interpreteren van biogeochemische tijdreeksen. 01/09/2013 - 31/08/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Analyse van hoogfrequente zuurstof data uit de Waddenzee en de aangrenzende Duitse bocht. 01/07/2013 - 31/12/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Helmholtz-Zentrum. UA levert aan Helmholtz-Zentrum de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Biodiversiteit en functionaliteit van zoöplankton: test van een potentiële indicator van waterkwaliteit (BIOFOZI). 01/04/2013 - 31/10/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds La Région Nord-Pas de Calais. UA levert aan La Région Nord-Pas de Calais de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vaststellen van het maximal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen – partim Desselse Zandputten. 01/02/2013 - 30/11/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VMM. UA levert aan VMM de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Siliciumfertilisatie, gewasopbrengst en koolstofopslag: een nieuwe toepassing voor duurzaam beheer van agrosystemen. 01/01/2013 - 31/12/2016

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ruimtelijke patroonvorming van macrofyten: een geïntegreerd model voor het beheer van laagland rivieren. 01/01/2013 - 31/12/2016

Abstract

Hydro en morfodynamische modellen zijn een onmisbaar instrument voor rivierbeheerders. Bestaande modellen simuleren enkel de interacties tussen waterstroming, sedimenttransport en geomorfologische veranderingen van de rivierbodem. Waterplanten hebben in laagland rivieren echter een significante impact of deze processen. Ze beïnvloeden de waterkwaliteit en stroomsnelheid, kunnen overstromingsrisico's verhogen (door verhoogde weerstand tegen waterstroming) en veranderen de rivierbodem. Daarom is het noodzakelijk waterplanten toe te voegen aan een riviermodel. In dit onderzoek zal het bestaande hydrodynamische model STRIVE (STReam and River Ecosystem) worden uitgebreid om een instrument te hebben voor het beheer en herstel van rivieren met waterplanten. Eerst wordt een vegetatie module toegevoegd, deze beschrijft de ruimtelijke en temporele groei van waterplanten. Daarna wordt een transportmodule geïmplementeerd, deze simuleert sedimentatie in vegetatiepatches en erosie er naast. Data verzameld in het Nete bekken zullen worden gebruikt om beide modules te callibreren; ze bevatten informatie over vegetatiegroei, hydrodynamica en riviermorfologie. Dit uitgebreide model zal gebruikt worden om het huidige maaibeheer van de Zwarte Nete te optimalizeren, waarbij het overstromingsrisico wordt verkleind en een maximale bedekking van planten wordt behouden. Dit zal resulteren in advies over het maaitijdstip en maaipatroon. Vervolgens wordt de impact van klimaatverandering onderzocht, door veranderende debieten. Modelsenarios zullen de gevolgen van veranderende debieten inschatten op overstromingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

ECOPLAN: planning voor ecosysteemdiensten. 01/01/2013 - 31/12/2016

Abstract

Het ECOPLAN PROJECT wil geïntegreerde methodes ontwikkelen voor de preciezere en beleidsrelevante waardering van ecosysteemdiensten die de impact van ecosysteemdiensten op het maatschappelijk welzijn kunnen inschatten. De maatschappij is immers afhankelijk van een brede waaier aan goederen en diensten die geleverd worden door natuurlijke ecosystemen. De belangrijkste uitdaging van het huidige milieu-, landgebruiken duurzaamheidbeleid is de verdere degradatie van ecosystemen te voorkomen en tegelijk te voldoen aan de toenemende vraag naar stedelijke groei en industrialisatie. Ecosysteemonderzoek is tot nu toe vooral gericht op één specifieke sector of één specifieke ecosysteemdienst of ecosysteem. Daardoor zijn de voordelen van het ecosysteemdienst-concept als een geïntegreerd planningsconcept onderbelicht. Er is nood aan wetenschappelijk onderbouwde methodes die accurater zijn op een ruimtelijk detailniveau en aan een integratie-inspanning van een multidisciplinair onderzoeksteam. Verder wil men ook stakeholders betrekken bij het inventariseren, karteren, monitoren, kwantificeren en bepalen van vraag en aanbod aan ecosysteemdiensten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van biogeen silicium in waterplanten op de weerstand tegen hydrodynamisch stress. 01/01/2013 - 31/12/2014

Abstract

Waterplanten ervaren hydrodynamische stress wanneer ze in stromende habitats groeien. Een deel van deze stress wordt ontweken door met de stroming mee te buigen, maar toch ervaren ze nog in grote mate trek- en buigkrachten op hun weefsels. Om tegelijkertijd sterk en toch flexibel te zijn, is een uitgebalanseerde verhouding tussen celulose en lignine nodig, twee klassieke sterktemoleculen in de celwanden. Deze componenten zijn echter energetisch duur en er wordt gehypothetiseerd dat silicium een goedkoop alternatief zou kunnen zijn voor cellulose en lignine. Silicium onderzoek in waterplanten is een relatief nieuw veld, maar de eerste onderzoeken tonen nu reeds dat de opname van Si door de planten verstrekkende gevolgen kan hebben voor zowel de plant als het aquatische ecosysteem en de siliciumcyclus. In dit onderzoek willen we de knowhow van beide teams bundelen om het gebruik van silicium als sterktecomponent in waterplanten op experimentele wijze aan te tonen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Aanleveren van een rapport historische evolutie aanslibbing op intertidale gebieden. 01/01/2013 - 01/07/2014

Abstract

Het areaal waar slib zich natuurlijk kan afzetten, is sterk gewijzigd in de tijd door natuurlijke sedimentatie maar vooral ook door menselijke ingrepen als inpolderingen, rechttrekkingen, bedijkingen, ontpolderingen, aanleg van dokken, dumping van aanleg- en baggerspecie, aanplanten van slijkgras in Saeftinge,…. Nieuwe metingen kunnen mogelijk noodzakelijk blijken om inzicht te krijgen in de evolutie van aanslibbingssnelheid op slikken, schorren en platen. Op deze manier wordt getracht om de historische evolutie van de "sinks" in de slibbalans in beeld te brengen. Het WL wenst een rapport te ontvangen rond de historische evolutie van de totale aanslibbing (ton/jr over het volledige Schelde-estuarium) op intertidale gebieden, om te integreren in de massabalans van slib in het Schelde estuarium.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kans op toestroming van vervuild grond- en oppervlaktewater vanuit het deelgebied "Steertse Heide" naar het kwetsbare natuurgebied "Grote Meer". 24/12/2012 - 24/12/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds INBO. UA levert aan INBO de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Interpreteren van bodemchemische analyses van bodemmonsters uit verschillende natuurgebieden in de provincie Drenthe. 22/10/2012 - 22/10/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Prov. Drenthe. UA levert aan Prov. Drenthe de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het systeem bodem onder druk van klimaat en landgebruiksveranderingen (SOGLO). 01/10/2012 - 31/12/2017

Abstract

Ons onderzoeksconsortium stelt zich tot doel om beter inzicht te krijgen in de feedback tussen bodems enerzijds en sediment, nutriënten, water en koolstofomzetting anderzijds. We willen deze wisselwerking kwantificeren, in een zwaar door de mens beïnvloede context en over verschillende tijdsschalen (decennia tot millenia). Om dit ambitieuze doel te bereiken, beginnen we met de detailstudie van de interactie tussen deze bodemcomponenten over verschillende ruimtelijk en temporele schalen in specificiek gekozen studiegebieden, waar de mens op v erschillende manieren ingrijpt in het landschap.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een Schelde-model uitgebreid met de effecten van de Rupel en van de sediment-water interactie met slikken en schorren in het zoetwatergetijdengebied. 01/10/2012 - 30/09/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het effect van begrazing op de biologische siliciumbuffer in subarctische ecosystemen (Finnmark, Noord-Noorwegen). 01/10/2012 - 30/09/2014

Abstract

De terrestrische silicium(Si)-export blijkt voor een groot deel gereguleerd te worden door de biologische lus in de terrestrische Si-cyclus. Het functioneren van deze "biologische Si-buffer" en zijn respons op menselijke activiteiten is echter weinig bestudeerd. Dit project is een pionierstudie in de kwantificering van de relatie tussen intensieve begrazing en het functioneren van de biologische Si-buffer in een subarctisch ecosysteem. Er wordt gewerkt op vier schalen, gaande van het plant-grazer niveau tot het niveau van de grote rivieren die uitmonden in het kustsysteem. De stocks en fluxen van Si worden steeds gekoppeld aan deze van N en P om het belang van de bagrazingseffecten voor zoetwater en mariene primaire productie te kunnen inschatten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Respons van schormoerassen op zeepiegelstijging: interacties tussen afsterven van vegetatie, waterstroming en sedimentatie. 01/10/2012 - 30/09/2013

Abstract

Schorren zijn kustmoerassen die momenteel worden bedreigd door de globale zeespiegelstijging, al hebben ze een zeker vermogen om zich hieraan aan te passen door sedimentatie. In verschillende schorrengebieden in de wereld is de sedimentatiesnelheid echter kleiner dan de snelheid van zeespiegelstijging, wat leidt tot toenemende overstroming van de schorren, bijgevolg een toenemende stress voor de schorrenvegetatie, wat uiteindelijk kan resulteren in grootschalige afsterfte van de vegetatie. In dit project onderzoeken we de impact van vegetatiesterfte op de getijdenstromingen en sedimentatiepatronen in een schorre, die op hun beurt bepalend zijn voor het (on)vermogen voor hervestiging van de vegetatie. De hypothese wordt onderzocht dat een kritisch kantelpunt bestaat, nl. dat er een kritisch niveau van vegetatiesterfte is waarbij stromings- en sedimentatiepatronen zo significant worden veranderd dat de condities voor hervestiging van de vegetatie slechter en slechter worden, mogelijks resulterend in het definitief verlies van de schorrenvegetatie. In dit project kwantificeren we de effecten van verschillende spatio-temporele patronen van vegetatiesterfte op de stromings- en sedimentatiesnelheden in een schorre, op basis van een combinatie van methoden, waaronder teledetectie, hydrodynamische modellering, en veldexperimenten. Het project zal resulteren in nieuwe kennis die kan bijdragen tot een betere voorspelling van de reactie van schorren op zeespiegelstijging.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Catastrofale omschakelingen gestuurd door biogeochemische processen: terugkoppelingsmechanismen in organische bodems. 01/10/2012 - 30/09/2013

Abstract

Ondanks een toenemende vernatting van gedegradeerde laagvenen, in het kader van natuurherstel en koolstofvastlegging, blijven gewenste resultaten vaak achterwege. Dit project is gebaseerd op fundamenteel onderzoek naar terugkoppelingsmechanismen in veenbodems na degradatie, die voorkomen dat het systeem weer omslaat naar de initiële staat. De nadruk in dit onderzoek ligt op de rol van waterdynamiek, ijzerchemie en-toxiciteit, en vegetatie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Toetsingsopdracht in het kader van de opmaak van de IHD-rapporten. 01/10/2012 - 31/10/2012

Abstract

De toetsing moet de IHD-overlegwerkgroep en de Vlaamse Regering garanderen dat zowel de aanpak van de kalibratie als de resultaten ervan van goede kwaliteit zijn en volstaan om op Vlaams niveau te streven naar een duurzame staat van instandhouding van de Europees te beschermen habitats en soorten, gegeven de criteria die de habitat- en de volgelrichtlijn daarvoor hanteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling van een leidraad voor het kwantificeren van ecosysteemdiensten in estuaria. 01/09/2012 - 31/12/2012

Abstract

Om de economische waarde van de regulerende ecosysteemdiensten in een estuarium in te schatten, is eerst een goede identificatie en kwantificering van die diensten vereist. ECOBE zal voor regulerende diensten in eerste instantie een duidelijke identificatie doen, om vervolgens instrumenten aan te reiken voor een kwantificatie. De nodige data zullen verzameld worden voor een algemene kwantificatie, toepasbaar op verschillende West-Europese estuaria.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Analyse van bodemchemie in het vegetatiemeetnet van de provincie Drenthe. 15/08/2012 - 01/12/2013

Abstract

Het doel van het beschrijven van de bodemchemische toestand samen met de samenstelling van de spontane vegetatie is het vastleggen van de huidige situatie. Hierdoor is het mogelijk om in de toekomst de effectiviteit van het gericht beleid op het vlak van de zogenaamde "ver"-thema's (verdroging, verzuring, vermesting) te evalueren dan wel doelgericht interventiemaatregelen te kiezen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecotoopoppervlaktes en intactness index. 02/05/2012 - 31/12/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie. UA levert aan de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek aan biogeochemie en experimenteele maatregelen voor herstel van beekdaltrilvenen. 01/05/2012 - 31/12/2015

Abstract

Het onderzoek moet de kennis over de biogeochemie vergroten, deze in verband brengen met mogelijke herstelmaatregelen en met de microtopografie en inzicht geven in het nut van plaggen en het inbrengen van karakteristieke en veenvormende plantensoorten. Het onderzoek dient daarmee beheerders duidelijkheid te verschaffen over welke maatregelen naast het vernatten van beekdalen zinvol zijn voor herstel van de biodiversiteit van beekdaltrilvenen en veenvormende systemen in beekdalen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Analyse van de bodemgemeenschappen en gerelateerde herstelmogelijkheden van heischraal grasland in Landschap De Liereman, in functie van natuurinrichting. 16/04/2012 - 16/10/2013

Abstract

De studie kadert in het analyseren van de bodemgemeenschappen van percelen, kansrijk voor ontwikkeling van met name droge(re) heischrale graslanden in Landschap De Liereman. Dit onderzoek moet, in kennis van bodemchemische en vegetatiekundige karakteristieken van betrokken percelen en mede op basis van specifieke thematische kennis uit referentiegebieden in dezelfde biogeografische regio, leiden tot een praktisch voorstel inzake herstelingrepen, met betrekking tot (het enten van) bodemgemeenschappen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Aardobservatie voor het rechtstreeks in kaart brengen van regulerende ecosysteem diensten (ESSENSE). 01/02/2012 - 31/12/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evaluatie en actualisatie van de handleiding 'Economische waardering van ecosysteemdiensten' en de online tool 'Natuurwaardeverkenner'. 01/02/2012 - 01/02/2013

Abstract

Het doel van dit project is daarom om de handleiding 'Economische waardering van ecosysteemdiensten' en de eerste versie van de online rekentooi 'Natuurwaardeverkenner' te actualiseren, uit te breiden en gebruiksvriendelijker te maken. Omwille van de Europese en internationale belangstelling voor deze instrumenten (Europese Commissie, TEEB, ... ), is h€t verder ook de bedoeling om onderdelen van de Natuurwaardeverkenner en eventueel ook (stukken van) de handleiding in het Engels te vertalen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecohydrologische studie SBZ-H De Maten. 16/01/2012 - 15/01/2015

Abstract

De studie heeft als doelstelling inzicht te verkrijgen in de ecosysteemwerking van het gebied De Maten, op basis waarvan een gefundeerde keuze van de ecologische visie kan gemaakt worden. Met ecologische visie wordt bedoeld: een verfijning naar lokatiekeuze van de in het gebied te realiseren instandhoudingsdoelstellingen - zijnde de habitatdoelstellingen en doelstellingen van de soorten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Raming van de baten geleverd door het Vlaamse Natura 2000 netwerk. 03/01/2012 - 02/01/2013

Abstract

Eind 2012 wil de Vlaamse overheid de habitatrichtlijngebieden op haar grondgebied definitief aanwijzen. Daarbij worden per Speciale Beschermingszone Instandhoudingsdoelen (IHD) gedefinieerd voor de Europees te beschermen habitats en soorten. Om deze IHD's te realiseren moeten de nodige maatregelen genomen worden en dit vergt investerings- en beheerkosten. Anderzijds worden ook een heel aantal baten gegenereerd. Het in kaart brengen van deze baten is het voorwerp van deze opdracht. De schatting van de baten geleverd door NATURA 2000 gebieden is zowel vereist voor het geheel van de gebieden als op site-niveau.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Stoichiometrie van nutriënten in (sub)arctische ecosystem: een onderzoek naar recent ontdekte controlerende factoren. 01/01/2012 - 31/12/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Interdisciplinair milieuonderzoek voor duurzaamheid en geïntegreerd beheer. 01/01/2012 - 31/12/2014

Abstract

Interdisciplinaire onderzoekssamenwerking en -netwerking in het domein van de milieuwetenschappen. De beoogde onderzoeksclusters die in het samenwerkingsverband worden opgezet en uitgewerkt zijn "Milieu en Gezondheidsrisico's", "Global change en Integraal land- en waterbeheer" waaronder waterbeheer, energie en klimaat, milieuzorg en duurzame ontwikkeling.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Relatieve impact van scheepsgolven versus natuurlijke waterbewegingen op de verstoring van intertidale ecosystemen in het Schelde-estuarium. 01/01/2012 - 31/12/2013

Abstract

De relatieve impact van scheepsgolven op de intergetijdengebieden van het Schelde-estuarium wordt bestudeerd in verhouding tot de impact van natuurlijke windgolven en getijdenstromingen. Deze effecten worden gemeten in relatie tot verschillende scheepskenmerken, en op verschillende locaties langs het estuarium, om invloeden van plaatskenmerken na te gaan. De resultaten kunnen gebruikt worden als basis voor aanbevelingen om de impact van scheepvaart op het ecosysteem van de Schelde te beperken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecohydrologische analyse van "De Zegge". 01/01/2012 - 31/05/2013

Abstract

De hydrologie van het natuurreservaat "De Zegge" zam uitgebreid worden onderzocht. Er zal aan zowel de waterkwaliteit als aan de grondwaterstand aandacht worden besteed maar ook de vraag of deze in de tijd is veranderd zal worden onderzocht. Verder zal worden onderzocht of gemeenschappen zijn te relateren aan de hydrologie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het effect van slikken en schorren op de nutriëntenhuishouding in het zoetwater getijdegebied; de Schelde als studiegebied. 01/01/2012 - 30/09/2012

Abstract

Estuaria vormen de overgang van land naar zee en transporteren en transformeren tal van opgeloste en particulaire stoffen. Vele van deze stoffen kunnen echter tijdelijk worden gecapteerd in verschillende slikken en schorren, lateraal gelegen langsheen het estuarium met daarbij alle gevolgen voor de filterfunctie van een estuarium. De rol van de zoetwater getijdenzone is hier lange tijd onderkent geweest. Het doel van mijn onderzoek is het zogenaamde 'spiraling effect' van nutriënten vanuit slikken en schorren voor het zoetwater getijdegebied van de Schelde te onderzoeken. Daarbij stel ik als hypothese dat de biogeochemische processen in slikken en schorren van de Schelde even belangrijk zijn als de pelagiale processen. Hierbij wordt de laterale uitwisseling met het schor (1) en de verticale sediment-water interactie op het slik (2) onderzocht. Vervolgens wordt hiermee een model (3) opgebouwd die voor het eerst de bijdrage van de biogeochemische processen vanuit zowel slik en schor incorporeert in het zoetwater getijdegebied.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek waterkwaliteit van vennen in geselecteerde natuurgebieden in de Regio Antwerpse Kempen. 01/12/2011 - 30/11/2013

Abstract

Het doel van deze opdracht is het bepalen van de waterkwaliteit a.h.v. gedetailleerde analyses van geselecteerde vennen in het natuurreservaat de Kalmthoutse Heide, in het militair domein Klein Schietveld en in het domeinbos Wolfsheuvel. Deze vennen hebben als kwaliteitsdoel Natura 2000 habitattypes 3110 (Mineraalarme oligotrofe wateren van de Atlantische zandvlakten) danwel 3160 (Dystrofe natuurlijke poelen en meren). Deze habitatypes hebben gemeen dat ze gekenmerkt zijn door (zeer) voedselarme omstandigheden en zeer gevoelig zijn voor de toevoer van voedingsstoffen van elders: atmosferische depositie van stikstof, instroom van landbouwwater en eventuele effecten van de heidebrand in Kalmthout in de voorzomer van 2011.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen - partim De Gavers (Harelbeke). 30/11/2011 - 29/11/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VMM. UA levert aan VMM de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Afronding bodemmonstername in de provincie Drenthe. 17/10/2011 - 17/10/2012

Abstract

Het doel van het beschrijven van de bodemchemische toestand samen met de samenstelling van de spontane vegetatie is het vastleggen van de huidige situatie. Hierdoor is het mogelijk om in de toekomst de effectiviteit van gericht beleid op het vlak van de zogenaamde "ver"-thema's (verdroging, verzuring, vermesting) te evalueren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwantificering van drempelvoorwaarden voor landwaartse erosie en zeewaartse aangroei van schoroevers. 01/10/2011 - 30/09/2013

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Nl Latemse Meersen - Monitoring Keuzemeersen (T=2) en Meersbeek (T=-1). 16/09/2011 - 15/09/2013

Abstract

De monitoring binnen natuurinrichting is gericht op het nagaan van de effectiviteit van de maatregelen voor natuur die in het kader van de natuurinrichting worden uitgevoerd. Gezien het belang van het beheer voor de beoogde doelgemeenschappen kunnen de resultaten tevens belangrijk zijn om het beheer waar nodig bij te sturen of te optimaliseren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

KPP Westerschelde Evaluatiemethodiek: opdrachtverlening werkzaamheden fase 2 - evaluatiemethodiek Schelde estuarium. 18/08/2011 - 15/12/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds een privé-instelling. UA levert aan de privé-instelling de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Monitoring van adulte Culicoides langsheen de Zeeschelde op sites waar door W en Z in 2011 werken voorzien zijn, alsook voor larvale staalnames van Culicoides langsheen de volledige zoutgradiënt van de Schelde (CULIMON II). 01/05/2011 - 15/03/2012

Abstract

Doel van het project is inzicht te verwerven in het optreden van overlast veroorzaakt door knijten onder de huidige omstandigheden en in de nabije toekomst bij de aanleg van overstromingsgebieden langsheen de Zeeschelde en haar zijrivieren. Daarnaast zullen eveutele maatregelen in beeld worden gebracht die kunnen bijdragen aan de vermindering van deze overlast.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie naar de haalbaarheid van fytoremediatie gekoppeld aan het voorkomen van resuspensie van een met zware metalen verontreinigde waterbodem. 29/04/2011 - 28/04/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de OVAM. UA levert aan de OVAM de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Afrika op meso-schaal: adaptieve en geïntegreerde tools en strategieën voor beheer van natuurlijke hulpbronnen(AFROMAISON). 01/03/2011 - 31/05/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effect van in- en ontpolderen op hoogwaterpeilen in het Schelde-estuarium: historische effecten (1550-1800) als referentiemodel voor huidige beheersplannen. 01/01/2011 - 31/12/2012

Abstract

Om het overstromingsrisico van de Schelde te doen dalen, worden valleigebieden ontpolderd. Er bestaan echter geen empirische data die de relatie tussen ontpolderingen en waterpeil reductie (~ overstromingsrisico) beschrijven. Als vergelijkingsmodel worden daarom de effecten van historische in- en ontpolderingen langs de Westerschelde (1550-1800) op het waterpeil langs de Vlaamse Zeeschelde bestudeerd, a.d.h.v. protisten (diatomeeën en thecaoeben).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Efficiëntie en tenuitvoerlegging van groene infrastructuur. 22/12/2010 - 21/12/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds een privé-instelling. UA levert aan de privé-instelling de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effecten van maaibeheer op ontwikkeling van levensgemeenschappen van kleine zeggenmoerassen in beekdalen. 14/10/2010 - 01/12/2012

Abstract

Het doel van het onderzoek is om te bepalen: 1°) Welke microstructuren en fauna voorkomen in grondwatergevoede mesotrofe zeggenmoerassen in samenhang met de beheerhistorie; 2°) Of in herstelsituaties van grondwatergevoede mesotrofe zeggenmoerassen zich microstructuren gaan ontwikkelen bij afwezigheid van maaibeheer en de netto-effecten van niet maaien op de ontwikkeling van de structuur en biota gunstig zijn t.o.v. zeggenmoerassen met maaibeheer.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Impact van landgebruik op siliciumfluxen: een ecosysteem signatuurstudie. 01/10/2010 - 30/09/2014

Abstract

Antropogene wijzingen in landgebruik hebben een sterke invloed hebben op bodemvorming, het voorkomen van biota en export van koolstof, stikstof en verweringsproducten. Kennis omtrent de biologische rol van silicium (Si) in deze context is daarentegen zeer beperkt. In dit onderzoek worden de effecten en interacties van verschillende types landgebruik op Si-cyclering en -export bestudeerd. Aan de hand van twee technieken (stabiele Si isotopen en sporenelementen/Si ratio) worden "Si-handtekeningen" opgesteld voor bovenstroomse bekkens in drie relevante landtypes in Vlaanderen (grasland, akkerland en bos). De signaturen worden vervolgens teruggezocht in benedenstroomse systemen; de koppeling gebeurt modelmatig. Finaal wordt Si-cyclering gelinkt met andere biogeochemische cycli (C, N, P).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het effect van begrazing op de biologische siliciumbuffer in subarctische ecosystemen (Finnmark, Noord-Noorwegen). 01/10/2010 - 30/09/2012

Abstract

De terrestrische silicium(Si)-export blijkt voor een groot deel gereguleerd te worden door de biologische lus in de terrestrische Si-cyclus. Het functioneren van deze "biologische Si-buffer" en zijn respons op menselijke activiteiten is echter weinig bestudeerd. Dit project is een pionierstudie in de kwantificering van de relatie tussen intensieve begrazing en het functioneren van de biologische Si-buffer in een subarctisch ecosysteem. Er wordt gewerkt op vier schalen, gaande van het plant-grazer niveau tot het niveau van de grote rivieren die uitmonden in het kustsysteem. De stocks en fluxen van Si worden steeds gekoppeld aan deze van N en P om het belang van de bagrazingseffecten voor zoetwater en mariene primaire productie te kunnen inschatten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwantificering van drempelvoorwaarden voor landwaartse erosie en zeewaartse aangroei van schoroevers. 01/10/2010 - 30/09/2011

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opmaak van een studie over ecosysteemdiensten van de Zwinstreek in het kader van het REECZ. 01/09/2010 - 31/12/2011

Abstract

Deze studie zal op twee schaalniveaus werken: - op niveau van de Zwinstreek een analyse maken van ecosysteemdiensten; - de ecosysteemdiensten van het Zwin-natuurcomplex meer in detail bestuderen gekaderd in het functioneren van het omliggende landschap.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De impact van klimaatveranderingen op kustwetlands 31/08/2010 - 28/02/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Erasmus Mundus - EADIC. UA levert aan Erasmus Mundus - EADIC de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De impact van klimaatveranderingen op kustwetlands. 30/08/2010 - 29/06/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EDCTP. UA levert aan EDCTP de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bepalen en voorspellen van de impact van belangrijke milieustressoren op de functies en biodiversiteit van zoetwaterecosystemen 03/08/2010 - 02/06/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Erasmus Mundus - CONNEC. UA levert aan Erasmus Mundus - CONNEC de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bodemmonstername in de provincie Drenthe. 15/07/2010 - 15/10/2010

Abstract

Het doel van het beschrijven van de bodemchemisch toestand samen met de samenstelling van de spontane vegetatie is het vastleggen van de huidige situatie. Hierdoor is het mogelijk om in de toekomst de effectiviteit van gericht beleid op het vlak van de zogenaamde "ver"-thema's (verdroging, verzuring, vermesting) te evalueren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De reactiviteit van biogeen Si in terrestrische ecosystemen: een cruciaal hiaat in de kennis van aquatisch-terrestrisch koppeling in de siliciumcyclus en gekoppelde C-sinks. 01/07/2010 - 31/12/2014

Abstract

Dit project beoogt de kwantificatie van de reactiviteit van de bio-Si buffer in verschillende ecosystemen en op verschillende schaalniveaus. Een innovatieve extractiemethode wordt hiertoe ontwikkeld en gedetailleerde dissolutie-experimenten uitgevoerd. Met dit innoverend opzet vullen we een cruciaal hiaat op in de kennis van aquatisch-terrestrisch koppeling in de biogeochemische siliciumcyclus en de gekoppelde C-sinks.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Ontwikkeling evaluatiemethodiek ten behoeve van de systeemmonitoring Schelde estuarium. 01/03/2010 - 01/09/2010

Abstract

In de Ontwikkelingsschets-2010 Schelde-estuarium (OS2010) van 11 maart 2005 zijn door de Nederlandse en Vlaamse regering besluiten genomen betreffende de uitvoering van een groot aantal projecten in het Schelde-estuarium. Voor de projecten op het gebied van veiligheid tegen overstromen, toegankelijkheid en natuurlijkheid zijn specifieke besluiten genomen voor het uitvoeren van monitoring. In het kader van het verdrag over Gemeenschappelijk Beleid en Beheer werd vervolgens besloten om te komen tot één gezamenlijk monitoringprogramma. In deze studie wordt een evaluatiemethode opgesteld voor dit monitoringsprogramma. Definitie evaluatiemethodiek: hoe moeten de gegevens van de Vlaams-Nederlandse systeemmonitoring Schelde-estuarium verwerkt worden tot resultaten die een antwoord geven op of een bijdrage leveren aan de (maatschappelijke) vragen van beleid, beheer, belanghebbende en betrokkenen bij het Schelde-estuarium. De evaluatiemethodiek zal uiteindelijk bestaan uit een combinatie van modellen, andere methodieken als statistiek en experten oordeel. Gezien de complexheid van de materie, de nodige helderheid voor de procesgang en vanuit ervaringen met MOVE is verder besloten nu al een evaluatiemethodiek voor het toekomstige monitoringprogramma op te stellen. Deze methodiek moet door Nederland en Vlaanderen worden gedragen. Het monitoring programma van 10 oktober 2008 is uitgangspunt voor de evaluatiemethodiek. Met de methodiek zal om de 6 jaar een evaluatie van het functioneren van het hele systeem Schelde-estuarium worden uitgevoerd. Opdrachtgever voor de ontwikkeling van de evaluatiemethodiek is de Vlaams - Nederlandse Schelde Commissie (VNSC), vertegenwoordigd door de Stuurgroep O&M.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek van het ecologisch potentieel van graslanden in de regio Antwerpse Kempen. 01/02/2010 - 31/12/2010

Abstract

Het Agentschap voor Natuur en Bos beheert diverse domeinen in de Antwerpse Kempen die een uitgestrekt graslandareaal kennen. Om het beheer te optimaliseren en eventuele inrichtingsmaatregelen te plannen is het noodzakelijk om de potenties van de graslanden te kennen. Het doel van deze opdracht is dan ook om op basis van de huidige biotiek, een inventarisatie van de belangrijkste abiotische parameters en specifieke randvoorwaarden de maximale potenties te bepalen en aan te geven op welke wijze deze te bereiken zijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Koppeling van optische beeldverwerving en 2D-modellering voor studie aan ruimtelijke heterogeniteit in begroeide beken en rivieren. 01/01/2010 - 31/12/2013

Abstract

Het hoofddoel van dit project is het ontwikkelen en toepassen van nieuwe gebiedsdekkende optische meettechnieken met hoge ruimtelijke en temporele resoluties voor karakterisering van plantstromingsinteracties in rivierecosystemen en het geïntegreerde gebruik ervan in te ontwikkelen 2D-numerieke modellering binnen het STRIVE-pakket (het beschikbare rivierecosysteemmodel). Twee onderzoeksvelden worden onderscheiden: het hydraulische gericht op stroming, het biologische gericht op macrofyten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evolutie van getijdenrivieren (TIDE). 01/01/2010 - 31/03/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Interreg. UA levert aan Interreg de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hot-spots in biologische transformatie van silica (Hobits). 01/01/2010 - 31/12/2012

Abstract

Dit onderzoek moet leiden tot een beter inzicht in de biologische buffer voor silicium in tropische ecosystemen. Het project richt zich op grote tropische wetlands: de Okavango Delta (Botswana) en de Fly River (Papua New Guinea), waar een intense biologische cyclering van silicium plaatsvindt. Het onderzoek past binnen het groeiende besef dat de siliciumcyclus op globale en lokale schaal gecontroleerd wordt door biota, en niet enkel door minerale verwering. Een onvoldoende kennis van deze biologische Si buffer verhindert de correcte kwantificering van geassocieerde mariene en terrestrische koolstofopslag.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Performantie van veenvormende plantensoorten onder veranderende omstandigheden. 01/01/2010 - 31/12/2011

Abstract

Het project beoogt het effect van veranderingen in verschillende hydrochemische parameters op concurentieverhoudingen tussen veenvormende plantensoorten onder veldcondities te onderzoeken. De respons van typische veenvormende plantensoorten zal vergeleken worden met die van algemene wetlandsoorten. Drie mogelijke bottle-necks zullen worden onderzocht: kieming, vestiging van kiemplanten en concurrentie op adulte leeftijd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecosystem services of Freshwater systems (ECOFRESH). 15/12/2009 - 31/01/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Belgische ecosysteemdiensten: een nieuwe visie voor de interacties maatschappij-natuur (BEES). 15/12/2009 - 31/01/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effecten van onderhoud waterlopen op hergroei, biomassa en mogelijke bijsturing naar efficiëntere en goedkopere werkwijze. 04/12/2009 - 31/10/2010

Abstract

Een toegenomen hoeveelheid waterplanten, o.a. als gevolg van de verbeterde waterkwaliteit in combinatie met hoge stikstof-en fosforconcentraties, stuwt het water in onze waterlopen op. Landbouwers wensen daarom vaker een kruidruiming wat hogere kosten voor de waterbeheerder met zich meebrengt. In het Netebekken zijn echter een aantal waterlopen beschermd d.m.v. de Europese Habitatrichtlijn. Een aantal vissoorten moeten beschermd worden en ook de waterplanten in de waterloop hebben een hoge ecologische waarde. Kruidruimingen, zeker in het voorjaar en in de zomer, hebben een negatieve impact op de beschermde waterplanten en vissen. Door het regelmatig verwijderen van waterplanten kan het bovendien zijn dat de snelgroeiende soorten er juist hun voordeel uithalen waardoor de biomassa en de opstuwing nog meer zullen toenemen zodat het uiteindelijke doel van het beheer teniet gedaan wordt. Vandaar dat er nood is aan meer informatie over het effect van kruidverwijderingen op de soortensamenstelling en op de hergroei. Daarnaast zal het al dan niet verwijderen van vegetatie een groot effect hebben op de sedimentdynamiek. In het algemeen kan er gesteld worden dat de rivierbedding stabieler is in aanwezigheid van waterplanten. Op deze manier kan er voorkomen worden dat er sediment in suspensie komt zodat slibruimingen ook worden vermeden. Met dit onderzoek willen we enkele antwoorden bieden op praktische problemen gedurende kruidruimingen in de waterlopen van het Netebekken: -Wat is het effect van kruidruimingen op biomassa en diversiteit van waterplantensoorten? -Hebben kruidruimingen vroeg in het vegetatieseizoen hetzelfde effect op de soortensamenstelling als later uitgevoerde kruidruimingen? -Wat is het effect van kruidruimingen op het vis- en macro-invertebraten bestand? -Hoe snel is de hergroei na een kruidruiming? -Hoe groot is het aandeel van het volume verwijderde biomassa op de waterstanddaling in vergelijking met het aandeel van weerstandsverlaging?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Interacties tussen hydrodynamica, geomorfologie en ecologie in het Schelde-estuarium 01/12/2009 - 30/11/2013

Abstract

Dit onderzoeksproject richt zich op het morfologisch beheer van het Schelde-estuarium, met nadruk op de interacties tussen menselijke ingrepen, hydrodynamica, geomorfologie en ecologie. Meerbepaald worden in dit project de processen onderzocht die verantwoordelijk zijn voor de laterale erosie en aangroei van schoroevers. Daarbij wordt speciale aandacht besteed aan: 1) de relatieve impact van menselijke factoren (scheepsgolven) en natuurlijke factoren (windgolven enz.) op de erosie of aangroei van schoroevers. 2) de potentiële rol van vegetatie als duurzame en kost-efficiënte bescherming tegen oevererosie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Impact van verontreinigende sedimenten op de ecologische toestand in de Antwerpse havendokken. 01/12/2009 - 30/11/2013

Abstract

ECOBE en het Havenbedrijf verbinden er zich toe om een samenwerking op te zetten rond de uitwerking en verdieping van onderzoek naar de impact van verontreinigende sedimenten op de ecologische toestand in de Antwerpse havendokken, in het bijzonder inzake de verbanden tussen enerzijds het behalen van een goed ecologisch potentieel in de havendokken en anderzijds het voorkomen van toxische stoffen in de sedimenten van de Antwerpse havendokken en resuspensie van sedimenten ten gevolge van scheepvaart en baggeractiviteiten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Estuarien morfologisch beheer voor optimalisering van overstromingspreventie, haventoegankelijkheid, en ecologie 01/12/2009 - 30/11/2013

Abstract

In dit project worden de mogelijkheden onderzocht om via morfologisch beheer van het Schelde estuarium (door strategisch baggeren en storten van sediment) de 3 hoofdfuncties van het estuarium gezamenlijk te optimaliseren: 1) Het estuarium moet bescherming bieden tegen overstromingen in de dichtbevolkte gebieden langs het estuarium. Morfologische ingrepen moeten leiden tot een optimale afremming van de landwaartse voortplanting van getijdengolven, stormvloeden, en zeespiegelstijging, en moeten bijgevolg bijdragen aan de bescherling tegen overstromingen. 2) Het estuarium moet toegang bieden voor zeescheepvaart naar de Antwerpse haven. Morfologische ingrepen moeten er op gericht zijn om de getijdenstroming te concentreren naar de vaargeulen en zodoende het zelf-eroderende vermogen van de geulen te maximaliseren. 3) Het estuarium herbergt Europees beschermde ecosystemen. Morfologische ingrepen moeten er op gericht zijn om de variatie in estuariene habitats te garanderen. Dit wordt onderzocht door gekoppelde hydrodynamische, geomorfologische, en ecologische modellering.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecoplan. 01/12/2009 - 30/11/2010

Abstract

Het concept ecosysteemdiensten heeft een enorm potentieel om te komen tot een onderbouwd en duurzaam beheer van onze open ruimte en natuurlandschappen. Het vinden van een balans tussen ecocentrische en antropocentrische belangen is altijd al een moeilijke oefening geweest. Het concept ecosysteem diensten toont aan dat deze tegenstelling slechts schijn is. Het beschouwen van natuur en landschappen als producenten van ecosysteemdiensten is een veelbelovend concept dat ons in staat stelt om natuur en landschap te waarderen. Het concept ecosysteemdiensten biedt een uniek kader waarbinnen men de verschillende sociale, economische en omgevingsaspecten kan samenbrengen en integreren. De economische waardering van ecosysteemdiensten biedt bovendien duidelijk mogelijkheden om het maatschappelijke en economische belang van ecosystemen in rekening te brengen. Een dergelijke waardering van ecosysteemdiensten is enkel mogelijk indien deze geschoeid is op een grondige kennisbasis. Zowel de maatschappelijke vraag naar ecosystemen als de ecologische mechanismen die de ES leveren zijn onderhevig aan een grote variabiliteit en heterogeniteit. De doelstelling van dit project is het mobiliseren van een maatschappelijk brede gebruikersgroep waarvoor het concept ecosysteemdiensten van belang kan zijn voor een betere onderbouwing van besluitvorming inzake planning, advisering en uitvoering van natuurontwikkelingsprojecten, grote infrastructuurprojecten, ruimtelijke planning en waterbeheer die een invloed kunnen hebben op de levering van ecosysteemdiensten. De noden en behoeften vanuit deze gebruikersgroep moeten vervolgens geconcretiseerd worden in onderzoeksvragen. Welke kennis en techniek is nodig en welk (onderzoeks)traject kan gevolgd worden om hieraan invulling te geven. Prioritering van de onderzoeksvragen in functie van maatschappelijk belang, de haalbaarheid van het (onderzoeks)traject en de synergie tussen de onderzoekstrajecten. Dit moet dan leiden tot het ontwikkelen van een robuuste methodiek om vraag en aanbod van ecosysteemdiensten te identificeren, kwantificeren en monetariseren op een ruimtelijk gedifferentieerde manier. De aanpak en uitwerking kan specifiek zijn, in functie van de ecologische processen en mechanismen die ten grondslag liggen aan de levering van een bepaalde ecosysteemdienst.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde op het milieu. 12/10/2009 - 11/01/2011

Abstract

De Schelde is een estuarium met vele functies: naast zijn belangrijke ecologische functie (bv. als broed- en foerageergebied voor vis, schelpdieren, vogels,enz), is het een belangrijke vaarroute (bv. naar de Antwerpse haven) en dienen dichtbevolkte woongebieden langs de Schelde te worden beschermd tegen stormvloeden (bv. overstromingen 1953, 1976,enz). Duurzaam beheer van het Schelde-estuarium is enkel mogelijk indien deze functies goed op elkaar zijn afgestemd. Dit project onderzoekt de effecten van menselijke ingrepen, zoals de aanleg van gecontroleerde overstromingsgebieden, baggeren en havenuitbreiding, op het natuurlijke milieu van de Zeeschelde (= Vlaamse deel Schelde-estuarium). In het huidige project worden specifiek de sedimentatie/erosieprocessen bestudeerd in een recent aangelegd overstromingsgebied (Lippenbroek, Hamme).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Integratie van de biologische siliciumbuffer in biogeochemische modellen. 01/10/2009 - 30/09/2013

Abstract

Dit project is een gedetailleerde pionierstudie van de tot op heden ongekende reactiviteit van ecosysteemgebonden silicium in de bodem. De reactiviteit wordt gekwantificeerd door toepassing van een innovatieve extractiemethode en door middel van gedetailleerde dissolutie-experimenten. Ze wordt bestudeerd in een reeks van bio-Si hotspots (graslanden, bossen, wetlands) alsook in antropogeen beïnvloede systemen (akkerland). De detailstudie van de reactiviteit is een noodzakelijke voorwaarde voor de incorporatie van deze buffer in biogeochemische modellen op bekkenschaal en lokale schaal.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De biogeochemische cyclus van zware metalen in natuurlijke zoetwaterschorren en gecontroleerde overstromingsgebieden. 01/10/2009 - 31/12/2012

Abstract

Als overgangsgebieden tussen land en zee herbergen estuaria specifieke en waardevolle ecosystemen en fungeren vaak als filter voor de door menselijke activiteiten verhoogde vracht van nutriënten en verontreinigende stoffen. Hierbinnen spelen intertidale gebieden een belangrijke rol. Door de geplande Gecontroleerde OverstromingsGebieden met Gecontroleerd Gereduceerd Getij (GGG) onder invloed van de getijdenwerking te plaatsen kan het areaal aan de natuurlijke intertidale gebieden uitgebreid worden. Binnen het pilootproject GGG Lippenbroek en mesocosmosopstelling in Kruibeke wordt beoogd het effect van de aanwezige contaminatie van zware metalen in kaart te brengen. De nadruk wordt gelegd op biobeschikbaarheid en de interactie met biota. De metaalcyclus vanaf opname door planten tot decompositie zal worden onderzocht. Hierbij wordt het GGG vergeleken met ingepolderde gebieden en natuurlijke slikken en schorren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Macrofytenpatches als biogeochemische hotspots: impact op waterkwaliteit van rivieren? 01/10/2009 - 30/09/2011

Abstract

Macrofytenpatches als biogeochemische hotspots: impact op waterkwaliteit van rivieren? 1. Probleemstelling In aquatische ecosystemen zijn waterplanten (macrofyten) belangrijk voor de structurele biodiversiteit. Als primaire producenten zijn zij van levensbelang voor zeer veel organismen. Ook op systeemniveau spelen macrofyten een zeer belangrijke rol. De processen die hierbij belangrijk zijn en de omstandigheden waaronder deze plaatsvinden zijn echter onvoldoende gekend. Toch is een goede kennis belangrijk om bijvoorbeeld juiste beleidsdaden te kunnen nemen m.b.t. de verbetering van onze oppervlaktewateren. Bovendien impliceert hun aanwezigheid ook grote invloeden naar de ganse hydraulica toe. Macrofyten hebben als "ecological engineers" een directe invloed op stroomsnelheidspatronen en patronen in sedimentatie en erosie. Veranderingen in deze patronen hebben een rechtstreekse invloed op de biodiversiteit. 2. Doelstelling Het is de bedoeling het basisidee te testen of macrofytenpatches in een waterloop biogeochemische hotspots zijn. Er zijn immers sterke indicaties dat de processen in de bodem onder macrofytenpatches een grotere impact hebben op de waterkwaliteit dan de tot hiertoe onderzochte pelagische processen. Om deze hypothese te toetsen zijn er drie onderzoeksvragen vooropgesteld: 1) Bestaan er biogeochemische hotspots in macrofytenpatches en welke is hun kwantiteit? 2) Welke maximale breedtes en lengtes kunnen patches onder gegeven omstandigheden aannemen? 3) Wat is theoretisch de totale maximale oppervlakte die patches kunnen innemen in een stuk waterloop onder gegeven omstandigheden (en wat is het totale effect van deze patches op waterkwaliteit)? 3. Methodiek en technologie Onderzoeksvraag 1) zal beantwoord worden door data te verzamelen in het veld. In nauwkeurig gekozen patches zal het organische materiaal gekarakteriseerd worden en denitrificatie- en siliciumprocessen als proxi opgevolgd worden. Al deze data worden dan rechtsreeks gekoppeld aan patronen van stroomsnelheid, sedimentatie en erosie in en rond de patch. Hierbij komen veldwerktechnische aspecten aan bod (stroomsnelheidmetingen, meten van denitrificatie in situ, staalname, labotechnieken voor analyse,¿). De resultaten worden achteraf zowel met een diagenetisch model als statistisch geanalyseerd. Onderzoeksvraag 2) zal beantwoord worden aan de hand van de resultaten van in situ experimenten. Hierbij worden in bestaande waterlopen flumes gecreëerd waarin de limiterende factoren (stroomsnelheid, erosie-sedimentatie) voor patchgroei worden gekwantificeerd. Ook worden de dimensies van een groot aantal patches opgemeten ter vergelijking met de flume experimenten. Onderzoeksvraag 3) wordt modelmatig benaderd met het Delft3D-model. De data van onderzoeksvraag 1 zullen het model kalibreren, de data van onderzoeksvraag 2 zullen het model valideren. Met dit model willen we de impact van macrofytenpatches op waterkwaliteit schatten voor grotere riviertrajecten (100-1000 m).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opmaak van een vegetatiekaart voor het projectgebied Ruggeveld - Boterlaar - Silsburg. 03/09/2009 - 27/11/2009

Abstract

De stad Antwerpen heeft voor het gebied Ruggeveld¿Boterlaar-Silsburg (Oosten van Deurne) de ambitie om een landschappelijk park te ontwikkelen. Dit park is een onderdeel van de groene vinger van de Schijnvallei die vanaf Wommelgem-Wijnegem stedelijk Antwerpen binnendringt. Omdat natuurontwikkeling hierbij een belangrijk onderdeel vormt en er belangrijke natuurwaarden aanwezig zijn in het gebied, werd een opdracht tot de opmaak van een vegetatie- en landschapskaart uitgeschreven. Het belangrijkste doel hiervan is om de aanwezige vegetatie en landschapselementen in kaart te brengen en een reeks randvoorwaarden ervan te beschrijven. De conclusies van deze inventarisatie moeten direct bruikbaar zijn bij het opstellen van de verdere ontwikkelingsplannen voor het gebied. De onderzoeksgroep Ecosysteembeheer voert hiervoor een uitgebreide veldkartering uit en gebruikt die samen met haar ruime gebiedskennis om alle aanwezige waarden en potenties te lokaliseren. Voor alle ecotopen worden aandachtspunten beschreven om een optimaal samengaan tussen de ecologische waarden en de vastgestelde ontwikkelingsscenario's mogelijk te maken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Klimaatverandering en de veranderingen in de ruimtelijke structuren in Vlaanderen (CcASPAR). 01/01/2009 - 31/12/2012

Abstract

De Wetenschappelijke doelstellingen van het onderzoeksproject kunnen worden omschreven als: -een kwalitatieve verkenning door middel van ontwerpend onderzoek van mogelijke planningsconcepten voor een meer adaptieve benadering van veranderingen in ruimtelijke structuren ten gevolge van klimaatverandering. -een wetenschappelijke evaluatie en waardering van bestaande planningsinstrumtenten en bestuurskundige mechanismen voor de implementatie van ruimtelijke planningsstrategieën in relatie tot klimaatverandering.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bepaling van de biologische controle op de vrijstelling van Si in bovenstroomse ecosystemen. 01/01/2009 - 31/12/2012

Abstract

Antropogene wijzigingen in landgebruik haddengedurende de laatste millenia een sterke invloed hadden op het voorkomen van biota en op bodemvorming. Wijzigingen in landgebruik kunnen een sterk effect hebben op de export van koolstof, stikstof en verweringsproducten. De schrale kennis van de biologische component in de Si biogeochemie genereert een uitdaging om het effect van dit gewijzigde landgebruik op de Si cyclus te voorspellen. Doel van het project is om dit fundamenteel kennishiaat op te vullen. We willen meer inzicht krijgen in hoe de siliciumcyclus wordt beïnvloed door menselijk ingrijpen in een rivierbekken met een gematigd klimaat. Dit willen we bereiken via een gedetailleerde en geïntegreerde analyse van siliciumvoorraden, 'pathways', fluxen en omzettingen, met gebruik van geavanceerde analysetechnieken. In deze context is het scheldebekken extra interessant omdat het hogere Dsi concentraties heeft dan andere systemen wereldwijd, en dit is potentieel gelinkt aan menselijke invloed.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Macrophyten en nutriënt dynamiek: proces en veldstudies in de bovenlopen van rivieren - Manudyn II. (tweede fase) 01/01/2009 - 31/01/2011

Abstract

Doordat in situ, heterogene en complexe interacties ontstaan tussen waterstroming, sediment en macrofyten patches, is het bestuderen van het effect van licht, temperatuur en nutrienten op de groei en degradatie van macrofyten een complex process (MANUDYN en andere projecten). Daarom zullen er in MANUDYN II experimenten uitgevoerd worden op verschillende schalen met een stijgende complexiteit, gaande van individuele planten naar een complexe interactie van verschillende planten patches. Op de ruimtelijke schaal zal dit project opgesplitst worden in drie delen: individuele planten, planten patchen en rivier secties. Hierdoor zullen we meer inzicht krijgen in de ruimtelijke engineering capaciteit van macrofyten. Het koloniseren van historisch verontreinigde rivieren zal immers plaats vinden vanuit individuen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Landgebruik en het transport van silicium doorheen het Scheldebekken. (LUSi - tweede fase) 01/01/2009 - 31/01/2011

Abstract

Dit project stelt zich als doel na te gaan of siliciumstromen doorheen het Scheldebekken, en uiteindelijk naar de Noordzee, veranderd zijn door menselijke ingrepen in het landgebruik. Oppervlakige siliciumrun-off, ondergrondse stromen van Si en de opname en vrijstelling door vegetatie, worden bestudeerd in verschillende landschapssystemen. Gemodelleerde resultaten zullen worden toegepast voor landgebruik doorheen de geschiedenis, om de potentiële verandering van Si-stromen in kaart te brengen. Lokale experimenten op de schaal van enkelvoudige percelen zullen worden uitgevoerd in verschillende landschapstypes, om zo tot een kwantificering van zowel oppervlakkig als ondergronds transport van BSi, DSi en sediment te komen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effect van in- en ontpolderen op hoogwaterpeilen in het Schelde-estuarium: historische effecten (1550-1800) als referentiemodel voor huidige beheersplannen. 01/01/2009 - 31/12/2010

Abstract

Om het overstromingsrisico van de Schelde te doen dalen, worden valleigebieden ontpolderd. Er bestaan echter geen empirische data die de relatie tussen ontpolderingen en waterpeil reductie (~ overstromingsrisico) beschrijven. Als vergelijkingsmodel worden daarom de effecten van historische in- en ontpolderingen langs de Westerschelde (1550-1800) op het waterpeil langs de Vlaamse Zeeschelde bestudeerd, a.d.h.v. protisten (diatomeeën en thecaoeben).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitvoering van een literatuurstudie met betrekking tot plantengroei en een modellering van sedimenttransport en oppervlaktewater in en rond het gebied 'Bankei' te Balen. 18/11/2008 - 17/11/2009

Abstract

Het projectteam binnen deze studie bestaat uit leden van de onderzoeksgroep Ecosysteembeheer van de Universiteit Antwerpen en van het Laboratorium voor Hydraulica van de Ugent. Beide onderzoeksgroepen werken reeds samen omtrent de hydrologische modellering van waterlopen. In dit project zal er echter gekeken worden naar de invloed van vegetatie op sedimentatie en erosie in het gebied de Bankei. Het Laboratorium voor Hydraulica werkt binnen dit project als onderaannnemer. De opdeling van de taken is daarom zeer duidelijk gesplits. Namelijk de literatuurstudie zal worden uitgevoerd door de onderzoeksgroep Ecosysteembeheer. Deze groep heeft immers een jarenlange ervaring met het onderzoek naar waterplanten en de effecten van biota op het gedrag van sediment en heeft zodoende ook toegang tot de relevante literatuur voor dit onderwerp. Het modelleringsgedeelte en het scenario gedeelte vallen dan weer onder de verantwoordelijkheid van het Laboratorium voor Hydraulica van de Ugent.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Integratie van ecologie, sociologie en economie in het waterbeleid door middel van een beleidsondersteunend model. 01/10/2008 - 30/09/2012

Abstract

Het Integraal Waterbeleid heeft nood aan beleidsondersteunende instrumenten. Een metamodel wordt ontwikkeld dat de ontwikkeling van beleidsscenario"s op basis van eco-fysische, sociale en economische data ondersteund met speciale aandacht voor ecosysteemdiensten Hierbij is economische valorisatie en de inbreng van een Multi-stakeholder Platform van toekomstige gebruikers van vitaal belang.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effect van nutriënten limitatie (fosfor limitatie) op de floristische diversiteit in een onverstoord wetland. 01/10/2008 - 30/09/2010

Abstract

Verschillende factoren bepalen de gerealiseerde soortengemeenschap in een wetland bepalen. Hydrologie beïnvloedt de plantbeschikbare nutriënten, direct door de aanvoer via grondwater, overstromingswater, ... en indirect via de grondwaterstand die het vochtgehalte van de bodem, en dus de redoxpotentiaal bepaalt, wat oa de beschikbaarheid van P (fosfaat), de vorm waaronder N (stikstof) beschikbaar is, ... beïnvloedt. De hoeveelheid beschikbare nutriënten wordt verder ook bepaald door het type van beheer. Zo zorgt maaibeheer bvb voor de afvoer van bovengrondse biomassa en dus nutriënten, terwijl bemesting de hoeveelheid beschikbare nutriënten verhoogt. De plantenstrategie bepaalt hoe planten omgaan met de hoeveelheid beschikbare nutriënten. Zo beschikken meerdere zegge- en grassoorten over de mogelijkheid om tussocks te vormen, een groeivorm waarbij veel van de biomassa en nutriënten opgeslagen wordt in de tussocks zelf. Bij een hoge biomassaproductie treedt er vaak een sterke lichtcompetitie op waardoor sommige soorten weggeconcurreerd kunnen worden. De hiervoor vermelde tussockstrategie laat sommige soorten ook toe te ontsnappen aan de lichtcompetitie van andere kruidachtige of grasachtige planten, tegelijk veroorzaken zij lichtcompetitie voor andere soorten. De gerealiseerde soortengemeenschap wordt dus enerzijds bepaald door de potentiële soortengemeenschap, maw het totale aantal soorten dat op een bepaalde plaats zou kunnen voorkomen in afwezigheid van stress, competitie of verstoring en anderzijds de factoren zoals sensitiviteit voor anoxia, lichtcompetitie, ... die er voor zorgen dat sommige soorten verdwijnen uit de gemeenschap.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie over ecosysteemdiensten in Vlaanderen. 07/08/2008 - 06/08/2009

Abstract

"Ecosystem Services" of ecosysteemdiensten zijn de voordelen die de mens haalt uit de ecosystemen. In Vlaanderen is dit concept echter nog maar weinig ingeburgerd. Toch bezit het concept een heel groot potentieel om een bredere basis te geven aan het natuurbehoud in Vlaanderen. Al te veel wordt natuurbehoud nog gezien als een marginaal fenomeen met beperkte maatschappelijke relevantie. Het beschrijven en evalueren van ecosysteemdiensten laat toe om meer onderbouwde keuzes te maken in functie van een duurzame ontwikkeling. Om deze benadering ook in Vlaanderen ingang te doen vinden is er dringend behoefte aan meer kennis en inzicht over de ecosysteemdiensten in Vlaanderen .Deze opdracht wil hiervoor de basis leggen. De studie omvat 2 delen. Deel 1 moet een globale analyse leveren van welke ecosysteemdiensten in Vlaanderen belangrijk zijn en wat hun huidige toestand is. Dit kan enkel een globale analyse zijn, maar is wel ruimtelijk gedifferentieerd. Deel 2 van de studie gaat dan een aantal voorbeeldprojecten in concreto uitwerken waarbij de onderbouwing via het concept ecosysteemdiensten heel duidelijk is en als voorbeeldprojecten kunnen gebruikt worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effect van klimaatverandering op rivierhydrologie en ecologie: een gevalstudie voor interdisciplinair beleidsgericht onderzoek. (SUDEM CLI) 01/04/2008 - 30/11/2010

Abstract

De impact van de klimaatsverandering op rivier hydrologie en ecologie geniet een groeiende belangstelling en heeft implicaties, niet alleen voor waterbeheer maar ook voor het socio-economische beleid. Gezien de klimaatswijziging een zodanige diversiteit aan disciplines beïnvloedt, moet het onderzoek hieromtrent noodzakelijkerwijs ook multidisciplinair zijn. Het ADAPT project, in synergie met het CCI-HYDR project, bestudeert al de impact van overstromingsscenario's (frequentie, duur, hoogte en seizoen) op de vegetaties van riviervalleien en het aquatische ecosysteem. In deze projecten wordt, door de gekozen focus en beperkingen in tijd en middelen, de kwaliteit van het overstromingswater niet meegenomen in de werkplannen. Literatuur studie en de eerste resultaten van de ecologische impact studies, geven evenwel duidelijk aan dat het ontbreken van informatie over waterkwaliteit een belangrijke handicap vormt om de impact van bepaalde veranderingen in overstromingsregimes op het ecosysteem in te schatten. Dit punt kwam ook naar voor in vragen gesteld tijdens de kick-off meeting van de BELSPO SSD projecten op 26 maart in Brussel. Bij het integreren van klimatologische, hydrologische en ecologische informatie worden we onmiddellijk geconfronteerd met de discussie over een adequate schaal in ruimte en tijd, het gebruik van indicatoren en de keuze van duurzame maatregelen. Ervaringen binnen de ABC-impact, CCI-HYDR en ADAPT projecten tonen duidelijk de nood aan van een goede communicatie en wederzijds begrip van en voor vraag en aanbod van de drie disciplines. De interdisciplinaire focus van de lopende onderzoeksprojecten blijft te beperkt. Bovendien is het niet alleen belangrijk om de oorzaken en omvang van de klimaatsverandering en de onzekerheden hierin te kennen, maar het is evenzeer belangrijk om te weten met welke mate van onzekerheid beleidsmakers verder kunnen. De vraag is dan ook hoe de onzekerheden, geassocieerd aan de projecties van regionale klimaatsveranderingen, moeten gecommuniceerd worden en hoe die bij besluitvorming moet meegenomen worden. De doelstelling van dit onderzoek is om "key experts" uit de klimatologische, hydrologische en ecologische onderzoeksgemeenschappen samen te brengen met waterbeheerders en beleidsmakers om de besluitvorming rond de impact van klimaatsverandering op de ecosystemen van rivieren en riviervalleien te verbeteren. Dit zal bereikt worden via een serie workshops waar relevante onderzoekstopics zullen bediscussieerd worden in open multidisciplinaire teams (klimatologen, hydrologen, waterbouwkundig ingenieurs, ecologen en beleidsverantwoordelijken). Sociologen en economen uit de lopende ADAPT en CCI-HYDR projecten zullen uitgenodigd worden om deel te nemen aan de workshops en hun expertise in te brengen in de algemene discussie rond klimaatsveranderingen en duurzame oplossingsstrategieën. Het onderzoek zal zich toespitsen op de case studie "Grote Nete en Grote Laak" wat ons zal toelaten enerzijds alle relevante kwesties te behandelen maar anderzijds ons voldoende de te focussen. De resultaten van de klimaat projecties (RCM simulaties resultaten van de EU PRUDENCE en ENSEMBLE projecten, de CLM run aan de UCL binnen het ABC impacts project, en GCM resultaten ter beschikking gesteld door het IPCC) veranderingen in stroomregimes (CCI-HYDR project) geassocieerd met water kwaliteit (beperkte focus in CCI-HYDR project) en ecologie/biodiversiteit (beperkte focus in ADAPT) en verder uitgediept binnen dit voorstel, zullen samen gebracht en geïntegreerd worden met als doel betere projecties te maken van de impact om habitat kwaliteit en diversiteit. Daarom wordt speciale aandacht besteed aan de integratie van de technische wetenschappelijke resultaten in de deelbekkenbeheersplannen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Duurzaam wonen en bouwen als hefboom voor educatie voor duurzame ontwikkeling. Doorlichting van actoren, aanbod en omkadering en aanbevelingen voor het beleid. Doelgroep: (potentiële) bouwers en verbouwers. 01/02/2008 - 30/08/2008

Abstract

Het doel van deze studie is om een actuele stand van zaken weer te geven van formeel, non-formeel en informeel leren in Vlaanderen met betrekking tot "Duurzaam wonen en bouwen" voor bouwers en verbouwers. Hierbij worden zowel de actoren, de opleidingen, eindtermen, cursussen, initiatieven, projecten en materialen in kaart gebracht.. Op basis van deze inventaris en een toetsing aan een referentiekader worden aanbevelingen geformuleerd om duurzame ontwikkeling meer ingang te laten vinden in educatie voor duurzaam wonen en bouwen.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: de Deckere Eric

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Een nieuwe meettechniek gekoppeld aan een nieuwe modelbenadering voor de bepaling van de effectieve valsnelheid van een flocculerend sediment in estuaria. 01/01/2008 - 31/12/2011

Abstract

(1) De voornaamste doelstelling van dit onderzoeksvoorstel is de ontwikkeling van een nieuw en betrouwbaar systeem voor het opmeten in-situ en in real-time van de beweging van zwevende partikels tegelijkertijd met de meting van de turbulentie en van de grootte en de valsnelheid van de partikels. Dit moet toelaten om voornoemde tekortkomingen van de gangbare technieken te boven te komen. (2) Het toepassen van de nieuw ontwikkelde techniek en het bestuderen van de interactie tussen de valsnelheid van de partikels en de turbulentie op mesoschaal in het laboratorium en op macroschaal in de Schelde. (3) Tenslotte wil dit onderzoeksproject de kloof dichten tussen de veldwaarnemingen enerzijds en de simulatie en de voorspelling van de flocculatie aan de hand van wiskundige modellen anderzijds. Dit houdt in dat er een terugkoppeling plaats vindt van het model naar de interpretatie van de metingen uitgevoerd met de nieuwe techniek. Zodoende zal de complementaire en multidisciplinaire aard van dit onderzoeksvoorstel leiden tot een karakterisering van het verband tussen de waterstroming enerzijds en de interactie tussen vlokken en turbulentie anderzijds, en tot de ontwikkeling van een geïntegreerd sedimenttransportmodel dat met de realiteit overeenstemt en toepasbaar zal zijn in beheersbeslissingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het opnemen van kwadraten, nemen van grondwater en oppervlaktewaterstalen, het meten van stroomsnelheden, en het verrichten van analyses in de Zegge. 01/01/2008 - 31/12/2010

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds KMDA. UA levert aan KMDA de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Interacties tussen in- en ontpolderen en waterpeilveranderingen langs het Schelde estuarium. 01/01/2008 - 31/12/2008

Abstract

Zeespiegelstijging vormt een bedreiging voor bewoning langs estuaria. Sedimentatie en inpoldering van intergetijdengebieden (slikken en schorren), die van nature voorkomen langs estuaria, verkleint het volume van estuaria, wat kan bijdragen tot extra waterpeilveranderingen. Dit wordt onderzocht in het Schelde-estuarium, door na te gaan wat de impact is geweest van historische in- en ontpolderingen in het meest kustnabije gedeelte van het estuarium (Westerschelde), op de waterpeilveranderingen in het meer landinwaarts gelegen gedeelte van het estuarium (Zeeschelde). Historische waterpeilveranderingen worden gereconstrueerd aan de hand van een (paleo-)ecologische studie van protistengemeenschappen (diatomeeën, thecamoeben) in schorren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bepalen van de maximaal en het goed ecologisch potentieel, alsook de huidige toestand voor de zeventien Vlaamse (gewestelijke) waterlichamen die vergelijkbaar zijn met de categorie meren - partim Galgenweel. 01/11/2007 - 01/12/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Nutriëntcyclering in wetlands langsheen een klimatologische gradiënt: effecten van bemesting, drainage en klimaat. 01/10/2007 - 30/09/2010

Abstract

Eén van de belangrijkste ecosysteemprocessen is decompositie. Decompositie speelt een sleutelrol in de nutriëntkringlopen, is één van de hoofdfactoren die de plantengroei kunnen limiteren en kan bovendien de soortsamenstelling wezenlijk beïnvloeden. De laatste 50 jaar zijn de ganzenaantallen aanzienlijk gestegen. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan veranderingen in het landgebruik en een verminderde jachtdruk in hun winterhabitat. Om de gevolgen van deze veranderingen volledig te begrijpen zijn studies naar de ecosysteemprocessen in zowel hun winterhabitat in gematigde regio's als hun broedhabitat in het hoge noorden noodzakelijk. In dit project zullen we onderzoeken hoe ganzenbegrazing decompositie- en gerelateerde processen beïnvloeden: naast de decompositie zullen de stikstof- en koolstofcyclus, de microbiële gemeenschappen en de beschikbaarheid van nutriënten voor planten onderzocht worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De biogeochemische cyclus van zware metalen in natuurlijke zoetwaterschorren en gecontrolleerde overstromingsgebieden. 01/10/2007 - 31/12/2009

Abstract

Als overgangsgebieden tussen land en zee herbergen estuaria specifieke en waardevolle ecosystemen en fungeren vaak als filter voor de door menselijke activiteiten verhoogde vracht van nutriënten en verontreinigende stoffen. Hierbinnen spelen intertidale gebieden een belangrijke rol. Door de geplande Gecontroleerde OverstromingsGebieden met Gecontroleerd Gereduceerd Getij (GGG) onder invloed van de getijdenwerking te plaatsen kan het areaal aan de natuurlijke intertidale gebieden uitgebreid worden. Binnen het pilootproject GGG Lippenbroek en mesocosmosopstelling in Kruibeke wordt beoogd het effect van de aanwezige contaminatie van zware metalen in kaart te brengen. De nadruk wordt gelegd op biobeschikbaarheid en de interactie met biota. De metaalcyclus vanaf opname door planten tot decompositie zal worden onderzocht. Hierbij wordt het GGG vergeleken met ingepolderde gebieden en natuurlijke slikken en schorren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Macrofytenpatches als biogeochemische hotspots: impact op waterkwaliteit van rivieren? 01/10/2007 - 30/09/2009

Abstract

Macrofytenpatches als biogeochemische hotspots: impact op waterkwaliteit van rivieren? 1. Probleemstelling In aquatische ecosystemen zijn waterplanten (macrofyten) belangrijk voor de structurele biodiversiteit. Als primaire producenten zijn zij van levensbelang voor zeer veel organismen. Ook op systeemniveau spelen macrofyten een zeer belangrijke rol. De processen die hierbij belangrijk zijn en de omstandigheden waaronder deze plaatsvinden zijn echter onvoldoende gekend. Toch is een goede kennis belangrijk om bijvoorbeeld juiste beleidsdaden te kunnen nemen m.b.t. de verbetering van onze oppervlaktewateren. Bovendien impliceert hun aanwezigheid ook grote invloeden naar de ganse hydraulica toe. Macrofyten hebben als "ecological engineers" een directe invloed op stroomsnelheidspatronen en patronen in sedimentatie en erosie. Veranderingen in deze patronen hebben een rechtstreekse invloed op de biodiversiteit. 2. Doelstelling Het is de bedoeling het basisidee te testen of macrofytenpatches in een waterloop biogeochemische hotspots zijn. Er zijn immers sterke indicaties dat de processen in de bodem onder macrofytenpatches een grotere impact hebben op de waterkwaliteit dan de tot hiertoe onderzochte pelagische processen. Om deze hypothese te toetsen zijn er drie onderzoeksvragen vooropgesteld: 1) Bestaan er biogeochemische hotspots in macrofytenpatches en welke is hun kwantiteit? 2) Welke maximale breedtes en lengtes kunnen patches onder gegeven omstandigheden aannemen? 3) Wat is theoretisch de totale maximale oppervlakte die patches kunnen innemen in een stuk waterloop onder gegeven omstandigheden (en wat is het totale effect van deze patches op waterkwaliteit)? 3. Methodiek en technologie Onderzoeksvraag 1) zal beantwoord worden door data te verzamelen in het veld. In nauwkeurig gekozen patches zal het organische materiaal gekarakteriseerd worden en denitrificatie- en siliciumprocessen als proxi opgevolgd worden. Al deze data worden dan rechtsreeks gekoppeld aan patronen van stroomsnelheid, sedimentatie en erosie in en rond de patch. Hierbij komen veldwerktechnische aspecten aan bod (stroomsnelheidmetingen, meten van denitrificatie in situ, staalname, labotechnieken voor analyse,¿). De resultaten worden achteraf zowel met een diagenetisch model als statistisch geanalyseerd. Onderzoeksvraag 2) zal beantwoord worden aan de hand van de resultaten van in situ experimenten. Hierbij worden in bestaande waterlopen flumes gecreëerd waarin de limiterende factoren (stroomsnelheid, erosie-sedimentatie) voor patchgroei worden gekwantificeerd. Ook worden de dimensies van een groot aantal patches opgemeten ter vergelijking met de flume experimenten. Onderzoeksvraag 3) wordt modelmatig benaderd met het Delft3D-model. De data van onderzoeksvraag 1 zullen het model kalibreren, de data van onderzoeksvraag 2 zullen het model valideren. Met dit model willen we de impact van macrofytenpatches op waterkwaliteit schatten voor grotere riviertrajecten (100-1000 m).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zomerschool "Sustainable Water Management & Technology " in verstedelijkte gebieden. 01/06/2007 - 14/03/2009

Abstract

De Summer Course Water Management & Technology in Urbanised Areas is er op gericht om een bijdrage te leveren voor een beter waterbeheer op bekkenschaal waarbij kennisuitwisseling tussen Zuid en Noord een van de aspecten is. Bovendien is de zomercursus er op gericht om in een stuk training te voorzien, waarbij het de bedoeling is de deelnemers inzicht te geven in integraal waterbeleid, de ontwikkelingen in de watersector en de wereldwijde waterproblematiek. Het accent zal hierbij liggen op waterbeheer en -gebruik en watertechnologie in dichtbevolkte gebieden en grote steden. Tevens zal zeer grote aandacht gaan naar waterhergebruik, waterbesparing en geïntegreerde systemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Eco-hydrologische en sociaal-economische benadering voor het herstel van de lagune Merja Zerga in Marokko. 27/04/2007 - 15/06/2007

Abstract

Onderzoeker(s)

  • Promotor: El Kahloun Mohssine

Onderzoeksgroep(en)

Duurzaam wonen en bouwen als hefboom voor educatie voor Duurzame Ontwikkeling. Doorlichting van actoren, aanbod en omkadering en aanbevelingen voor het beleid. 15/02/2007 - 30/09/2007

Abstract

Het doel van deze studie is om een actuele stand van zaken weer te geven van formeel, non-formeel en informeel leren in Vlaanderen met betrekking tot "Duurzaam wonen en bouwen" voor professionelen. Hierbij worden zowel de actoren, de opleidingen, eindtermen, cursussen, initiatieven, projecten en materialen in kaart gebracht.. Op basis van deze inventaris en een toetsing aan een referentiekader worden aanbevelingen geformuleerd om duurzame ontwikkeling meer ingang te laten vinden in educatie voor duurzaam wonen en bouwen.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: de Deckere Eric

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Studie voor het opstellen en uitvoeren van een monitoringsprogramma voor natuurvriendelijke oevers langs het Zeekanaal in Grimbergen. 01/01/2007 - 31/01/2011

Abstract

Langs het kanaal Schelde-Brussel zijn verschillende typen natuurvriendelijke vooroeververdediging aangelegd. Deze zijn telkens aangelegd op enkele meters van de aangrenzende vaste oever, met verbindingsbuizen naar het kanaal. Hierdoor ontstaat tussen de vooroeververdediging en de vaste oever een nagenoeg afgesneden geïsoleerd stuk water waarin de waterdynamiek minder sterk is als in het aangrenzende kanaal. Zowel de vooroeververdediging zelf als deze geïsoleerde waterlichamen kunnen mogelijk als substraat fungeren voor verscheidene planten- en dierensoorten en hiermee, naast het leveren van beschermling, de locale biodiversiteit verhogen. In deze studie zal het effect van de vooroeververdediging op de biodiversiteit worden gekwantificeerd. Soortgroepen die over enkele jaren zullen worden gemonitoord zijn: hogere planten, vissen, macro-invertebraten en vogels. Verloop in soortensamenstlling en aandeel per soort zal worden geëvalueerd als functie van vooroeververdedigingstype en tijd. De studie zal resulteren in een aanbeveling die aangeeft welke type vooroeververdediging zal leiden tot in de hoogste biodiversiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Taxonomische turnover in terrestrische en aquatische diatomeeëngemeenschappen : integratie van macro-ecologische, morfologische, fylogenetisch-evolutionaire en ecofysiologische benaderingen. 01/01/2007 - 31/12/2010

Abstract

Met het huidige project beogen wij bij te dragen tot een beter begrip van bet belang van historisch-evolutionaire, ecologische en neutrale mechanismen voor endemisme en latitudinale gradiënten in de diversiteit en de regionale species turnover van terrestrische en lacustriene diatomeeënfloras. Hiertoe zullen we (1) de eerste globale taxonomisch geintercalibreerde dataset voor diatomeeën op soortsniveau construeren en (2) a.d.h.v. een uitgebreide cultuurcollectie voor een selectie van representatieve genera en soortscomplexen in detail nagaan in welke mate (i) de fylogenetische historiek variatiepatronen in biogeografie en diversiteit op populatie-, soorts- en genus-niveau kan verklaren, en (ii) deze variatiepatronen gecorreleerd zijn met variatie in levensgeschiedeniskenmerken en ecofysiologie tussen en binnen taxa.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Landgebruik en het transport van silicium doorheen het Scheldebekken. (LUSi) 01/01/2007 - 31/07/2009

Abstract

Dit project stelt zich als doel na te gaan of siliciumstromen doorheen het Scheldebekken, en uiteindelijk naar de Noordzee, veranderd zijn door menselijke ingrepen in het landgebruik. Oppervlakige siliciumrun-off, ondergrondse stromen van Si en de opname en vrijstelling door vegetatie, worden bestudeerd in verschillende landschapssystemen. Gemodelleerde resultaten zullen worden toegepast voor landgebruik doorheen de geschiedenis, om de potentiële verandering van Si-stromen in kaart te brengen. Lokale experimenten op de schaal van enkelvoudige percelen zullen worden uitgevoerd in verschillende landschapstypes, om zo tot een kwantificering van zowel oppervlakkig als ondergronds transport van BSi, DSi en sediment te komen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Structuurkenmerken en pollutie als sturende factoren voor het voorkomen van macroinvertebraten. 01/01/2007 - 31/12/2008

Abstract

Macroinvertebraten hebben verschillende niveaus van gevoeligheid voor vervuiling. Effecten veroorzaakt door pollutie uiten zich zowel in acute sterfte, groeivermindering als gedragsveranderingen. Van sommige macroinvertebraten is tevens aangetoond dat ze actief pollutie kunnen detecteren en ontwijken. Op meetplaatsen waar geen pollutie voorkomt kan het echter toch zijn dat bepaalde macroinvertebratentaxa afwezig zijn. Naast pollutie beïnvloedt ook de structuur van het ecosysteem en dus het habitat de distributie en samenstelling van de mavroinvertebratenpopulatie. Het doel van dit onderzoek is de gevoeligheid van macroinvertebraten voor verschillende types van polluenten nagaan en hun habitatpreferenties onderzoeken. Verder zal ook gekeken worden welke van beide factoren het meest bepalend is voor hun voorkomen, het ontwijken van pollutie of de aanwezigheid van geschikte habitats. De gevoeligheid van macroinvertebraten voor pollutie door zowel zware metalen als organische polluenten zal nagegaan worden door analyse van de waterbodemdatabank van de VMM. Naast de gevoeligheidsanalyses zal nagegaan worden of de macroinvertebratenpopulaties verschillen tussen meetpunten met klei-, leem- en zandbodems en tussen meetpunten van verschillende stroomordes. In het tweede deel van dit onderzoek zal de substraat- en habitatvoorkeur van verschillende macroinvertebratentaxa nagegaan worden in flume-experimenten, zowel onder referentieomstandigheden als vervuilde condities.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Macrophyten en nutriënt dynamiek: proces en veldstudies in de bovenlopen van rivieren - Manudyn II. 15/12/2006 - 31/01/2009

Abstract

De troebelheid in onze rivieren is in het algemeen sterk gedaald sinds de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's) werkzaam zijn. De verhoogde lichtbeschikbaarheid heeft het kiemen en daaropvolgend de groei van waterplanten mogelijk gemaakt. Hun aanwezigheid wijzigt de hydraulische eigenschappen van de rivieren in die zin dat waterafvoer gehinderd wordt en het risico op overstromingen sterk verhoogt. Een van de meest gebruikte beheersmaatregelen is dan ook het maaien van de macrofyten om overstromingen in bebouwde gebieden te vermijden. Het Manudyn I project heeft zich vooral gefocused op de rol die macrofyten hebben in de nutriëntcyclering in het Netebekken. Resultaten tonen dat macrofyten wel degelijk een impact hebben op de nutriëntenbalans in rivieren. Bijkomend is er aangetoond dat bepaalde macrofyten ook zware metalen uit het sediment, zoals koper, opnemen en die dus een belangrijke, natuurlijk zuiverende rol kunnen spelen. Toch zijn de onderliggende mechanismen die deze macrofyt-nutriënt interacties beïnvloeden niet helemaal duidelijk. Verder toonde het Manudyn I project dat er duidelijke verschillen bestaan in het opnamegedrag tussen verschillende macrofytensoorten. Het Manudyn II project zal zich daarom vooral toespitsen op processtudies. Het doel is hier om duidelijkheid te scheppen over de opname, de opslag en de vrijstelling van nutriënten en metalen gerelateerd aan de groei en het afsterven van enkele veel voorkomende macrofyten en deze relaties te beschrijven. De resultaten zullen gebruikt worden om nieuwe modellen te ontwikkelen die processen op verschillende schaalniveaus beschrijven en om de modellen uit het eerste Manudyn project te verfijnen. Dit project zal uitgevoerd worden aan de hand van verschillende werkpakketten. Het eerste werkpakket zal alle kleinschalige experimenten omvatten, namelijk op het niveau van één enkel individu van een macrofytensoort. Het tweede werkpakket pakt het onderzoek op het niveau van een macrofytenpatch aan en het derde werkpakket bestaat uit veldexperimenten met verschillende macrofytenpatches. In een vierde en laatste werkpakket zullen de resultaten modelmatig en op verschillende schalen benaderd worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Overzicht van de lopende monitoringprojecten met betrekking tot de veiligheid tegen overstromen en natuurlijkheid in de Zeeschelde, haar tijgebonden zijrivieren en de binnendijkse gebieden beïnvloed door het Sigmaplan. 02/11/2006 - 31/03/2008

Abstract

Het doel van dit project is een overzicht te krijgen van de lopende monitoring projecten in Vlaanderen m.b.t. de Zeeschelde, haar tijgebonden zijrivieren en de binnendijkse gebieden die beïnvloed worden door het Sigmaplan, en dit voor de luiken natuurlijkheid en veiligheid. Eens alle gegevens ingevoerd zal een kritische analyse gemaakt worden van de lopende monitoring. Hierbij denken we aan een overzicht van het aantal gemeten parameters per punt, frequentie per parameter in de verschillende monitoringprojecten etc. Er zullen bovendien voorstellen geformuleerd worden, die moeten verzekeren dat de Vlaamse monitoring-programma's en de tegelijkertijd lopende Nederlandse programma's, volledig complementair en op elkaar afgestemd zijn. Op deze manier wordt een monitoring-programma voorgesteld dat veiligheid en natuurlijkheid langs de Schelde binnen beide landen op een integrale manier benaderd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoe beïnvloeden wetlands het transport van Si doorheen rivierbekkens? Een studie naar biologische Si retentie en recycling. 01/10/2006 - 30/09/2009

Abstract

De doelstelling van dit project is de onbestudeerde retentie en recycling van Si in wetlands na te gaan, een essentiële, ontbrekende schakel in ons begrip van de globale Si-cyclus. De onderzoekshypothese stelt dat retentie van Si in wetlands afhankelijk is van het overstromingsregime (hogere overstromingsfrequentie geeft hogere potentiële retentie van BSi), de draineringscapaciteit (efficiëntere drainering geeft hogere recycling-capaciteit) en het vegetatietype. Hoewel deze hypothese eerder werd geformuleerd (Clarke 2003), is ze nooit experimenteel nagegaan. Menselijke activiteiten die leiden tot een gewijzigde Si-N-P ratio kunnen het functioneren van wetlands in de biogeochemische Si-cyclus potentieel beïnvloeden. Het belang van de mens wordt onderzocht door het uitvoeren van parallelle experimentele studies in de antropogeen beïnvloede Demervallei en de nagenoeg "pristiene" Bierbzavallei (Polen). Binnen dit kader wordt ook onderzocht of bepaalde fracties BSi preferentieel gerecycleerd worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vorming en geometrische eigenschappen van getijdengeulnetwerken: implicaties voor de aanleg van nieuwe getijdengebieden. 01/10/2006 - 31/12/2008

Abstract

De laatste decennia zijn veel natuurlijke getijdengebieden (schorren, slikken) verloren gegaan, bv. door inpoldering langs kusten en estuaria. Recent worden polders opnieuw onder invloed gebracht van getijdenwerking, voor herstel van waterberging en ecologisch herstel. Het welslagen van deze projecten is sterk afhankelijk van de vorming van getijdengeulen: de geulen zorgen immers voor uitwisseling en verspreiding van water, sedimenten en nutriënten. In dit project onderzoeken we (1) de geometrische eigenschappen van geulnetwerken in bestaande getijdengebieden, (2) de vorming van geulnetwerken in een nieuw aangelegd getijdengebied, en (3) de rol van vegetatie voor geulontwikkeling. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het Schelde-estuarium (België, ZW Nederland).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effect van nutriënten limitatie (fosfor limitatie) op de floristische diversiteit in een onverstoord wetland. 01/10/2006 - 30/09/2008

Abstract

De algemene doelstelling van dit onderzoek is meer inzicht te verkrijgen in de oorzaken van P- (en eventueel N-) limitatie en de effecten hiervan op de floristische diversiteit en nutriëntcyclering van wetlandvegetaties. Dit wordt onderzocht in een ecohydrologische studie langsheen een hydrologische gradiënt in de Biebrza-vallei.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vegetatie successie en biogeochemische cycli bij schorontwikkeling in gecontroleerde overstromingsgebieden met gecontroleerd gereduceerd getij. 01/10/2006 - 30/09/2007

Abstract

Als overgangsgebieden tussen land en zee herbergen estuaria specifieke en waardevolle ecosystemen en fungeren vaak als filter voor de door menselijke activiteiten verhoogde vracht van nutriënten en verontreinigende stoffen. Hierbinnen spelen intertidale gebieden een belangrijke rol. Door de geplande Gecontroleerde OverstromingsGebieden (GOG) onder invloed van de getijdenwerking te plaatsen kan het areaal aan de natuurlijke intertidale gebieden uitgebreid worden. Binnen het pilootproject GOG Lippenbroek en mesocosmosopstellingen in Wilrijk en Kruibeke wordt beoogd de schorontwikkeling in dit nieuwsoortig habitat in kaart te brengen. De nadruk zal hierbij worden gelegd op vegetatieontwikkeling en zijn rol binnen de biogeochemische cycli van nutriënten en zware metalen onder een GGG ¿regime.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opstellen van doelstellingen voor ecologische infrastructuur in de Antwerpse haven. 01/10/2006 - 31/03/2007

Abstract

Het doel van het project is ondermeer het opstellen van doelstellingen voor de habitats en soorten van het netwerk ecologische infrastructuur in de Antwerpse haven die voldoende concreet zijn om als toetsingskader te gebruiken bij de beoordeling van ingrepen en handelingen in het kader van denatuurregelgeving binnen het havengebied van Antwerpen. Deze zijn bij voorkeur kwantitatief meetbaar.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Eco-hydrologische en sociaal-economische aanpak voor het herstel van de lagune Merja-Zerga in Marokko. 01/09/2006 - 31/12/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Impact van snelle en trage klimaatverandering op biodiversiteit en landschapsstabiliteit: studie van het Laat-Glaciaal en Vroeg-Holoceen als vergelijkingsmodel voor de huidige klimaatverandering. 01/07/2006 - 31/12/2010

Abstract

Recent onderzoek voorspelt dat de huidige klimaatverandering de biodiversiteit en landschapsstabiliteit op aarde bedreigt. Deze voorspellingen zijn echter moeilijk te testen. Als vergelijkingsmodel voor de huidige klimaatverandering, bestuderen we in dit project de impact van snelle en trage klimaatveranderingen, die zich hebben afgespeeld in het verleden, op de toenmalige biodiversiteit en landschapsstabiliteit. We bestuderen dit o.b.v. afzettingen in de Vlaamse riviervalleien en de pollen die hierin zijn bewaard. Speciale aandacht gaat naar de interacties tussen vegetatie- en landschapsveranderingen, als reactie op klimaatverandering.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Towards understanding commmunity assembly rules during floodplain restoration. 01/02/2006 - 31/01/2007

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie van de effecten van verbossing en eutrofiëring op de broeikasgasbalans en de floristische diversiteit in een onverstoord moerasgebied. 01/01/2006 - 31/12/2009

Abstract

De belangrijkste objectieven van dit voorstel zijn: 1) bepalen van de broeikasgasbalans (CO2-, CH4- en N2O­fluxen) van een aantal studiegebieden in het bovenbekken van de Bierbza; 2) bepalen van de potentieIe effecten van verbossing en eutrofiering op de broeikasgasbalans en op de floristische diversiteit; en 3) simuleren van toekomstige scenario's en voorspellen van de efficientie van beschermende maatregelen. Onze opzet combineert in situ metingen voor het monitoren van de huidige toestand, experimenten om de respons op potentiele veranderingen te bepalen, en modellen om te kunnen opschalen in de tijd en in de ruimte, alsook om een beter inzicht te verwerven in het functioneren van het wetland. Deze studie is vemieuwend, ten eerste omdat het project veranderingen in biodiversiteit zal proberen te relateren aan veranderingen in het functioneren van het moerasgebied (verbossing en koolstof- en nutrientencyclering). Ten tweede omdat ze de land-atmosfeer uitwisselingen combineert met de land-water interacties (uitlogen van C en N uit het wetland) en we hierdoor massabalansen kunnen opstellen. Tenslotte is het voorstel vemieuwend omdat het, in tegenstelling tot de meeste andere studies in moerasgebieden waarin gasfluxen worden gemeten, verder gaat dan monitoren en empirisch modelleren. De combinatie van flux metingen met een biogeochemisch procesmodel om de observaties te begrijpen en met experimenten om meer betrouwbare extrapolaties in de tijd te bekomen is vrij uniek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Fysische verstoring van getijdengebieden door golfslag van schepen in het Schelde-estuarium. 01/01/2006 - 31/12/2007

Abstract

Het Schelde-estuarium is economisch en ecologisch zeer waardevol. Het ecologisch functioneren wordt gehypothekeerd door een te hoge dynamiek van het estuarium. In dit project wordt één aspect van die dynamiek bestudeerd: golfslag afkomstig van schepen. Enerzijds worden factoren van golfopwekking geëvalueerd, anderzijds wordt het effect van golfinslag op fysiche verstoring van intergetijdengebieden onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

ADAPT - Towards an integrated decision tool for adaptation measures - Case study: floods - eerste fase. 15/12/2005 - 14/12/2007

Abstract

Naar een geïntegreerde beslissing voor gepaste maatregelen ¿ case study: overstromingen Gepaste maatregelen zijn nodig voor de bescherming van populaties en ecosystemen tegen klimaatgerelateerde problemen in de volgende decennia (IPCC, 2001; EEA, 2004). Het algemene doel van dit project is het ontwikkelen en demonstreren van een efficiënte beheersmaatregel, nl. een op kostenbaten analyse gebaseerd instrument voor de integrale toepassing van gepaste maatregelen tegen overstromingsrisico's in België. Het project bestaat uit het ontwikkelen van een methodologie gebaseerd op de bestaande kennis en feiten betreffende de effecten van klimaatverandering, hun intensiteit en hun waarschijnlijke progressie in de tijd. Deze methodologie zal verfijnd worden door een 'case study' (Maas en Schelde bekken). De benadering neemt zowel hydrologische (Ulg), economische (ULB), sociale (HIVA - KUL) en ecologische (ECOBE - UA) aspecten in rekening, als hun wederzijdse interacties in overeenkomst met het ontwikkelingsprincipe en het principe van duurzaam beheer (ECOLAS). De bijdrage van de groep ECOBE (UA) focust zich op de impact van overstroming op de ecologische waarden van de ecosystemen. Daarnaast zullen mogelijkheden voor aangepaste maatregelen, welke zowel natuur en veiligheid kunnen combineren, onderzocht worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verkennend onderzoek naar eutrofiëring in Vlaanderen. 01/12/2005 - 30/06/2006

Abstract

In deze studie wordt het beter in kaart brengen van eutrofiëring in Vlaamse oppervlaktewateren beoogd. De studieopdracht wordt beperkt tot de Europese waterlichamen behorend tot de categorie 'rivieren' en 'overgangswater' en de kanalen die daarbij aanleunen. Voor de meren is er immers reeds uitgebreider studiewerk gebeurd en is de beschikbare kennis breder. De keuze om enkel de grotere waterlichamen te bestuderen is gemaakt om de omvang van het studiewerk te beperken, omdat de stroomsnelheid relatief hoog en de verblijftijd laag is in de meeste kleinere waterlopen en omdat het specifieke nutriëntenbeleid in de kleinere oppervlaktewateren in Vlaanderen vorm zal krijgen in de bekkenbeheerplannen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Organisatie wetenschappelijke studiedagen met betrekking tot watersysteemkennis. 01/11/2005 - 31/10/2007

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Nutriëntcyclering in wetlands langsheen een klimatologische gradiënt: effecten van bemesting, drainage en klimaat. 01/10/2005 - 30/09/2007

Abstract

Het bestuderen van de nutriëntencyclering in vier nutriëntenarme wetlands gelegen in gematigd en subarctisch Europa. Het bestuderen van de effecten van klimaatverandering, drainage en bemesting op de nutriëntencyclering en de broeikasgasbalans van een gematigd en subarctisch wetland.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling van ecologisch en ecotoxicologisch onderbouwde kwaliteitsdoelstellingen voor waterbodems. 01/09/2005 - 31/01/2006

Abstract

De beoordeling van de waterbodemkwaliteit gebeurt momenteel op basis van een vergelijking met een referentiewaarde. Deze referentiewaarde is het geometrisch gemiddelde van een twaalftal onverstoorde waterlopen. Het merendeel van de waterbodems voldoet niet aan deze referentie vanwege een verhoogd gehalte aan diverse contaminanten (VMM, 2004). Omdat het niet haalbaar is om te streven naar deze referentiewaarden voor alle waterbodems is er dringend behoefte aan ecologisch en ecotoxicologisch onderbouwde kwaliteitsdoelstellingen. Dit kan dan gekoppeld worden aan een van de mijlpalen in het Milieubeleidsplan 2003-2007, namelijk het uitwerken van een normenkader voor het zogenaamde grondverzet, inclusief bagger- en ruiminsspecie. Momenteel zijn er in het kader van de waterbodemkwaliteitsmonitoring door de VMM vele data verzameld van zowel physisch-chemische parameters als de biotische samenstelling als de ecotoxicologische effecten. Deze data lenen zich bij uitstek voor het bepalen van de zogenaamde "lowest effect level (LEL)" en "severe effect level (SEL)", waarbij er gekeken wordt naar het verband tussen gehaltes aan contaminanten en het voorkomen van macrobenthos, welke een van de te monitoren groepen zijn in functie van de Europese kaderrichtlijn water, of de bepaling van het zogenaamde "treshold effect level (TEL)" en "probable effect level (PEL)", waarbij er gekeken wordt bij welke gehaltes aan contaminanten er ecotoxicologische effecten waarneembaar zijn (MacDonald, 2003). Op basis van de verkregen waarden kan een aanzet gegeven worden voor ecologisch onderbouwde kwaliteitsdoelstellingen voor de waterbodemkwaliteit. In het kader van dit onderzoek, waarvoor een eerste aanzet is gegeven in een studententhesis, worden de LEL, SEL, TEL en PEL waarden bepaald voor aile zware metalen, de individuele PCB's, OCP's en PAK's. Er zal een uitgebreide vergelijking gemaakt worden met waarden gevonden in andere landen en met kwaliteitsdoelstellingen of normen uit andere landen. Bovendien zal er gekeken worden of er een onderscheid gemaakt moet worden voor de verschillende regio's in Vlaanderen, aangezien er van nature hoge gehaltes van metalen kunnen voorkomen of omdat de biobeschikbaarheid kan verschillen afhankelijk van de bindingseigenschappen van het sediment. Op basis hiervan zal er aangegeven worden of de berekende waarden gebruikt kunnen worden als kwaliteitsdoelstellingen voor Vlaanderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Anaërobe biologische waterzuivering. 01/07/2005 - 30/06/2006

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Mogelijkheden van NTMB binnen de uitbouw van de ecologische infrastructuur in de Antwerpse haven. 01/04/2005 - 30/11/2006

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Analyse van patronen in soortdistributie en gemeenschapssamenstelling van bryofieten en protisten in de sub-Antarctische regio. 01/04/2005 - 31/03/2006

Abstract

Het doel van deze studie is een analyse te maken van de relatie tussen distributiepatronen van mossen en protisten, soortensamenstelling van de gemeenschappen in deze groepen binnen de sub-Antarctische regio en de milieuvariabelen, vooral klimatologische, die deze patronen reguleren. Door gebruik te maken van zowel latitudinale als altitudinale gradiënten zal deze vraagstelling onderzocht worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Modellen voor de bepaling en voorspelling van het effect belangrijke milieuverontreinigende stoffen op de mariene en zoetwater ecosystemen en biodiversiteit (MODELKEY). 01/02/2005 - 31/01/2010

Abstract

Een van de belangrijke oorzaken van een onvoldoende ecologische toestand en een verminderde biodiversiteit in zoetwater en mariene ecosystemen is stres t.g.v. verontreiniging. In de kaderrichtlijn water wordt de kwaliteitstoestand van aquatische ecosystemen geevalueerd op basis van hydromorfologische, fysisch-chemische en biologische parameters en een lijst van zogenaamde prioritaire polluenten. Dit resulteert in een grove kwaliteitsschatting, maar maakt het niet mogelijk om een goede diagnose te stellen of een inschatting te maken van de mogelijke toxische impact ten gevolge van aanwezige polluenten en zeker ook niet om een oorzaak-effect relatie vast te stellen tussen chemische verontreiniging en de afname van de biodiversiteit. Momenteel wordt hieraan weinig aandacht besteedt en zijn de middelen daarvoor ook beperkt. Modelkey is er op gericht om een aantal van deze kennishiaten in te vullen zodat een betere oorzaak-effect relatie en impact inschatting gemaakt kan worden.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: de Deckere Eric

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Botanische waarden in de Zegge. 01/02/2005 - 31/01/2007

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Impact van hydrologie op diversiteit van aquatische organismen in tijdelijke wetlands in de Kaapstreek (Zuid-Afrika). 01/01/2005 - 31/12/2008

Abstract

Met behulp van teledetectie zullen eerst verschillende types wetlands warden gekarakteriseerd als basis voor de studie van hun hydrologie en ecologie. Op basis van een digitaal terreinmadel en een hydrologisch model zullen vervolgens de run-off en de dynamiek van het grondwater worden bepaald. De door de teledetectie geïdentificeerde wetlands zullen gebruikt worden om het model te calibreren. Aan de hand van de studie van de diversiteitspatronen van belangrijke vertegenwoordigers (planten en invertebraten) van tijdelijke wetlands in de Westelijke Kaapregio (Zuid-Afrika) in relatie tot de hydrologie van deze habitatten, is het uiteindelijk de bedoeling de associatie te bestuderen tussen patronen van diversiteit en voorkomen van soorten enerzijds en hydrolagie-gerelateerde variabelen anderzijds. Samen met de kwantitatief genetische studie van levensgeschiedeniskenmerken van geselecteerde vlaggenschipsoorten (grote branchiopoden) zal ons dit in staat stellen de evolutionaire flexibiliteit te bestuderen van saarten onder tijdsdruk en mogelijke veranderingen in diversiteit en verspreiding van soarten in te schatten vofgens verschillende scenario's van hydrologische veranderingen. Deze gegevens zullen uiteindelijk worden gebruikt door het Department of Water Affairs and Forestry (DW AF} te Pretoria ter ondersteuning van de implementatie van de wettelijke principes bepaald in de National Water Act (1998) en de National Environmental Management Act (1998) voor het duurzaam gebruik van water in de regio.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zoetwaterschorren als "sinks" voor stikstof : dynamiek van het benthische compartiment en onderzoek naar hun rol in estuariene stikstof retentie. 01/01/2005 - 31/12/2006

Abstract

Het algemeen doel van dit project is het bepalen van de rol van zoetwaterschorren binnen de stikstofcyclus van het Schelde-estuarium. Het Schelde-estuarium, met haar dichtbevolkte bekken, is een typisch voorbeeld van een ecosysteem dat grote vrachten van stikstof te verwerken krijgt. De omvangrijke arealen zoetwaterschorren betekenen een belangrijk potentieel aan N-verwijdering. Dit project heeft tot doel de stikstofcyclus te begrijpen in belangrijke schor-compartimenten zoals overspoelend water, sediment en macrofyten. Hiertoe wordt een ecosysteem labelings studie gecombineerd met verscheidene additionele studies

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evaluatie van de effectiviteit van natuurtechnische maatregelen in het waterlopenbeheer. 01/01/2005 - 31/12/2006

Abstract

In het kader van Integraal Waterbeheer worden diverse herstelprojecten uitgevoerd in de rivierbekkens, zonder dat er achteraf een grondige wetenschappelijke evaluatie van de uitgevoerde maatregelen gebeurd. Binnen dit project ligt de nadruk op de evaluatie van een aantal door de provincie van Antwerpen uitgevoerde herstelprojecten, waarbij o.a. gebruik gemaakt wordt van beoordelingstechnieken op basis van de aanwezige macrofyten, macro-invertebraten en vissen . De evaluatie zal vervolgens worden gebruikt als input voor educatief materiaal voor waterbeheerders met betrekking tot de genomen maatregelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opstellen van instandhoudingsdoelstellingen voor de Zeeschelde en de tijgebonden zijriveren (Nete's, Dijle, Zenne en Durme). 01/01/2005 - 30/06/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Invullen natuurontwikkeling langs de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren. 01/01/2005 - 30/06/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Modellering van de interacties tussen macrofieten en rivierprocessen en hun effect op rivierkwaliteit. 01/12/2004 - 31/12/2008

Abstract

NELE DESMET Promotor: Prof. Dr. P. Meire (UA, Biologie) Co-promotor: Dr. Ir. P. Seuntjens (Vito, IMS) "Modellering van Waterkwaliteit: Effecten van Macrofyten" Rivieren zijn als laaggelegen linten in het landschap verzamelplaatsen voor verontreinigingen. Daardoor kunnen verhoogde concentraties aan micropolluenten, metalen en nutriënten in het watersysteem voorkomen, die tal van problemen veroorzaken voor mens en milieu. Eens aanwezig in de waterloop zijn polluenten en nutriënten onderhevig aan tal van fysische, chemische en biologische processen, die bepalend zijn voor de verspreiding in tijd en ruimte. Het modelleren van de waterkwaliteit vereist dan ook een dynamische benadering waarbij rekening gehouden moet worden met zowel transport- als transformatieprocessen. Bestaande waterkwaliteitsmodellen leveren reeds goede predicties in open (weinig vegetatie) waterlopen, maar vertonen nog belangrijke tekorten bij het in rekening brengen van de invloed die uitgaat van aanwezige waterplanten. De riviervegetatie, die integraal deel uitmaakt van de waterloop, zal immers interageren met de diverse processen en zo mee de kwaliteit van het water bepalen. Er zijn de rechtstreekse effecten van opname en transformatie, maar ook onrechtstreekse invloeden door wijziging van de hydrodynamische en fysico-chemische omstandigheden rond en tussen de waterplanten. De hoofddoelstelling van dit doctoraatsonderzoek is de interacties tussen waterplanten en de aquatische omgeving (water en sediment) te beschrijven, de effecten van deze wisselwerking op het lot van verontreinigingen in de waterloop te kwantificeren en dit alles te integreren in een waterkwaliteitsmodel. Hierbij zullen de diverse effecten van macrofyten op de verspreiding en beschikbaarheid van verontreinigingen in het rivierwater in beschouwing genomen worden. De resultaten van dit onderzoek zullen ondermeer hun toepassing vinden in het water- en milieubeleid. De integratie van aquatische vegetatie in het modellering is immers noodzakelijk om ook in (dicht) begroeide waterlopen goede predicties van de waterkwaliteit mogelijk te maken en om beheerswerken, zoals het maaien van macrofyten, te evalueren in termen van waterkwaliteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Micro- en macro-evolutie van bedreigde endemische Opuntia-reuzencactussen: conservatiegenetica op de Galápagos archipel. 01/10/2004 - 31/12/2007

Abstract

Dit project bestudeert de micro- en macro-evolutionaire processen (veranderingen in allelfrequenties, genetische drift, genmigratie, hybridisatie, introgressie, veranderingen in DNA sequenties) bij de bedreigde reuzencactussen van het genus Opuntia op de Galápagos eilanden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een combinatie van verschillende recent ontwikkelde genetische technieken (microsatellieten, DNA sequentiebepaling) op een unieke en reeds beschikbare collectie stalen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De optimalisatie van het maaibeheer van waterlopen. 01/10/2004 - 30/09/2006

Abstract

Verhoogde nutriëntentoevoer zorgt voor een toegenomen groei aan waterplanten in de Vlaamse waterlopen. Om de waterafvoercapaciteit van deze te behouden gaat men over tot het verwijderen van al de vegetatie. Deze beheersmethode heeft echter heel wat nadelige ecologische gevolgen die bovendien leiden tot een hoge economische kost. Dit project heeft als doelstelling een maaistrategie uit te werken die de waterafvoer verzekert en een zo kleine mogelijk ecologische impact heeft. Daarnaast zal er nagegaan worden wat het effect van de beheersingreep op de dynamiek van de bodemmorfologie is. Er zal dus getracht worden inzicht te krijgen in de relatie tussen macrofyten en fysische parameters zoals stroomsnelheid en de verschillende maaipatronen. Om dit te bewerkstelligen is het onderzoek opgedeeld in 4 luiken : vegetatiekartering, ex situ en in situ experimenten en onderzoek naar de sedimentsdynamiek. De resultaten van de kartering zullen de basis vormen voor de ex situ experimenten. Gezamenlijk met de resultaten van de in situ experimenten en de sedimentsdynamiek moet dit leiden tot een verantwoord maaibeheer. In de ex situ experimenten zal de hypothese getest worden of emergente groeivormen een groter effect hebben op de efficiëntie van een maaipatroon dan submerse groeivormen. Dit zal gebeuren door in een stroomgoot biologische (zoals densiteit) en fysische parameters (debiet) te variëren overeenkomstig de resultaten uit het vegetatieonderzoek. De in situ experimenten laten dan toe om dit te verifiëren. Dit is hetgeen waarin dit voorstel afwijkt van reeds eerder uitgevoerd werk rond dit probleem. Daar we dan antwoorden hebben op vragen zoals biomassa ontwikkeling en hergroei zal het mogelijk zijn om optimale data en frequenties voor maaibeheer uit te leggen in functie van ecologische impact en zo laag mogelijke economische kosten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Multifunctionaliteit van overstromingsgebieden: wetenschappelijke bepaling van de impact van waterberging op natuur, bos en landbouw. 01/10/2004 - 30/09/2005

Abstract

De studie heeft tot doel een afwegingskader met beslissingsboom op te stellen dat het voor de administratie mogelijk maakt om op een eenvormige en gefundeerde wijze mogelijkheden voor en consequenties van de multifunctionele inrichting van overstromingsgebieden te bepalen. Het kader moet toelaten een evaluatie te maken van de mogelijkheden om de huidige functie van een overstromingszone te combineren met de functie van waterberging, en te bepalen tot welke kosten de keuzes van verschillende vormen van landinrichting met waterberging leiden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Binnendijkse slik- en schorontwikkeling dankzij een gereduceerd getij. 01/10/2004 - 30/09/2005

Abstract

Intergetijdengebieden zoals slikken en schorren maken van estuaria waardevolle gebieden met hoogproductieve levensgemeenschappen. Slikken en schorren vormen een belangrijk habitat binnen estuariene ecosystemen en spelen een essentiële rol in de nutriëntencyclering. De voorbije eeuw is door antropogene ingrepen zoals havenuitbreiding, inpoldering of dijkwerken de totaliteit van slikken en schorren in de Zeeschelde echter sterk afgenomen, zowel in oppervlakte als in kwaliteit. Schorherstel is daarom nodig. In gecontroleerde overstromingsgebieden, gepland als onderdeel van het Sigmaplan ter beveiliging van het Zeescheldebekken tegen overstromingen, kan veiligheid gecombineerd worden met natuurontwikkeling. Door middel van een gecontroleerd overstromingsgebied met gereduceerd getij (GGG), kunnen deze gebieden onder invloed van het Scheldetij gesteld worden. Het is echter nauwelijks geweten of deze nieuwe intergetijdengebieden dezelfde ecologische functies en structuren kunnen ontwikkelen als de buitendijkse slikken en schorren. Om een antwoord te bieden op deze vraag zal het principe van een GOG-GGG getest worden in het 10 ha grote testgebied Lippenbroek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Synthese van wetenschappelijke inzichten als voorbereiding voor het toekomstig ruimtelijk beleid. 01/04/2004 - 30/06/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Fundamentele studie van uitwisselingsprocessen in rivierecosystemen. 01/01/2004 - 31/12/2009

Abstract

Rivieren hebben door hun afvoer van sedimenten, organisch materiaal en nutriënten naar de kustzeeën een grote invloed op het mariene ecosysteem. De kwalitatieve en kwantitatieve karakteristieken van die input alsmede de temporele dynamiek zijn echter sterk afhankelijk van processen in de stroomopwaarts gelegen delen van de rivieren. De laatste jaren wordt gepoogd het transport van water, opgeloste stoffen en sedimenten te beschrijven op schaal van (deel)stroomgebieden. De modellen zijn veelal op macroschaal geformuleerd met beschrijving van ecosysteemtypes als bos, landgebruik, wetland etc. en uitwisselingstermen tussen die systemen. Waar land en water elkaar ontmoeten vinden we juist ecotonen: overgangszones als resultante van hydrodynamiek met een eigen flora en fauna en daaraan gekoppelde intensieve omzetting en opname van materiaal. Voor een goede beschrijving van uitwisseling op macroschaal is dus een gedetailleerd begrip van het functioneren van dergelijke zones noodzakelijk. De hoofddoelstelling van dit project is om te onderzoeken hoe de diverse fysische en biologische processen en hun interacties invloed hebben op uitwisseling van water, opgelost en particulair materiaal in de twee kenmerkende uitwisselingszones van stroomgebieden: oeverzones en overstromingsgebieden . Voor het verwezenlijken van de hoofddoelstelling is het noodzakelijk modellen van enerzijds de oever en anderzijds het overstromingsgebied te ontwikkelen. Daarvoor is multidisciplinair onderzoek en geïntegreerde modellering van hydrodynamische transportkarakteristieken en biologische transformatie processen vereist. Het koppelen van de verschillende modellen en beschrijvingen vormt de methodische uitdaging in het voorgestelde project. Naast algemene modelbeschrijvingen van grondwaterstroming, hydraulica en biologische kenmerken worden een aantal kenmerkende interactie zones onderscheiden, waarbinnen de uitwisselingsprocessen in detail onderzocht en modelmatig beschreven zullen worden: 1.interactie ondiep grondwater en terrestrisch of wetland (bodem als grensvlak) 2.interactie dieper grondwater en de waterloop (waterbodem als grensvlak) 3.interactie waterloop met de oeverzone 4.interactie (on)diep grondwater en overstromingsgebied 5.interactie waterloop en overstromingsgebied Een gerichte beschrijving van de uitwisselingen wordt allereerst bepaald door de component die onderzocht wordt. Er zijn drie groepen van componenten met elk hun eigen karakteristieke 'uitwisselings'-beschrijvingen, namelijk water, opgelost materiaal en particulair of gesuspendeerd materiaal. Stikstof wordt als 'voorbeeld'-component in de modellen beschreven. De besproken transport-mechanismen zijn alle drie noodzakelijk voor een goede beschrijving van het gedrag van stikstof.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zenne stroomafwaarts van Brussel : studie naar verontreiniging en ecologische toestand van de rivier en haar vallei als basis voor een integraal waterbeheer. 01/01/2004 - 31/12/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Study of the actual, past and future biodiversity of protists and higher plants on a subantarctic island : role of dispersion, colonisation and resistance to climatic warming (DIVCRO). 01/01/2004 - 31/12/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Micro- en macro-evolutie van bedreigde endemische Opuntia-reuzencactussen: conservatiegenetica op de Galápagos archipel. 01/01/2004 - 30/09/2004

Abstract

Dit project bestudeert de micro- en macro-evolutionaire processen (veranderingen in allelfrequenties, genetische drift, genmigratie, hybridisatie, introgressie, veranderingen in DNA sequenties) bij de bedreigde reuzencactussen van het genus Opuntia op de Galápagos eilanden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een combinatie van verschillende recent ontwikkelde genetische technieken (microsatellieten, DNA sequentiebepaling) op een unieke en reeds beschikbare collectie stalen.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Verdyck Peter

Onderzoeksgroep(en)

Een communicatie- en vulgarisatieplatform van het Belgisch Polair onderzoek. 15/12/2003 - 31/12/2006

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Belgische Polaire onderzoekscluster. (BE-POLES) 15/12/2003 - 31/12/2006

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Typologie, referentieconditie en classificatie van de Belgische kustwateren. 15/12/2003 - 30/04/2006

Abstract

Het project heeft als globaal doel de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor de belgische kustwateren in te vullen. Daartoe wordt in eerste instantie bekeken hoe de invulling precies moet tot stand komen. Uiteindelijk moet een afdoend scoresysteem voorhanden zijn waarmee de ecologische kwaliteit van de belgische kustwateren kan worden geëvalueerd, liefst volgens een referentietoestand die, zoniet voorradig, moet worden gereconstrueerd. Eerst worden alle nuttige data en literatuur gecentraliseerd. Een referentietoestand wordt opgesteld, mede gebaseerd op wat in de buurlanden hiervoor reeds is voorgesteld. Verschillende ' bestaande ' classificatiestelsels geëvalueerd en getest worden, met betrekking tot de Belgische kustwateren. Indien nodig wordt een aangepast classificatiesysteem ontwikkeld. Ontbrekende kwaliteitselementen zullen worden vermeld en aanbevelingen voor verdere monitoringstudies zullen worden opgesteld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Relaties tussen de ecologische en chemische toestand van oppervlaktewater. (REBECCA) 01/12/2003 - 30/11/2006

Abstract

De doelstelling van het project REBECCA is het onderbouwen van wetenschappelijke uitgangspunten waarop de kaderrichtlijn water zich baseerd, namelijk dat het verband tussen de biologische, fysische en chemische toestand van het oppervlaktewater wel bekend zijn zodat het beheer van bekkens en rivieren er op gericht kan zijn om de ecologische kwaliteitsdoelstellingen te behalen. Tot nog toe is er reeds veel succes geboekt in het behouden en verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit door het beter begrijpen van de relatie tussen antropogene invloeden (zoals waterontrekking, landbouw en effluent lozingen) en de chemische kwaliteit van het water. Desondanks zijn er nog vele uitdagingen in de ontwikkeling en implementering van meetprogrammas. Onze huidige kennis over de relatie tussen de chemische kwaliteit en de ecologische status is over het algemeen onvoldoende om beheersmaatregelen voor het bereiken van ecologische kwaliteitsdoelstellingen te ondersteunen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Monitoring van de bekkens van de Kleine en de Grote Nete ten behoeve van het beheer en de bescherming van de visfauna. 01/12/2003 - 29/02/2004

Abstract

Tijdens de periode januari 2003 ' januari 2004 worden op 78 monsterpunten in de bekkens van de Kleine en de Grote Nete 28 fysisch-chemische parameters bepaald. Elk punt wordt vier maal per jaar bemonsterd, zodanig dat de vier seizoenen in alle staalnames vertegenwoordigd zijn. De resultaten worden besproken en verwerkt in een advies t.b.v. het visbepotingsprogramma.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Landschapsecologisch en ecohydrologisch onderzoek ten behoeve van de uitwerking van een ecosysteemvisie van Grote en Kleine Nete in het kader van de actualisatie van het SIGMAPLAN. 01/11/2003 - 31/10/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Rol van een zoetwaterschor in de siliciumcyclus in het Schelde-estuarium. 01/10/2003 - 30/09/2005

Abstract

Silicium speelt een grote rol bij de eutrofiëringsproblemen die wereldwijd in kustwateren worden waargenomen. Onderzoek aangaande het belang van estuaria in de regulatie van transport van Si van land naar zee is tot op heden eerder schaars. Er werden belangrijke indicaties van het belang van intertidale vegetatie en sediment als Si-reservoir binnen een estuarien systeem waargenomen. Het doel van dit project is inzicht te verwerven in de rol van een zoetwaterschor in de siliciumcyclus binnen het Schelde-estuarium. De verschillende siliciumreservoirs in het schor (vegetatie, sediment, poriewater, grondwater en oppervlaktewater) zullen door middel van een tweemaandelijkse monitoring kwantitatief worden bestudeerd. Door middel van dissolutie- en decompositie-experimenten, zowel in situ en ex situ, zal de interactie tussen de verschillende reservoirs worden bestudeerd. Massa-balansen worden uitgevoerd om de uitwisseling van silicium tussen intertidaal en pelagiaal te kwanitificeren. Het eindresultaat is een geïntegreerd beeld van de rol van een zoetwaterschor in de estuariene siliciumcyclus.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Typologie en beheer van viswateren. 01/09/2003 - 31/10/2003

Abstract

Het doel van het project is het aanbrengen van informatie en het geven van een wetenschappelijke onderbouwing voor het planmatig visstandbeheer op verschillende viswatertypen, de streefbeelden voor de visstand en het beheer van deze openbare viswateren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecosysteemmodellering ter onderbouwing van de SMER voor het Sigmaplan. 01/06/2003 - 31/10/2004

Abstract

Met het oog op het voorspellen van de effecten op het ecosysteem van de ingrepen (natuurontwikkeling en -bouw d.m.v. overstromingsgebieden, bouwtechnische ingrepen) in het kader van het Sigmaplan, wordt een bestaand ecosysteemmodel van de Westerschelde (MOSES) uitgebreid tot de Zeeschelde (tot Gent). De doelstelling is een beleidsondersteunend instrument te bekomen dat expliciet onzekerheid in de kennis mee in rekening brengt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de populatiegrootte en de overlevingskansen van de grote modderkruiper in de Kempen en in het Vlaams natuurreservaat Het Goorken te Arendonk in het bijzonder. 01/05/2003 - 30/11/2003

Abstract

Onderzoek werd uitgevoerd naar de zeldzaamheid van de Grote modderkruiper op Vlaams niveau. Dit gebeurde als deelstudie van het onderzoek naar de populatie in het Vlaams natuurreservaat 't Goorken. De leefbaarheid wordt bepaald op basis van de populatiegrootte enerzijds en de leeftijdsdistributie anderzijds.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opmaak van een inventaris van de ecologische infrastructuur in de Gentse Kanaalzone. 03/04/2003 - 02/01/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Aanreiken van een gemeenschappelijke basis voor eenvormige milieukwaliteitsnormen voor de drie milieucompartimenten bodem, water (grond- en oppervlaktewater) en lucht. (expertise deel "water"). 15/01/2003 - 15/01/2004

Abstract

Bij de wetenschappelijke onderbouwing van milieukwaliteitsnormen dient men in principe uit te gaan van de methodiek van risico-evaluatie. Een risico-evaluatie, om het even voor welk compartiment of receptor, bestaat uit een drietal luiken. In een eerste luik verzamelt men informatie over de nadelige effecten van een stof en over de dosis-responsrelaties. Dit luik noemt men de hazard characterisation of gevaarskarakterisatie. In een tweede luik voert men een blootstellingsbepaling of exposure assessment uit. Voor de relevante receptoren en vastgelegde scenario's zal men het gedrag van de stof in het milieu en de blootstelling van de receptoren trachten te kwantificeren. In het derde luik tenslotte brengt men de resultaten van de gevaarsidentificatie en van de blootstellingsbepaling bij elkaar en zal men op basis van de geselecteerde criteria hetzij komen tot een risicobepaling hetzij een norm afleiden (risk characterisation). In dit project wordt een gemeenschappelijke methodiek ontwikkeld gebaseerd op deze drie luiken voor de diverse milieucompartimenten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verandering van de biogeochemie van zware metalen in overstromingsgebieden: biobeschikbaarheid, toxiciteit en risico. 01/01/2003 - 31/08/2006

Abstract

In de omgeving van waterlopen kunnen beschikbare laaggelegen gebieden beschouwd worden als een mogelijkheid om rivierwater tijdelijk te collecteren bij hoge waterstanden en zo het overstromingsgevaar voor bewoonde gebieden te minimaliseren. De aanleg van waterrijke gebieden of gecontroleerde overstromingsgebieden past ook in het concept van 'Integraal Waterbeheer' . Het is tegelijk een mogelijkheid om habitats voor specifieke planten- en diersoorten te creëren. Omwille van industriële activiteiten in de nabijheid van waterlopen blijken water, bodem en sedimenten echter dikwijls met metalen gecontamineerd te zijn. Dit kan resulteren in beperkingen voor de ecosysteemontwikkeling of verhoogde overdracht van zware metalen naar de voedselketen. Gezien metalen accumuleren, kunnen waterrijke gebieden slechts duurzaam ontwikkeld worden als processen die de metaalmobiliteit beïnvloeden voldoende gekend zijn en voorspellingen omtrent metaalgedrag mogelijk zijn. In het merendeel van de gevallen kunnen echter verschillende overstromingsregimes, zoals periodieke of permanente overstroming, in beschouwing genomen worden. Dit heeft een impact op de mobiliteit, biobeschikbaarheid en toxiciteit van zware metalen. De mogelijke ontwikkelingsscenario's bij toepassing van verschillende overstromingsregimes worden dan ook geregeld in vraag gesteld door beleidsbepalende instanties, vooral indien het verontreinigde gebieden betreft. Daarom is een diepgaand inzicht in de processen die de metaalmobiliteit beïnvloeden noodzakelijk om voorspellingen te kunnen doen omtrent de gevolgen van de verschillende beheersopties op metaalbiobeschikbaarheid, toxiciteit en ecosysteemontwikkeling. Dit onderzoek heeft dan ook als doelstelling bij te dragen tot de ontwikkeling van beleidsgerichte modellen, die in staat zijn op eenduidige en transparante wijze vragen hieromtrent te beantwoorden. De modellen moeten het mogelijk maken bij het ontwerp van gecontroleerde overstromingsgebieden onder verschillende scenario's voorspellingen te doen omtrent het gedrag van metalen en de ecosysteemontwikkeling. Ze moeten tevens toelaten te evalueren of en onder welke omstandigheden ecosysteemontwikkeling nog aanvaardbaar zal zijn. Bovendien zullen criteria opgesteld worden om de risico's in te schatten, voortvloeiend uit de keuze van verschillende beleidsopties bij de aanleg van waterrijke gebieden in verontreinigde milieus. Om deze doelstellingen te bereiken, zullen gegevens en procesinformatie verzameld worden betreffende het gedrag van metalen in abiotische en biotische compartimenten, ecotoxiciteit en ecosysteemontwikkeling bij toepassing van verschillende overstromingsregimes op gronden en sedimenten, verschillend in karakteristieken en verontreinigingsgraden. De verzamelde gegevens, ontworpen modellen en criteria zullen neergeschreven worden in een boek en op CD-rom worden gezet. De resultaten zullen doorgegeven worden aan verschillende nationale en internationale onderzoeksinstituten en beleidsorganen. Tenslotte zal een werkgroep bijeengeroepen worden om de problematiek te bespreken met nationale en internationale vertegenwoordigers van verschillende milieugerichte departementen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Dynamiek van waterplanten en nutrienten in de bovenstroomse gebieden van het Schelde bekken 01/01/2003 - 30/04/2006

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitwerking van een integraal waterbeheer in het kader van de actualisatie van het SIGMAPLAN voor de Zenne op Vlaams grondgebied. 01/01/2003 - 31/12/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

'Monitoring van ontwikkelingen in slik- en schorgebieden in de Zeeschelde' in het kader van : 1) de baggerstortvergunning op de platen van Doel en Boomke; 2) het afgraven van de Ketenissepolder. 01/01/2003 - 31/12/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opstellen van een synthese rapport van alle monitoring gegevens van de Beneden Zeeschelde ten behoeve van de milieuvergunningsaanvraag en uitwerken van een gedetailleerd monitoringsprogramma. 06/12/2002 - 05/12/2006

Abstract

In het kader van de milieuvergunningsaanvraag voor de baggerwerken in de Beneden Zeeschelde, is een voorpelling van de effecten op het ecosysteem van het storten van baggerspecie vereist. Hieraan gekoppeld is de noodzaak tot monitoring om de verwachte effecten te kunnen kwantificeren. Inventarisatie van de op dit moment voorhanden monitoring-gegevens wordt gedaan, mogelijke effecten worden gedeeltelijk via simulatie opgespoord. Een ecosysteemmodel wordt gebruikt om optimale monitoring (met het oog op het kwantificeren van verwachte effecten) voor te stellen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkelen van scores of indices voor de biologische kwaliteitselementen 'bentische ongewervelden, macroalgen, angiospermen en fytoplankton' voor de Vlaamse overgangswateren overeenkomstig de Europese kaderrichtlijn Water. 01/12/2002 - 30/11/2003

Abstract

Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren en stelt zich ten doel dat alle europese wateren tegen 2015 een `goede toestand' hebben bereikt en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water. Deze richtlijn vereist het formuleren van ecologische doelstellingen voor de verschillende types van wateren. Dit project omvat een theoretische studie naar de mogelijkheden om dergelijke ecologische doelstellingen te formuleren. In dit project gaat het om de bepaling van doelstellingen voor verschillende biologische kwaliteitselementen (bentische ongewervelden, angiospermen, macroalgen en fytoplankton) op basis waarvan de verschillende types wateren kunnen opgedeeld worden in waterkwaliteitsklassen. Functioneel-ecologische theorieën zullen gebruikt worden als onderbouwing.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Patronen in verspreiding, samenstelling en diversiteit van protistgemeenschappen op Subantarctische eilanden. 01/10/2002 - 30/09/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De optimalisatie van het maaibeheer van waterlopen. 01/10/2002 - 30/09/2004

Abstract

Verhoogde nutriëntentoevoer zorgt voor een toegenomen groei aan waterplanten in de Vlaamse waterlopen. Om de waterafvoercapaciteit van deze te behouden gaat men over tot het verwijderen van al de vegetatie. Deze beheersmethode heeft echter heel wat nadelige ecologische gevolgen die bovendien leiden tot een hoge economische kost. Dit project heeft als doelstelling een maaistrategie uit te werken die de waterafvoer verzekert en een zo kleine mogelijk ecologische impact heeft. Daarnaast zal er nagegaan worden wat het effect van de beheersingreep op de dynamiek van de bodemmorfologie is. Er zal dus getracht worden inzicht te krijgen in de relatie tussen macrofyten en fysische parameters zoals stroomsnelheid en de verschillende maaipatronen. Om dit te bewerkstelligen is het onderzoek opgedeeld in 4 luiken : vegetatiekartering, ex situ en in situ experimenten en onderzoek naar de sedimentsdynamiek. De resultaten van de kartering zullen de basis vormen voor de ex situ experimenten. Gezamenlijk met de resultaten van de in situ experimenten en de sedimentsdynamiek moet dit leiden tot een verantwoord maaibeheer. In de ex situ experimenten zal de hypothese getest worden of emergente groeivormen een groter effect hebben op de efficiëntie van een maaipatroon dan submerse groeivormen. Dit zal gebeuren door in een stroomgoot biologische (zoals densiteit) en fysische parameters (debiet) te variëren overeenkomstig de resultaten uit het vegetatieonderzoek. De in situ experimenten laten dan toe om dit te verifiëren. Dit is hetgeen waarin dit voorstel afwijkt van reeds eerder uitgevoerd werk rond dit probleem. Daar we dan antwoorden hebben op vragen zoals biomassa ontwikkeling en hergroei zal het mogelijk zijn om optimale data en frequenties voor maaibeheer uit te leggen in functie van ecologische impact en zo laag mogelijke economische kosten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opmaak van een ontwerp-ecosysteemvisie voor de vallei van de Visbeek-Kindernouwbeek. 01/09/2002 - 31/03/2004

Abstract

Beekvalleien in Vlaanderen worden van oudsher gekenmerkt door een hoge soortenrijkdom. De soortenrijkdom kon worden verklaard door de aanwezigheid van een grote variatie in het abiotisch milieu. Gradiënten waren aanwezig die een range besloegen van zeer oligotroof tot eutroof. Echter met het intensiveren van de landbouwmethoden is een groot deel van deze soorten (zeer) zeldzaam geworden of zelfs verdwenen. De belangrijkste reden hiervan is dat door intensivering van de landbouwmethoden nivellering van het abiotisch milieu plaatsvond. Deze studie vind plaats in de beekvallei van de Visbeek. Doel is om inzichten te krijgen welke waarden nog aanwezig zijn. Welke soorten komen voor? Zijn gradiënten nog intact ? Indien dit het geval is, hoe kunnen deze uitgebreid worden? Indien dit niet het geval is, hoe kunnen deze weer worden hersteld? Mogelijkheden worden getoetst via scenario's. Hierbij wordt een minimaal scenario en een maximaal scenario berekend. Onder een minimaal scenario wordt bedoeld een beperkte afname in de intensieve landbouw; met een maximaal scenario, afwezigheid van intensieve landbouw.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vlaams Waternetwerk. 01/05/2002 - 30/04/2004

Abstract

Het Vlaams Waternetwerk (VWN) is een forum waarin tussen de overheid, de onderzoekswereld en de private sector overleg kan gebeuren over het wateronderzoek in Vlaanderen. Dit overleg laat toe om de problemen en noden met betrekking tot water systeem kennis te identificeren. Het VWN bouwt zelf het netwerk uit en onderhoudt het, het stelt zijn informatie ter beschikking op een website. De activiteiten die het VWN plant en uitvoert zijn een uitvoering van acties uit het milieubeleidsplan. De kernactiviteiten die voorzien worden, zijn het organiseren van een Forum voor Wateronderzoek, het opstarten en organiseren van een metadatabank als inventaris van alle relevante en beschikbare watersysteemkennis in Vlaanderen, het identificeren van onderzoeksbehoeften voor het rapporteren over omgevingsanalysen in de context van wateronderzoek en het opvolgen en bekendmaken van relevante informatie over Europese onderzoeksinitiatieven in verband met water.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leveren van technisch-wetenschappelijke bijstand voor 'zoetwaterbeheer tegen tekorten en tegen verdroging'. 08/04/2002 - 31/10/2010

Abstract

In dit project wordt een oplossing gezocht voor enerzijds de problematiek van de waterverdeling bij laagwater in de, als bevaarbaar geklasseerde, Vlaamse waterlopen en 'wegen en anderzijds de droogteproblematiek in de begeleidende valleien. In een eerste fase wordt per bekken een gebiedsverkenning gemaakt om inzicht te krijgen in alle waterfluxen en de verschillende betrokken factoren en actoren. Aan de hand van deze gegevens wordt een waterbalans opgesteld om de probleemgebieden in Vlaanderen te identificeren. In een tweede fase worden de verschillende betrokken sectoren (scheepvaart, industrie, landbouw, visserij, drinkwaterwinning, recreatie, natuur en de verschillende administraties) betrokken aan de hand van interviews en een workshop. In een derde fase wordt aan de hand van numerieke modellen en een kosten - batenanalyse een maatregelenprogramma (bv. beperking van watervang door industrie, natuur & landbouw, zuinig schutten, beperking van de scheepvaart, ') voor de waterloop (-weg) uitgewerkt dat in werking moet treden op het ogenblik van watertekort (d.i. effectgericht). Daarnaast wordt gestreefd naar zoveel mogelijk brongerichte oplossingen die er voor moeten zorgen dat de kans op voorkomen van watertekorten en verdroging afneemt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreidingen in de Zeeschelde op het milieu. Perceel 8 : studie naar effecten van waterkwaliteit en getij op overstromingsgebieden. 01/02/2002 - 31/01/2010

Abstract

Onderhavig studieproject omvat onderzoek naar de gevolgen van menselijke ingrepen in de Zeeschelde op het milieu. Meer specifiek worden de effecten van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde gevolgd. Onderhavig studieproject bestaat uit 8 percelen en heeft betrekking op de monitoring van de fysische, chemische en biologische parameters in het pelagiaal, intertidaal en subtidaal, alsmede van de zijdelingse belastingen van de Zeeschelde en haar zijrivieren, zodat het gezamenlijke databestand de ontwikkeling en operationalisering van een ecologisch model toelaat. Perceel nr. 8 omvat het uitvoeren van een studie naar de effecten van waterkwaliteit en getij op overstromingsgebieden in het Vlaams gedeelte van het Schelde-estuarium via het gebruik van twee mesocosmos-opstellingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde op het milieu. Perceel 1 : studie naar de basiswaterkwaliteit. 01/02/2002 - 31/01/2010

Abstract

Onderhavig studieproject omvat onderzoek naar de gevolgen van menselijke ingrepen in de Zeeschelde op het milieu. Meer specifiek worden de effecten van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde gevolgd. Onderhavig studieproject bestaat uit 8 percelen en heeft betrekking op de monitoring van de fysische, chemische en biologische parameters in het pelagiaal, intertidaal en subtidaal, alsmede van de zijdelingse belastingen van de Zeeschelde en haar zijrivieren, zodat het gezamenlijke databestand de ontwikkeling en operationalisering van een ecologisch model toelaat. Perceel nr. 1 omvat het uitvoeren van een studie naar de basiswaterkwaliteit in het Vlaams gedeelte van het Schelde-estuarium. Dit behelst een maandelijks monitoringprogramma van 20 punten op de zeeschelde. Ook zijn 6 dertienuursmetingen voorzien. Perceel 1 verzorgt tevens de coördinatie van alle percelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Veranderingen in biodiversiteit gerelateerd aan Global Change in subarctische protistengemeenschappen. 01/02/2002 - 31/12/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecologische karakterisatie van Europese estuaria, het Schelde-estuarium als model. 01/01/2002 - 31/12/2006

Abstract

Als overgangsgebieden tussen land en zee zijn estuaria dynamische en heterogene systemen. Daardoor herbergen ze specifieke leefgemeenschappen. Tegelijk staan estuaria meestal onder zware menselijke druk. De complexiteit van estuariene systemen, in het bijzonder van het zeer dynamische Schelde-estuarium, vereist een multidisciplinaire aanpak. De verscheidenheid van de financiële kanalen leidt echter tot een fragmentatie van het estuarien onderzoek. Het onderzoek spitst zich in eerste instantie toe op het Schelde-estuarium, meer bepaald op volgende sleutelfactoren die het ecologisch functioneren bepalen: hydraulica, morfologie en sedimentologie, de koolstofcyclus, de biogeochemie van nutriënten en vervuilende stoffen, het voedselweb en de diversiteit van estuariene gemeenschappen. De wisselwerkingen tussen deze factoren zijn complex. Veel kennis is reeds voorhanden, maar opmerkelijke hiaten in de kennis blijven bestaan. Via deze aanvraag is het de bedoeling om de coördinatie van de multidisciplinaire aanpak van deze interacties te verstevigen. Het is interessant om de kennis die opgebouwd wordt rond het Schelde-estuarium te vergelijken met deze van het Seine-estuarium. Beide estuaria hebben analoge problemen, vertonen grote overeenkomsten in de samenstelling van hun systeem, maar hebben beide ook hun specificiteiten. Bovendien is het de bedoeling de vergevorderde know how betreffende integratie van esturien onderzoek zoals het rond de Seine bestaat, aan te wenden om integratie rond de Schelde te verhogen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Biodiversiteit in een arctisch ecosysteem: rol van dispersia, kolonisatie en resistentie aan klimaatextremen. 01/01/2002 - 31/12/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Op basis van vragen en problemen aangestuurd Europees Netwerk voor Sediment Onderzoek.(SedNet) 01/01/2002 - 31/12/2004

Abstract

SedNet creëert een Europees platform waar organisaties, die verantwoordelijk zijn voor duurzaam beheer van sediment en baggerspecie op bekkenniveau (probleem eigenaars), samenkomen met organisaties die mogelijk oplossing kunnen aandragen in de vorm van technieken, kennis en expertise (probleem oplossers). Dit platform voorziet, stimuleert en optimaliseert: 1) onderzoeksactiviteiten op basis van vragen en problemen, 2) uitwisseling van informatie betreffende deze activeiten, 3) samenwerking tussen beheerders en onderzoekers, 4) leveren van kennis aan en gebruik maken van de kennis van beheerders, 5) publicatie van onderzoeksresultaten en 6) informeren van het grote publiek en beleidsmakers. SedNet richt zich erop om als adviesorgaan te dienen voor vragen rond sediment onderwerpen voor Europese, nationale en regionale autoriteiten, waarbij ze willen helpen voor de implementatie van het beleid rond sedimenten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van zoetwaterschorren in de vastlegging en omzettingen van stikstof in estuaria : een ecosysteem 15N labelings studie. 01/01/2002 - 31/12/2004

Abstract

Het algemeen doel van dit project is de rol bepalen van zoetwaterschorren binnen de stikstofcyclus van het Schelde-estuarium. Algemeen wordt aangenomen dat stroken 'wetland' langsheen de oeverlijn zich gedragen als filters van het estuarien water, in die zin dat ze anorganisch en organisch stikstof uit het overspoelend water verwijderen of de aard van de stikstofvormen wijzigen. Het Schelde-estuarium, met haar dichtbevolkt bekken, is een typisch voorbeeld van een ecosysteem dat grote vrachten van stikstof te verwerken krijgt, en dat omvangrijke arealen zoetwaterschorren bezit, hetgeen een belangrijk potentieel aan N-verwijdering betekent. Daarenboven is van beleidswege in de nabije toekomst de inrichting van nieuwe overstromingsgebieden voorzien, wat de capaciteit van de filterfunctie via dergelijke gebieden nog zal doen toenemen. Omvattend 'in-situ'-onderzoek van de uitwisseling en cyclering van stikstof in zoetwaterschorren zal niet enkel toelaten de rol van deze schorren in het estuarien budget in te schatten, maar ook de belangrijkste processen te identificeren en te kwantificeren die aan deze rol ten grondslag liggen. De klassieke benadering om de relatie tussen het estuarien pelagiaal en de intergetijdengebieden te bestuderen leiden aan tekortkomingen, bv. door onnauwkeurigheid van de waterbalans. Ze geven enkel netto-uitwisseling weer. De processen worden er niet in geïdentificeerd, net zo min als de rol van compartimenten binnen het gebied, en extrapolatie naar een sluitende balans voor ganse gebieden is vaak moeilijk (Nixon, 1980; Howarth, 1993). Recente vooruitgang in analyse van stabiele isotopen maakt het mogelijk 'labeling'-studies uit te voeren op een afgebakend systeem (Holmes et al. 2000, Middelburg et al. 2000), waarbij het stabiel isotoop 15N kan gebruikt worden als gevoelige tracer in stikstofcyclering. We stellen voor om een ecosysteem-labeling-studie te combineren met verscheidene additionele studies die erop gericht zijn de stikstof cyclering te begrijpen in belangrijke schor-compartimenten zoals overspoelend water, sediment en macrofyten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Soortgrenzen en mogelijke hybridisatie bij de Opuntia snuitkever en zijn waardplant op de Galapagos archipelago. 01/01/2002 - 31/12/2003

Abstract

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Verdyck Peter

Onderzoeksgroep(en)

Coördinatie en wetenschappelijke ondersteurning van de opdrachten : "ecologische inventarisatie en visievorming in functie van waterbeheer op een aantal waterlopen van eerste categorie". 02/01/2001 - 31/12/2003

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecological responses to changing hydrological conditions in floodplains. 11/12/2000 - 11/12/2003

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijke ondersteuning van het Vlaams Integraal Wateroverleg Comité. 01/06/2000 - 31/01/2005

Abstract

De opdracht behelst volgende doelstellingen : a) wetenschappelijke voorbereiding en uitwerken van een conceptueel kader voor het beleid inzake het Vlaams Integraal wateroverleg b) de wetenschappelijke ondersteuning, begeleiding, follow up en coordinatie van projecten en opdrachten van de permanente werkgroep van het VIWC c) het voorstellen en uitwerken van een communicatiestrategie mbt. het VIWC.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)