Onderzoeksmissie

In de onderzoeksprojecten van het laboratorium wordt de evolutie van vorm en functie bij dieren bestudeerd door vergelijkende en experimentele methoden te combineren. In de praktijk wordt het onderzoeksdomein opgesplitst in `Functionele-' en `Eco-(logische) Morfologie, twee elkaar aanvullende stappen in hetzelfde geïntegreerde evolutionaire onderzoeksprogramma. Omwille van de specificiteit van beide stappen is de benadering verschillend. Eco-morfologie focust hoofdzakelijk op het verband tussen prestatie en ecologie. Alhoewel `vorm'-variatie wordt beschouwd, ligt er geen expliciete nadruk op het mechanistische verband met prestatie. Morfometrie, prestatiemetingen, eco- en ethologische observaties, veldwerk, etc., maken deel uit van de geëigende eco-morfologische analyse. Voeg daar kwantitative genetica en fitnessmetingen aan toe en het volledige evolutionaire onderzoeksprogramma is gerealiseerd. De vergelijking van grote aantallen specimens en/of soorten is inherent aan dit type van analyse en conclusies steunen meestal op inductieve redenering en (statistische) modellering. Functionele morfologie focust op het verband tussen `vorm' en prestatie. Het verwerven van inzicht in de wijze waarop het musculo-skeletale systeem precies functioneert is de primaire doelstelling. Gedetailleerde morfologische en morfometrische studie, bewegingsanalyse, dynamografie, electromyografie, prestatiemetingen, etc, behoren allen tot het functioneel morfologische onderzoeksrepertoire. De intensiteit en diepgang van deze analyses en ingewikkeldheid van vele van de technieken maken een brede vergelijkende aanpak nagenoeg onmogelijk. Als gevolg daarvan gaat de aandacht in vele onderzoekstopics vaak naar heel specifieke 'hoe, wat en waarom' vragen. Nieuwe hypothesen aangaande adaptatie en evolutie worden dan achteraf geformuleerd, door extrapolatie van de functioneel morphologische analyseresultaten (deductieve redenering). Mathematische modellering is hierbij een belangrijke methode.