Handicap: nieuwe ondersteuningsvisies

Verantwoording 

Er beweegt wat in de hulpverlening voor mensen met een beperking. Vroeger werd handicap gezien als vooral een lichamelijke stoornis, nu primeert een sociale kijkop handicap: handicap is eigenlijk de barrière die de samenleving opwerpt om volwaardig als mede-burger te participeren. Dit verandert het perspectief, het taalgebruik en wat je al dan niet doet. Er is nu nadruk op inclusie en participatie, empowerment, enablement, handicap als een vorm van diversiteit en niet als afwijking, ondersteuning i.p.v. “zorg”. 

Handicap heeft vele facetten: het treft het lichaam, het individu, het individu in de samenleving, en de samenleving als geheel. Het aantal mensen met een handicap wordt geschat op 10% en stijgt ieder jaar.; mensen met een beperking zijn er nog veel meer. Het Gelijke Kansenbeleid stelt als doel om alle hinderpalen voor een maatschappelijke integratie van mensen met een handicap weg te werken. Dat stelt de samenleving voor enorme uitdagingen. Wat voor zorg willen wij? Wat voor opleiding? Welke integratie? Vanuit welke visie op handicap? Wat voor leven maakt de zorg mogelijk of juist niet? 
Verschillende beroepen, al dan niet gespecialiseerd, komen met mensen met een handicap in aanraking. Een groot deel van de mensen met een handicap woont niet (meer) in instituten, maar thuis of in kleinschalige woonprojecten. 
De duizenden aanvragen voor tegemoetkomingen allerlei, die de publieke instanties te verwerken krijgen – b.v. 22000 per jaar bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap - moeten allemaal multidisciplinair geëvalueerden begeleid worden. 
Wie beroepsmatig met mensen met een beperking in contact komt, moet tegemoetkomen aan complexe hulpvragen: op het gebied van lichamelijke zorg, hulpmiddelen, opvoeding, ethiek, verwerking, onderwijs, relaties, werk en samenlevingsvormen.  Niemand kan alleen vanuit zijn vak nog een antwoord hierop geven. Het vraagt nieuwe competenties – kennis, vaardigheden en attitude - gebaseerd op een brede, synthetische visie. Er zijn lacunes in de bestaande opleidingen die op deze nieuwe competenties nauwelijks voorbereiden. Vanuit de basisopleiding tot arts verwerven de artsen onvoldoende kennis over lichamelijke, psychosociale, ethische en organisatorische aspecten van handicap. Artsen-specialisten hebben b.v. wel grondige kennis van enkele lichamelijke aspecten, maar missen vaak een overzicht en de meer psychosociale en belevingskant. Psychologen en orthopedagogen hebben dan weer onvoldoende kennis van de lichamelijke aspecten om soms moeilijke ethische of pedagogische adviezen te kunnen geven. Ook verpleegkundigen hebben nauwelijks wat over handicap in hun opleiding.

Eén van de belangrijkste gevraagde competenties is kunnen interdisciplinair samenwerken. Zowel evaluatie, zorg, onderwijs, en begeleiding van personen met een handicap vragen bij uitstek een interdisciplinaire integratie. Geen enkele beroepsgroep is vanuit de basisopleiding adequaat voorbereid om interdisciplinair samen te werken. Gedurende een tiental jaar hebben vier Vlaamse Universiteiten (UA-KUL-VUB-UG) samengewerkt met de Vereniging voor Artsen werkzaam in de Gehandicaptenzorg (VVAG) in een gespecialiseerde post-academische opleiding “Gehandicaptenzorg”, die voorbehouden was aan artsen en hoofdzakelijk gericht was op de “intramurale” zorg.  Deze werd vanaf 2004 omgevormd tot een interdisciplinaire master-na-master, die openstaat voor verschillende beroepsgroepen. 

Dat programma voldeed wel aan de behoefte aan een opleiding op het terrein van mensen werkzaam in de zorg voor personen met een beperking, maar stootte op een aantal organisatorische barrières: geen financieel draagvlak op de universiteit, in het ministerie, en (nog) geen maatschappelijke vereiste voor een diploma. Daarom werd nu gekozen voor een meer flexibel post-academisch navormingsprogramma, meer op maat gesneden van de behoeften op het terrein, en realistisch qua organisatie.

Uitgangspunten 

We gaan in deze opleiding uit van de nieuwe WHO definitie van de ICF ( International Classification of Functioning, Disability and Health, 2001)[1]. Deze legt, in vergelijking met de oude (1980) WHO trilogie “impairment, disability and handicap” die nog sprak over “consequenties van ziekte”, veel meer het accent op gezondheid, inclusief de beperkingen maar ook eventuele positieve aspecten. De ICF maakt nu een basisonderscheid tussen (1) lichamelijke structuren en functies en (2) activiteiten en participatie. “Handicap” is een overkoepelende term die het heeft over blijvende hindernissen op lichamelijk gebied als ook op het gebied van hinder bij het uitvoeren van activiteiten en deelname aan de samenleving. In de nieuwe terminologie spreken we niet meer van “de gehandicapten”, maar van “mensen met een beperking”. 

De accentverschuivingen - die o.m. tot uiting komen in de basisteksten van internationale organisaties zoals de Verenigde Naties[2], de organisaties van mensen met een handicap en academische publicaties van de Society for Disability Studies – zijn als volgt samen te vatten:

nadruk op participatie aan de samenleving (gelijke kansen & inclusie): naast de studie van de lichamelijke ( ook neurologische) belemmeringen is het minstens even belangrijk te bestuderen welke hinderpalen er in de samenleving bestaan die participatie belemmeren en hoe deze kunnen veranderd worden.

nadruk op de persoon i.p.v. defecten: een persoon is meer dan zijn ziekte of handicap; de persoon als uitgangspunt

een biopsychosociaal model van gezondheid

een salutogene kijk op functioneren: wat maakt dat iemand wel kan functioneren ondanks lichamelijke beperkingen

Omdat het terrein zo breed is, is het niet mogelijk om een grondige kennis in elk van de deelterreinen te verwerven. Daarom is in principe elke module een inleiding. Daarnaast worden optionele verdiepingsmodules aangeboden, met een aparte inschrijving.   
De vroegere term “gehandicaptenzorg” wordt vervangen door de term “handicapstudies”. “Gehandicaptenzorg”  heeft te veel de connotatie van “zorgen voor”, “slachtoffers”,”defecten”. De vroegere “gehandicapte” heet nu een “persoon met een beperking”.  Toch stellen we voor om de term “handicap-studies”[3] te gebruiken, die veel meer het emancipatorisch en integratief karakter benadrukt.

[1]World Health Organisation (2001), Introduction to International Classification of Functioning, Disability and Health, Geneve: WHO  (http://www3.who.int/icf/icftemplate.cfm ) 
  
[2]Standard Rules for Equal Opportunies for People with a Disability, United Nations, 1993; Convention on the Rights of People with Disability, 2006 

[3] Internationaal is het Engelse begrip “Disability Studies” geaccepteerd. We hebben in het Nederlands geen goed woord hiervoor. Het PHOS ( Platform Handicap en Ontwikkelingssamenwerking) beveelt  de term “handicapstudies” aan als vertaling  van “disability studies”

Contact

Lebeer Jo Tel. 03 265 29 18
jo.lebeer@uantwerpen.be