1940 - 1945

1940

Sluit het 7de leerjaar af met een 9de plaats op 41 leerlingen voor 'Uitmuntendheid' en een 39ste plaats voor 'Goed gedrag - vlijt - stiptheid'. Volgt tijdens het schooljaar 1940-1941 de 6de Latijnse aan hetzelfde college.

1941

Behaalt in de 6de Latijnse een 8ste plaats op 25 leerlingen met 65% van de punten. Verovert een eerste plaats voor Nederlands en Frans, maar is niet geslaagd voor rekenkunde. Krijgt geen vermelding voor 'Goed gedrag - vlijt - stiptheid'.
Verlaat het college en wordt op 16 april 1941 ingeschreven aan het Koninklijk Atheneum te Kortrijk. Verscheidene leraren van Claus aan het Atheneum zijn overtuigde nationalisten, die na de oorlog geconfronteerd zullen worden met de 'repressie': Albert de Jonghe, Jan Guillemin, Albert Gevaert.
Verblijft in het kader van de Kinderlandverschickung in Mecklenburg. Naar eigen getuigenis zou hij in dit oorlogsjaar voor het eerst het ouderlijk huis ontvlucht zijn richting Duitsland.

1942

Tot zijn klasgenoten uit de 5de (en 4de) Latijnse van het Atheneum behoren onder anderen Anatole Ghekiere en Miriam Soetaert, die hij het gedicht 'Grauwvuur' - gedateerd op de 22ste van de Zomermaand 1942 - schenkt. Behaalt een 19de plaats op 28 leerlingen met 63% van de punten. Voor Nederlands en Frans heeft hij 70%, voor wiskunde en natuurkunde 40%.

1943

Krijgt via kennissen een hele bibliotheek door de Duitsers in beslag genomen 'ontaarde' literatuur in handen. Komt in contact met werk van auteurs als Henri Barbusse, Ilja Ehrenburg, Lion Feuchtwanger, Klaus en Thomas Mann, Alfred Neumann, Jules Romains, Jakob Wassermann en Stefan Zweig.
Verovert in de 4de Grieks-Latijnse aan het Atheneum te Kortrijk in het schooljaar 1942-1943 een 11de plaats op 22 leerlingen en 65% van de punten. Behaalt voor Nederlands 80%, voor Frans en Latijn 70% en voor Grieks 60%. Krijgt geen vermelding voor wis- en natuurkunde.

1944

Is lid van de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen (N.S.J.V.). In het Halfmaandelijksch Order van april 1944 krijgen enkele leden een eervolle vermelding 'wegens hun inzet (hulp bij reddingswerken) te Kortrijk na de terreuraanval' van de Geallieerden. Voor 'de kameraden A. Callens, A. Ghekiere en H. Claus' is er een bijzondere vermelding 'voor wacht en hulp'.
Schrijft op 23 juni 1944 het bewaard gebleven opstel 'De lente in de stad'. Herneemt tijdens het schooljaar 1943-1944 de 4e Grieks-Latijnse aan dezelfde school. Eindigt 3de op 11 gerangschikte leerlingen, behaalt 79% van de punten, 80% voor Nederlands, Duits, Latijn, Grieks en 70% voor Frans. Verlaat de school op 15 juli 1944.
Na het beëindigen van de vijandelijkheden in september worden de drukkerij en het woonhuis aan de Oudenaardsesteenweg te Kortrijk door verzetslieden geplunderd. De drukkerij wordt onder sekwester geplaatst. Het gezin vlucht naar een bevriende drukker in Lovendegem. Jozef Claus wordt opgesloten in het zogenaamde interneringscentrum 'De Wikings' te Kortrijk, waar hij onder meer contact heeft met Willem Putman en Albert Carrein.
Hugo trekt met zijn moeder en zijn broers in bij grootmoeder 'Meerke' Vanderlinden aan de Statiestraat 21 te Astene bij Deinze.
Is tijdens het schooljaar 1944-1945 ingeschreven aan het Sint-Hendrikscollege te Deinze, en wel opnieuw in het 4de jaar van de Grieks-Latijnse humaniora.

1945

Schrijft te Astene omstreeks die tijd aan een historische roman over de 14de-eeuwse Vlaamse volksheld Zannekin.
Vriendschap met Etienne Thienpondt, zoals hijzelf ex-N.S.J.V.-er en zoon van een 'zwarte'.
Schrijft en tekent op 4 april 1945 onder de naam H.C. van Astene een vrije variatie op het thema van Heer Halewijn in het poëziealbum van Hilde Danneels, de dochter van de voormalige Astense hoofdonderwijzer. Antoon de Clerck ziet gedicht en tekening en brengt samen met zijn vriend Roger Raveel een bezoek aan Hugo Claus in het Sint-Hendrikscollege.
Stuurt vanuit de Statiestraat 21 te Astene gedichten naar het tijdschrift van Johan Daisne, Klaverdrie. Is van 24 september tot 2 oktober 1945 ingeschreven in het 3de leerjaar van het Lager Secundair aan de Handelsdagschool voor Jongelingen van het Provinciaal Handels- en Taalinstituut te Gent. Vriendschap met Remi Boeckaert, redacteur van het pas opgerichte tijdschrift Arsenaal en journalist van Het Laatste Nieuws.
Biedt op 20 december 1945 het Gentse bedrijf Universal Publicity Office aan een roman van hem uit te geven.

1946

Vader Claus wordt op 22 februari 1946 in voorlopige vrijheid gesteld en start in de Statiestraat 21 te Astene drukkerij Aurora.
Zoon Hugo huurt in het voorjaar met Antoon de Clerck een boerderijtje, gelegen aan de Damstraat 14 te Sint-Martens-Leerne. Hij leert aldaar de acht jaar oudere Magda Wieme kennen (9 november 1921), weduwe met twee dochtertjes. Hij volgt, naar verluidt, de beeldhouwklas aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten.
Hij illustreert enkele poëzieuitgaven van zijn vader, waaronder het omslag van een bundel Gedichten door ene E.W. Zuster, een publicatie van de Uitgaven Aurora te Astene.
Vader Claus verhuist op 20 september 1946 naar Moeskroen, Studentenstraat 5, waarheen ook drukkerij Aurora wordt overgebracht. Eén van de uitgaven van deze drukkerij is de bundel zogenaamde repressiepoëzie Loutering, door E. Rinaka - pseudoniem van Albert Carrein, schrijver van Miel Cools' latere succesnummer 'Boer Bavo knijpt de katjes in het donker' -, geïllustreerd door zoon Hugo onder het pseudoniem hugo c. van astene.
De leuze 'Nemo me impune lacessit' ('Niemand zal mij ongestraft vernederen'), gelezen in het Gentse stadspark, wordt zijn lijfspreuk.

1947

In juni 1947 verschijnt onder zijn eigen naam zijn eerste dichtbundel Kleine reeks bij Drukkerij-Uitgeverij Aurora te Moeskroen. Blijkbaar was het de bedoeling van de auteur via zijn vaders uitgeverij 'een reeks kleine plaquettes van jongere Vlaamse dichters' te publiceren, zoals hij schrijft aan Raymond Herreman.
Werkt met Anatole Ghekiere, met Manu Ruys en verantwoordelijke uitgever Frans van Mechelen mee aan het 'solidaristisch weekblad' Branding (maart-mei 1947), met bijdragen over plastische kunsten.
Oprichting van 'La Relève', een groep jonge Vlaamse kunstenaars, waartoe behoren Jan Burssens, Victor - 'Tito' - Van der Eecken, Camille D'Havé, Frans Piens, Roger Raveel, Jan Saverijs, Pierre Vlerick en Marcel Ysewijn. Claus is nauw bij de groep betrokken, schrijft over het werk van diverse leden en zal er in zijn tweede roman De hondsdagen(1952) een aardig beeld van borstelen.
Werkt van 16 oktober tot 12 december 1947 te Chevrières in Frankrijk bij de firma Duchène et Cie, 'Sucreries et Distillerie de Chevrières et de Froyères', om te ontkomen aan 'honger en vernederingen'.
Trekt in december 1947 naar Parijs met het geld verdiend door de verkoop van suiker op de zwarte markt. Ziet er in de Bar Vert, rue Jacob, de afgetakelde Antonin Artaud, die kort daarop (4 maart 1948) zal sterven, en aan wie hij het huldegedicht 'Voor de dichter Antonin Artaud' wijdt.

1948

De auteur plaatst het jaar 1948 in het teken van de 'onderdompeling in het surrealisme'. Via de bloemlezing van Selden Rodman, 100 American Poems (New York, 1948), maakt hij kennis met de moderne Amerikaanse poëzie.
Hij trekt naar Oostende, alwaar op dat moment ook zijn familie verblijft en Jozef Claus aan de Karel Janssenslaan 33 Drukkerij-Uitgeverij Carillon beheert. Blijkens briefhoofden uit die tijd is Hugo er directeur van.
Met Jan Walravens ontwikkelt hij het plan om bij Carillon een literair-cultureel jongerentijdschrift uit te geven, Janus, wat in oktober definitief mislukt wegens tegenkanting van Jozef Claus.
In Oostende ontmoet Hugo ook weer Dries Masure, ondertussen schrijver en uitgever geworden. Masure vraagt hem een roman te schrijven voor de uitgavenreeks Het Berghutje van zijn Oostendse Uitgeverij Unica naar het voorbeeld van de Amerikaanse succesliteratuur van die tijd. Hij beëindigt in september 1948 de roman De eendenjacht, de maand ook waarin hij een huurovereenkomst tekent met de eigenaar van het Oostendse Hôtel de Londres, Zeedijk 15, waar hij officieel blijft ingeschreven tot 1955.
In oktober 1948 verschijnt onder de naam H.C. zijn tweede dichtbundel Registreren bij Uitgaven Carillon.
Vat tegen het einde van het jaar het plan op om voor langere tijd in te schepen teneinde aan zijn vader te ontkomen.
Onder de naam van zijn oude schoolvriend Anatole Ghekiere publiceert hij in het november-nummer van Ons Verbond, het 'Orgaan van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond Gent', de bijdrage 'Een jongere van groot formaat: Hugo Claus: De Eendenjacht', geïllustreerd met een zelfportret van Claus door ene R. Cocteau.
Op 29 november 1948, na lectuur van De eendenjacht, adviseert Jan Walravens hem met een nieuwe roman deel te nemen aan de Leo J. Krijnprijs. Claus zet zich aan het schrijven van een tweede roman, die echter maar niet wil opschieten.

1949

Maakt na een poëzievoordracht in januari 1949 te Oostende kennis met Elly Overzier (Oostende, 25 november 1928). Vervult zijn dienstplicht vanaf 1 april 1949. Brengt de traditionele zes weken durende opleiding door in de Chartreuse-kazerne te Luik. Wapenbroeders zijn onder anderen Hugo Raes en Walter Gobbers.
Wordt in mei 1949 toegevoegd aan het Administratief Bataljon van het Ministerie van Defensie te Brussel. Hij is gelegerd in de Rolinkazerne te Etterbeek, en werkt in de Prins Boudewijnkazerne aan het Daillyplein te Schaarbeek. Hij verricht er journalistiek werk voor het officiële orgaan van het Belgisch leger Soldatenpost onder leiding van de latere hofmaarschalk Herman Liebaers.
Stelt tekeningen tentoon in de Oostendse boekhandel van Henri Vandeputte, Franstalig dichter en voormalig administrateur van de 'Palaces d'Ostende'. Intens contact met de moderne Franse literatuur.
Komt via Jan Walravens' jeugdvriend, de beeldhouwer Florent Welles in contact met de CoBrA-beweging.
Op 15 september 1949 verschijnt het eerste nummer van het Vlaamse avant-gardetijdschrift Tijd en Mens, waarvan Claus redacteur is, samen met onder anderen Jan Walravens en Remy C. van de Kerckhove. Vanaf oktober 1949 leven vader en moeder Claus gedurende langere periodes gescheiden.
Op 16 november 1949 bezetten de studenten van de R.U.G. het Gentse Gravensteen. Onder de naam van Anatole Ghekiere laat Claus in januari 1950 een 128 bladzijden tellend, studentikoos verslag van deze bezetting verschijnen Die waere ende suevere chronycke van sGraevensteene.
Ontstaan van de geïllustreerde bundel Herbarium, 15 ongepubliceerde 'teksten naar de natuur die Hugo Claus schreef en tekende voor Ellie, de nacht van 9-10 December '49' - zoals de ondertitel luidt -, de volgende dag (11 december) aangevuld met een uitvoerige, ook weer geïllustreerde commentaar.

© Georges Wildemeersch