Over het Hugo Claus Centrum

Het Studie- en Documentatiecentrum Hugo Claus, opgericht in 1996 en verbonden aan de Universiteit Antwerpen, maakt deel uit van het Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Nederlanden (ISLN).

Doelstelling

Het centrum wil de studie van het werk van Hugo Claus stimuleren, indien wenselijk coördineren en, waar nodig, oriënteren. Het wil dat doen onder meer door een systematisch geordend bestand van gegevens ter beschikking te stellen voor het onderzoek en door het bekend maken van gegevens, analyses en resultaten. Eén en ander gebeurt door middel van het bijwerken van deze website, het samenstellen van de periodieke publicatie van de Clausstudie Het teken van de ram, het organiseren van wetenschappelijke en culturele bijeenkomsten, het publiceren van studies, tekstedities en briefuitgaven, het verstrekken van informatie en materiaal voor verder onderzoek, tentoonstellingen, enzovoort.

Het centrum steunt alle initiatieven die bijdragen tot een betere kennis van Claus’ werk.

Projecten

De lopende projecten behoren hoofdzakelijk tot drie domeinen:

  • de biografie
  • de bibliografie
  • de studie van het werk

Biografie: het leven van Hugo Claus

Het centrum beschikt over een ruime collectie artikelen, interviews, getuigenissen en brieven, onontbeerlijk om een goed beeld te krijgen van het leven van de auteur en zijn netwerk van binnen- en buitenlandse contacten. In 2007 publiceerde Katrien Jacobs de correspondentie met Roger Raveel Brieven 1947-1962. In 2008 verscheen van de hand van Georges Wildemeersch de correspondentie met Simon Vinkenoog uit de jaren 1951-1956 Laat nooit deze brief aan iemand lezen. In de loop der jaren werd een reeks getuigenissen verzameld en stelde de auteur manuscripten en typoscripten, waaronder brieven, ter beschikking van het onderzoek. Een selectie uit de werkschriften die de auteur bij het schrijven van Het verdriet van België had aangelegd verscheen in 2008 onder de titel ‘Elk op zijn toer’. Nota’s voor Het verdriet van België. In 2009 verscheen De onbekende Oostakkerse gedichten met zeven tot dan toe onbekende gedichten.

Bibliografie: het werk van Hugo Claus

Het centrum verzamelt alle drukken en herdrukken van alle Clauswerken. In sommige gevallen – bijvoorbeeld van bibliofiele uitgaven – zijn hanteerbare en digitale kopieën beschikbaar. In 2004 verscheen een beschrijving van alle teruggevonden uitgaven onder de titel Hugo Claus. Voor twaalf lezers en een snurkende recensent. Bibliografie van de afzonderlijk verschenen werken, samengesteld door Katrien Jacobs, Kris Landuyt, Kris Lembrechts en Georges Wildemeersch. Het centrum beschikt ook over een ruime collectie vertalingen, verspreide publicaties, in kleine oplagen vervaardigde toneel- en filmscripts, enzovoort. 

Bibliografie: over het werk van Hugo Claus

Het centrum beschikt over een omvangrijk knipselarchief, dat bestaat uit enkele duizenden artikelen, essays, besprekingen, recensies en interviews. Aan de ontsluiting ervan, met name via de website, wordt verder gewerkt. Onder ‘Oeuvre’ > ’Literatuur’ > ‘Secundaire literatuur’ is een chronologische lijst opgenomen van alle afzonderlijke publicaties over Claus (boeken, brochures, tijdschriften, boekenbijlagen). 

Medewerking

Het Clauscentrum ontvangt in dank alle materiaal dat het archief vollediger en het gebruik ervan efficiënter kan maken. Het centrum werd het voorbije decennium gesteund door diverse instellingen en bedrijven, waaronder de Universiteit Antwerpen, de Amsterdamse uitgeverij De Bezige Bij (Suzanne Holtzer) en het Antwerpse Antiquariaat de Slegte (Kris Landuyt). Bij de uitbouw van het archief was in de eerste plaats de hulp van Hugo Claus en van Elly Overzier en Veerle de Wit onontbeerlijk. Ook Roger Raveel en Frans Redant stelden gul materiaal ter beschikking. Het centrum kon steeds een beroep doen op enkele eminente verzamelaars en kenners als Guy Coolen, Herman Halet, Stephan Jonckheere en Wim Maegh. Aan de uitbouw van het archief hebben Edward Vanhoutte, Gwennie Debergh, Kris Lembrechts, Saskia De Coster, Katrien Jacobs en Sarah Beeks meegewerkt. Fleur Zijp (Universiteit Utrecht), Merel van Goch en Kaat Donné (Universiteit Antwerpen) hebben in het centrum stage gelopen en uit diverse archieven, waaronder dat van het Nederlands Toneel Gent (NTG), materiaal verzameld.