Prijzen

1950

Leo J. Krijnprijs.
Prijs van de uitgeverij Manteau voor de beste onuitgegeven roman ter waarde van 25.000 BEF werd toegekend voor het manuscript van De eendenjacht, de latere roman De Metsiers (1951). De jury bestond uit François Closset, André Demedts, Willem Elsschot, Raymond Herreman en Willem Pelemans.

1952

Arkprijs van het Vrije Woord.
Hugo Claus kreeg deze prijs, ingesteld en toegekend door de redactie van het Nieuw Vlaams Tijdschrift, voor de roman De Metsiers.

1955

Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur.
De prijs (periode 1952-1954) werd unaniem toegekend voor Een bruid in de morgen (1955). De jury bestond uit Lode Baekelmans, Fred Engelen, Jan Grootaers (secretaris), Hubert Lampo en Herman Teirlinck (voorzitter).

Prix Lugné-Poë.
Prijs voor het beste toneelspel dat in het seizoen te Parijs werd opgevoerd, toegekend voor Andréa ou la fiancée du matin, de Franse vertaling van Een bruid in de morgen, die werd gecreëerd in de Mardis de l'Oeuvre te Parijs in een regie van Sacha Pitoëff en met Jean-Louis Trintignant in de rol van Thomas.  

Prix Bonjour Promesse, Prix Bonjour Jeunesse, Prix de la Jeunesse, Prix Françoise Sagan...
Ter gelegenheid van de publicatie van Jours de Canicule, de Franse vertaling van De hondsdagen (1952), nodigde uitgever Jean-Claude Fasquelle een aantal Franse schrijvers en vedetten - onder wie Françoise Sagan, Auguste Le Breton, Dominique Wilms en Renée Lebas - uit om, in aanwezigheid van de pers, met de auteur deel te nemen aan een "souper-garden-party (aux chandelles)" op de scène van het Théâtre de l'Oeuvre. Bij die gelegenheid werd Claus een bloemenkrans op het hoofd gedrukt, een daad die in tientallen foto-varianten werd vastgelegd en over het hele Franse grondgebied, inclusief Algerië, in diverse lokale kranten werd verspreid. In Franc-Tireur van 29 maart 1955 heet het dat men Claus, omringd door mooie vrouwen, "coiffait, histoire de rire, d'une couronne de fleurs qui pouvait à la rigueur évoquer des lauriers". De République du Centre (Orléans, 30 maart) plaatst het feit dat Claus werd gekroond ('couronné') tussen aanhalingstekens. Libération (29 maart) heeft het over "l'opération 'Bonjour promesse'", maar Le Berry Républicain (Bourges, 29 maart) maakt er als eerste "le Prix Bonjour-Promesse" van. Onder de titel "Bonjour, promesse..." hebben vanaf 30 maart diverse kranten het over een heuse prijs, "le Prix de la Jeunesse". Op 31 maart luidt het in Volksgazet: "Françoise Sagan, die onlangs bekendheid verwierf met haar roman Bonjour Tristesse, heeft te Parijs de naar haar genoemde prijs voor letterkunde uitgereikt aan de jonge Vlaamse schrijver Hugo Claus voor zijn roman De hondsdagen." De Post van 17 april probeert het nog te hebben over het feit dat de schrijver "symbolisch gekroond" werd, maar wanneer ook de Haagse Post van 28 mei spreekt van een "frisse, groene onderscheiding", die luistert naar de naam "Bonjour Promesse" is een nieuwe literaire prijs geboren...

1956

Letterkundige Prijs van de stad Gent.
Prijs van 15.000 BEF voor auteurs tot 40 jaar, toegekend aan Hugo Claus voor de eenakter De getuigen.

1957

Ridder in de Orde van Leopold II.
Toegekend bij Koninklijk Besluit van 3 april 1957 op voordracht van de Minister van Onderwijs Leo Collard.

1959

Referendum der Vlaamse Letterkunde.
Onderscheiding op basis van een enquête bij letterkundigen, toegekend door de Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekwezen voor de verhalenbundel De zwarte keizer (1958). Aan de bekroning is geen geldsom verbonden. In 1963 zal de VBVB wijzen op de gebleken geringe belangstelling van de auteur voor deze onderscheiding:

Ford Foundation Grant.
Een commissie in New York onder leiding van de Amerikaanse uitgever en auteur James Laughlin koos uit 67 aanvragen uit 15 landen. Tot de geselecteerden behoorden, behalve Claus, onder andere Fernando Arrabel, Claude Ollier, Italo Calvino en Robert Pinget. Hen werd een 'grant' toegekend 'to participate in the Young Artists Project 1959-60 (Creative Writers)', een programma voor jonge kunstenaars dat onder de auspiciën stond van het Amerikaanse Institute of Educational Exchange en gefinancierd werd door een schenking van de Ford Foundation. De schrijvers ondernamen een reis door de Verenigde Staten van begin november 1959 tot april 1960.

1960

Koopalprijs.
Tweejaarlijkse prijs van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur voor de beste vertaling in het Nederlands, periode 1958-1959. De jury, bestaande uit François Closset, Robert Foncke, R. Guiette, Karel Jonckheere en Emile Langui (voorzitter), bekroonde Onder het melkwoud, Claus' vertaling van Dylan Thomas' Under Milk Wood. De prijs bedroeg 20.000 BEF en hield blijkbaar een reisverplichting in. Met zijn vrouw en zijn vriend Christopher Logue reisde Claus in 1960 naar Griekenland en Turkije.

1963

Referendum der Vlaamse Letterkunde.
Onderscheiding op basis van een enquête bij letterkundigen, toegekend door de Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekwezen voor de roman De verwondering (1962). Claus weigerde de bekroning.

Boekenmarkt-prijs.
Prijs van f 1000, toegekend aan Aster Berkhof. Aanvankelijk wilde men Hugo Claus de prijs geven. Hij liet echter weten niet voor bekroning in aanmerking te willen komen.

1964

Prijs voor het visualiseren van poëzie.
Prijs toegekend op het Festival te Antwerpen voor de TV-film Antologie.

Referendum der Vlaamse Letterkunde.
Onderscheiding op basis van een enquête bij letterkundigen, toegekend door de Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekwezen voor de roman Omtrent Deedee (1963). Evenals het jaar voordien weigerde de auteur de bekroning.

August Beernaertprijs.
Deze prijs van de Koninklijke Vlaamse Akademie voor Taal- en Letterkunde, groot 10.000 BEF, werd Claus toegekend voor de roman De verwondering.

1965

Henriëtte Roland Holst-prijs. Prijs van f 1.000 toegekend door de Henriëtte Roland Holst-stichting voor zijn gehele toneeloeuvre. In de jury zaten Pierre H. Dubois, Ben Stroman en Erik Vos.

1967

Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur.
De prijs ter waarde van 125.000 BEF werd voor de periode 1964-1966 toegekend aan Hugo Claus. Volgens de enen gold de prijs De dans van de reiger (1962), volgens de anderen, waaronder de auteur, Uilenspiegel (1965). De jury bestond uit vier regisseurs, nl. Maurits Balfoort, Jo Dua, Dré Poppe en Walter Tillemans, onder voorzitterschap van de vorige laureaat Jozef van Hoeck.

Edmond Hustinx-prijs voor Nederlandstalige toneelschrijvers.
Officieel de prijs van de organisatiecommissie Contact Nederlandse en Vlaamse Toneelauteurs ter aanmoediging en bekroning van toneel-, radio- en TVschrijvers uit België en Nederland. Prijs ter waarde van f 1.000 toegekend voor Claus' gehele toneeloeuvre. De jury bestond uit Frans Cools, H.C. Dobbelstein, Jan Willem Hofstra (voorzitter), Hans Keuls, Paul van Morckhoven en Nico de Vrede.

1971

Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie.
De prijs (periode 1968-1970) met een waarde van 125.000 BEF werd toegekend voor de bundel Heer Everzwijn (1970). De jury was samengesteld uit Clem Bittremieux, Christine D'Haen (secretaris), Marnix Gijsen (voorzitter), Mathieu Rutten en Jean Weisgerber. De bekroonde bundel bekwam 3 stemmen.

Ridder in de Kroonorde.
Toegekend bij Koninklijk besluit van 18 oktober 1971 op voordracht van de Minister van de Nederlandse Cultuur Frans van Mechelen.

1973

Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur.
De prijs (periode 1970-1972) met een waarde van 125.000 BEF werd toegekend voor het toneelstuk Vrijdag (1969). De jury bestond uit Bert van Kerckhoven (voorzitter), Jaak van Schoor, Bert Struys, Carlos Tindemans en Emma Vorlat.

1979

Driejaarlijkse Cultuurprijs van de stad Gent.
De prijs, groot 100.000 BEF, is bestemd voor een kunstenaar wiens werk een algemeen Nederlands karakter heeft, prestigieus is en verbonden is met Gent. De jury bestond uit voorzitter R. Vandewege, secretaris A. Wijffels, een lid van de vier grote politieke partijen en uit Pieter G. Buckinx, André Demedts, Karel Jonckheere, Garmt Stuiveling en A. van Elslander. De prijs werd berucht omdat bij de uitreiking slechts een handvol toeschouwers aanwezig was; foto's van een quasi lege raadzaal gingen de pers rond met koppen als 'Op eenzame hoogte' en 'Hugo Claus, een onbekende?'

Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur.
De prijs (periode 1976-1978) werd toegekend voor de Euripides-bewerking Orestes (1976) en voor het toneelstuk Jessica! (1977). De jury bestond uit Dina Van Berlaer-Hellemans, Johan Boonen, Guido van Hoof, Jaak van Schoor en Walter Tillemans.

Constantijn Huygensprijs.
Jaarlijkse oeuvreprijs van de Jan Campertstichting te 's-Gravenhage, groot f 8.000. Juryleden waren Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan, Anton Korteweg, André Matthijsse, Harry Scholten en Paul de Wispelaere.

1984

Driejaarlijkse Staatsprijs voor Verhalend Proza.
De prijs (periode 1981-1983) werd toegekend voor Het verdriet van België (1983). In het juryrapport werd met name het eerste gedeelte van de roman, 'Het verdriet', geprezen.

1985

Cestoda-prijs.
Jaarlijkse prijs, bestaande uit een gegraveerd bekertje en een vast bedrag van f 53,64 ter bekroning van een auteur die de Nederlandse taal in al haar genres moeiteloos beoefent, toegekend door de eerste winnaar van deze fake-prijs Nico Scheepmaker.

1986

Prijs der Nederlandse Letteren.
Driejaarlijkse oeuvreprijs ter waarde van 320.000 BEF ingesteld door de regeringen van Nederland en Vlaanderen en georganiseerd door de Nederlandse Taalunie. De jury bestond uit Tom van Deel, W. Duthoy (secretaris), Kees Fens, A.M. Musschoot, L. Simons (voorzitter), A.L. Sötemann en Paul de Wispelaere.

Herman Gorter-prijs.
Jaarlijkse poëzieprijs, groot f 10.000, door het Amsterdams Fonds voor de Kunst toegekend voor de bundel Alibi (1985). De jury bestond uit Guus Middag, Adriaan Morriën en Martin Reints.

1987

Achilles Van Acker-prijs.
Tweejaarlijkse prijs (periode 1986-1987) ter waarde van 150.000 BEF, toegekend door de Achilles Van Acker-stichting voor, zoals het juryrapport stelt, "de sociale bewogenheid" die "grote gedeelten van zijn oeuvre kenmerkt".

Prijs van de Vlaamse Lezer.
Prijs ter waarde van 150.000 BEF toegekend op basis van een enquête in de boekhandels van Het Volk, VTB-VAB en De Standaard voor de roman Het verdriet van België.

1989

Humo's Gouden Bladwijzer.
Onderscheiding op basis van een enquête bij lezers van het weekblad Humo ter waarde van 100.000 BEF voor de roman Het verdriet van België.

Grand Prix de l'humour noir.
De Franse prijs "le XXXVIe Grand prix de l'humour noir Xavier Fonneret" werd in de eerste ronde unaniem toegekend aan "l'humoriste belge Hugo Claus pour son roman L'espadon, aux éditions de Fallois-L'âge d'homme et pour son receuil de nouvelles L'amour du prochain, paru aux éditions Maren Sell" (L'Ardennais, 15 november 1989).

1994

Gouden Erepenning van de Vlaamse Raad.
Claus heeft bedankt voor deze jaarlijkse bekroning uitgereikt aan personen of verenigingen die zich langdurig en aanwijsbaar verdienstelijk hebben gemaakt voor de geestelijke of materiële ontplooiing of voor het welzijn of de welvaart van de Vlaamse gemeenschap.

VSB-poëzieprijs.
Jaarlijkse poëzieprijs van de Stichting Verenigde Spaarbanken-fonds, groot f 50.000. De jury onder voorzitterschap van Hugo Brems koos de bundel De sporen (1993) uit zeven genomineerde werken.

1995

Prijs voor Meesterschap.
Vijfjaarlijkse prijs ingesteld door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden voor in de loop van de tijd bewezen meesterschap op literair of cultuurhistorisch gebied. Deze prijs werd Claus toegekend voor zijn gehele oeuvre door een jury samengesteld uit Hugo Brems, Kester Freriks, Anton Korteweg (voorzitter) en Rudi van der Paardt.

1997

Libris Literatuurprijs.
Prijs gesponsord door de Libris-boekhandels met als doel de belangstelling voor de Nederlandstalige literatuur te bevorderen en de bekroonde auteur in staat te stellen zich een jaar zonder financiële zorgen aan het schrijven te wijden. De prijs ter waarde van f 100.000 werd Claus toegekend voor de roman De geruchten (1996) door een jury bestaande uit Graa Boomsma, Wim Dik (voorzitter), Dick van Halsema, M. van Paemel en Hanneke Wijgh.

Prix International Pier Paolo Pasolini.
Prijs ingesteld door de schrijver Kazik Hentchel, toegekend aan een veelzijdig kunstenaar door een jury bestaande uit 24 leden, waaronder Fernando Arrabal, John Boorman, Klossowski, Gabriel Matzneff, Raoul Ruiz, Roland Topor en François Weyergans. Aan de prijs is geen geldsom verbonden, wel een beeldje van Topor en een gravure van Jean Miotte.

Humo's Gouden Bladwijzer.
Onderscheiding op basis van een enquête bij lezers van het weekblad Humo ter waarde van 100.000 BEF voor de roman De geruchten.

1998

Aristeion Literatuurprijs.
Prijs ingesteld door de Europese Unie ter waarde van 20.000 ecu, toegekend aan Claus voor de roman De geruchten.

1999

Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap voor de bekroning van een schrijversloopbaan.
Oeuvreprijs ter waarde van 1 miljoen BEF.

2000

Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies 1998 voor het gezamenlijke oeuvre van een auteur.
Oeuvreprijs.

Premio Nonino.
Prijs toegekend voor La sofferenza del Belgio, de Italiaanse vertaling van de roman Het verdriet van België.

2001

Preis für Europäische Poesie 2001.
Deze prijs van de stad Münster ter waarde van 30 000 DM werd op 6 mei 2002 toegekend aan Hugo Claus en zijn vertalers Maria Csollany en Waltraud Hüsmert. De prijs 'ehrt den Gedichtband eines Autors und dessen eigenständige Übersetzung. Die Berücksichtigung der übersetzung verleiht dem Preis einen besonderen Charakter'. Claus wordt gelauwerd voor zijn hele oeuvre.

2002

Prix de consécration Herman Closson, SACD.
Oeuvreprijs.

Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies 2001 (voor een verzenbundel).
Prijs toegekend voor de bundel Wreed Geluk (1999).

Leipziger Buchpreis zur Europäischen Verständigung.
Deze prijs van de stad Leipzig wordt sinds 1994 jaarlijks toegekend aan een schrijver die met zijn werk de verstandhouding binnen Europa heeft bevorderd. De prijs, ter waarde van 10.000 euro, werd toegekend voor zijn gehele oeuvre.

2005

Cultuurprijs Vlaanderen 2005 voor Algemene Culturele Verdienste.

© Georges Wildemeersch