Blaasinfecties zijn doorgaans relatief onschuldig, maar soms leiden ze tot zwaardere gezondheidsproblemen. Onderzoekers van de Universiteit Antwerpen identificeerden nu in de E. coli-bacteriën een specifiek gen dat verantwoordelijk is voor die zwaardere infecties.

De E. coli-bacterie is een van de meest voorkomende bacteriën in het menselijk lichaam. Ze speelt onder meer een rol in de vertering van voedsel. De aanwezigheid van het micro-organisme is veelal onschuldig, maar E. coli is ook een belangrijke oorzaak van blaasontstekingen. De meerderheid van de blaasontstekingen verloopt vrij mild, maar in sommige gevallen leidt een ontsteking tot zwaardere gezondheidsproblemen, zoals nier- of bloedinfecties.


Eén specifiek gen

De medische wetenschap kan vandaag nog niet voorspellen welke infectie relatief onschuldig zal verlopen en welke kan evolueren tot een, in het slechtste geval, levensbedreigende ziekte. In samenwerking met collega’s uit Denemarken en de Verenigde Staten wisten onderzoekers van de Universiteit Antwerpen nu een eerste deel van het mysterie te ontrafelen.

“In een grootschalig onderzoek hebben we het volledige genetisch materiaal van een kleine duizend E. coli-bacteriën onder de loep genomen”, vertellen prof. Sandra Van Puyvelde en dr. Michael Biggel. Zij zijn verbonden aan het Laboratorium voor Medische Microbiologie, onder leiding van prof. Herman Goossens. “We identificeerden de specifieke genetische factoren die geassocieerd worden met zware, invasieve nier- en bloedinfecties. We stelden vast dat één gen, dat we kennen als ‘papGII’, meermaals voorkomt binnen de E. coli-populatie. Dat gen vormt nieuwe genetische lijnen die significant tot zwaardere infecties leiden.”

 

Zes eilandjes

Het papGII-gen bevindt zich op een zogeheten mobiel genetisch eiland, en kan in het genetisch materiaal van een E. coli-bacterie worden opgenomen. Van Puyvelde: “We hebben zes dominante types van dit eiland geïdentificeerd en aangetoond dat dezelfde genetische eilanden over reeds lange periode in de populatie van E. coli-bacteriën circuleren.”

Een paper over de studie verschijnt in het toptijdschrift Nature Communications. Het onderzoek legt ook de basis om voor andere bacteriën en infecties te onderzoeken waarom een infectie soms wel en de andere keer niet tot een zware infectie leidt. Bovendien tonen bacteriën steeds vaker alarmerende resistentie tegen antibiotica, en is het daarom cruciaal om infecties beter te begrijpen. Het blijft echter een complexe puzzel, waarbij ook de rol van de patiënt met eventuele risicofactoren niet uit het oog mag verloren worden.