In nieuw onderzoek tonen wetenschappers van de universiteiten van Luik en Antwerpen aan dat Belgische steden andere uitheemse plantensoorten herbergen dan het platteland. Die stedelijke soorten komen typisch uit warme en droge inheemse klimaten en zijn beter aangepast aan droogte en hitte. Door zomers als de huidige zouden soorten zoals de hemelboom wel eens overal kunnen gaan domineren.

Het is al lang duidelijk dat het in de stad warmer is dan op het platteland. We noemen dit verschijnsel het "stedelijk hitte-eiland"-effect. De grote hoeveelheden geplaveide oppervlakken in de stad absorberen overdag veel warmte.
De indeling van de gebouwen vormt bovendien 'stedelijke canyons' met verminderde windsnelheid, die gemakkelijk warmte vasthouden. Die warmte wordt geaccumuleerd door de zon, maar ook door menselijke activiteiten zoals airconditioners. 

“Daarom omhult de hete lucht de steden op warme dagen als een deken”, legt Jonas Lembrechts (UAntwerpen) uit. “Bovendien is de bodem in de stad vaak droger dan op het omringende platteland: er vloeit meer water weg, en de extra warmte zorgt voor snellere verdamping.”Wetenschappers vermoedden daarom al lang dat dit warmere en drogere stadsklimaat (dat in onze streken overeenkomsten vertoont met een mediterraan klimaat) soorten zou aantrekken die de voorkeur geven aan die omstandigheden. Dit blijkt nu het geval te zijn voor uitheemse boomsoorten, zegt nieuw onderzoek van de universiteiten van Antwerpen en Luik. De onderzoekers gingen na waar uitheemse boomsoorten uit warmere en drogere – of koelere en nattere – inheemse klimaten zich bij voorkeur ophielden. Wat zij ontdekten is dat, hoewel de meeste uitheemse soorten dominant zijn in de stadsrand waar ze uit tuinen zijn ontsnapt, soorten uit warmere en drogere klimaten veruit dominant zijn in de stad, en omgekeerd.

Probleemsoorten in de toekomst?

Tot voor kort waren bomen van warmere origine (ze zien er vaak ook tropisch uit) noodgedwongen beperkt tot de stad, omdat de klimatologische omstandigheden op het platteland gewoon niet geschikt waren. Nu onze zomers echter steeds droger en warmer worden, maar ook onze winters niet meer zo koud zijn, breiden de juiste omstandigheden voor hun ontwikkeling zich uit.Daardoor neemt de kans toe dat deze stedelijke exoten, zoals de hemelboom of de Anna Pauwlonaboom, ook op het platteland meer en meer aanwezig zullen zijn. Die verspreiding kan dan ten koste gaan van de inheemse biodiversiteit op het platteland, die toch al verzwakt is door droogte en hittegolven.

Schaduw vermijdt hittestress

Ondanks de voorkeur van tropische boomsoorten voor het stadsklimaat, hadden alle soorten in de studie – uit warmere of koelere inheemse klimaten – tijdens hittegolven te lijden onder hitte en blootstelling aan de zon. Daarentegen hadden ze allemaal lagere stresswaarden wanneer ze groeiden op schaduwrijke plekken, hetzij van gebouwen, hetzij van bomen.

Lembrechts: “Hoewel de aanwezigheid van stedelijke structuur dus voor veel hogere temperaturen zorgt dan hoge vegetatie, wordt dat koelende effect van de vegetatie deels tenietgedaan tijdens periodes van extreme droogte. De droge vegetatie kan namelijk geen evapotranspiratie meer verrichten (d.w.z. niet meer zweten waardoor de lucht niet meer wordt afgekoeld), wat bijvoorbeeld zichtbaar is wanneer men in de buurt van gewassen of over door de zon verschroeide gazons loopt.”Deze resultaten suggereren dat tropische soorten evengoed last hebben van stress tijdens een hittegolf zoals hun tegenhangers uit koelere regio’s, maar dat zij beter met zulke langere periodes van stress kunnen omgaan.

Géron et al. Woody invaders from contrasted climatic origins istribute differently across the urban-to-rural gradient in oceanic Europe – Is it trait-related? https://doi.org/10.1016/j.ufug.2022.127694

Bijgevoegde afbeeldingen: Charly Géron