Toegepaste Ingenieurs­wetenschappen

Francqui-Leerstoel

Op voorstel van de universiteiten, kent de Francqui-Stichting elk jaar een aantal Francqui-Leerstoelen toe. 

Voor academiejaar 2020-2021 mag de Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen een binnenlandse leerstoel toekennen. Deze eer gaat naar prof. dr. ir. Jo Dewulf. Promotor voor deze Leerstoel is prof. dr. ir. Pieter Billen.

De Faculteit nodigt u graag uit voor de inaugurale lezing op 21 april en voor de lezingenreeks.

Jo Dewulf​

Jo Dewulf (1969) werkt samen met de vakgroep Groene Chemie en Technologie aan de Universiteit Gent. Hij leidt de groep Sustainable Systems Engineering (STEN) en richt zich op schone productie met een team dat momenteel bestaat uit doctoraats- en postdoctorale onderzoekers en masterstudenten.

Na zijn ingenieursstudies (maxima cum laude, 1992) en doctoraatsstudies (maxima cum laude, 1997) aan de Universiteit Gent en postdoctoraal onderzoek zowel aan de Universiteit Gent als aan de Technische Universiteit Delft, werd hij assistent-professor (2003), associate professor (2007) en full professor (2012) Clean Technology aan de Universiteit Gent. Van 2013 tot 2015 was hij werkzaam als senior wetenschapper in de eenheid Duurzaamheidsbeoordeling van de Europese Commissie - Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek in Ispra (Italië). Van 2019 tot 2020 was hij gastprofessor aan de ETH Zürich bij de groep Ecological Systems Design. Voor zijn wetenschappelijk werk behaalde hij in 2008 de prijs van de laureaat van de Koninklijke Academie van Wetenschappen en Kunsten van België. 

In zijn onderzoek richt hij zich sterk op schone technologie, d.w.z. het zoeken naar preventieve acties binnen productieprocessen en waardeketens. Hiervoor maakt hij grondige analyses op proces-, fabrieks- en algemeen industrieel systeemniveau, gebaseerd op life cycle thinking en thermodynamische principes, om zo de mogelijkheden tot verbetering te achterhalen. 

Naast methodologische verbeteringen zijn er ook implementaties en samenwerkingen met industriële partners in de praktijk gebracht op drie gebieden: fijnchemie en farma, agro/bio/food, en secundaire en primaire grondstoffen. Er wordt samengewerkt met instellingen als EU KIC EIT Grondstoffen, EC-DG JRC, OVAM etc. Ook wordt er onderzoek gedaan in samenwerking met individuele bedrijven zoals met Johnson&Johnson - Janssen Pharmaceutica, Oleon, Organic Waste Systems, Syral, Indaver, Umicore, Solvay, Deme, Engie, Arcelor etc. Zijn team is ook partner van het Vlaams Steunpunt Duurzaam Materiaalbeheer 'Circulaire Economie', in verschillende speerpuntprojecten van de cluster (Catalisti, Flanders' Food, Blue Cluster). Hij was coördinator, werkpakketleider of partner in verschillende projecten binnen het Horizon 2020-programma (RePair, Glopack, C123, INCITE, Orienting, Circular Foodpack ...), EU KIC EIT Grondstoffen (SUPRIM, PANORAMA ...). 

Sinds zijn betrokkenheid bij de Europese Commissie concentreert hij zich verder op het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen, bv. efficiënt gebruik van hulpbronnen, kritisch omgaan met hulpbronnen, geïntegreerde duurzaamheidsbeoordeling en gebruik van secundaire hulpbronnen. Hij is voorzitter van de Europese VinylPlus-toezichtcommissie en lid van de OG EIP Raw Materials (EC) en van de International Roundtable on Criticality. Het werk is ook gericht op zuidelijke landen, met voltooide en lopende MSc- en PhD-projecten in samenwerking met Cuba, Chili, Brazilië, Kenia, Vietnam... 

Zijn werk is zichtbaar op de internationale scène, met ongeveer 300 peer reviewed papers in internationale tijdschriften. Hij assisteerde bij verschillende internationale conferentieorganisaties en internationale tijdschriften, bijvoorbeeld bij de redactie van de RCR. In 2016 verscheen het tweede door hem geredigeerde Wiley-boek: "Duurzaamheidsbeoordeling van duurzame producten: Methoden en casestudies".