Sociale patronen in taalgebruik op sociale media

De invloed van leeftijd, gender en sociale-klasse-indicatoren op de informele online schrijfpraktijk van tieners

Lisa Hilte (CLiPS) bestudeerde voor haar proefschrift de sociale variatie in de informele online schrijftaal. Daarvoor analyseerde ze 400.000 chatberichten van meer dan 1000 Vlaamse tieners. Ze onderzocht de invloed op deze chattaal van leeftijd, gender, sociale klasse, studierichting en het beroep van de ouders.

Oudere tieners, theoretisch opgeleide ASO-leerlingen en jongeren uit de bovenklasse produceren standaardtaligere chatberichten dan respectievelijk jonge tieners, praktisch opgeleide BSO-leerlingen en jongeren uit de arbeidersklasse. Leerlingen die een ‘hybride’ TSO-opleiding volgen, nemen geen talige tussenpositie in, maar hanteren een meer variabele online schrijfstijl.

Jongens en meisjes blijken verschillende soorten niet-standaardtaligheid te verkiezen: jongens prefereren traditionele niet-standaardtalige kenmerken (bv. regionaal taalgebruik) terwijl meisjes meer de expressieve-typografische markers hanteren die eigen zijn aan het online genre (bv. emoji).

Voorbeelden uit de verzamelde chatberichten:

(1) Jongen, 16 jaar: En ik zen nog gevalle me mijne velo ook (‘En ik ben nog gevallen met mijn fiets ook’)

(2) Meisje, 15 jaar: Hopelijk zie ik jullie dan!!!! 😄😄😘👀

Belangrijk is dat jongeren uit het BSO en/of uit arbeidersmilieus minstens evenzeer aansluiting vinden bij de online schrijfcultuur als hun leeftijdsgenoten met een andere achtergrond: zij benutten volop de nieuwe communicatieve mogelijkheden van digitale media.

Online taalgebruik onthult ASO- of BSO-opleiding - maar niet voor jongeren zelf

Met classificatie-algoritmes trachtte Lisa Hilte de studierichting van middelbare scholieren te voorspellen via hun socialemediaberichten. Het onderscheid tussen ASO- en BSO-leerlingen blijkt relatief duidelijk door stilistische chattaalkenmerken, maar het herkennen van TSO-studenten is moeilijker.

Uit een enquête onder Vlaamse tieners blijkt dat ze zich goed bewust zijn van gender- en leeftijdsgerelateerde sociolinguïstische variatie. Wat studierichting betreft, blijkt dit bewustzijn echter nagenoeg afwezig. Een sterke registergevoeligheid wordt – ongeacht het profiel van de jongeren – waargenomen rond prototypische kenmerken van online schrijftaal, alsook een sterk gedeeld aanvoelen van potentiële negatieve connotaties van bepaalde chattaalkenmerken.

Chattaal in onderzoek en onderwijs

Lisa Hilte vervolgt haar onderzoek naar Vlaamse chattaal door de focus te verleggen naar hoe tieners hun informele online taalgebruik aanpassen aan hun gesprekspartner. Ze zal in kaart brengen welke sociale en contextuele factoren dit proces van accommodatie beïnvloeden.

Reinhild Vandekerckhove brengt in het opleidingsonderdeel Sociolinguïstiek van online communicatie het onderzoek naar chattaal in de master taal- en letterkunde (algemene taalwetenschap) en de master taalkunde. Ze toont in dit vak het verband tussen online taalgebruik en gender, leeftijd en identiteitsconstructie. De studenten werken er zelf een casestudie uit.