Huub Dijstelbloem -

Naar aanleiding van de bundel Onzekerheid troef. Het betwiste gezag van de wetenschap (2011) bespreekt Huub Dijstelbloem op 22 mei 2013 aan de hand van actuele vraagstukken hoe het met de betrouwbaarheid van wetenschappelijke kennis is gesteld en hoe conflicten tussen burgers, politiek en experts ontstaan, maar ook beslecht kunnen worden. Many Claeys geeft repliek. 

Over de sprekers

Huub Dijstelbloem is verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in Den Haag en aan de leerstoelgroep Wetenschapsfilosofie van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Eerder was hij bij het Rathenau Instituut verantwoordelijk voor Technology Assessment aan het parlement. Hij publiceert veelvuldig over kwesties op het snij¬vlak van wetenschap, technologie en politiek. Zijn meest recente boeken en bundels onder coredactie zijn Bestemming gewijzigd. Moderniteit en stedelijke transformaties (2013), Onzekerheid troef. Het betwiste gezag van de wetenschap (2011), Migration and the New Technological Borders of Europe (2011), Het gezicht van de publieke zaak. Openbaar bestuur onder ogen (2010), De migratiemachine (2009) en Politiek vernieuwen. Op zoek naar publiek in de technologische samenleving (2008). 

Huub Dijstelbloem

Manu Claeys is schrijver, activist en voorzitter van stRaten-generaal. In de jaren negentig werkte hij als fondsredacteur voor de uitgeverijen Kritak en Van Halewyck. In 2000 schreef hij met Het Vlaams Blok in elk van ons het eerste kerstessay voor De Standaard. In de daarop volgende jaren publiceerde hij over cultuurparticipatie, politiek, ecologie en stadsontwikkeling. Sinds 2005 is hij vooral bekend omwille van zijn debatvoering over het Oosterweeldossier. In maart 2013 publiceerde hij daarover het boek Stilstand. Over machtspolitiek, betweterbestuur en achterkamerdemocratie, waarin met praktijkvoorbeelden o.a. ook de verhouding tussen overheden, experts en burgers wordt belicht.


Manu Claeys

Over de lezing

Fouten in klimaatrapporten, boringen naar schaliegas, angst voor het stralingsgevaar van UMTS-masten, strijd over vaccinatie, verzet tegen de ondergrondse opslag van CO2: toepassingen van wetenschap en technologie kunnen op steeds meer weerstand rekenen. Burgers trekken daarin samen op met deskundigen met meningen die afwijken van degenen die overheid en industrie adviseren. Politici twijfelen steeds vaker welke technische feiten ze kunnen verdedigen. Wetenschappelijke instituties en officiële vertegenwoordigers maken zich zorgen over het tanende gezag van de wetenschap. Het vertrouwen zou op de tocht staan. 

Maar is die zorg wel terecht? Spelen er ook niet hele andere zaken in dit soort controverses, die niet alleen met kennis hebben te maken? Zijn de politieke procedures wel geloofwaardig? Hoe met die spanning om te gaan, van buurtcomité tot Tweede Kamer en van laboratorium tot adviesraad?