Side header image

"Ik vrees een nucleaire oorlog"

Interview met eredoctor Jeffrey Sachs

Jeffrey SachsOnze universiteit kent dit jaar een eredoctoraat toe aan economieprofessor en wereldautoriteit Jeffrey Sachs. Sachs is de topadviseur van VN-secretaris-generaal António Guterres over de Sustainable Development Goals
 

Magazine Universiteit Antwerpen sprak met hem over zijn opmerkelijke loopbaan, zijn ambities en teleurstellingen, en de zorgwekkende stand van de wereld. 

 

Volgens de New York Times is Sachs ‘waarschijnlijk de belangrijkste economist ter wereld’. In de vroege jaren 1980 hielp hij als jonge economieprofessor Latijns-Amerikaanse regeringen tegen de hyperinflatie, in 1989 loodste hij Polen uit de communistische planeconomie, en begin jaren 1990 ging hij bij Mikhail Gorbatsjov en Boris Jeltsin op de koffie om ook hen te adviseren over de transitie naar een markteconomie.

Het is vandaag 10 316 dagen geleden dat de Berlijnse Muur is neergehaald, exact even lang als dat hij er heeft gestaan. Wist u dat?

(verrast) Nee. Mijn dochter zei me enkele weken geleden wel dat het moment eraan kwam. Het had me toen verbaasd hoe de tijd is gevlogen. Het is wat bitterzoet. Ongelukkig genoeg, moet ik zeggen. De verwachtingen waren hoog gespannen, want hoewel de val van de Muur in zeker opzicht ook traumatisch was, was het jaar 1989 bovenal een annus mirabilis. Het was het tijdperk waarin Gorbatsjov, die volgens mij de grootste staatsman van onze tijd is, praatte over vrede van de Noordzee tot aan de Stille Oceaan. De wereld heeft sindsdien veel positieve ontwikkelingen gekend: het economisch herstel van Centraal-Europa, de uitbreiding van de EU, de democratie die zich heeft verspreid. Maar vrede hebben we niet. De hoop was toen groter dan wat hij uiteindelijk heeft voortgebracht.

Wat liep er mis?

Een falen van visie en leiderschap. Aan beide kanten. Toch draagt de VS voor mij het meeste schuld. In de plaats van zijn toenmalige dominantie te gebruiken om problemen op te lossen, heeft de VS die aangewend om zich van de overwinning van de Koude Oorlog te verzekeren op een manier die, denk ik, het vertrouwen wereldwijd heeft ondermijnd. Niet alles oogt bleek. Maar geloof me: we leefden toen in een optimistischere tijd. De kans, die er volgens mij toen echt was, om een duurzame vrede te bouwen, hebben we laten schieten.

Staan we er vandaag dan zoveel slechter voor?

In mijn visie zijn er wereldwijd enorme uitdagingen én opportuniteiten, die ons ertoe dwingen om globaal samen te werken. Er zijn grote gevaren, zoals de door de mens geïnduceerde klimaatopwarming, maar ook fantastische mogelijkheden door nieuwe technologie. We kunnen de informatierevolutie gebruiken om reeds lang bestaande problemen op te lossen, zoals armoede, ongeletterdheid, en het gebrek aan toegang tot gezondheidszorg. Hoewel we kúnnen samenwerken, lijken we desondanks in een tijd te leven die compleet gevangen zit in toenemend wantrouwen, waardoor zelfs het gevaar op wereldwijde vernietiging dreigt. Atoomwetenschappers hebben de doomsday clock naar twee minuten voor middernacht verzet (op 25 januari, red.). Sinds 1953 heeft ze niet zo dicht bij die rampspoed gestaan. Dat is de paradox van onze tijd.

Op de G20 vorig jaar noemde u onze tijd heel onstabiel en beklemtoonde u dat we voor ‘immense geotechtonische veranderingen’ staan. Wat bedoelde u daarmee?

We beleven een periode van opmerkelijke verandering. Je kan die geotechtonisch noemen in de zin dat de basis van de internationale orde momenteel wijzigt. De opkomst van vooral China betekent het einde van de door het Westen geleide wereld zoals we die de laatste 250 jaar hebben gekend. Opmerkelijk is dat de VS, die wereldwijd de dominante macht was de jongste 75 jaar, nu zelf onstabiel is en in vele opzichten een schurkenstaat, a rogue nation. Jammer genoeg. Met een mentaal zieke president kan je dit moment niet anders zien dan als dramatisch. We kunnen Donald Trump niet normaliseren. This is an accident. De situatie is heel ernstig, en gevaarlijk, totdat de volgende president er is.

Wat vreest u?

Ik vrees een nucleaire oorlog. (stilte)

Serieus?

Heel serieus, ja. Ik vrees dat de mentaliteit van een bullebak en narcist die, geconfronteerd met een provocatie van Noord-Korea of in de hoek gedreven door het Ruslandonderzoek, een punt wil proberen te maken, makkelijk kan uitmonden in een bevel tot een nieuwe oorlog. Tegen Iran, of nog verschrikkelijker, tegen Noord-Korea.

Hoewel de doomsday clock is bijgesteld, denk ik dat de meeste Belgen een atoomoorlog niet als een reële dreiging zien.

We zien zoiets nooit als een optie tot het echt gebeurt, omdat onze psychologie zulke risico’s simpelweg niet kan verwerken. Een nieuw boek van Daniel Ellsberg, gaat over hoeveel close calls we zo al hebben gehad. Vliegende ganzen in radarstralen hebben we geïnterpreteerd als intercontinentale raketten uit Rusland, ook radarreflectie op de opkomende maan is daar al voor doorgegaan, en zopas was er in Hawaii vals alarm over een nucleaire aanval. We hebben een president die psychologisch onstabiel is, niet in staat tot eerlijke introspectie, en in de VS debatteren beleidsmakers openlijk over de vraag of we Noord-Korea preventief moeten aanvallen. Het zou absoluut onverantwoordelijk zijn om de nucleaire dreiging niet te zien als echt.

Sustainable Development Goals

Jeffrey SachsEen plan om van de wereld een betere plek te maken, ontvouwt Jeffrey Sachs in zijn boek The Age of Sustainable Development (2015).

De Milleniumdoelen van de VN – waaronder het halveren van de extreme armoede, wat gelukt is – liepen af in 2015.

Op aansturen van Sachs kwamen er ter opvolging zeventien nieuwe Sustainable Development Goals (SDG’s), met perspectief 2030. De extreme armoede helemáál uitroeien, ten eerste. Honger voor niemand, onderwijs voor iedereen, toegang tot basisgezondheidszorg ook.

We hebben een meer holistische visie op samenleven nodig die economische voorspoed combineert met sociale rechtvaardigheid en duurzaamheid in milieu. “In de Europese context is dat een veeleer normaal concept, in de VS een ietwat vreemd, omdat mijn land zo goed als uitsluitend is toegewijd aan economische macht.”

Is het te laat om Parijs nog te halen?

We zijn basically out of time. Je zou verwachten dat onze regeringen, thuisgekomen uit Parijs in december 2015, hun actieplannen zouden hebben geschreven, de implicaties ervan opgeteld, en elkaar regelmatig zouden ontmoeten om te zeggen hoever ze staan en waar en wat ze eventueel moeten versnellen. Dat Europa als geheel een energieplan heeft. Dat de grootste regio’s – de VS, Europa, Rusland, China, India, Afrika – regelmatige brainstormsessies houden met topingenieurs over de stand van zaken.

Welnu, daar gebeurt allemaal niets van! De VS zit in een opmerkelijke periode van politiek falen, zonder analyse, zonder visie. Europa, dat volgens mij retorisch, emotioneel de leider is van deze inspanning, heeft geen plan voor Europa. Zelfs Duitsland heeft geen plan voor Duitsland. Omdat belangen van de steenkoolregio’s met die van andere conflicteren, omdat Beieren graag windenergie wil, maar de Länder tussen de Noordzee en Beieren geen transmissielijnen willen… It ’s such a mess...

Het laatste van de zeventien SDG’s is globaal partnerschap en multilateralisme nieuw leven inblazen. Dat lijkt een naïef idee. Hoe kunnen we dat toch realiseren?

De sleutel is dat er belangrijke redenen zijn waarom we moéten slagen. Dit is geen spel, geen leuke wensenlijst. De wereld duurzaam ontwikkelen en het klimaatakkoord van Parijs halen, gaat over ons overleven. Over het welzijn van onze kinderen, over de toekomst van onze planeet. Dat maakt het daarom niet makkelijker. Het heeft bijna iets van een spelprogramma. Alles loopt moeilijk en stroef, plots breng je Donald Trump als president van de VS en zeg je we'll try that now! Het lijkt een grap van een slechte romanschrijver of comedian. Maar hier zijn we nu.

We hebben globaal partnerschap nodig, akkoord. Maar de vraag was: hoe?

Het enige wat we daartoe hebben, zijn de afgesproken gemeenschappelijke doelen. Zelfs al zijn ze fragiel en niet goed bekend bij het publiek, zelfs al nemen onze regeringen ze niet ernstig, ze zijn onze enige vaste voet op de steile berg waarvoor we staan. Het gemeenschappelijk doel – bijvoorbeeld het klimaatakkoord – ernstig nemen, leidt tot concrete vragen en zodoende ook tot oplossingen van technici zoals ingenieurs, juristen, en andere experts. In die discussies zitten de oplossingen besloten, maar je komt er in beginsel alleen toe op voorwaarde dat je het doel ernstig neemt, natuurlijk. Dat mankeert vandaag.

Als een individu hersenschade oploopt aan de prefrontale cortex, zo weten we uit de psychologie, dan kan het niet meer vooruit plannen. Wel, we zijn een beetje als een wereld zonder prefrontale cortex nu. De laatste jaren hebben we die functie verloren. Ik geloof dat we ze moeten herstellen. Via denktanks en universiteiten, via de processen van de VN en de G20, alles wat ertoe kan dienen om een klimaatramp te vermijden.

Ziet u desondanks redenen voor optimisme?

Zeker. Dat ik naar België en Antwerpen kan komen, is er één van. Universiteiten zijn historisch en wereldwijd cruciaal geweest in het ontvouwen van menselijk zelfbegrip en technologische vooruitgang. Een netwerk van academici en studenten wereldwijd, buiten de commerciële sfeer en politiek, zijn een stuk van de oplossing. Een deel kunnen worden van de befaamde Universiteit Antwerpen, vind ik onder meer in die zin een ongelooflijke eer, uitzonderlijk belangrijk, en betekenisvol.

Een andere reden voor optimisme is Europa, geloof ik. Ik ben daar niet cynisch over. Wat Europa belichaamt, is absoluut vitaal, voor de hele wereld. Wat we wereldwijd kunnen en zúllen kunnen, is enorm. De doelen zijn haalbaar. Dat kan ik u zeggen als professional die ze vijftien jaar lang heeft geanalyseerd.

Lees het volledige artikel in het Universiteit Antwerpen Magazine