Pijn uitlokken om pijn te verlichten: Het effect van "oefenen in ongemak" op klinische uitkomsten en echografie parameters bij patiënten met subacromiale schouderpijn. 01/11/2020 - 31/10/2022

Abstract

De rotator cuff (RC) is een groep spieren en pezen die zorgen voor beweging van de schouder en stabiliteit van de bovenarm in het schoudergewricht. Een letsel in de RC kan zwelling en irritatie veroorzaken, waardoor armbewegingen pijnlijk worden (subacromiale schouderpijn -SSP-). SSP kan worden veroorzaakt door een combinatie van intrinsieke (degeneratie) en extrinsieke (compressie van de RC) factoren. Oefentherapie is de eerste behandelkeuze voor SSP. Het is echter niet duidelijk welke oefenparameters het beste zijn: bv. het niveau van pijn dat getolereerd moet worden door de patiënt. Onze belangrijkste hypothese is dat "oefenen in ongemak" betere resultaten zal opleveren naar pijn, functionaliteit en kwaliteit van leven toe. We willen daarom op zoek gaan naar de optimale oefenbelasting van de schouder gestuurd door de pijnreactie van de patiënt tijdens de oefeningen. In dit proces geeft echografie als medische beeldvormingstechniek belangrijke informatie over peesstructuurveranderingen tijdens de behandeling. Dit project zal bijdragen tot: 1) de rol van ongemak in oefentherapie voor patiënten met SSP, 2) de relatie tussen structurele veranderingen van pezen met klachten, en 3) het definiëren van het optimale type interventie dat veranderingen in peesstructuren (zichtbaar met echografie) kan verbeteren. Het uiteindelijke doel is de ontwikkeling van de beste-op evidentie gebaseerde-interventie voor patiënten met SSP en het verminderen van de enorme socioeconomische last.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Welke oefeningen worden best voorgeschreven voor patiënten met subacromiale schouderpijn? Een multi-center gerandomiseerde en gecontroleerd onderzoek. 01/10/2018 - 30/09/2022

Abstract

Schouderpijn is de op twee na meest voorkomende musculoskeletale aandoening, met een geschatte lifetime prevalentie van rond de 10%. De prevalentie van niet-specifieke schouderpijn in de beroepsbevolking is ongeveer 12%, en tot 23% van de beroepsbevolking die professionele hulp zoekt met een schoudergerelateerde aandoening. Mensen met schouderpijn zijn vaak beperkt tot het punt dat ze geen normaal leven meer kunnen leiden, lijdend aan ziekteverzuim en een slechte kwaliteit van leven. Klinisch gezien is subacromiale pijn de meest voorkomende schouder klacht en veroorzaakt het een groot verlies van de schouderfunctie, wat goed is voor 33% van alle schoudergerelateerde consulten in de gezondheidszorg. Eerdere studies hebben duidelijk aangetoond dat oefeningen de eerste voorkeursbehandeling zijn bij patiënten met subacromiale pijn. Er zijn verschillende studies die de voordelen van gerichte oefentherapie ondersteunen bij patiënten met subacromiale pijn, maar het is niet duidelijk wat de beste vorm van lichaamsbeweging is die een zorgverlener zou moeten voorschrijven: moet de patiënt pijn voelen tijdens de behandeling of moet pijn worden vermeden? Het huidige project wil de volgende onderzoeksvragen beantwoorden: welk type interventie (pijn voelen versus pijnvermijding) is superieur met betrekking tot de aan de patiënt gerapporteerde schouderpijn, functie en kwaliteit van leven? En welk type interventie (pijn voelen versus pijnvermijding) is beter voor de peesstructuur, gemeten met echografie? Een RCT-studie zal worden uitgevoerd als een gerandomiseerde, gecontroleerde, geblindeerde multi-center trial in zowel publieke als private praktijken in Denemarken, België, Spanje en Nederland. Beide interventiegroepen zullen eccentrische, concentrische en isometrische oefeningen krijgen met eenzelfde belasting, frequentie, progressie enz. Het verschil tussen beide interventiegroepen zal echter gebaseerd zijn op de specifieke beweging, ofwel pijnverergering ofwel niet. Het project wordt georganiseerd in samenwerking met de Universiteit van Antwerpen (België), de Universiteit van Malaga (Spanje), het University College Rotterdam (Nederland) en de Universiteit van Zuid-Denemarken (Denemarken). Hiermee zal het huidige project de hulp krijgen van de nationale en Europese schoudernetwerken om zeker te zijn van voldoende schouderpijnpatiënten met verschillende culturele achtergronden. Dit project zal bijdragen aan het verduidelijken van de beste behandelingsoptie voor patiënten met subacromiale pijn. Artsen en zorgverleners zullen baat hebben bij deze toename van het kennisniveau om de subacromiale pijnbehandeling te sturen en de klinische besluitvorming te verbeteren en de chronificatie van SPS te verminderen. Hiermee probeert het huidige project ook de enorme economische last van subacromiale schouderpijn in de samenleving te verminderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)