Onderzoeksgroep

Media, ICT en interpersoonlijke relaties in Organisaties en Samenleving (MIOS)

Expertise

Dr. Joris Van Ouytsel focust zijn onderzoek op de invloed van digitale media op relatiebeleving en seksualiteit, vanuit zowel een communicatiewetenschappelijk perspectief alsook een publieke gezondheidsperspectief. Hij heeft twee hoofdonderzoeksinteresses: 1) sexting: het uitwisselen van zelfgemaakte seksueel expliciete foto’s en 2) cyberrelationeel geweld: het gebruik van digitale media binnen romantische relaties om een romantische partner te controleren, stalken of lastig te vallen. Hij gebruikt hiervoor zowel kwantitatieve methodes (grootschalige longitudinale surveys; SEM en logistische regressies) alsook kwalitatieve methodes (focusgroeponderzoek). Joris heeft ook studies gepubliceerd over online self-disclosure, het gebruik van sociale media, reclamewijsheid en mediawijsheid.

Sexting bij volwassenen: een eerste stap naar een omvattend begrip van de context en gevolgen. 01/04/2020 - 31/03/2021

Abstract

Sexting kan gedefinieerd worden als de uitwisseling van zelfgemaakte seksueel getinte foto's via het internet en de mobiele telefoon. Het is een normaal onderdeel van seksuele communicatie. Door de associaties met verschillende risico's, zoals druk, ongewilde verspreiding, afpersing en vormen van seksuele intimidatie is het echter ook een zorg voor de algemene gezondheid. Hoewel er al veel onderzoek bestaat naar verschillende problematische vormen van sexting bij adolescenten en universiteitsstudenten, is er quasi nog geen onderzoek naar sexting bij volwassenen. Het doel van het voorgestelde project is om dit cruciale gat in onze kennis te dichten door een studie uit te voeren bij een representatieve steekproef volwassenen, die mogelijk ook niet immuun zijn voor aan sexting-gerelateerde risico's. Het voorgestelde project wil een dieper inzicht verwerven in het sextinggedrag van de algemene volwassen bevolking. We willen de sextingprevalentie, associaties met gezondheidsvariabelen, sociale context, en de percepties van aan sexting-gerelateerde risico's bestuderen. Hiervoor doen we een door theorie gestuurd onderzoek bij een representatieve steekproef van 2500 Vlaamse volwassenen. De survey bestaat uit twee delen: 1) een klassieke vragenlijst en 2) een vignettestudie. De vragenlijst onderzoekt de associaties van sexting op het individuele, interpersoonlijke en gemeenschaps/samenlevings-niveau. De vignettestudie gaat dieper in op de risicopercepties van volwassenen met betrekking tot sexting. Het voorgestelde project zorgt voor een nieuwe lijn in het sextingonderzoek en heeft sterke implicaties voor de praktijk.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Grootschalig onderzoek naar sexting en cyberrelationeel geweld bij seksuele minderheden en adolescenten van verschillende leeftijdsgroepen. 01/01/2020 - 31/12/2022

Abstract

Deze studie is een uitbreiding van mijn postdoc-project en heeft als doel om twee gezondheidsrisico's voor jongeren te onderzoeken: 1) cyberrelationeel geweld en 2) sexting. Cyberrelationeel geweld is het controleren, stalken en lastigvallen van een romantische partner via digitale media. Sexting is het uitwisselen van seksueel getinte foto's. Een grootschalig onderzoek bij jongeren is nodig om een beter theoretisch begrip te verkrijgen van deze gedragingen. Voor dit project zullen we een grootschalige kwalitatieve en kwantitatieve studie over cyberrelationeel geweld en sexting uitvoeren. De data geven waardevolle inzichten voor de preventie van deze digitale vormen van geweld bij jongeren die behoren tot een seksuele minderheid en de ontwikkeling van leeftijdsgeschikte educatie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Prijs van de Onderzoeksraad 2019 - Prijs Deleeck: Sociale en Humane Wetenschappen. 01/12/2019 - 31/12/2020

Abstract

Onderzoeksprijs toegekend door de onderzoeksraad van de Universiteit Antwerpen. De prijs wordt gebruikt om mijn onderzoek te versterken in het domein van sexting en digitale vormen van partnergeweld zowel bij tieners als bij (jong)volwassenen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Cyberrelationeel geweld bij jonge adolescenten: Naar een omvattend begrip van controlerend gedrag en sexting onder druk. 01/10/2018 - 30/09/2021

Abstract

Het digitaal plegen van zowel psychologische als seksuele vormen van relationeel geweld wordt cyberrelationeel geweld genoemd. Psychologische vormen van cyberrelationeel geweld omvatten het monitoren van de romantische partner via digitale media (bv. inbreken in accounts). Seksuele vormen zijn vooral sexting onder druk. Tot nu is er weinig onderzoek uitgevoerd naar cyberrelationeel geweld bij jonge adolescenten. Onderzoek bij deze leeftijdsgroep is essentieel omdat jonge tieners die beginnen te experimenteren met seksueel gedrag of beginnen te experimenteren met romantische relaties tijdens deze periode. Daardoor zijn erg kwetsbaar voor risico's. Dit project heeft als doel om een dieper begrip van de context waarin cyberrelationeel geweld plaatsvindt, door zowel kwalitatief als een kwantitatief onderzoek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sexting bij jonge adolescenten – focus op sexting onder druk en secundaire sexting. 01/04/2018 - 31/03/2019

Abstract

Sexting kan worden gedefinieerd als het verzenden van zelfgemaakte seksueel getinte foto's. Het is een normaal deel van de ontwikkeling die adolescenten doormaken. Door het risico voor reputatieschade en de associaties met andere risicogedragingen voor jongeren die erbij betrokken zijn, blijft het echter ook een belangrijke zorg voor de algemene gezondheid van jongeren. Meer onderzoek blijft noodzakelijk om de potentiële risico's van sexting bij jongeren te verminderen. Het huidig onderzoek naar sexting bij jongeren leidt onder drie belangrijke beperkingen. Ten eerste gebruiken bijna alle studies een cross-sectioneel design. Ten tweede is er nauwelijks onderzoek naar de ervaringen van jonge adolescenten (10-15 jaar oud), aangezien het meeste onderzoek focust op oudere adolescenten (16-18 jaar oud) of universiteitsstudenten. Vooral deze jongere adolescenten zouden meer kwetsbaar kunnen zijn voor de negatieve gevolgen van sexting. Ten derde heeft het huidig onderzoek vooral gefocust op het verzenden van sextingfoto's. Er is een gebrek aan onderzoek dat focust op de motieven en karakteristieken van jongeren die anderen onder druk zetten om aan sexting te doen, of zij die sextingfoto's zonder toestemming met anderen delen (zogenoemde 'secundaire sexting'). Het doel van het voorgestelde project is om deze drie cruciale gaten in onze kennis over sexting aan te pakken door een diepgaande begrip te verwerven over sexting bij jongere groepen van adolescenten (10-15 jaar oud), met behulp van een longitudinaal en mixed-methods onderzoeksdesign. Binnen dit project willen we specifiek focussen op de kenmerken van jongeren die anderen onder druk zetten om aan sexting te doen of die betrokken zijn bij het doorsturen van sextingberichten zonder toestemming. Het project bestaat uit een kwalitatief onderzoek naar de percepties van jonge adolescenten ten aanzien van sexting. Dit vormt de basis voor een longitudinale survey met drie waves waarin de demografische, persoonlijkheids- en sociale kenmerken van sexting bij jonge adolescenten en problematische vormen van sexting zullen worden onderzocht. Het opstellen van de survey zal geïnspireerd worden door de social learning theory en de general strain theory. De resultaten van dit onderzoek zullen nieuwe inzichten beiden in hoe problematische vormen van sexting voorkomen en aangepakt kunnen worden bij deze kwetsbare leeftijdsgroep.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Cyberrelationeel geweld bij adolescenten: Op zoek naar de sociale, relationele en individuele antecedenten. 01/10/2017 - 30/09/2018

Abstract

Digitale technologieën bieden aan jonge daders van partnergeweld meer mogelijkheden om hun partners te kwetsen, controleren, stalken of lastig te vallen. Op dit ogenblik, is onderzoek over het recente fenomeen van cyberrelationeel geweld bij adolescenten hoofdzakelijk descriptief van aard en focust het vooral op de verbanden tussen negatieve gezondheid en andere risicogedragingen bij slachtoffers. Er is weinig geweten over de antecedenten van daderschap bij cyberrelationeel geweld. Om effectieve preventiestrategieën uit te bouwen, dient toekomstig onderzoek te focussen op de studie van daderschap vanuit aanvullende theoretische perspectieven. Dit zal ons in staat stellen om de verklarende kracht van de verschillende modellen te vergelijken en biedt aan professionelen informatie over hoe ze preventie-initiatieven op een effectieve manier kunnen afstemmen op de belangrijkste facilitators van daderschap bij cyberrelationeel geweld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Cyberrelationeel geweld bij adolescenten: Op zoek naar de sociale, relationele en individuele antecedenten. 01/10/2015 - 30/09/2017

Abstract

Digitale technologieën bieden aan jonge daders van partnergeweld meer mogelijkheden om hun partners te kwetsen, controleren, stalken of lastig te vallen. Op dit ogenblik, is onderzoek over het recente fenomeen van cyberrelationeel geweld bij adolescenten hoofdzakelijk descriptief van aard en focust het vooral op de verbanden tussen negatieve gezondheid en andere risicogedragingen bij slachtoffers. Er is weinig geweten over de antecedenten van daderschap bij cyberrelationeel geweld. Om effectieve preventiestrategieën uit te bouwen, dient toekomstig onderzoek te focussen op de studie van daderschap vanuit aanvullende theoretische perspectieven. Dit zal ons in staat stellen om de verklarende kracht van de verschillende modellen te vergelijken en biedt aan professionelen informatie over hoe ze preventie-initiatieven op een effectieve manier kunnen afstemmen op de belangrijkste facilitators van daderschap bij cyberrelationeel geweld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Waarom delen adolescenten persoonlijke informatie online? Een longitudinale studie bij adolescenten naar het vrijgeven van persoonlijke informatie en beschermend gedrag op sociale netwerk sites. 01/01/2014 - 30/09/2015

Abstract

Het gebruik van sociale netwerksites (SNS) is gedurende het laatste decennium sterk gestegen. Gezien deze sites zich ontwikkelen op basis van persoonlijke informatie, stellen onderzoekers zich kritische vragen bij de mogelijke implicaties voor adolescenten wanneer ze persoonlijke informatie meedelen. Nochtans zijn er nog drie belangrijke beperkingen terug te vinden in het huidige onderzoek rond het vrijgeven van persoonlijke informatie op SNS. Deze beperkingen vormen dan ook de inspiratie voor de drie doelstellingen van dit project. Ten eerste spitsen de meeste studies zich toe op enerzijds de informatie die wordt meegedeeld op de online profielen en anderzijds de privacy-instellingen die gebruikt worden. Het vrijgeven van persoonlijke informatie terwijl men de SNS gebruikt is minder onderzocht. Door zowel de voorspellers als de gevolgen van het meedelen van persoonlijke informatie door adolescenten tijdens het gebruiken van SNS te analyseren, wil dit project een bijdrage leveren aan de literatuur. Daarenboven focust dit project ook op het beschermend gedrag van jongeren tijdens het gebruik van SNS. Ten tweede, de meeste studies zijn datagedreven, terwijl dit project wil vertrekken vanuit een theoretische basis. Het meedelen van persoonlijke informatie door adolescenten zal onderzocht worden aan de hand van een uitgebreid model gebaseerd op de Theorie van het Gepland Gedrag. Daarnaast zal de Protectie Motivatie Theorie gebruikt worden om zowel het bewustzijn als de ervaring die jongeren hebben met bepaalde risico's tijdens het meedelen van persoonlijke informatie op SNS te onderzoeken en na te gaan hoe dit beschermend gedrag stimuleert. Ten slotte maken de meeste studies gebruik van een cross-sectioneel onderzoeksdesign. Daarom is het implementeren van een longitudiaal onderzoekdesign de derde doelstelling van dit project. Het gebruik van dit design maakt het mogelijk om de evolutie in de gedragingen van adolescenten, na het ervaren van concrete gevolgen van het meedelen van persoonlijke informatie, in kaart te brengen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)