Ontrafelen van chronische postoperatieve pijn na totale knieprothese chirurgie: wat is de rol van veranderde centrale pijnverwerking en metabole aandoeningen zoals obesitas en diabetes? 01/11/2019 - 31/10/2024

Abstract

Totale knieprothesechirurgie (KPC) is wereldwijd de meest gebruikte vorm van prothesechirurgie en tevens de meest gebruikelijke chirurgische behandeling voor knieartrose. Ondanks het feit dat de meeste patiënten een goed resultaat bekomen na chirurgie, tonen eerdere studies aan dat ongeveer 20% van de patiënten chronische postoperatieve pijn ervaart. Daarom is het van belang om predictieve factoren voor chronische postoperatieve pijn te bepalen. Er is reeds gesuggereerd dat de aanwezigheid van veranderde centrale pijnverwerking (CPV) mogelijks bepalend is voor de ontwikkeling van chronische postoperatieve pijn. Daarnaast dragen obesitas en diabetes ook mogelijks bij tot chronische pijn na KPC. Beide metabole aandoeningen zijn risicofactoren voor het ontwikkelen van knieartrose maar het is nog onduidelijk hoe obesitas en diabetes bijdragen tot de ontwikkeling van chronische postoperatieve pijn. Daarnaast zal ook de link tussen veranderde CPV enerzijds en obesitas en diabetes anderzijds onderzocht worden. Vanwege hun gemeenschappelijke link met laaggradige ontsteking bestaat er mogelijks een link tussen deze drie aandoeningen, welke nog niet werd onderzocht. In de toekomst zal het aantal totale knieprotheses nog meer stijgen wat maakt dat preventie van chronische postoperatieve pijn uitermate belangrijk is. Vandaar tracht dit onderzoeksvoorstel om de bijdrage van veranderde centrale pijnverwerking, obesitas en diabetes tot chronische postoperatieve pijn na te gaan.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Outcome predictie na totale knieprothese chirurgie bij patiënten met knie osteoartrose: een prospectieve studie naar de rol van veranderde centrale pijn verwerking in aanvulling op structurele en functionele stoornissen gerelateerd aan osteoartrose. 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

Hoewel een totale knieprothese (TKP) een effectieve chirurgische behandeling is voor eindstandige knie osteoartrose (KOA) en de meeste patiënten na deze ingreep duidelijk pijnvermindering en functionele verbetering ervaren, blijkt uit de literatuur dat 20-40% van de patiënten ontevreden is met de outcome. Net als bij andere chronische pijn aandoeningen, toont onderzoek aan dat in een subgroep van KOA patiënten het klinische beeld gedomineerd wordt door een overgevoeligheid van het centrale zenuwstelsel (centrale sensitisatie) in plaats van door structurele stoornissen die nociceptieve pijn veroorzaken. Dit betekent dat de pijn in grote mate bepaald wordt door overgevoeligheid van het centrale zenuwstelsel, in plaats van alleen door structurele gewrichtsschade. Het is dan ook niet verwonderlijk dat chirurgische ingrepen zoals het plaatsen van een TKP geen garantie bieden voor pijnvermindering en herstel van functionaliteit. Gezien de hoge kosten gerelateerd aan een TKP en het groot aantal ontevreden patiënten, moet het plaatsen van een TKP weloverwogen worden. Het is van cruciaal belang een beter begrip te hebben van de mechanismen die bijdragen tot aanhoudende pijn en invaliditeit na het plaatsen van een TKP. Verder onderzoek naar de rol van een veranderde centrale pijnverwerking bij KOA patiënten waarbij een TKP gepland staat, is daarom noodzakelijk. Dit onderzoeksvoorstel heeft twee hoofddoelstellingen: 1) nagaan in welke mate centrale pijnverwerking en structurele en functionele stoornissen een rol spelen in de klinische symptomen van KOA (pijn, symptomen, functionaliteit en levenskwaliteit) bij patiënten met eindstandige KOA vóór (baseline) en 6 maanden na het plaatsen van een TKP. 2) nagaan welke factoren voorspellend zijn voor een slechte outcome (in termen van pijn, symptomen, functionaliteit en levenskwaliteit) 6 maanden en 1 jaar na het plaatsen van een TKP. Om deze doelstellingen te bereiken, wordt een prospectieve studie opgezet, met specifieke datacollectie pre-chirurgie (T0) en 6 maanden (T1) en 1 jaar (T2) post-chirurgie. Deze studie laat toe prognostische factoren voor slechte outcome bij KOA patiënten na een TKP te identificeren. Eerder uitgevoerde longitudinale studies die predictoren voor slechte outcome na een TKP onderzochten hebben zich vooral toegespitst op structurele en functionele factoren rond het kniegewricht zonder rekening te houden met centrale pijnverwerking. Andere studies focusten zich voornamelijk op psychologische factoren als mogelijke voorspellers. De sterkte van het huidige project is dat wij alle vooropgestelde prognostische factoren op basis van het biopsychosociaal model zullen onderzoeken. Naast verschillende psychologische factoren (cognitieve emotionele modulatie) zullen wij biomechanische factoren onderzoeken (structurele stoornissen, zoals radiografische ernst van KOA, en functionele stoornissen, zoals spierzwakte en proprioceptieverlies) en de rol van een veranderde centrale pijnverwerking, op vier manieren gemeten (drukpijndrempels, conditionele pijn modulatie, tactiele discriminatie, centrale sensitisatie vragenlijst), evalueren. Als hypothese wordt gesteld dat bij patiënten met een veranderde centrale pijnverwerking er een slechte outcome verwacht wordt na een TKP in termen van pijn, symptomen, functionaliteit en levenskwaliteit, aangezien er niet langer een duidelijke relatie is tussen de perifere input en de waargenomen pijn. Het is mogelijk dat in deze subgroep (aanvullende) maatregelen gericht op het desensitiseren van het overgevoelige centrale zenuwstelsel meer effect zullen hebben. In toekomstig onderzoek kan worden verduidelijkt of nieuwe interventies, zoals cognitieve gedragstherapie of pijn educatie, al dan niet in combinatie met een TKP, nuttig zijn. Deze interventies richten zich op verschillende aspecten, zoals het centrale zenuwstelsel, in tegenstelling tot therapeutische modaliteiten die zich alleen richten op de perifere gewrichtsschade of functiestoornis.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)