Luc Duerloo

Gewoon hoogleraar

Korte biografie

Luc Duerloo (1958) is als gewoon hoogleraar verbonden aan het Departement Geschiedenis en doceert vroegmoderne politieke geschiedenis.

Hij verdedigde zijn doctoraat over de adel, de wapenkoningen en bureaucratisering in de Oostenrijkse Nederlanden aan de KULeuven in 1986. Mede op basis van dit onderzoek, publiceerde hij samen met Paul Janssens het vierdelige Wapenboek van de Belgische adel. Hij was wetenschappelijk secretaris van de tentoonstelling Karel-Alexander van Lotharingen: Mens, veldheer, grootmeester (Landcommanderij Alden Biesen, 1987) en curator van de tentoonstellingen Albrecht & Isabella, 1598-1621 (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis Brussel, 1998) en Hungaria regia (Paleis voor Schone Kunsten Brussel, 1999). In het kader van zijn onderzoek naar het aartshertogelijke regime was hij Hans Kohn Member in de School of Historical Studies van het Institute for Advanced Study in Princeton (tweede semester van het academiejaar 2007-2008) en visiting scholar aan het Departement Geschiedenis van Columbia University (tweede semester van het academiejaar 2009-2010).

Zijn ondezoek spitst zich momenteel toe op het hof van de aartshertogen Albrecht en Isabella, hun internationale politiek en artistiek patronage. Als een eerste vrucht van dit onderzoek publiceerde hij, in samenwerking met Marc Wingens, Scherpenheuvel: Het Jeruzalem van de Lage Landen (Leuven, 2002), een boek over de bouw van het pelgrimsoord Scherpenheuvel en over het emblematische bouwprogramma ervan. De monografie Dynasty and Piety: Archduke Albert (1598-1621) and Habsburg Political Culture in an Age of Religious Wars (Farnham, 2012) werd bekroond met de historische prijs Filips van Marnix van Sint Aldegonde 2011.

Dynasty and Piety (2012) -- El Archiduque Alberto (2015)

Als jongste zoon van keizer Maximiliaan II en neef van Filips II van Spanje werd aartshertog Albrecht (1559-1621) aanvankelijk voorbestemd voor een kerkelijke carriere. Dynastieke imperatieven beslisten er echter anders over. In 1598 werd hij na zijn huwelijk met Filips dochter, de infante Isabella Clara Eugenia, vorst van de Habsburgse Nederlanden, een van de meest dynamische maar ook politiek instabiele gebieden in het vroegmoderne Europa.

Door een onderzoek naar de regering van Albrecht, biedt dit boek een nieuw en vollediger inzicht in de internationale gebeurtenissen van die periode en in de rol die de Habsburgers hierbij speelden. Gebaseerd op een veelheid aan archivalisch en iconografisch materiaal, toont deze studie van de Habsburgse politieke cultuur aan dat het aartshertogelijke regime een ruime mate van autonomie genoot. Ze liet Albrecht en zijn entourage toe om een doorslaggevende invloed uit te oefenen op meerdere cruciale gebeurtenissen: de voorbereiding van de Engels-Spaanse vrede van 1604, het opruimen van de obstakels voor het Twaalfjarige Bestand in 1609, het herstel van de Habsburgse invloed in het Rijland in 1614 en het ontwerpen van de bepalingen van het Oñateverdrag in 1617. Op die manier toont het boek aan hoe het aartshertogelijke regime een realistische consolidatiepolitiek nastreefde die de Spaanse Monarchie en het Huis Habsburg ten goede moest komen.

Vroegere studies over dit onderwerp vertoonden de neiging om zich ofwel op de relatie tussen Spanje en de Nederlanden of op die tussen Spanje en het Heilige Roomse Rijk te concentreren. Dit boek biedt een veel dieper en meer genuanceerd inzicht in de wijze waarop het Huis Habsburg als dynastie functioneerde tijdens een periode van toenemende religieuze spanningen. Gebaseerd op uitgebreid onderzoek in de archieven van het aartshertogelijke regime en van zijn diplomatieke partners en rivalen, slaat het de brug tussen de vaker bestudeerde regeringen van Filips II en Filips IV en plaatst het het onderzoek over die periode op een geheel nieuwe basis.

(vertaling van de flaptekst)

Zopas verscheen de integrale Spaanse vertaling van deze monografie onder de titel El Archiduque Alberto: Piedad y política dinástica durante las guerras de religión (Madrid: CEEH, 2015).

Scherpenheuvel (samen met Marc Wingens, 2002)

Een kale heuvel, een oude eik, een eenvoudig Mariabeeld, miljoenen bedevaarders en brandende kaarsjes. Al in de zestiende eeuw smeken de Zichemenaren bij Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel gunsten af. De aartshertogen Albrecht en Isabella komen er in 1603 op bedevaart. Algauw schrijven ze de successen van hun bewind toe aan Maria. Oprechte devotie? Politiek eigenbelang? Het leidt tot de bouw van een unieke stad en een majestueuze koepelkerk.

Scherpenheuvel is een synthese van de zeventiende-eeuwse Europese cultuur. Een haast militair bolwerk tegen het protestantisme, de tempel van het nieuw Verbond tussen God en het volk van de Nederlanden. De naam van Maria is overal aanwezig: in de architectuur van de basiliek, de ornamentiek, het stervormige grondplan... Een uitzonderlijk voorbeeld van 'totaalkunst', waarvan we de beeldtaal niet zomaar begrijpen. Dit verhaal over de Mariacultus in Scherpenheuvel en de prachtige illustraties laten een unieke site zien vol symboliek. Een openbaring voor elke bezoeker.

(flaptekst)

Luc Duerloo