Psychische spanningen bij ouders: een vergelijkend onderzoek naar Europese kinderzorgsystemen. 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

Kinderen brengen vreugde, maar ook stress, vooral onder werkende ouders die werk en kinderzorg moeilijk combineren. Dit onderzoeksvoorstel stelt een aantal stappen voor om na te gaan hoe Europese verzorgingsstaten verschillen in de manier waarop ze de combinatie werk-gezin faciliteren. Sommige Europese welvaartsstaten activeren ouders op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door uitgebreide publieke kinderopvang te organiseren. Andere Europese verzorgingsstaten zetten eerder in op ouderschapsverloven, waarmee ze kinderzorg zoveel mogelijk binnen het gezin trachten te houden. Sommige Europese welvaartsstaten combineren beide benaderingen, terwijl anderen de kinderzorg gedragen door gezinnen volledig negeren. In het huidige voorstel onderzoeken we hoe deze Europese variaties in aanpak het psychisch welbevinden van ouders beïnvloedt. Daarbij vergelijken we verschillende typen van huishoudens, bijvoorbeeld het mannelijk kostwinnershuishouden met het tweeverdienershuishouden of alleenstaande ouderhuishoudens. Tot slot kijken we hoe opvang verstrekt door grootouders zich verhoudt ten opzichte van dit kinderzorgbeleid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Zorgt de middenklasse voor meer armoede? Een empirisch en vergelijkend onderzoek naar de middenklassevertekening in de sociale uitgaven en de gevolgen voor herverdeling in 20 landen, 1985-2013. 01/10/2017 - 30/09/2020

Abstract

Welvaartsstaten die effectief zijn in het terugdringen van armoede hebben hoge niveaus van sociale uitgaven. Toch kunnen veranderingen in sociale uitgaven de veranderingen in de uitkomsten van armoede niet verklaren. De ongelijkheden namen bijna overal toe en dat gold ook voor de sociale uitgaven, maar in veel landen werden de sociale uitgaven minder effectief om de armoede op afstand te houden. Waarom zijn de sociale uitgaven in sommige landen minder pro-arm geworden, maar niet in andere? De centrale hypothese van dit onderzoeksproject is dat veranderingen in armoedesultaten in OESO-landen te verklaren zijn door veranderingen in de middenklasse-bias in sociale uitgaven. Verwacht wordt dat landen waar een groter deel van de sociale uitgaven ten goede komt aan de middenklasse, een afname zagen in de herverdeling van verzorgingsstaten. Hoewel de invloed van de middenklasse op herverdeling centraal staat in de welvaartstheorie, wordt deze dimensie steevast genegeerd in recente pogingen om de uitkomsten van armoede te verklaren. Daarom zal ik (1) empirisch veranderingen in de middenklasse-vooroordelen in sociale uitgaven in verschillende landen en in de loop van de tijd beoordelen; (2) schatten in hoeverre dit verband houdt met uiteenlopende trends in herverdeling van de welvaartsstaat en armoedecijfers; en (3) drie potentiële mechanismen testen waarmee de invloed van de middenklasse op sociale uitgaven wordt uitgeoefend, afgeleid van de belangrijkste theorieën over de herverdeling van verzorgingsstaten. Het resultaat zal naar verwachting ons begrip van de mechanismen die ten grondslag liggen aan de herverdeling van de verzorgingsstaat verder bevorderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Is een tewerkstellingsbeleid voor het verminderen van kinderarmoede bij kinderen met een handicap de juiste strategie? Empirische verkenningen van kinderarmoede, handicap tijdens de kinderjaren en de werk-zorg balans in Vlaanderen. 01/10/2017 - 30/09/2019

Abstract

Beleidsantwoorden om kinderarmoede te bestrijden verwijzen vaak naar het sociale investeringsparadigma. De belangrijkste pijler van dit paradigma is het investeren in menselijk kapitaal, dat mensen de nodige vaardigheden geeft om kansen op de arbeidsmarkt zelf te grijpen in plaats van afhankelijk te zijn van passieve uitkeringen die hen beschermen tegen armoede. Meer specifiek zijn beleid en strategieën om kinderarmoede te verhelpen gericht op de arbeidsintegratie van de ouders om zo het gezinsinkomen te verhogen terwijl tegelijkertijd geïnvesteerd wordt in het toekomstig potentieel van de jonge kinderen om lange termijn verliezen in menselijk en economisch kapitaal te voorkomen. We focussen in dit onderzoeksproject op de gehandicapte kinderen, een groep van kinderen voor wie armoedebestrijding via de arbeidsparticipatie van ouders op het eerste gezicht problematisch is. De belangrijkste doelstelling van het onderzoeksproject is om (1) het verband tussen handicap tijdens de kinderjaren, kinderarmoede en werkintensiteit van het huishouden te onderzoeken; en (2) de wijzen waarop de instrumenten van het sociale beleid een impact hebben op de werk-zorg strategieën van ouders met gehandicapte kinderen te identificeren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Continentale convergentie in het sociale trilemma? Een empirisch onderzoek naar het evenwicht tussen werkgelegenheid, adequate inkomensvoorziening en fiscale terughoudendheid in de 50 Verenigde Staten en de uitgebreide Europese Unie 01/10/2017 - 14/04/2019

Abstract

Structurele veranderingen in de wereldeconomie en verschuivende politiek-institutionele omstandigheden hebben het vermogen van Amerikaanse en Europese welvaartsstaten om een ​​evenwicht te vinden tussen de afweging van voldoende inkomen voor iedereen, een hoog werkgelegenheidsniveau en budgettaire beperkingen steeds meer in de weg gestaan. Hoewel vergelijkende verzorgingsstaatliteratuur historisch drie verschillende benaderingen (Noords, Continentaal Europees en Liberaal / 'Werkvoorwaardelijk') heeft geïdentificeerd om deze drieledige afweging of 'sociaal trilemma' in evenwicht te brengen, daagt dit onderzoeksproject de blijvende legitimiteit van deze typologische uitdagingen uit. onderscheidingen. Gezien de achteruitgang van de sociale verdieping, de toenemende wending naar activering, en institutionele goedkeuring van de 'sociale investeringsstrategie' onder de 28 EU-lidstaten, evenals de recente verschillen op staatsniveau tussen sociaal en arbeidsmarktbeleid van de 50 Verenigde Staten , deze studie veronderstelt dat het conceptuele onderscheid tussen Amerikaanse en Europese benaderingen van het sociale trilemma vervaagd is. Dit project gebruikt beleidsindicatoren om de structuur en de nettowaarde van inkomensbescherming in de EU en de Amerikaanse staten te beoordelen vanaf het midden van de jaren negentig tot heden, en ook de economische en politiek-institutionele drijfveren voor veranderingen in de aanpak van staten van het sociale drieluik uiteen te halen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Feit en fictie rondom het basisinkomen. 01/01/2017 - 30/09/2017

Abstract

Er wordt heel wat gezegd en geschreven over het basisinkomen, in Nederland en elders in de wereld. Zowel in academische kringen als in diverse maatschappelijke fora woedt het debat. Dat gaat deels over principes. Tegelijkertijd en misschien wel vooral wordt het geanimeerd door de feitelijke claims die zowel voor- als tegenstanders van het basisinkomen maken. Die staan vaak diametraal tegenover elkaar. Volgens de enen zou een basisinkomen een katalysator zijn voor economische groei. Het zou de ondernemingszin vergroten. Mensen zullen innovatief en creatief zijn omdat ze basisinkomenszekerheid hebben. Tegenstanders vrezen dan weer sterk negatieve effecten. Wie zou nog gaan werken? Wie zou nog de minder leuke baantjes willen doen? Je zou ook de meest getalenteerde, de meest hardwerkende mensen hoog moeten belasten om een behoorlijk basisinkomen te kunnen financieren. Dit rapport brengt de wetenschappelijke evidentie samen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Mobile integrated social services increasing employment outcomes for people in need (MISSION) 01/12/2016 - 30/11/2019

Abstract

Het fenomeen van het niet-opnemen van sociale rechten, lokale diensten en uitkeringen/toelages waar mensen een recht op hebben, is een falen van onze welvaartstaat: we slagen er niet in iedereen op te nemen die recht op heeft een sociaal vangnet, zeker in het licht van de armoedecijfers die hoog blijven in Westerse samenlevingen. In dit project wordt een sociaalwerk interventie op het opnemen van rechten op het lokaal niveau getest door middel van een gerandomiseerd gecontrolleerd experiment in de stad Kortrijk. Bijkomend wordt onderzocht welke determinanten een verklaringen kunnen bieden voor het niet-opnemen van lokale diensten (met een focus op lokale diensten voor arbeidsvoorziening) en uitkeringen/toelages en wordt bestudeerd welke maatregelen dit fenomeen kunnen verhelpen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Studie over het toekomstig model van de kinderbijslagen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 06/09/2016 - 05/08/2017

Abstract

Een studie van algemeen nut met als doel pistes ter vereenvoudiging en verbetering van het model van de kinderbijslag te onderzoeken. De kinderbijslag dient als ondersteuning voor het ouderschap, in het bijzonder voor kansarme gezinnen. De modellering moet rekening houden met het sociaaleconomisch profiel van de Brusselse bevolking.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Het Mattheuseffect opnieuw bekeken. 17/11/2015 - 31/12/2016

Abstract

Het Mattheuseffect is door socioloog Robert K. Merton genoemd naar een passus uit het evangelie van Mattheus (13,12): "Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden en wel overvloedig. Maar aan degene die niet heeft, zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft." Samengevat: de rijken worden rijker, terwijl de armen arm blijven. Het Mattheuseffect is alomtegenwoordig in het publieke debat, maar werd in de voorbije decennia niet meer empirisch bestudeerd in de wetenschappelijke literatuur. In mijn onderzoek heb ik beargumenteerd en empirisch aangetoond dat het Mattheuseffect ook vandaag nog een relevant analytisch kader is om de effectiviteit van het sociaal beleid te bestuderen. Hoe het Mattheuseffect geremedieerd en het sociaal beleid effectief kan zijn in de strijd tegen armoede, zal het voorwerp zijn van mijn onderzoeksagenda in de komende jaren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Is een tewerkstellingsbeleid voor het verminderen van kinderarmoede bij kinderen met een handicap de juiste strategie? Empirische verkenningen van kinderarmoede, handicap tijdens de kinderjaren en de werk-zorg balans in Vlaanderen. 01/10/2015 - 30/09/2017

Abstract

Beleidsantwoorden om kinderarmoede te bestrijden verwijzen vaak naar het sociale investeringsparadigma. De belangrijkste pijler van dit paradigma is het investeren in menselijk kapitaal, dat mensen de nodige vaardigheden geeft om kansen op de arbeidsmarkt zelf te grijpen in plaats van afhankelijk te zijn van passieve uitkeringen die hen beschermen tegen armoede. Meer specifiek zijn beleid en strategieën om kinderarmoede te verhelpen gericht op de arbeidsintegratie van de ouders om zo het gezinsinkomen te verhogen terwijl tegelijkertijd geïnvesteerd wordt in het toekomstig potentieel van de jonge kinderen om lange termijn verliezen in menselijk en economisch kapitaal te voorkomen. We focussen in dit onderzoeksproject op de gehandicapte kinderen, een groep van kinderen voor wie armoedebestrijding via de arbeidsparticipatie van ouders op het eerste gezicht problematisch is. De belangrijkste doelstelling van het onderzoeksproject is om (1) het verband tussen handicap tijdens de kinderjaren, kinderarmoede en werkintensiteit van het huishouden te onderzoeken; en (2) de wijzen waarop de instrumenten van het sociale beleid een impact hebben op de werk-zorg strategieën van ouders met gehandicapte kinderen te identificeren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Diepgaande analyse van de effecten van armoede op de leef- en werkomstandigheden van vrouwen en op hun kinderen. 01/03/2015 - 31/03/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Kinderarmoede, kinderen met een handicap en de combinatie van arbeid en zorg: Dataverzameling en eerste empirische verkenningen van de effectiviteit van het sociaal beleid in Vlaanderen 01/02/2015 - 31/12/2015

Abstract

Met deze KP-BOF aanvraag wordt een nieuw onderzoeksproject geïnitieerd waarin de problematiek van kinderarmoede wordt benaderd vanuit het perspectief van kinderen met een handicap. Op basis van nooit eerder gebruikte administratieve data wordt het armoederisico van Belgische kinderen met een handicap voor het eerst in kaart gebracht, en worden op basis daarvan nieuwe hypothesen geformuleerd over de impact van het sociaal beleid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Een empirisch onderzoek naar de betaalbaarheid en wenselijkheid van hervormingen in de toekomstige Vlaamse kinderbijslag: uitwerken en simuleren van mogelijke en haalbare scenario's. 01/12/2014 - 31/12/2015

Abstract

De doelstelling van het onderzoeksproject is tweeledig: 1) het uitwerken, valideren en evalueren van hervormingsvoorstellen van de kinderbijslag op Vlaams niveau; en 2) het in kaart brengen van de uitkomsten en knelpunten van het implementeren van een inkomenstoets (gerelateerd aan de gezinsgrootte) in de kinderbijslag op Vlaams niveau.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

De paradox van de herverdeling, niet langer een paradox? Een empirisch onderzoek naar de rol van het beleidsontwerp in het reduceren van armoede in ontwikkelde welvaartsstaten. 01/10/2014 - 30/09/2017

Abstract

In dit werk worden de uitkomsten van het hedendaagse gezinsbeleid in Europese landen onderzocht in het kader van de sociale investeringsstaat. Twee vragen staan centraal: 1) Wie wordt beter van overheidsinvesteringen in het gezinsbeleid?; en 2) wat zijn hiervan de implicaties voor de doelstellingen van de overheidsinvesteringen in het gezinsbeleid? Daarbij ligt de focus op drie beleidsinstrumenten: kinderopvang, ouderschapsverlof en kinderbijslagen. De resultaten tonen dat er een Mattheuseffect schuilt in het gebruik van kinderopvang en ouderschapsverlof, maar niet noodzakelijk in de kinderbijslag.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject