Project Cyber-Shoc

Het doel van dit project is het in kaart brengen van ervaringen en emoties die samenhangen met cyberpesten in drie contexten:

  1. Bij adolescenten op school,
  2. Bij werknemers in organisaties,
  3. In de gezinscontext, meer bepaald bij ouders en hun adolescente kinderen.

Het onderwerp cyberpesten heeft in de laatste jaren veel media-aandacht getrokken. Bij jongeren is er in de laatste tien jaar een groot aantal studies gedaan naar het vóórkomen en de gevolgen van cyberpesten. Er is echter veel minder bekend over de factoren en dieperliggende oorzaken die leiden tot dader- en slachtofferschap van cyberpesten. Problemen en stress kunnen verschillende reacties teweegbrengen, zoals agressief of eerder teruggetrokken gedrag, die op hun beurt kunnen leiden tot een verhoogde kans op dader of slachtoffer worden van (cyber)pesten. Daarnaast kunnen ervaringen met cyberpesten aanleiding geven tot negatieve emoties en stress, en kunnen ze problemen in andere domeinen uitlokken of verergeren. Hierdoor kan op termijn een vicieuze cirkel ontstaan. Deze verbanden tussen ervaringen, emoties en cybergedrag zijn bij jongeren tot op heden echter nog niet uitvoerig onderzocht.

In de werkcontext is pesten op het werk een ernstig risico. Onderzoekers hebben hun aandacht gericht op de werk- en persoonsgebonden factoren die pesten op het werk in de hand kunnen werken. In deze context is cyberpesten echter onderbelicht gebleven in onderzoek. We kunnen ons daarbij de vraag stellen of factoren die bij traditioneel pesten een belangrijke rol spelen, bij cyberpesten een even belangrijke rol opnemen.

Tot slot is er tot op heden nog geen onderzoek gedaan naar cyberpesten in gezinscontext, namelijk naar de wisselwerking van cyberpestervaringen tussen de ouders en hun adolescente kinderen Heeft het gepest worden of het pestgedrag van een adolescent een effect op de gevoelens, de ervaren stress en het gedrag van zijn/haar ouders, en vice versa? En welke gevoelens en gebeurtenissen bij de jongere en zijn/haar ouders gaan vooraf aan cyberpestervaringen bij (één van) beide(n)?

De onderzoeksmethode voor de eerste twee contexten (school en werk) bestaat uit vragenlijsten die drie keer worden afgenomen bij dezelfde groep respondenten (1500 tal leerlingen uit de eerste graad van het secundair en 1500 tal werknemers). Om cyberpesten in de gezinscontext te onderzoeken, wordt gebruik gemaakt van een dagboekmethode.

Het project is een interdisciplinaire en interuniversitaire samenwerking tussen de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen – departement Communicatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen en de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de KU Leuven. Het wordt gefinancierd door het FWO (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek) en loopt van 2014 tot 2018.

Logo