Geïntegreerde netwerken in de strijd tegen kinderarmoede

Op verschillende beleidsniveaus merken we een groeiende consensus om kinderarmoede hoog op de beleidsagenda te plaatsen. Een belangrijk knelpunt waar zowel het beleid, sociaal werkers als families met jonge kinderen in de dagelijkse praktijk mee worden geconfronteerd is de historische fragmentatie van zowel dienstverlening als beleid. Verschillende inspanningen werden reeds geleverd om deze fragmentering tegen te gaan, voornamelijk door het organiseren van geïntegreerde lokale netwerken van diverse organisaties. Deze netwerken bieden een dienstverlening aan voor families met jonge kinderen in het algemeen en kwetsbare doelgroepen geconfronteerd met een hoog armoederisico in het bijzonder, waardoor zij beroep kunnen doen op zowel materiële als immateriële maatschappelijke hulpbronnen. In dit onderzoek gaan we op zoek naar de manier waarop netwerken ingezet worden in de strijd tegen kinderarmoede. De centrale concepten van dit onderzoek zijn de termen ‘netwerkintegratie’ en ‘armoedebestrijding’.

We definiëren netwerkintegratie zowel op het niveau van het netwerk als op het niveau van de cliënt. Op het niveau van het netwerk verwijst netwerkintegratie naar de manier waarop diverse organisaties met elkaar verbonden zijn. In een geïntegreerd netwerk hebben alle organisaties toegang tot middelen en informatie binnen het netwerk. De rol van netwerkcoördinatie wordt hierbij sterk benadrukt en zal in dit onderzoek dan ook onder de loep genomen worden. Op het cliëntniveau verwijst netwerkintegratie naar de mate waarin de aangeboden dienstverlening voldoende ondersteunend en responsief is naar de diverse en complexe problemen waar kwetsbare gezinnen mee worden geconfronteerd. Hier zal dus de betekenisverlening van de gezinnen zelf het centrale onderwerp van onderzoek zijn.

Diverse internationale studies tonen dat netwerken belangrijk zijn in de strijd tegen (kinder)armoede, maar ook dat ze niet altijd tot betere resultaten leiden op het vlak van kwaliteit van de dienstverlening zoals ervaren door de gezinnen. We beargumenteren daarom dat wetenschappelijk onderzoek naar deze materie noodzakelijk is. Omwille van deze reden ontwikkelen we in dit onderzoek een diepgaande benadering om de netwerken en hun integratie onder de loep te nemen. De onderzoeksvragen van dit onderzoek formuleren we als volgt:

  1. Op welke manier worden geïntegreerde netwerken van hulpverleningsorganisaties die ondersteuning bieden aan families met jonge kinderen in armoede georganiseerd?
  2. Welke sociaal werkpraktijken van in- en exclusie ontstaan binnen deze geïntegreerde netwerken?
  3. Hoe ervaren beleidsactoren en sociaal werkers deze netwerken?
  4. Hoe ervaren families met jonge kinderen in armoede deze netwerken?

We willen deze vragen beantwoorden door twintig lokale netwerken die aandacht hebben voor  kinderarmoede in België onder de loep te nemen, waarvan acht in Vlaanderen, acht in Wallonië en vier in Brussel. In een eerste onderzoeksluik zullen we aan de hand van kwalitatief en kwantitatief onderzoek deze interorganisationele netwerken in kaart brengen en de netwerkcoördinatie en samenwerkingsverbanden expliciteren en toelichten. Op deze manier kan een nuttige en waardevolle bijdrage geleverd worden aan het veld door deze inzichten en resultaten te bundelen en vrij ter beschikking te stellen.

In het tweede luik van dit onderzoek gaan we op zoek naar de percepties van lokale beleidsmakers, sociaal werkers en gezinnen met kinderen in armoede. We kijken hoe lokale actoren vorm geven aan deze samenwerkingsverbanden en welke betekenis ze hier aan geven. Daarbij is het belangrijk te analyseren vanuit welke logica’s en probleemdefinities men deze netwerken samen uitwerkt. De interpretatie en vorm die men aan het netwerk geeft en de dynamieken die lokaal ontstaan, zullen wellicht een invloed hebben op de onderlinge relatie tussen de organisaties en de ouders. In dialoog met gezinnen in armoede construeren we wat kwalitatieve dienstverlening kan inhouden en gaan we na of de dienstverlening als responsief en als ondersteunend ervaren wordt.