Missie

Leren-lerenbenaderingen toegankelijk maken voor mensen die leerprocessen begeleiden bij kinderen,  jongeren en volwassenen voor wie leren niet vanzelfsprekend is.

Onder leren-lerenbenaderingen wordt verstaan:

  • manieren van leren die de nadruk leggen op het leer-proces, d.w.z. het verwerven van basis-leervaardigheden, zowel cognitieve als sociaal-emotionele;
  • manieren van leren die respect hebben voor hoe mensen leren;
  • leermethodes die leren effectiever en leuker maken;
  • manieren van leren die de leerkwaliteit versterken in de relatie leraar/opleider-lerende-leerinhoud.

Toegankelijk maken = verspreiden, sensibiliseren, ontwikkelen, aanbieden, …

Mensen die leren begeleiden van kinderen, jongeren en volwassenen:

  • in onderwijscontexten;
  • in arbeidsmarktgeoriënteerde - en beroepsopleidingen;
  • in basiseducatie;
  • in jongeren- en volwassenenvorming;
  • in de revalidatiesector

Sociale uitsluiting, ontwikkeling en cognitie

Veel kinderen en volwassenen hebben het moeilijk om dingen te leren en te begrijpen: het is alsof vele onderwijspogingen erop afketsen. Hun basisvoorwaarden voor leren zijn onvoldoende ontwikkeld. Dat kan komen door een ontwikkelingsprobleem waarmee ze geboren zijn, of omdat ze van thuis uit of elders onvoldoende leerkansen hebben meegekregen. Zo ontstaat vaak een vicieuze cirkel: slechte schoolresultaten, lage scholingsgraad, moeilijk werk vinden of houden, moeilijke integratie op sociaal gebied, soms verwijzing naar buitengewoon onderwijs, sociale uitsluiting. En de cirkel herhaalt zich vaak in de volgende generatie. Uit studies blijkt dat een meerderheid van de bevolking van het buitengewoon onderwijs uit sociaal-economisch minder kansrijke gezinnen komt.  Vicieuze cirkels kunnen doorbroken worden. Kinderen moeten en kunnen leren de nodige werktuigen ontwikkelen om meer vat op de wereld te krijgen en zelfstandig te kunnen leren. Ouders, leerkrachten en opvoeders kunnen daaraan mee helpen.

Cognitieve ontwikkeling: veelzijdig

Cognitie betekent: leren kennen, dus: informatie verzamelen, verwerken en weergeven. Dat heb je nodig om de wereld te leren kennen, vaardigheden te leren, te studeren, iets creatiefs te doen, muziek te maken, enz. Het is dus niet alleen rationeel-analytisch "linker-hersenhelft-denken". Cognitieve ontwikkeling kan niet losgekoppeld worden van het emotionele domein en het domein van de zingeving. Ontwikkeling van het cognitieve geeft handvaten om in het woelige emotionele domein te kunnen zeilen. Ontwikkeling van het cognitieve geeft ook meer mogelijkheden om richting en betekenis te geven aan het leven: het verbreedt de kijk op de wereld. Het hangt dus ook samen met ethische ontwikkeling en de mogelijkheid van zelf-bewustzijn en introspectie.

De bouwstenen van de cognitieve ontwikkeling worden gevormd door opvoeding, cultuur en samenleving, in wat de Israëlische psycholoog Reuven Feuerstein de mediatie noemt.

Een verlaagde cognitieve ontwikkeling uit zich op verschillende manieren. Leermoeilijkheden op school zijn het meest opvallend. Een leerling die niet weet hoe een schema te maken, een samenvatting, die geen sleutelwoorden uit een tekst kan halen, die geen hoofdzaken van bijkomstige zaken kan onderscheiden, die geen tekst kan maken, die slordig is, onnauwkeurig. Ook gedragsmoeilijkheden kunnen een uiting zijn van cognitieve deficiënties: het systeem geraakt oververhit door overstimulatie, het niet kunnen plaatsen van stimuli, geen inzicht hebben in het waarom van regels, rechten en plichten, enz. Werkhoudingsproblemen - niet op tijd kunnen komen, niet kunnen volhouden, geen werk zien, moeite hebben met verantwoordelijkheid, met overzicht, met doel, inzicht, het ontvangen en uitvoeren van instructies zijn bekende problemen die in termen van cognitieve deficiënties kunnen vertaald worden. Sociale moeilijkheden kunnen ook samenhangen met cognitie: niet kunnen inkomen in andere standpunten, zich niet kunnen verplaatsen, onbegrip, gebrek aan zelfcontrole, impulsiviteit in reacties, handelen vanuit vooroordelen, enz.

Leren leren.... maar hoe?

Ganzenvoeren of leren vissen?

Levenslang leren, is de aanbeveling van de Europese Commissie in het Witboek Naar een cognitieve samenleving ". Ons onderwijs is hoofdzakelijk erop gericht om kennis en vaardigheden over te dragen. Dat is natuurlijk nodig om b.v. te leren lezen, schrijven en rekenen. Maar veel kennis verandert. We moeten ons voortdurend aanpassen: werkomstandigheden, sociale omstandigheden, relaties, machines, technologie. Weinig onderwijsprogramma's leren hoe je daarmee kan omgaan. Onderwijs is er in de eerste plaats om leerlingen te helpen ontwikkelen: cognitief, sociaal en emotioneel. Leerlingen moeten leren zoeken. Met de moderne communicatietechnologie wordt het nog belangrijker om in dit ingewikkelde landschap zijn weg te vinden. Kinderen of volwassenen die onvoldoende basisvoorwaarden tot leren hebben, dreigen ook uit deze boot te vallen.

Denken alleen voor wie met zijn hoofd werkt?

Vele kinderen en volwassenen leren onvoldoende uit de indrukken die ze uit de omgeving opnemen. Soms kunnen ze alleen maar reproduceren. Dit is gevaarlijk wanneer ze verantwoordelijkheid krijgen (technisch, politiek, sociaal) en wanneer ze voor nieuwe situaties staan. Denken heeft iedereen nodig, ook (vooral) wie met de handen werkt. Ongevallen ten gevolge van beoordelingsfouten hebben in onze moderne technische tijd vaak veel grotere gevolgen.  

Leerlingen moeten daarom hun denken tot ontwikkeling brengen. Dit kan maar als ook de opleiders dat doen.

Er zijn in de voorbijgaande jaren vele programma’s ontwikkeld, zgn. "cognitieve trainingsprogramma’s" die op deze basis-denkfuncties werken. Deze hebben vooral de bedoeling de leerling (in de brede zin van het woord) tot ontwikkeling te brengen (onrechtstreeks via de leerkracht). Vele van deze programma’s werken echter vanuit een heel beperkte visie, alsof het alleen de leerling zou zijn waaraan moet gesleuteld worden. Vaak laten ze het emotionele en sociale domein ongemoeid. Meestal blijven ze beperkt tot het invullen van denkoefeningetjes.

Leerlingproblemen moeten op een interactieve manier bekeken worden: wat is de kwaliteit van de relatie tussen opvoeder en leerling? Het is ook belangrijk te kijken naar het lerend milieu: de school, vormingsinstelling, enz.: in hoeverre stimuleren zij ontwikkeling, leren, erbij horen, dan wel uitsluiting en drop-out?