Opleidingsinfo

Hoe ziet je opleiding eruit?

Afstudeerrichting Milieu en gezondheidswetenschappen: Studeren voor milieugezondheidsdeskundige

De richting milieu en gezondheidswetenschappen heeft als doelstelling multidisciplinaire academici te vormen met kennis van toxicologie, epidemiologie en risico-evaluatie die werkzaam zullen zijn op de doorsnee tussen mens en milieu. Ze verwerven  inzicht in de gevaren en risico’s van chemische stoffen en andere agentia, op de mens en zijn omgeving, en in de toxische werkingsmechanismen die aan de basis hiervan liggen. Deze kennis is erg belangrijk voor de bescherming van het milieu en de volksgezondheid, en voor het opstellen van veilige milieu- en voedingsnormen en beheersmaatregelen voor stoffen en producten die in het milieu terechtkomen en waarmee de mens in contact kan komen. In de farmaceutische industrie is deze kennis nodig voor de evaluatie van de veiligheid van nieuwe medicijnen die ontwikkeld worden. Aspecten zoals voedselveiligheid en de inschatting van de heilzame effecten van diverse voedingscomponenten in het lichaam komen uitgebreid aan bod.
Door deze studie kan je de impact op het milieu en gezondheid van een populatie beschrijven, analyseren en hierover informatie verzamelen en communiceren. Bovendien kan je een kritische beoordeling geven over impact van chemische stoffen op milieu en gezondheid. Als milieugezondheidsdeskundige kan je programma’s opstellen om de invloeden van milieufactoren op de gezondheid van mens en milieu te onderzoeken en kan je zelfstandig wetenschappelijke onderzoeksprogramma’s opstellen over de werkingsmechanismen en impact op de gezondheid van stoffen in de voeding, water, lucht, bodem en consumentenproducten. Je bent ook in staat om beschermende maatregelen (milieu, levensstijl) voor te stellen die de gezondheid bevorderen.

Troeven

De masteropleiding is sterk praktisch gericht. In het eerste jaar zijn er labostages van zes weken en in het tweede jaar kan je gedurende acht maanden bijna voltijds aan onderzoek doen binnen je masterproef.
Vertrekkend van een brede basis in de bachelors worden in de masteropleiding bijzondere zwaartepunten ontwikkeld waarin Antwerpen zich sterk mag prijzen.
Zo is voor de afstudeerrichting Milieu en gezondheidswetenschappen de samenwerking met het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO), in het bijzonder met het Departement Milieutoxicologie en het Instituut voor Milieukunde (IMK) belangrijk. In deze opleiding krijgen de studenten de gelegenheid zich te specialiseren in de relatie tussen milieufactoren, chemische stoffen, voeding en de menselijke gezondheid door kennis te verwerven in de moleculaire  toxicologie, voeding, volksgezondheid en ecologie. Dit laat toe om milieutoxicologen te vormen die veiligheid van stoffen en milieufactoren kunnen onderzoeken ten behoeve van overheden en industrie.

Mag je starten?

Toelatingsvoorwaarden

Rechtstreeks

  • academische bachelor in de biomedische wetenschappen
  • academische bachelor in de biochemie en de biotechnologie
  • academische bachelor in de biologie
  • academische bachelor in de farmaceutische wetenschappen
  • academische bachelor in de diergeneeskunde
  • academische bachelor in de geneeskunde
  • academische bachelor in de bio-ingenieurswetenschappen: cel- en genbiotechnologie
  • NL: bachelor biomedische wetenschappen
  • NL: bachelor biologie
  • NL: bachelor farmaceutische wetenschappen
  • NL: bachelor diergeneeskunde
  • NL: bachelor geneeskunde
  • NL: bachelor farmacie

Er wordt geadviseerd om contact op te nemen met de studietrajectbegeleider om te bekijken welke hiaten eventueel via zelfstudie moeten weggewerkt worden.

Na toelating

  • andere academische bachelors en masters: te bevragen bij de studietrajectbegeleider

Mits schakelprogramma

  • professionele bachelor in de biomedische laboratoriumtechnologie (richtingen: medische laboratoriumtechnologie en farmaceutische en biologische technieken)

Onderzoek in de opleiding

Gezien de specialisatie van de masteropleidingen is het onderzoek nauw verweven met de gedoceerde opleidingsonderdelen.  Een zeer belangrijk onderdeel van de masteropleiding is de masterproef. Deze omvat een begeleid maar zelfstandig uit te voeren onderzoeksproject.

De masterproef wordt uitgevoerd in één van de onderzoeksgroepen die de opleiding ondersteunen. Tijdens de praktische uitvoering worden de studenten betrokken bij het lopende wetenschappelijk onderzoek in de onderzoeksgroep.
In de masterjaren wordt er eveneens geregeld onderwijs gegeven aan de hand van de bespreking van recente wetenschappelijke publicaties. De studenten worden op deze wijze maximaal betrokken bij het wetenschappelijk onderzoek en krijgen inzicht in de vooruitgang van de gekozen onderzoeksdiscipline.

Alle opleidingsonderdelen worden ook up to date gehouden met de nieuwe ontwikkelingen in het onderzoek.

Praktijk in de opleiding

De masteropleiding is sterk praktisch gericht. In het eerste jaar zijn er labostages van zes weken en in het tweede jaar kan je gedurende acht maanden bijna voltijds aan onderzoek doen binnen je masterproef. 

Verder wordt er bij elk opleidingsonderdeel een praktisch gedeelte voorzien. Dit kan variëren van geavanceerde theorethische oefeningen en simulaties, demonstraties van high-tech technieken in specifieke onderzoekslaboratoria tot het zelfstandig uitvoeren van geavanceerde experimenten in de praktijkzalen.