Sociaal-fiscaal statuut van 'student-zelfstandige'

Sinds 1 januari 2017 bestaat er een specifiek wettelijk statuut 'student-zelfstandige'.

Het wettelijk statuut 'student-zelfstandige' is niet hetzelfde als het 'statuut student-ondernemer' binnen de universiteit. Het 'statuut student-ondernemer' binnen de universiteit helpt je wel om in aanmerking te komen voor het wettelijk statuut. 

Voordelen van het wettelijke statuut?

Als je inkomen onder een bepaalde grens blijft, kan je genieten van een gunstige bijdrageregeling en kan je ten laste blijven van je ouders voor ziekteverzekering, kinderbijslag en fiscaliteit.

Wat zijn de voorwaarden?

  1. Je bent tussen 18 en 25 jaar. Starten als student-zelfstandige kan vanaf het kwartaal waarin je 18 wordt tot en met het derde kwartaal (30 september) van het jaar waarin je 25 wordt.
     
  2. Je bent ingeschreven  aan een Belgische erkende onderwijsinstelling of een buitenlandse onderwijsinstelling waarvan het programma erkend is door de bevoegde buitenlandse overheid.
     
  3. Je volgt studies met het oog op het behalen van een diploma. Examen- en creditcontracten komen in principe ook in aanmerking.
     
  4. Je bent ingeschreven voor een studieprogramma van minimum 27 studiepunten (of 17 lesuren per week). Er is een uitzondering als je in je diplomajaar niet aan 27 studiepunten komt en nog een eindverhandeling of een stageverslag moet indienen: in dat geval kom je ook in aanmerking tot de indiening van je eindverhandeling of stageverslag en uiterlijk tot het einde van het academiejaar (je diplomajaar).
     
  5. Je volgt regelmatig de lessen. Dit betekent dat  je een attest moet kunnen voorleggen waaruit blijkt dat je aanwezig bent geweest tijdens de lessen of hebt deelgenomen aan de examens (tenzij je overmacht kan bewijzen), of dat de onderwijsinstelling je heeft begeleid in een ondernemingsproject.
     
  6. Je oefent een zelfstandige activiteit uit zonder gezagsverhouding met een werkgever – of bent dit toch van plan.

Ben je een internationale student die aan alle voorwaarden voldoet, kom je ook in aanmerking voor het statuut student-zelfstandige.

Hoe kan je het statuut verkrijgen?

Je vraagt het staat zelf aan bij een sociaal verzekeringsfonds. De aanvraag kan schriftelijk of elektronisch gebeuren. Je moet aangesloten zijn vooraleer je start met je zelfstandige activiteit. Een overzicht van alle sociale verzekeringsfondsen vind je via  http://www.rsvz.be/nl/socialeverzekeringsfondsen.

Welke documenten heb je nodig om de aanvraag in te vullen?

Het sociaal verzekeringsfonds zal je een aanvraagformulier bezorgen.

In het aanvraagformulier verklaar je dat je regelmatig de lessen zal volgen (voor een nog niet beëindigd academiejaar én voor ieder academiejaar opnieuw aan te vragen).

De sociale verzekeringsfondsen leiden uit het kinderbijslagkadaster af of je voldoet aan de voorwaarde van inschrijving in een erkende onderwijsinstelling voor 27 studiepunten/17 lesuren. In uitzonderlijke gevallen kan men een attest van inschrijving/inschrijvingsbewijs bijkomend opvragen.

Op het einde van het school- of academiejaar moet de onderwijsinstelling bevestigen dat je regelmatig de lessen volgt. Dit kan door te attesteren dat je aanwezig bent geweest tijdens de lessen (dit wordt in principe niet geattesteerd), of hebt deelgenomen aan de examens voor minimum 27 studiepunten of 17 lesuren. Ben je door overmacht verhinderd om regelmatig de lessen te volgen of aanwezig te zijn op examens? Dan moet je dat aantonen met een verantwoordingsstuk.

Als de onderwijsinstelling je effectief begeleidt in je ondernemingsproject volstaat dit attest en moet je je aanwezigheid tijdens de lessen of examens niet aantonen. De FOD Sociale Zekerheid aanvaardt dit laatste attest enkel wanneer je ook het statuut student-ondernemer van de universiteit hebt.

Wanneer krijg je het statuut?

Je verwerft het statuut van student-zelfstandige vanaf het kwartaal waarin je de aanvraag hebt ingediend of vanaf het kwartaal dat je hebt vermeld in de aanvraag.

Moet je het statuut elk academiejaar opnieuw aanvragen?

De aanvraag blijft gelden voor de volgende academiejaren als je aan de voorwaarden blijft voldoen.

Wanneer eindigt het statuut?

  • vanaf het kwartaal waarin je niet meer aan alle voorwaarden (betreffende je studies of activiteit) voldoet;
  • wanneer je afstudeert; dit is niet automatisch het einde van het academiejaar:
    • als je afstudeert in juni, kan je het statuut behouden tijdens het derde kwartaal
    • als je afstudeert in januari, eindigt het statuut vanaf het eerste kwartaal (omdat je vanaf dat kwartaal niet meer aan de voorwaarden voldoet)
  • uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarin je 25 wordt (wanneer je de leeftijd van 25 jaar bereikt in het midden van het academiejaar, kan je tot het einde van het academiejaar het statuut van student-zelfstandige genieten).

Gevolgen voor de sociale zekerheid

Als student-zelfstandige kan je genieten van een voordelige bijdrageregeling:

  • Je moet geen sociale bijdragen betalen als je netto belastbaar jaarinkomen van 2020 (dit is het bruto-belastbaar inkomen min de beroepskosten) lager is dan 6996,89 euro.
  • Je betaalt een verminderde bijdrage van 20,5% op het gedeelte van het inkomen tussen 6996,89 en 13993,78 euro.
  • Is je netto belastbaar inkomen gelijk aan of hoger dan 13993,78 euro, dan betaal je sociale bijdragen zoals elke zelfstandige in hoofdberoep op je volledige inkomen als zelfstandige. In dat geval is er dus geen vrijstelling voor de schijf tot 6996,89 euro. Dit geldt ook als je het statuut van ‘student-zelfstandige’ niet hebt.

Voor het inkomstenjaar 2019 gelden volgende bedragen: 6923,69 en 13847,39 euro.

Opgelet: zonder melding van geraamd inkomen betalen student-zelfstandigen een forfaitaire voorlopige bijdrage van circa 81 euro per kwartaal gedurende de opstartfase (de eerste drie volledige jaren). Als je een duidelijk idee hebt van je inkomen, kan je vragen om de bijdragen te verlagen of te verhogen, rekening houdend met de hierboven vermelde bedragen.

Gevolgen voor de ziekteverzekering

Als je als student-zelfstandige in het nieuwe statuut bijdragen betaalt, open je eigen rechten in de ziekte- en invaliditeitsverzekering. Betaal je geen of verminderde bijdragen, dan blijf je via je ouder(s) verzekerd.

Zolang je inkomen minder bedraagt dan 13847,39 euro (bedrag 2019), open je geen eigen rechten in de ziekteverzekering. Voor de geneeskundige zorgen blijf je dan ten laste bij je ouders. Het betalen van verminderde bijdragen doet onder bepaalde voorwaarden wel de wachttijd voor de verzekering arbeidsongeschiktheid lopen. Vanaf een inkomen van 13847,39 euro bouw je dezelfde sociale rechten op als een zelfstandige in hoofdberoep. Voor het inkomstenjaar 2020 geldt het volgende bedrag: 13993,78 euro.

Gevolgen voor kinderbijslag

Als student-zelfstandige (met domicilie in Vlaanderen) behoud je het recht op kinderbijslag automatisch als je geen bijdragen in hoofdberoep verschuldigd bent. Als je je zelfstandige activiteit combineert met ander werk (al dan niet als jobstudent) kan dit gevolgen hebben voor je kinderbijslag. Werk je, naast je zelfstandige activiteit, uitsluitend als student met verminderde sociale zekerheidsbijdrage (d.w.z. binnen het contingent van 475 uur), dan behoud je je kinderbijslag. Werk je (ook) met een gewone arbeidsovereenkomst of met een overeenkomst voor studentenarbeid onder volledige sociale zekerheidsbijdrage, dan behoud je je kinderbijslag voor de maanden waarin die tewerkstelling niet meer dan 80 uur bedraagt.

Gevolgen voor de belastingen

Je kan fiscaal ten laste blijven van je ouders als je voldoet aan een aantal criteria:

1  Deel uitmaken van het gezin

Om ten laste te zijn voor het aanslagjaar 2020 moet je op 1 januari 2020 wettelijk gedomicilieerd zijn in je ouderlijke huis.

2. Geen lonen ontvangen die beroepskosten zijn voor je ouders

Zijn je ouders zelfstandigen en help je hen tijdens de vakantie in de zaak? Zodra je loon als beroepskost van hun inkomsten wordt afgetrokken, kan je niet meer ten laste van je ouders zijn. Als je vergoed wordt door een vennootschap waar je ouder(s) deel van uit maken, dan gelden er specifieke regels. Contacteer je sociaal verzekeringsfonds voor meer informatie.

3. Je netto bestaansmiddelen beperken

Als je als student wilt bijverdienen loop je het risico niet meer fiscaal ten laste van je ouders te zijn. Onderzoek of dit al dan niet het geval is, aangezien ouders met kinderen die fiscaal ten laste zijn een belastingvermindering krijgen. Deze vermindering stijgt in functie van het aantal kinderen dat nog fiscaal ten laste is.

Om in 2020 fiscaal ten laste te kunnen zijn, mogen je netto-bestaansmiddelen in 2019 niet meer dan 3330 euro bedragen. Ben je kind van een alleenstaande ouder, dan geldt een hogere grens, namelijk 4810 euro. Voor het aanslagjaar 2021 gelden volgende bedragen: 3380 en 4880 euro (inkomsten 2020).

De netto-bestaansmiddelen bereken je als volgt:

  • Eerst tel je het bruto-belastbaar inkomen uit zelfstandige arbeid (je bruto-inkomsten verminderd met je betaalde sociale bijdragen) samen met het bruto-belastbaar inkomen uit contractuele tewerkstellingen.
  • Heb je gewerkt onder een studenten-contract en/of onder het statuut van student-zelfstandige, dan mag je maximaal  2780 euro (bedrag 2019) of 2820 (bedrag 2020) in mindering brengen van het totale bruto-belastbaar inkomen dat je hebt verdiend in 2019 of 2020.

  • Als je onderhoudsuitkeringen ontving moeten deze worden toegevoegd. Er is een vrijstelling van maximaal 3330 euro in 2019 (3380 euro in 2020). Als laatste stap mag je het bekomen bedrag verminderen met 20 % forfaitaire kostenaftrek. Het bedrag dat je dan verkrijgt vormen je netto-bestaansmiddelen.

Meer informatie vind je bij je sociaal verzekeringsfonds of op www.rsvz-inasti.fgov.be/n