De chattaal van Vlaamse tieners.

Date: 21 May 2014

Venue: Stadscampus - Klooster Grauwzusters - Lange Sint-Annastraat 7 - lokaal S004 - 2000 Antwerpen

Time: 3:00 PM

Organization / co-organization: Faculteit Letteren en Wijsbegeerte - Departement Taalkunde

PhD candidate: Benny De Decker

Principal investigator: Reinhild Vandekerckhove

Short description: Een taalgeografische analyse van Vlaamse (sub)standaardiseringsprocessen tegen de achtergrond van de internationale chatcultuur.
Doctoraatsverdediging Benny De Decker - Faculteit Letteren en Wijsbegeerte.

CHATTAAL IS STERK REGIONAAL ÉN ENGELS GEKLEURD

Vlaamse tieners doorspekken hun chatconversaties sterk met spreektaalelementen, regionaal gekleurd taalgebruik en ontleningen uit het Engels. Typische kenmerken van internettaal integreren jongeren echter niet op een systematische manier, in tegenstelling tot wat exemplarische omschrijvingen van chattaal wel eens laten uitschijnen. Wendingen als hy w8 strax (‘hij wacht straks’) zijn veeleer zeldzaam. Alleen een relatief beperkt aantal afkortingen blijkt hoogfrequent.

Nieuwe communicatietechnologieën, zoals chat en sms, worden wel vaker met de vinger gewezen als een oorzaak van de zogenaamde ‘taalverloedering’ waaraan jongeren ten prooi zouden vallen. Niettemin werd nog nooit op grote schaal onderzocht hoe de chattaal van Vlaamse tieners er nu precies uitziet. Voor zijn doctoraatsonderzoek bestudeerde Benny De Decker (Universiteit Antwerpen) spontane en informele chatconversaties van bijna 28.000 Vlaamse jongeren tussen 13 en 20 jaar oud. Die werden tussen 2007 en 2013 geproduceerd op drie gekende kanalen: MSN (intussen opgegaan in Skype), Facebook Chat en de sociaalnetwerksite Netlog.

Chattaal van jongere tieners speelser en creatiever

Uit de analyses blijkt dat fenomenen die in stereotypische omschrijvingen van chattaal vaak worden aangehaald, in chatgesprekken van Vlaamse tieners meestal niet erg frequent zijn. Zo komt ‘Leetspeak’, waarbij cijfers de plaats van lettertekens innemen (bijvoorbeeld in w8 of suc6), in niet meer dan zowat 1 op 2000 woorden voor. Andere spellingswijzigingen, zoals het vervangen van ks door x of van ij door y, passen chatters doorgaans slechts toe op een beperkt aantal woorden (bijvoorbeeld niks, wij en zijn worden soms nix, wy en zyn), en zeker niet systematisch.

Opvallend is ook dat het gebruik van dergelijke chatspeakvormen duidelijk afneemt met de leeftijd. Jongere tieners manipuleren hun spelling vaker dan oudere. Enkel het gebruik van afkortingen (zoals mss en idd) en acroniemen (zoals lol en wtf) blijft min of meer constant. Dat kan erop wijzen dat zij functioneler zijn en daardoor vaste waarden geworden zijn in chattaal, terwijl andere spellingsmanipulaties, zoals Leetspeak, veeleer het resultaat zijn van louter speelse taalcreativiteit.

Schrijf zoals je spreekt

Uit het onderzoek blijkt verder dat, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, echte spel- en tikfouten relatief zeldzaam zijn. Gemiddeld wordt in een chatgesprek slechts één woord op vijftig onbewust foutief gespeld of getypt. Daar staat wel tegenover dat Vlaamse tieners voor zowat een kwart van de woorden min of meer bewust van de standaardspelling afwijken, met de bedoeling spreektaal of regionaal taalgebruik in een geschreven vorm om te zetten.

De Decker concludeert dat Vlaamse tieners in hun chattaal voortdurend verschillende variëteiten van het Nederlands door elkaar gebruiken: voornamelijk Standaardnederlands en tussentaal (zoals de informele en spontane spreektaal van heel wat Vlamingen wordt genoemd), en in mindere mate dialect.

Dé Vlaamse tussentaal bestaat niet

Een vergelijking van de chatgesprekken van tieners uit verschillende Vlaamse provincies leert overigens dat er niet zoiets bestaat als ‘dé Vlaamse tussentaal’. Spontaan en informeel online taalgebruik verschilt immers nog sterk per regio, en zelfs per individuele chatter. Slechts een handvol zogenaamd ‘typisch Vlaamse’ kenmerken, die afwijken van het Standaardnederlands, blijken effectief door tieners uit heel Vlaanderen frequent te worden geproduceerd in hun chattaal.

Meer bepaald zijn dat het gebruik van gij, ge en u(w) in de plaats van jij en je, het weglaten van de eind-t in woordjes als dat, wat en niet, de vorming van het verkleinwoord op -ke (boekske in plaats van boekje) en de toevoeging van een redundant dat na onderschikkende voegwoorden (zoals in de zin Ik weet wie dat er komt). Die kenmerken vormen volgens De Decker de homogene kern van Vlaamse tussentaal, maar verder is die variëteit dus (nog?) erg heterogeen: elke regio heeft zijn eigen tussentaal.

Engels? Da’s wel nice!

Ten slotte bestudeerde De Decker ook de invloed van het Engels op de chattaal van Vlaamse tieners. Zoals verwacht is die aanzienlijk groot: in één post op acht is ten minste één woord van Engelse oorsprong te vinden. Vlaamse tieners ontlenen nice het vaakst en ook sucken en dude zijn bijvoorbeeld erg populair. Vaak gaat het ook om terminologie uit de wereld van ICT, games en muziek, waarvoor geen Nederlands equivalent bestaat. Chatters vernederlandsen die Engelse ontleningen soms, bijvoorbeeld door de spelling aan te passen. Clean en alright kunnen klien en olraajt worden. Zulke speelse innovaties blijven wel minder frequent dan de originele vormen, maar demonstreren wel dat tieners dat Engels graag een eigen tintje geven.

Samengevat laat Vlaamse tienerchattaal zich het best omschrijven als een genre op zich, maar wel een inherent variabele variëteit, waarin elementen uit standaardtaal, tussentaal, chatspeak en Engels doorgaans vloeiend gecombineerd worden. De aantrekkingskracht bestaat er hoofdzakelijk in dat jongeren naar hartenlust van de schools aandoende taalnormen kunnen afwijken en experimenteren met creatief en innovatief taalgebruik. Chatters hebben dus de mogelijkheid om het geschreven Nederlands als het ware sterk te personaliseren. Of hoe chatten een schrijftaalrevolutie heeft teweeggebracht …