Waardevolle bijkomstigheden. Stedelijk groen in beleid en beleving, Antwerpen 1859-1973

Date: 16 September 2014

Venue: Felixarchief - Oude Leeuwenrui 29 - 2000 Antwerpen

Time: 3:00 PM

Organization / co-organization: Departement Geschiedenis

PhD candidate: Bart Tritsmans

Principal investigator: Hilde Greefs, Inge Bertels (VUB)

Short description: Doctoraatsverdediging Bart Tritsmans - Departement Geschiedenis - Faculteit Letteren en Wijsbegeerte



Waardevolle bijkomstigheden. Stedelijk groen in beleid en beleving, Antwerpen 1859-1973.

De leefbaarheid van steden is een brandend actueel thema. In de debatten over de wereldwijde verdichting en vergroting van steden spelen groene ruimtes steeds een cruciale rol. De bekommernis om een kwalitatieve stedelijke ruimte heeft haar wortels echter in de negentiende-eeuwse steden die geconfronteerd werden met een bevolkingsexplosie en industrialisering. In dit boek ga ik op zoek naar de betekenis van groen in de stedelijke samenleving van de negentiende en twintigste eeuw. Ik analyseer in welke mate de stedelijk groenruimte zich manifesteerde als een spiegel van maatschappelijke debatten. Doorheen de bestudeerde periode wordt gepeild naar de mate waarin de stedelijke groenruimte onderhevig was aan veranderingen in typologie, morfologie, beleving en gebruik, maar ook hoe politieke, economische en sociale thema’s en de beleving van stedelijk groen elkaar beïnvloedden. De omgang met groen toont naast de denkrichtingen en de mentaliteiten binnen de maatschappij en de politieke stromingen ook de verhouding tussen de verschillende actoren zoals beleidmakers, stadsbewoners, actiegroepen en natuurverenigingen, architecten en stedenbouwkundigen, en biedt inzicht in de omgang van stadsbewoners met de stedelijke ruimte.

Antwerpen kreeg aan het einde van de negentiende eeuw het etiket van minst groene stad in Europa. Het kwetsbare karakter van groen in de relatief beperkte en dichtbebouwde stedelijke ruimte demonstreert het belang van weloverwogen beslissingen en de daarmee samenhangende scherpe tegenstellingen tussen de verschillende groepen in de stad. Op basis van een geïntegreerde, driedimensionale analyse van de casus Antwerpen worden het beleid, de onderhandelingsprocessen, de conflicten en de beleving met betrekking tot stedelijk groen in de periode 1859-1973 bestudeerd. De onderzoeksvragen, het bronnencorpus en de structuur van dit proefschrift zijn opgebouwd uit drie dimensies: 1. de geplande stedelijke groenruimte, die vanuit het Antwerpse stedelijke beleid en de internationale stedenbouw bestudeerd wordt, 2. de onderhandelingsprocessen en de fricties over groen in het stedelijk weefsel, die de wijzigende stedelijke actoren en verhoudingen in de Antwerpse context zullen belichten, en 3. de individuele beleving en het gebruik van groen door de stadsbewoners, die een inkijk zal geven in de betekenis van de dagelijkse beleving van de stad. De keuze voor een driedimensionale langetermijnstudie van de stad Antwerpen maakt het mogelijk om de stad in haar specificiteit te behandelen en te kaderen in de internationale context van de bestudeerde periode. De gelaagde benadering zal zorgen voor een nieuw perspectief in het historisch onderzoek naar de stedelijke groenruimte. Naast de visie van het stadsbestuur en de onderhandelingen tussen de verschillende stedelijke actoren is het van cruciaal belang om de gebruikers en stadsbewoners een centrale plaats toe te kennen in (stads)historisch onderzoek. Historisch onderzoek naar stedelijk groen deed tot nu toe onrecht aan de beleving van de stadsbewoners.

Het brede perspectief op het concept stadsgroen draagt bij tot het begrijpen van de complexe betekenis van de stedelijke ruimte, en de interactie tussen de betrokken actoren. Het onderzoek werd niet bepaald door een selectie van fysieke groenruimtes, maar focuste op de stedelijke debatten waarin stedelijk groen een rol speelde. Op die manier werd geen geïsoleerde geschiedenis van groen geschreven, maar werd stedelijk groen ingebed in zijn maatschappelijke context. Met de keuze om niet alleen officiële publieke groenzones in het verhaal te betrekken, toonde dit onderzoek aan dat de stedelijke ruimte veel gelaagder is dan ze in de officiële bronnen naar voren komt, en dat ze een hybride en zelfs gecontesteerd karakter heeft.

De drie dimensies die dit proefschrift structureren leidden tot een onderzoek dat niet alleen het beleid en de officiële visie van stedelijk groen analyseerde, maar dat ook de fricties en de onderhandelingsprocessen tussen de verschillende betrokken actoren en de dagelijkse beleving van de stedelijke ruimte blootlegde. De meerwaarde van een brede, gelaagde benadering beperkt zich niet tot het onderzoek naar de stedelijke groenruimte, maar is op een bredere schaal inzetbaar in het (stads)historisch onderzoek en in een hedendaagse plancontext. Het onderzoek leidde tot de nuancering van de dominantie van het officiële discours in het historisch onderzoek naar de stedelijke ruimte, en kan ook voor het hedendaags stedenbeleid en de benadering van de stedelijke ruimte een inspiratiebron zijn.