De juridische bescherming van private relaties

Date: 30 March 2015

Venue: UAntwerpen - Stadscampus - Lokaal B.001 - Prinsstraat 13 - 2000 Antwerpen

Time: 5:00 PM

Organization / co-organization: Faculteit Rechten

PhD candidate: Sven Eggermont

Principal investigator: Prof. dr. Frederik Swennen en prof. dr. Dimitri Mortelmans

Short description: Doctoraatsverdediging van Sven Eggermont - Faculteit Rechten



Abstract

Voornaamste onderzoeksbesluiten:

  • 1. dat het gemene recht niet toereikend is ter bescherming van private relaties;
     
  • 2. dat er thans geen consistent kader van relatievormen bestaat, noch wat betreft de verhouding van die drie vormen tot elkaar, noch wat betreft de relatievormen op zich, noch wat betreft de rechtstakken onderling;
     
  • 3. dat er geen sprake is van enig beleid omdat de overwegingen waarop rechtsregels worden uitgevaardigd niet juist, niet logisch of niet consistent zijn.

    De drie besproken vaststellingen leiden tot een laatste vaststelling: wetgevend ingrijpen is vereist. Mijn proefschrift bevat geen concrete beleidsaanbeveling in welke richting de wetgeving dient te evolueren. Dat kan ook niet, precies omdat ik heb aangetoond dat bijkomend sociaalwetenschappelijk onderzoek nodig is opdat rechtsregels in overeenstemming zouden zijn met sociale praktijken en publieke opvattingen. Mijn proefschrift lijkt me een noodzakelijke stapsteen om vervolgens tot een juridisch consistente benadering te kunnen komen.  Op basis van mijn onderzoek lijkt het mij alvast goed om bij een globale hervorming afstand te nemen van de intussen klassieke driedeling in het relatierecht.

    Meer bepaald zou de wetgever het systeem volledig kunnen omkeren en in het algemeen niet meer de relatievorm op zich als maatstaf hanteren, maar de voor de specifieke regel relevante functie van de relatie. In zulk systeem van gedifferentieerde aanknopingspunten kan er wellicht betrekkelijk eenvoudig voor worden gezorgd dat iedereen die zich in de voor de regel relevant geachte situatie bevindt, ook effectief onder het toepassingsgebied daarvan valt. 'Opting out' zou dan onmogelijk moeten worden gemaakt. Er zouden per regel meer of minder aanknopingspunten kunnen worden vooropgesteld om het toepassingsgebied uit te breiden of te vernauwen en geval per geval zou er kunnen worden gewerkt met alternatieve of cumulatieve voorwaarden.

    In zulk systeem is in het relatierecht ook plaats voor levensgemeenschappen die niet seksueel-affectief zijn van aard, zoals kloosterlingen en kotstudenten. Evenzeer is er plaats voor seksueelaffectieve relaties zonder levensgemeenschap, zoals bij partners in een latrelatie.

    Het huwelijk en de wettelijke samenwoning kunnen in zulk systeem blijven bestaan en ook juridisch relevant zijn, niet als aanknopingspunt zelf, maar door er vermoedens van functies aan te koppelen.

    Hoe dan ook moet de wetgever:
    1. erkennen dat de feitelijke samenwoning, minstens tussen seksueelaffectieve partners, familierechtelijk van aard is;

    2. in het algemeen kijken naar de functie van de relatie, veeleer dan naar de vorm;

    3. aanknopen bij de duur van de relatie, ongeacht de vorm;

    4. rekening houden met het gegeven dat partners niet noodzakelijk het beste met elkaar voorhebben en de mogelijke machtsonevenwichten onderkennen;

    5. oog hebben voor de doorwerking van het familierecht in andere rechtstakken en vice versa;

    6. rekening houden met de wens van wettelijk samenwonenden om te worden beschermd; en

    7. zich ervan bewust zijn dat wettelijk samenwonenden aannemen ook effectief te zijn beschermd en bijgevolg niet geneigd zijn om bijkomende stappen te zetten.


Attachment: Abstract