Bedrieglijk handelen in het verblijfsrecht

Date: 2 June 2015

Venue: Universiteit Antwerpen, Stadscampus, Promotiezaal Grauwzusters - Lange Sint-Annastraat 7 - 2000 Antwerpen

Time: 5:00 PM

Organization / co-organization: Faculteit Rechten

PhD candidate: Annika Mortelmans

Principal investigator: Prof. dr. Dirk Vanheule

Short description: Doctoraatsverdediging Annika Mortelmans - Faculteit Rechten



Abstract

Het onderzoek is opgebouwd rond twee centrale onderzoeksvragen. Wat maakt dat een verblijfsaanspraak van een migrant als bedrieglijk wordt bestempeld of nog, wanneer pleegt een migrant bedrog? Hoe reageren de Belgische migratieoverheden vervolgens wanneer een migrant ten onrechte, bedrieglijk, een verblijfsrecht tracht te verkrijgen of wanneer hij dit recht reeds verkregen heeft. Beide vragen worden beantwoord en kritisch beoordeeld waarna aanbevelingen volgen.

Tot nog toe werd geen poging ondernomen om een coherente theorie uit te werken rond de betekenis en de aangewezen aanpak van bedrieglijk handelen door migranten. Nochtans blijkt het belang van deze problematiek voor de Belgische en Europese rechtssfeer uit alomtegenwoordige rechtsregels die bedrieglijk handelen door migranten willen voorkomen en bestraffen. Meer conceptuele duidelijkheid kan bovendien de daadkracht van de overheid in de strijd tegen bedrieglijk handelen verhogen en tegelijkertijd zorgen voor meer rechtszekerheid omdat eenieder, ook de migrant, dan kan vernemen welk handelen precies bedrieglijk is en welke sancties daarop staan.

Het onderzoek bestaat uit verschillende delen. Om het concept 'bedrieglijk handelen in het verblijfsrecht', in het licht van de eerste onderzoeksvraag te ontwikkelen, gaat het eerste deel te rade bij de betekenis die aanverwante begrippen als bedrog, fraude, frauduleus handelen, wetsontduiking en rechtsmisbruik hebben in het gemeen recht. Verschillen en gelijkenissen tussen al deze concepten worden onderzocht en aangegeven voor diverse rechtstakken als het burgerlijk recht, het strafrecht, het recht van de Europese Unie, het bestuursrecht en het fiscaal recht.

Een volgende, verblijfsrechtelijk deel onderzoekt in hoeverre de bevindingen uit het gemeen recht ook opgaan voor het verblijfsrecht en zijn diverse verblijfsstatuten. Dit deel betreft dus de vraag naar de verhouding van bedrieglijk handelen in het verblijfsrecht tot bedrieglijk handelen in het gemeen recht. Bestaan beide concepten uit dezelfde bestanddelen of zijn er verschillen? Een laatste samenvattend deel bevat telkens de bevindingen samen.

Het verblijfsrechtelijk deel van het onderzoek verwijst voorts naar de rechtsgevolgen van bedrieglijk handelen in het verblijfsrecht. Het antwoord op deze tweede onderzoeksvraag wordt gegeven aan de hand van de Vreemdelingenwet en de toepasselijke rechtspraak.

Het derde deel evalueert ten slotte de huidige verblijfsrechtelijke aanpak met betrekking tot bedrieglijk handelen door migranten. Dit deel doet vaststellingen omtrent de Belgische stand van zaken en beoordeelt deze kritisch in het licht van buitenlandse voorbeelden met voorstellen tot verbetering.