Zeg wat je doet en doe wat je zegt - Verbaal cognitieve en motorische symptomen in patiƫnten met schizofrenie

Datum: 24 juni 2015

Locatie: UAntwerpen - Campus Drie Eiken - Gebouw Q - Promotiezaal - Universiteitsplein 1 - 2610 Wilrijk

Tijdstip: 18 uur

Organisatie / co-organisatie: Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen

Promovendus: Chris Bervoets

Promotor: Prof. dr. B. Sabbe en prof. dr. M. Morrens

Korte beschrijving: Doctoraatsverdediging Chris Bervoets - Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen



Abstract

Deze thesis exploreert de rol van verbale en motorische cognitieve symptomen in de klinische presentatie van patiënten met schizofrenie. Het onderzoek in het domein van de cognitieve symptomen is in de laatste twintig jaar erg toegenomen en het onderzoek naar motorische symptomen heeft deze trend meer recent gevolgd. Dit proefschrift beoogt een betere diagnostiek van negatieve symptomen en een betere behandeldoelselectie met behulp van de volgende bevindingen:

(i) Het overschakelen van een dopamine 2 antagonist naar een partiële dopamine 2 agonist is even effectief in de verdere controle van<br>positieve symptomen?

(ii) Er is een bijkomend positief effect op verbaal cognitief functioneren bij deze farmacotherapeutische omschakeling?

(iii) Motorische symptomen dragen bij aan het negatieve symptoomcluster

(iv) De initiatie van de motorische cyclus is gestoord in patiënten met negatieve symptomen?

(v) Klinische instrumenten en neuropsychologische taken zijn niet gelijkwaardig in de differentieel diagnose tussen motorische en negatieve symptomen?

(vi) Motorische agitatie moet worden geincludeerd in het geheel van motorische symptomen? Artsen moeten voorzichtig zijn met het huidige behandelmodel voor schizofrenie dat nog teveel is toegespitst op de specifieke behandeling van positieve symptomen met dopamine 2 receptor antagonisme. Er is immers nog te weinig met zekerheid gekend over de effecten van dit behandelparadigma op langere termijn.

Ten tweede kunnen we op basis van onze bevindingen geen verschil hard maken in klinische effectiviteit tussen de farmaca met verschillende werkingsmechanismen en blijft de uitdaging om specifieke geneesmiddelen te onderzoeken met werkzaamheid op cognitieve, motorische en negatieve symptomatologie. Kwantificeerbare neuropsychologische taken die eenvoudig uit te voeren zijn, zijn van belang voor de patiëntselectie wanneer het gaat over deze nieuwe farmaceutische ontwikkelingen. Mettertijd zullen deze testen ook tot het diagnostisch instrumentarium van de clinicus moeten behoren.