Functioneel morfologische analyse van het terrestrisch voeden bij amfibische vissen.

Datum: 23 oktober 2015

Locatie: UAntwerpen, Campus Drie Eiken, Promotiezaal Q.002 - Universiteitsplein 1 - 2610 Wilrijk

Tijdstip: 16 uur

Promovendus: Krijn Michel

Promotor: Peter Aerts & Sam Van Wassenbergh

Korte beschrijving: Doctoraatsverdediging Krijn Michel - Faculteit Wetenschappen, Departement Biologie



Abstract

Er is relatief weinig wetenschappelijke kennis over de mogelijke veranderingen van het aquatisch voedselopnamesysteem die het voor de eerste tetrapoden mogelijk maakte om een terrestrisch voedselopnamesysteem te ontwikkelen. In tegenstelling tot de wetenschappelijke aandacht voor de vin-naar-poot transitie in Sarcopterygii waaruit de eerste terrestrische gewervelde dieren ontstonden.

De fysische verschillen tussen leven in het water en op het land hebben ook invloed op hoe een voedingssysteem functioneert in de twee omgevingen. Het opwekken van een zuigstroom om zich te voeden onder water functioneert niet op het land. Dit betekent dat een helemaal nieuw voedingssysteem en -strategie ontwikkeld moest worden om te kunnen voeden op het land.

De hoofddoelstelling van deze thesis is om te achterhalen wat de biomechanische mogelijkheden en beperkingen zijn voor een efficiënte voedselopname op het droge bij de hedendaagse amfibische vissen, en wat de anatomische vereisten daarvoor zijn in hun craniaal en postcraniaal muskuloskeletaal systeem. Om dit te bepalen, bestuderen we de slijkspringer (Periophthalmus barbarus), de gewone vieroogvis (Anableps anableps) en de wimpelaal (Erpetoichthys calabaricus). Elke bestudeerde soort zal ons helpen vaststellen wat de mogelijkheden en limitaties zijn van hun voedingssysteem op het land. Dit zal dan de basis vormen om de voedingsmogelijkheden in voorouderlijke visachtigen te identificeren.

Wij ondervonden dat elke amfibische vissoort op zijn eigen manier een bepaalde lichaamshouding aanneemt om voedsel op het land te vangen. Wij ondervonden dat amfibische vissen hun kaken gebruiken om prooi op het land te grijpen. Hoewel beweegbare kaken nuttig kunnen zijn, zijn ze niet strikt noodzakelijk om prooien op het land te vangen. De slijkspringer gebruikt water als een tong die zowel helpt bij het vangen van de prooi als het binnensmonds transporteren. Het vermogen van bepaalde soorten vissen om prooi in de terrestrisch omgeving te vangen roept vragen op over het onstaan van terrestrisch voeden gedurende de vis-naar-vierpotigen transitie in het late Devoon.