Rules or Regularities? The Homophone Dominance Effect in Spelling and Reading Regular Dutch Verb Forms

Date: 20 January 2016

Venue: Stadscampus, Hof Van Liere, Frederik de Tassiszaal - Prinsstraat 13 - 2000 Antwerpen

Time: 3:00 PM - 5:30 PM

Organization / co-organization: Faculteit Letteren en Wijsbegeerte

PhD candidate: Nina Verhaert

Principal investigator: prof. dr. Dominiek Sandra & prof. dr. Walter Daelemans

Short description: Doctoraatsverdediging Nina Verhaert - Faculteit Letteren en Wijsbegeerte



Ons brein lokt spellers én lezers in de val van dt-fouten

Hoewel er doorheen de jaren reeds veel inkt is gevloeid over de zogenaamde “dt-fout”, blijft dit heikel onderwerp tot stof voor discussie leiden. De regels zijn immers erg eenvoudig, waardoor de vraag rijst waarom de spelling van deze werkwoordvormen toch voor problemen blijft zorgen.

Eerder onderzoek van professor Sandra aan de Universiteit Antwerpen wees uit dat taalgebruikers van het Nederlands niet enkel een beroep doen op de spellingsregels, maar dat zij op een onbewust niveau ook gevoelig zijn voor statistische wetmatigheden in de geschreven taal. Zo komt de werkwoordvorm wordt vaker voor dan de gelijkklinkende vorm word. Dit leidt ertoe dat er vaker fouten zoals *ik wordt worden gemaakt in vergelijking met *hij word. Toch kan dit de hardnekkigheid van de fouten niet helemaal verklaren: dt-fouten komen zelfs voor in teksten die zorgvuldig zijn nagelezen. Dit leidde tot de hypothese dat sommige fouten ook sneller geaccepteerd worden als correcte spelling tijdens het leesproces en dat bepaalde werkwoordvormen bijgevolg een dubbele val creëren. De resultaten bevestigden deze stelling: de fouten die vaker voorkomen bij het spellen, namelijk fouten waarbij de meest frequente werkwoordvorm ten onrechte wordt gespeld, blijven ook vaker onopgemerkt tijdens het nalezen.

Spelfouten tegen een ander type werkwoordvormen ondersteunen deze conclusie. Hoewel de spelregels voor onvoltooid verleden tijdsvormen (OVT) ook erg simpel zijn (voeg –te of –de toe aan de werkwoordstam; bv. was + -te), blijken taalgebruikers hier niet (altijd) gebruik van te maken. Fouten zoals *wastte ontstaan niet door het omwisselen van twee bestaande en gelijkklinkende werkwoordvormen zoals bij dt-fouten, maar door het omwisselen van twee gelijkklinkende letterpatronen (ste en stte). Proefpersonen maakten meer fouten van het type *wastte in vergelijking met fouten van het type *haptte. De foutieve stte-spelling voor werkwoorden van het eerste type wordt ondersteund door andere OVT’s waarin dat letterpatroon de correcte spelling is én dezelfde uitspraak heeft (bv. rustte). Dat geldt niet voor de foutieve ptte-spelling, die niet voorkomt in het Nederlands. Opnieuw loopt de taalgebruiker in een dubbele val: fouten als *wastte worden tijdens het nalezen vaker geaccepteerd als correcte spelling. Dezelfde stoorzender als bij dt-fouten is verantwoordelijk voor OVT-fouten: vertrouwdheid met een frequent spellingpatroon.

Dt-fouten en OVT-fouten zijn het onvermijdelijke neveneffect van de werking van ons (taal)brein, dat taalgebruikers in de val lokt om dergelijke fouten te maken tijdens het spellingproces en er overheen te lezen tijdens het leesproces, tenminste wanneer die spelfouten overeenstemmen met de meest voorkomende spelling van gelijkklinkende werkwoordvormen of met een vertrouwd en gelijkklinkend letterpatroon.

 



Contact email: nina.verhaert@uantwerpen.be