Wonderkoorts. Authenticiteit, autoriteit en religieuze ervaring in mirakelcollecties in de Bourgondische Nederlanden, 1381–1534

Date: 29 April 2016

Venue: Nottebohmzaal - Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience - Hendrik Conscienceplein 4 - 2000 Antwerpen

Time: 3:00 PM - 6:00 PM

Organization / co-organization: Faculteit Letteren en Wijsbegeerte

PhD candidate: Jonas Van Mulder

Principal investigator: prof. dr. Veerle Fraeters & prof. dr. Guido Marnef

Short description: Doctoraatsverdediging Jonas Van Mulder, Departement Geschiedenis, Faculteit Letteren en Wijsbegeerte.



Wonderkoorts. Authenticiteit, autoriteit en religieuze ervaring in mirakelcollecties in de Bourgondische Nederlanden, 1381–1534

In de Nederlanden van de late middeleeuwen moest een cultusoord een vijftal mirakelen van haar patroonheilige kunnen voorleggen om een aflaat te verkrijgen van de bisschoppelijke overheid. Een dergelijke aflaatverlening zou pelgrims aantrekken en betekende tevens een formele erkenning van de lokale heiligencultus. Verschillende parochiekerken gingen in deze periode echter veel verder. Ze beperkten hun miraculografie niet tot enkele mirakelverhalen maar investeerden in de registratie van vele tientallen tot zelfs honderden mirakelen. In zijn proefschrift Wonderkoorts. Autoriteit, authenticiteit en religieuze ervaring in mirakelcollecties uit de Bourgondische Nederlanden (1381-1534) legt Jonas Van Mulder de dynamieken bloot die de productie van deze mirakelcollecties hebben gestimuleerd en onthult hij de intenties van de geestelijkheid van parochiekerken, kapellen en kathedralen van Vlaanderen, Brabant en Holland voor het promoten van miraculeuze devotie. Centraal in zijn betoog staat dat mirakelverhalen niet zomaar een spiegel zijn van laatmiddeleeuwse ‘volksdevotie’ – zoals ze vaak worden gelezen – maar vooral iets vertellen over het gebruik van het miraculeuze door clerici bij het normeren van deze devotie.

 

Mirakelcollecties in de volkstaal maken deel uit van een laatmiddeleeuwse geseculariseerde religieuze cultuur waarvan stedelijke parochiekerken en broederschappen het epicentrum vormden. Mirakelen en mirakelverhalen hadden in deze context zowel een economische als een devotioneel-normatieve functie. Enerzijds kon de aanleg van mirakelregisters in bijna alle bestudeerde gevallen in verband worden gebracht met de financiële noden of politieke belangen van kerkinstellingen. Anderzijds zag de geestelijkheid het mirakel ook als een middel om het steeds aanzwellende stedelijke kerkpubliek aan zich te verbinden door te demonstreren welke miraculeuze gunsten de kerk voor hen in petto had. Zo was de aanleg van mirakelregisters vaak gekoppeld aan het oprichten van nieuwe parochies, zoals het geval was in plaatsen als het Vlaamse Dadizele, het Hollandse Delft of het Stichtse Amersfoort. Tegelijkertijd kon de cultusgeestelijkheid mirakelen ook aanwenden om het cultische gedrag van pelgrims en parochianen aan te sturen. Deze normering was werkzaam op zowel een individueel als op een collectief niveau.

 

Op een typerende protocollaire toon presenteren laatmiddeleeuwse mirakelverhalen het beeld van een soort devotionele monocultuur waarbinnen gelovigen steeds volgens geijkte patronen handelen, denken, bidden en pelgrimeren. Cultusoorden verspreidden deze gedragsmodellen onder de lokale stedelijke bevolking via preken, processies, gedichten en dramatische opvoeringen. Verschillende sporen, zoals de berijmde mirakelverhalen in de collectie van Halle en de dramatische bewerking van het mirakelboek van de Sacramentsbroederschap van Breda door de rederijker Jan Smeken, wijzen op de performativiteit en de sociale receptie van mirakelverhalen.

 

Voor de registratie van mirakelen ontwikkelden cultusgeestelijken een scala aan authenticatiemethoden en -instrumenten waarmee ze niet enkel zekerheid konden verkrijgen over de betrouwbaarheid van het gerapporteerde mirakel, maar tevens konden peilen naar de rechtzinnigheid van de begunstigde gelovige. Beëdigde ondervragingen, de formaliteit van getuigbrieven en het verband tussen de biechtpraktijk en de mirakelrapportering wijzen erop dat het cultusmirakel méér was dan slechts een vertelling van een bijzondere gebeurtenis. Het miraculeuze was een door de geestelijkheid gecoördineerd kader waarbinnen het de vinger aan de pols kon houden bij haar kerkpubliek.



Contact email: jonas.vanmulder@uantwerpen.be