Urbs in Rure? Stadsmest en een beter bemestingspatroon in de 18de-eeuwse Vlaamse landbouw

Date: 17 May 2016

Venue: Stadscampus - Hof van Liere - Frederik de Tassiszaal - Prinsstraat 13 - 2000 Antwerpen

Time: 3:00 PM - 6:00 PM

Organization / co-organization: Faculteit Letteren en Wijsbegeerte

PhD candidate: Pieter De Graef

Principal investigator: prof. dr. Tim Soens, prof. dr. Bruno Blondé & prof. dr. Thijs Lambrecht

Short description: Doctoraatsverdediging Pieter Degraef - Departement Geschiedenis - Faculteit Letteren en Wijsbegeerte



Urbs in Rure? Stadsmest en een beter bemestingspatroon in de 18de-eeuwse Vlaamse landbouw

De landbouw heeft de voorbije 150 jaar enorme ontwikkelingen doorgemaakt op het vlak van gewasrendement en arbeidsproductiviteit, die buiten het bereik lagen van premoderne boeren. Grootschalige import van veevoer en kunstmeststoffen hebben echter op globaal niveau de nutriëntenkringloop opengebroken, wat geresulteerd heeft in problemen van bodemuitputting in perifere regio’s en mestoverschotten in de kern. Voor de meeste agronomen bestaat er nog steeds geen realistisch alternatief voor de intensieve manier van voedselproductie en globale nutriëntentransfers. Alternatieve benaderingen van het voedselvraagstuk schrijven echter het hergebruik van stedelijk organisch afval als meststof in de landbouw voor, waarbij vaak de symbiotische verhouding in de recyclage van stadsmest tussen stad en platteland in het verleden als argument wordt ingeroepen. Utopische voorstellingen van de historische stad-plattelandverhouding gaan echter voorbij aan de sociale ongelijkheden en de marktimperfecties waarmee deze wisselwerking gepaard ging en die voor ruis op de symbiose zorgden. Dit proefschrift duidt de mogelijke rol van stadsmest voor agrarische groei (in een regio van zeer intensieve landbouw, namelijk 18de-eeuws Binnen-Vlaanderen) en onderzoekt onder welke condities de toepassing ervan aan belang won en aan welke beperkingen ze was onderworpen vanuit een agrarisch, ecologisch en sociaal perspectief.

Als gevolg van de economische conjunctuur op de textielmarkt en de almaar meer invasieve surplusextractie door (stedelijke) landeigenaars werden Binnen-Vlaamse boeren als het ware verplicht meer en meer mest aan te kopen en te evolueren naar steeds intensievere productiestrategieën om hun overlevingsmechanismen in stand te kunnen houden (in het geval van de kleine boeren) of om redelijke winstmarges te kunnen behouden (in het geval van grotere boeren). In dat opzicht was deze bemestingsstrategie een bouwsteen van de Flemish Husbandry die een verdere fragmentarisering van het kleinbedrijf mogelijk maakte tot het systeem uiteenviel in de 19de eeuw. Boudweg kan gesteld worden dat de stad haar afval als mest duur verkocht en een tweede maal incasseerde door haar aandeel in het agrarische en proto-industriële surplus te vergroten (i.e. uit de pan rijzende pachten), waardoor het platteland verder gestimuleerd werd om nog meer stadsmest toe te dienen. Het gebruik van stadsmest bestendigde de bestaande machtsrelaties tussen stad en platteland alsook deze binnen de rurale samenleving zelf (i.e. wederkerige relaties tussen grote en kleine boeren). Zodoende legde de nieuwe bemestingsstrategie van de tweede helft van de 18de eeuw de basis voor het label dat men aan de Flemish Husbandry toeschrijft: een rijke landbouw met arme boeren.



Contact email: pieter.degraef@uantwerpen.be