Ethnobotanical, phytochemical and biological investigations on medicinal plants used by the Nkundo (Bandundu, DR Congo)

Datum: 16 januari 2017

Locatie: Auditorium S1 (UAntwerpen, Campus Drie Eiken, Gebouw S) - Universiteitsplein 1 - 2610 Antwerpen (Wilrijk) (route: UAntwerpen, Campus Drie Eiken)

Tijdstip: 15 - 17 uur

Promovendus: Crispin-Désiré Musuyu Muganza

Promotor: Luc Pieters

Co-promotor: Cimanga Kanyanga - Barbara Fruth

Korte beschrijving: Doctoraatsverdediging Crispin-Désiré Musuyu Muganza - Departement Farmaceutische Wetenschappen



Abstract

ETHNOBOTANISCH, FYTOCHEMISCH AND BIOLOGISCH ONDERZOEK VAN MEDICINALE PLANTEN GEBRUIKT DOOR DE NKUNDO (BANDUNDU, DR CONGO)

Doel van dit onderzoek was om de efficaciteit en veiligheid na te gaan van extracten van een aantal medicinale planten, gebruikt in de traditionele behandeling van infectie- en parasitaire ziekten door de Nkundo (Bandundu provincie, DR Congo), waar malaria en slaapziekte nog veel voorkomen. Antiprotozoaire en larviciede testen werden uitgevoerd om de activiteit van een selectie van plantenextracten te evalueren.

Uit de resultaten bleek dat waterige extracten van de schors van wortel en stam van Quassia africana zeer actief waren (IC50 0.46 en 1.27 µg/ mL; selectiviteitsindex SI 13.7 en 13.6) tegen Plasmodium falciparum K1 (PfK1), terwijl het extract van de schors van de stam van Isolona hexaloba meest actief was tegen Trypanosoma brucei brucei (IC50 1.95 µg/ mL, SI 16.5). Uit het 80% ethanolisch extract van verschillende plantendelen van Greenwayodendron suaveolens en Isolona hexaloba werden fracties met interessante activiteit bekomen. De alkaloidenfractie van de schors van G. suaveolens vertoonde een uitgesproken activiteit (IC50 ≤0.75 µg/ mL) tegen alle geteste protozoa, zonder teken van cytotoxiciteit op zoogdiercellen. De alkaloidenfractie van de schors van de stam vertoonde een gelijkaardige activiteit tegen PfK1 (IC50 0.27 µg/  mL; SI >237) als de polyfenolische fractie van bladeren van I. hexaloba. Deze resultaten kunnen ten minste voor een deel het traditionele gebruik van deze plantenextracten verklaren, bv. tegen malaria.

Uit de 90% methanolische fractie van de schors van de wortel van G. suaveolens werden vier producten geïsoleerd: polycarpol, dihydropolycarpol (een nieuw product), polyalthenol, en N-acetyl-polyveoline (meest actief tegen PfK1, IC50 2.8 µM, SI 10.9). Geen enkel geïsoleerd product vertoonde evenwel dezelfde activiteit en selectiviteit als de meest actieve extracten en fracties.

Wat betreft de larviciede activiteit, als mogelijke bijdrage tot vector controle, kon de gevoeligheid van de geteste larven als volgt gerangschikt worden: Culex quinquefasciatus > Anopheles gambiae > Aedes aegypti. De 80% EtOH extracten waren meer actief dan de waterige extracten. De meest actieve extracten waren afkomstig Crossopteryx febrifuga, Penianthus longifolius, Piper guineense en Quassia africana.

Als bijdrage tot het gebied van de zoofarmacognosie, werd zelfmedicatie bij Bonobos bestudeerd, die ongekauwde bladeren en stukjes stam van de medicinale plant Manniophyton fulvum innemen. Vier criteria van Huffman voor zelfmedicatie bij dieren waren vervuld. De studie van zelfmedicatie bij dieren kan een waardevolle aanvulling betekenen bij ethnomedisch onderzoek, om zo tot nieuwe therapieën te komen.



Url: https://www.uantwerpen.be/nl/faculteiten/faculteit-fbd/onderzoek/departementen-en-ond/departement-farmaceutische-wetenscha/