Peripheral modulation of bladder activity: sensory and motor

Datum: 23 februari 2017

Locatie: UAntwerp, Campus Drie Eiken, Building Q, Promotiezaal - Universiteitsplein 1 - 2610 WILRIJK (route: UAntwerpen, Campus Drie Eiken)

Tijdstip: 16 uur

Promovendus: Sara Persyn

Promotor: Prof S. De Wachter & Prof J.-J. Wyndaele

Korte beschrijving: PhD defence Sara Persyn - Faculty of Medicine and Health Sciences



Abstract (Dutch)

Perifere modulatie van blaasactiviteit: sensorisch en motorisch 
De werking van de lagere urinewegen wordt gecontroleerd door complexe neurale circuits in het centraal en perifeer zenuwstelsel. Deze hoge graad aan complexiteit heeft als gevolg dat de lagere urinewegen gevoelig zijn aan een verstoorde werking. Overactieve blaaspathologie (OAB) is een veelvoorkomend ziektebeeld van de lagere urinewegen en wordt gekenmerkt door een verstoorde motorische en sensorische blaascontrole. Om de ontwikkeling van dergelijke aandoeningen beter te begrijpen en te komen tot een gepaste therapie is het belangrijk dat de normale fysiologie als eerste wordt bestudeerd. In deze thesis wordt de perifere modulatie van de blaasactiviteit onderzocht met focus op invloeden ter hoogte van de blaaswand, de pelvische ganglia en het colorectum.

In geïsoleerde blazen van de rat en cavia kunnen microcontracties worden waargenomen. Deze worden geremd door middel van adrenerge agonisten. Het werkingsmechanisme wordt verondersteld via de activatie van β12-adrenoceptoren in de blaaswand. De β3-adrenoceptor agonist Mirabegron, een succesvolle behandeling voor OAB, heeft geen effect op de micro-contracties, wat een therapeutisch effect van Mirabegron via een β3-adrenoceptor mechanisme in de blaaswand uitsluit. Adrenerge interstitiële cellen met β1-adrenoceptoren worden geobserveerd tussen de spierbundels in de blaaswand van de rat. Deze worden verondersteld een belangrijke rol te spelen bij de adrenerge modulatie van de microcontracties die gegenereerd worden in de blaaswand.

In een diermodel met een intacte bezenuwing kunnen tijdens de blaasvulling "non-voiding" contracties worden waargenomen. Deze worden verondersteld gerelateerd te zijn aan de micro-contracties die geobserveerd worden in geïsoleerde blazen en worden beschouwd als de motor component van een motor-sensorisch systeem die de blaasactiviteit controleert tijdens blaasvulling en blaassensaties opwekt. In een gedecentraliseerde ratblaas, waarin de communicatie met het centraal zenuwstelsel is verbroken, kan een significante stijging van "non-voiding" activiteit worden waargenomen na het verwijderen van de pelvische ganglia. Hieruit blijkt dat er lokale reflexen aanwezig zijn tussen de blaas en de pelvische ganglia die de non-voiding activiteit controleren. Dergelijke reflexen worden verondersteld een mogelijk doelwit te zijn voor de β3-adrenoceptor agonist Mirabegron in de behandeling van OAB.

Een inhibitorisch rectovesicaal reflex wordt uitgelokt in een isovolumetrisch blaasmodel met een afgebonden urinebuis. Dit is een nociceptief model waarbij nociceptieve inputs vanuit het colorectum en de urethra de mictiecontracties kunnen afremmen, via een acute stressreactie van het centraal zenuwstelsel. Een dergelijke remmende interactie kan niet worden aangetoond in een vullende blaas met open urethra.

Deze studieresultaten leiden tot nieuwe inzichten in de blaasfysiologie.



Inkomprijs: Free

Url: https://www.uantwerpen.be/nl/faculteiten/geneeskunde-gezondheidswetenschappen/