Locomotor Anatomy and Behaviour in Olive Baboons: Integrative Analysis from Early Infancy to Autonomy

Datum: 10 maart 2017

Locatie: Campus Drie Eiken, Promotiezaal Q0.02 - Universiteitsplein 1 - 2610 Antwerpen-Wilrijk (route: UAntwerpen, Campus Drie Eiken)

Tijdstip: 16 uur

Organisatie / co-organisatie: Departement Biologie

Promovendus: François Druelle

Promotor: Peter Aerts & Gilles Berillon

Korte beschrijving: Doctoraatsverdediging François Druelle - Faculteit Wetenschappen - Departement Biologie



Abstract

De diversiteit in leefomgeving van bavianen stelt specifieke eisen aan hun voortbeweging (bv. uithouding, rotsklimmen, etc.).  Daarom zijn de locomotiecapaciteit, en de ontwikkeling ervan, belangrijk voor hun overleving.  Om onze inzichten in de voortbewegingsprestaties te verbeteren en om te begrijpen hoe deze prestaties relateren met morfologie en gedrag, bestudeerden we de ontwikkelingsperiode tussen de aanvang van onafhankelijk foerageren tot autonomie bij groene bavianen. Een longitudinale en cross-sectionele studie (morfometrie, temporale gangkarakteristieken en positioneel gedrag) werd uitgevoerd in het Primatologische Station van het CNRS (Frankrijk).

Vooreerst tonen onze resultaten hoe tijdens de bestudeerde ontwikkelingsperiode het aandeel van quadrupedaal wandelen in het positioneel gedrag gradueel toeneemt ten koste van ‘grijpen’. Dit patroon is gecorreleerd met veranderingen in massadistributie in de poten. Tijdens de groei positioneert meer massa zich meer proximaal.  Een meer distale pootmassa bij jongere dieren reflecteert in belangrijke mate hun capaciteit om zich vast te klampen aan de pels van de moeder.  Anderzijds is een meer proximale pootmassa adaptief voor de reductie van de quadrupedale locomotiekost.

Ten tweede geven onze resultaten aan dat de ontogenetische veranderingen in het massadistributiepatroon het bipedaal wandelen bij juvenielen en adulten faciliteren.  Dit is gereflecteerd in de duur van de periodes van bipedaal gedrag: individuen met een lichtere kop, maar zwaardere thorax wandelen bipedaal over langere tijdsintervallen. 

Ten derde blijkt dat tijdens de vroege ontwikkeling de inter-poot-coordinatie van quadrupedaal wandelen verbetert. De intrinsieke morfo-dynamische karakteristieken van voor- en achterpoten (in termen van convergentie van de natuurlijke slingerperiode) hebben een belangrijke positieve impact op deze coördinatie en ondersteunen zodoende reeds zeer vroeg de motorische ontwikkeling en controle van quadrupedaal wandelen. 

Tenslotte toonden onze resultaten aan dat, samen met de ontwikkeling van de quadrupedale inter-poot-coördinatie, ook de achterpootcoördinatie tijdens het occasionele spontane bipedale wandelen verbetert. Dit wil zeggen dat ontogenetische progressie van de quadrupedale locomotiecapaciteit de ontwikkeling van bipedaal gedrag niet verhindert, ondanks het feit dat bipedalie eerder uitzonderlijk blijft tijdens de ontwikkeling van bavianen (<0.5%). Dit werd ook geobserveerd bij chimpansees.  Dergelijke observaties kunnen worden geïnterpreteerd in de context van evolutieve ontwikkeling van nieuwe locomotievormen bij primaten. Deze bevindingen suggereren immers een zelfde basaal controle-mechanisme voor bipedale en quadrupedale locomotie. In een evolutionair perspectief impliceert dit dat secondaire voortbewegingsmodi (zoals bv. bipedalie) die voorkomen als ‘bijproduct’ van de primaire locomotieontwikkeling, onder een gepaste selectieve druk kunnen leiden tot evolutionaire innovaties.



Link: http://www.uantwerpen.be/wetenschappen