De bodem van de welvaartsstaat: essays over minimuminkomensbescherming

Datum: 31 maart 2017

Locatie: UAntwerpen, Stadscampus, Hof van Liere, F. de Tassiszaal - Prinsstraat 13 - 2000 Antwerpen (route: UAntwerpen, Stadscampus)

Tijdstip: 17.30 uur

Promovendus: Sarah Marchal

Promotor: Prof. dr. Ive Marx

Korte beschrijving: Doctoraatsverdediging Sarah Marchal - Faculteit Sociale Wetenschappen, CBS



Abstract

Sarah Marchal verdedigt haar doctoraal proefschrift: een onderzoek naar de verschillen in bodembescherming (gegarandeerd inkomen) binnen de Europese lidstaten.

Inwoners die op geen enkele andere steun beroep kunnen doen, hebben in principe (bijna) overal in Europa recht op een gegarandeerd inkomen. Niet verrassend zijn er enorme verschillen in deze bodembescherming tussen landen en tussen verschillende soorten gezinnen. Ook de voorwaarden om recht te hebben op een bijstandsuitkering verschillen sterk. Gemene delers zijn dat alle andere rechten uitgeput moeten zijn, dat het gezinsinkomen ontoereikend wordt geacht en dat ook andere steun, bijvoorbeeld uit spaargelden of van inwonende familie geen optie is, en dat men actief probeert de eigen situatie te verbeteren.

Deze thesis bundelt 8 hoofdstukken die elk een aspect van de bodembescherming in de Europese lidstaten onderzoeken. Aan de hand van standaardsimulaties, berekeningen van het netto inkomen voor hypothetische gezinnen, wordt de adequaatheid van de minimuminkomensbescherming vergeleken tussen de Europese lidstaten en over de tijd. Ik onderzoek welke voorwaarden gekoppeld worden aan bijstandsuitkeringen, en welke rol de bodembescherming speelt in Europees sociaal beleid. Ook ga ik na hoe de minimuminkomensbescherming voor werkenden en niet-werkenden zich tot elkaar verhouden. De consistente cross-nationale focus laat toe om gemeenschappelijke trends en specifieke hervormingen van elkaar te onderscheiden.

Het garanderen van een adequate bodembescherming blijkt niet vanzelfsprekend. Bijstandsinkomens liggen in haast alle Europese landen (ver) onder de armoedelijn. Bovendien is ook het netto inkomen van een gezin dat afhangt van een voltijds minimumloon in veel gevallen inadequaat, en dit ondanks bijkomende inkomenssteun. Indien beleidsmakers een wezenlijk verschil willen houden tussen een bijstandsinkomen en het minimale inkomen dat men kan verwerven op de arbeidsmarkt, is voor een adequate bodembescherming actie op beide fronten nodig. In sommige landen is er wel ruimte voor enige verbetering zonder zo’n simultane verhoging, omdat de kloof tussen bijstands- en arbeidsinkomen in vergelijkend perspectief heel groot is. Vaak is dit het gevolg van zeer inadequate of ontbrekende bijstandsuitkeringen. Tegelijk zijn er landen waar er slechts een zeer beperkt verschil is tussen bijstands- en arbeidsinkomen. Het is interessant om na te gaan wat maakt dat quasi gelijke minima voor werkenden en niet-werkenden met kinderen in sommige landen gezien worden als een aanvaardbare optie.

Mogelijk vormt een omvangrijke activeringsstrategie gericht op bijstandsgerechtigden een deel van de verklaring. Deze thesis verzamelde en ontwikkelde nieuwe indicatoren inzake wettelijke activeringsvereisten en diensten gericht op bijstandsgerechtigden. Hieruit blijkt dat slechts zeer weinig EU lidstaten een activeringsstrategie nastreven die in lijn is met de aanbevelingen van de Europese Commissie, namelijk een strategie die adequate minimuminkomensbescherming combineert met maatregelen om het arbeidsmarktpotentieel van mensen te verhogen, gedragsstimuli en ondersteunende diensten. In het gros van de EU lidstaten ligt de nadruk enkel op gedragsstimuli. Slechts enkele landen, waaronder België, combineerden in 2012 in belangrijke mate drie van de vier dimensies.

Deze thesis maakt duidelijk dat er verschillende beleidskeuzes bestaan rond de voorwaardelijkheid en de generositeit van de bodembescherming. Bovendien hebben zich de laatste jaren ook sterke verschuivingen voorgedaan, met meer inkomenssteun voor gezinnen die afhankelijk zijn van een minimumloon, en een groeiende kloof tussen minima voor werkende en niet-werkende gezinnen. Idealiter worden duidelijk interpreteerbare beleidsindicatoren zoals gebruikt in dit proefschrift op Europees niveau geïntegreerd om de verschillende beleidskeuzes te expliciteren en te evalueren.



Link: http://www.centrumvoorsociaalbeleid.be/